Pagina-afbeeldingen
PDF

pen. Nu heeft de Heer du Hamel, zo beroemd wegens de vruchtbaarheid van zyn vernuft, en zyne arbeidsame navorschingen, een soort van werktuig tot bewaring van het koorn uitgevonden, dat door deszelfs toebereiding en maakzel, een bewaarzolder zou konnen genaamd worden; en dat door deszelfs

[ocr errors]

lof verdiend. Dit werktuig bezit het voordeel van 1. een groote quantiteit tarwe, in een kleine plaats te konnen bevatten. 2. Te konnen maken dat ze niet fermenteert nog heet word , dat ze geen kwade reuk of smaak bekomt. 5. Om ze te bewaren voor de roofzucht

der rotten, muizen, vogelen, zonder de tarwe bloot, te stellen voor het kwaad dat de katten daar gemeenlyk

[ocr errors]
[ocr errors]

geeft. - - - Wy zullen deze soorten van toebereidingen, en

de beschryving van deze bewaarzolder, kortbondig en hoofdzakelyk opgeven: 1. Oin de tarwe wel schoon te maken, moet men, na dat dezelve gedorst is, ziften in een zeef van zeemleder, of wannen, of over den harp laten lopen; dog dewyl men door de herhaling van die bewerking, de stof van het graan, en zelfs een gedeelte der bast of zemelen niet teffens weg neemt, zo komt men tot de volmaakte schoonmaking van het koorn, niet dan door wassching, het zelve leggen de in manden, en aldus in het lopend water dompelende. Ten opzichte van kleine magazy

[ocr errors][ocr errors]

ren, gelyk die der byzondere personen (en niet die welke de Steden en gemeenschappen toekomen) kan men zich vergenoegen, het koorn schoon te maken met zodanige werktuigen als op ieder plaats in gebruik zyn. Die Heer erkend, dat de Hollandsche harpen zeer goed zyn om het koorn schoon te maken, dog hy wil , dat men het stof en vuiligheid in een ketel met water zal vangen, het geen niet kwaad kan zyn. V Door die eerste bewerking, doet men de tarwe een gedeelte van haar vogtigheid verliezen, en een jaar of vyftien maanden daar na, zonder langer daar mede te wagten, moet men het op die bewaarzolder bergen, want dan zal het koorn een graad van droogheid hebben verkregen, dat het gemakkelyk zal valhen, het zelve voor het bederf te bewaren. Deze toebereiding alleen kan voldoende zyn voor de Landbouwers en Landheeren, om het koorn, dat zy in den oogst bekomen, te bewaren, als mede voor alle de Landbewoonders en Burgers, die geen gelegenheid hebben om een groote voorraad van tarwe op te doen, dewyl hunne zolders alleen het koorn van een eenigen oogst kunnen bevatten. Maar zo men eenige jaren na elkander, een overvloedige oogst heeft, en de Landbouwers en Landheeren dan niet

weten wat met al het ingezamelde koorn te doen,

dewyl het te weinig geld om het te verkopen, als dan word de bewaarzolder voor hen noodzakelyk; en zy konnen ze groot genoeg maken, om het koorn van vyf of zes jaren te bewaren. Zy, welke zich in het geval bevinden van grooter magazynen aan te leggen, moeten om het koorn volkomen droog te maken, en voor het zelve op de bewaarzolder te bergen, het zelve de droogplaats doen passeeren. De Heer du Hamel, geeft de beschryving daar van op : Maar dewyl de gemeene Landbouwers, en byzondere personen, dezelve te kostbaar zouden konnen vinden, steld hy hen voor, het maken #

[ocr errors]

kleine droogplaatzen, die hondert, ten minsten vyf. tig zakken tarwe konnen bevatten, waar van hy almede de beschryving opgeeft, dog die wy, om de kortheid te betrachten, maar zullen schetzen. Dit is een gebouw of klein vertrek, dat buitens werk, twaalf voeten in 't vierkant, en binnens werk, negen voeten in 't vierkant bevat. Het bovenste gedeelte bestaat uit een steen verwulf, die zyn begin neemt, twaalf voeten hoog uit de grond, en de gantsche verheffing is vyftien voeten. Voor deze droogplaats is een kleine deur, gesloten door dubbelde juiken of blinden, op dat de warmte van de droogplaats niet zou komen te vervliegen: Agter de droogplaats is een kleine steene boog, om er een kagchel te plaatzen. Het is niet mogelyk alhier eene beschryving te geven van de kagchel, voor de groote droogplaatzen , door den Heer du Hamel uitgevonden; naar het is nuttig aan te merken, dat hy, ten aanzien van de kleine zegt, dat men zich kan vergenoegen, met dezelve te verwarmen, door eene gemeene kagchel, daar men buiten de droogplaats, hout in stookt, hebbende een pyp om de rook uit te latC1). - Onder het verwulf van die stoof of droogplaats, zyn drie openingen, een in 't midden, om door behulp van een thermometer, de graad der warmte van de stoof of droogplaats te leeren kennen, de twee anderen dienen tot de doorgang, of de buizen ter vervulling van de kasjes, die men met een hellende vlakte in de stoof of droogplaats gemaakt heeft, en waar op de tarwe zich ter regter en linker zyde verspreid; van binnen is een gemetzeld trapwerk om die kasjes te ondersteunen, en in 't midden daar van een buis die hellend afloopt, waar uit de tarwe loopt, wanneer men de droogplaats ledig maakt: dit word door de Heer du Hamel, door een figuur en prent in zyn werk nader verklaard en opgeheldert. De droogplaats warm gemaakt *# - - OIE

[ocr errors]

stort men de tarwe door een soort van trechter, vam boven in de opening van het verwulf, in die kasjes, en wel eerst regt uit in die middelste buis, en die vol zynde, stort de tarwe ter zyde, zich voegende op die kasjes, ter dikte van drie of vier duimen : Als men de droogkas ledigen wil, zo opent men een schuif, en de tarwe loopt door de buis in de zakken, en is dan in staat om op de bewaarzolder geburgen te worden. - • Volgens de constructie van deze droog plaats, kan een kleine plaats veel koorn bevatten om te drogen, want een plaats van negen voeten in 't vierkant, en vyftien voeten hoog, binnen de besluiting, bevat 228 vierkante voeten tarwe - Rakende deze droogplaats, en de bevinding van den Heer du Hamel, daar over gedaan, moet men aanmerken. 1. Dat om de tarwe eene volmaakte droogheid te bezorgen, het zo zeer niet nodig is, Jiet geweld of de hitte des vuurs te vermeerderen, dan met dezelve lang in de droog plaats te laten blyven. 2. Dat de tarwe, die reets een jaar op de gewone zolders heeft gelegen, reets veel van hare vogten, die zy na den oogst had behouden, heeft verloren. 3. Dat de tarwe meer of minder in massa of hoop vermindert, na dat dezelve meer of minder

met vogten beladen is. 4. Dat die afneming word

geschat, ten aanzien van tarwe die goede hoedanigheden bezit, op een twee en dertigste gedeelte van de massa. Dit is nogtans geen zuiver verlies voor den verkoper, om dat het meelig gedeelte blyft, en dat het meel van zeer droge tarwe, uHeer brood geeft als van tarwe die zo wel niet gedroogt is; en de bakkers zullen altoos, zo veel geld voor zulke regt droge tarwe ineerder betalