Pagina-afbeeldingen
PDF
ePub

Vahl. Symbola), eene langlevende kruidplant van de Oost-Indiën; bloeit meest in juny, met zeer schoone hemelsblauwe bloempjes, die van gedaente eenigzins aen de Gentiana gelyken.

De schotelvormige Eer en Prys (Veronica scutellata) groeit met dunne stengen, waerop meest in juny schoone bloemlrosjes en lieflyke blauwe, vereenigde bloempjes bloeijen, die welriekend zyn.

De Zee Eer en Prys (Veronica maritima) bloeit in juny, met aren of trosjes en lieflyke blauwe bloempjes.

De Berg Eer en Prys (Veronica montana) groeit meest in de gebergten van Zwitserland, met donkergroene gelande blaedjes; bloeit met aren op de topjes der stengen en blauwe bloempjes, die eenen aengenamen geur hebben.

De aervormige Eer en Prys (Veronica spicata) groeit veel in de velden der provintie Luxemburg, in de Ardennen en elders.

De Eer en Prys met lange bladen (Veronica longifolia), van Rusland, groeit met lansvormige bladen, die scherp geland en gezaegd zyn, en bloeit met aren op de toppen der stengen en bleekblauwe bloempjes.

De bastaerd Eer en Prys (Veronica hybrida) van Duitschland, groeit met ruwe, stompe, getande bladen en regtstaende stengen; bloeit met aren op de toppen.

De gevleugelde Eer en Prys (Veronica pinnata) groeit met liggende stengen en lynvormige, getande blaedjes, die gevleugeld zyn.

De liggende Eer en Prys (Veronica prostrata) groeit in België, met liggende stengen en ovale, getande bladen, en bloeit met violetkleurige bloempjes. Men vindt die omstreeks Antwerpen en in de Kempen.

De virginiaensche Eer en Prys (Veronica virginiana) van Amerika, groeit met slengen van wel 60 centimeters hoog, en bloeit, met bleekblauwe aren op de toppen.

De Veronica alpina, Veronica aphylla, Veronica chamaedrys, met bonte bladen, Veronica fruticulosa, Veronica rubra, Veronica spicata, Veronica verbenifolia, met yzer-kruidbladen, Veronica grandia, Veronica humifusa, Veronica verna, met vingervormige

1

bladen, Veronica marilandicà en de Veronica folia alba marginata, met die van Siberiën, Duitschland en elders, worden allen by sommige lief hebbers in de bloemhoven gekweekt; men vindt er eene schoone verzameling van in den kruidhof der Hoogeschool te Genl. Zy kunnen meest allen door struikscheiding in de lente aengekweekt worden ; maer de Veronica decussata van Willdenow, moet 's winters in de oranjehuizen bevryd worden; alle anderen kunnen zeer wel ons klimaet wederstaen en in de luchtgesteldheid van België de winters doorbrengen.

EIK, Eikboom, Eikenboom, Haeg-Eik, Kurkboom, in 'l fransch Chêne, in 't latyn Quercus, is onder de 19° klasse, 2° sectie van Tournefort gesteld, der bloembladlooze boomen, wier bloemen in een katje zyn geplaetst; door Jussieu onder de familie van de katjesdragende boomen, en onder de 21° klasse van Linnaeus, Monoecia polyandria, eenhuizigen-veelhelmigen; er zyn mannelyke en vrouwelyke bloemen, welke op ééne steng aengetroffen worden.

De gemeene Eikenboom (Quercus robur van Linnaeus) is een langlevende boom van Europa, die in België van over zeer oude tyden is bekend, en in de bosschen en elders wordt geplant, alwaer hy wel zes of zeven eeuwen bereikt en gewoonlyk een der oudste en dikste boomen van België wordt; hy groeit met lommerryke, afvallende, langwerpige bladen, naer het einde verbreedende, met spilse insnydingen en stomp geschikte hoeken; bloeit meest in juny, met katjes die eikels voortbrengen. Er worden heden in België veel soorten van Eikenboomen gekweekt, van welke men een geheel boekdeel zou kunnen schryven; daerom zal ik by elken dezer boomen zyne nuttige deugden korlbondig trachten te melden.

De gemeene Eik van ons land heeft een hard hout, dat zeer langdurig is en een roodachtig bruin kleur verkrygt; het wordt voor allerlei timmerwerk gebruikt. De schors, die veel runne inhoudt, wordt van de leerlouwers zeer geacht, om alle soorten van leer mede te bereiden. De vruchten of eikels werden in de oude lyden veel gemalen, om brood mede te bakken en tot voeding

van menschen en dieren bestemd. De vruchten en binnenste schors, die eenen zuren, samenlrekkenden smaek inhouden, met Kamillebloemen en Gentiana-wortels gemengd, geven een groot en krachtdadig samengesteld gencesmiddel, dat zeer veel in de gasthuizen, onder den naem van franschen Kina, is bekend, en wordt gebruikt om de lydende menschen, die met den blocdloop en langdurigen buikloop zyn besmet te helpen, en zelfs om de anderdaegsche koorlsen te bestryden. De kerns, die in de eikels gesloten zyn, in het loogzout-water gekookt, verliezen hunnen zuren en wrangen smaek; dan weder gedroogd en gemalen, zyn zy meer aengenaem om voor menschen en dieren te gebruiken. De verkens die met eikel-meel gevoed wordenį geven gemeenlyk een goed, vast, gesmakig vleesch. De verkens die in de Ardennen in 't wilde loopen, voeden zich meest met die cikels, waervan zy zeer vel worden en gezond vleesch geven.

De Spyze-Eik (Quercus esculus van Linnaeus) is een langlevend heester-boomgewas van Zuid-Europa, dat veel in Italië en ZuidFrankryk wasl, zeer getakkeld, mel vingervormige, gladde bladen, die steellooze eikels voortbrengen, waervan de kerns eenen aengenamen zoclen smaek inhouden en veel in de huishoudens geělen worden.

De alloosgroene Eik (Quercus sempervirens van Willdenow) is een langlevend heester-boomgewas, dat in de Alpische gebergten, in Italië, Spaenje en Portugael groeit, alwaer hy cen tamelyk groote boom wordt, met langwerpige, uitgehoekie, stompe, altoosblyvende, groene bladen, en eikels met zeer lange stelen voortbrengt.

De wollige Eik (Quercus tomentosus) is een langlevend kreupel-houtgewas van Italië; groeit met langwerpige, vingerwyze, getande en van onder wollige bladen; brengt wille, donzige kelken en stcellooze eikels voort.

De stekelige Eik (Quercus cerris van Linnaeus) is een tamelyk groote boom van het Zuiden van Frankryk, die in België veel in de lusthoven wordt geplant; groeit met langwerpige, liervormige, vingerwyze verdeelde bladen, die van onder wollig zyn.

De lage Eik (Quercus humilis) is een kreupel-houtgewas van

Italië, dat veel in hagen, rondom de velden en moeshoven, wordt geplant; groeit met langwerpige, stompgetande bladen, en brengt ongesteelde eikels voort.

De ruige Eik (Quercus aegilops) is een boomgewas van ZuidEuropa; het groeit met langwerpige, eironde, gladde, zaegwyze getande bladen, en brengt vruchten met slekelige kelken en groote eikels voort.

De roode Eik (Quercus rubra van Linnaeus) is een langlevende boom van Amerika, met stompe, borstelige, gesplitste, roode bladen, zeer lommerryk versierd.

De roode Berg-Eik (Quercus rubra montana van Willdenow) is een boom van Noord-Amerika; hy groeit met uitgesnedene, stompe bladen, wier hoeken borstelig en op het einde scherp zyn en die effene randen hebben.

De zwarte Eik (Quercus nigra) is een groot boomgewas van Noord-Amerika; het groeit met wigvormige, driekwabbige bladen, die zwartachtig zyn.

De smalbladige Eik (Quercus phellos) is een groole boom van Noord-Amerika; hy groeit mel smalle, lansvormige, effenrandige, gladde bladen, welke aen die van den Wilgenboom eenigzins gelyken.

De kastanjebladige Eik (Quercus prinus) is een boomgewas van Virginië; het groeit met spatelvormige, wederzyds spitse, golfachtig getande bladen, die aen de Kastanjebladen wel gelyken.

De groene hulstbladige Eik (Quercus ilex van Linnaeus) is een heester-boomgewas van het Zuiden van Frankryk; groeit met langwerpige, ovale, van onder wollige, effenrandige bladen, die aen de Hulstbladen gelyken.

De Kermes-Eik (Quercus coccifera van Linnaeus) is een heester-houlgewas, dat meest in Italië, Spaenje en Portugael groeit, en in België 's winters in de oranjehuizen wordt gekweekt; heeft altoos groene, ovale, onverdeelde, stekelige, gelande, wederzyds gladde bladen, die aen de Karmezynboom-bladen gelyken. Het is op dat boomgewas dat men de insekten vindt, die by de apothekers onder den naem van Coccus ilicis verkocht worden. Het is ook van de vruchten, die een scharlaken kleur hebben,

dat de roode lak wordt gemaekt. Het sap van de vruchten dient ook om aen het lekker suikergoed een schoon rood kleur te geven.

De Quercitroen-Eik (Quercus tinctoria van Willdenow) is een langlevend boomgewas van Pensylvanië, dat heden veel in België en elders in de lusthoyen wordt geplant; het is deze boom die de Quercitroen voortbrengt, welke eene schoone verw inhoudt en veel van de verwers wordt geacht om allerlei stoffen te verwen.

De verwers Eik (Quercus infectoria) is een langlevende boom van Azië, die meest omtrent Alep, in Griekenland en elders in de warme landen groeit; het is van deze boomen dat de beste Galnoten voortkomen, die alhier naer de drogisten worden gezonden en gebruikt worden on stoffen te verwen, of als stoppend middel om den langdurigen buikloop te stelpen.

De Kork-Eik (Quercus suber van Linnaeus) groeit veel in Spaenje, Portugael en op de Pyrenesche gebergten, alwaer hy een groote, dikke, altoos groenblyvende boom wordt, en wast met langwerpige, ovale, onverdeelde, getande, van onder wollige bladen; men vindt eenige medesoorten met breede en smalle bladen.

Het is van de schors dezer boomen, die door hare ligtheid nooit onder het water gaet, maer altoos boven dryft, dat de beste kurken of stopsels worden gemaekt.

De Eik met hangende takken (Quercus pedunculata van Willdenow) van Amerika, groeit met groote, getande bladen, die eikels met lange stelen voortbrengen, welke eetbaer zyn; hy wordt veel op den gemeenen Eik geënt.

Veel nieuwe soorten, 200 als de Quercus olivaeformis, met olyfbladen; de Quercus macrocarpa, Quercus imbricaria, en de Water-Eik (Quercus aquatica) worden in de lusthoven geplant.

De aenkweeking der gemeene Eiken geschiedt door eikels in de lente te planten; de vreende soorten worden door enting, of afzuiging op de gemeene, in het voorjaer vermenigvuldigd. Het eikenhout is zeer hard, taei en langdurig, wordt derhalve voor huis- en scheepstimmering gebruikt en als het beste brandhout geacht. De schors geeft tot de leerbereiding de beste run, die ook in de broeibakken, tot broeijing en kweeken der planten, wordt

« VorigeDoorgaan »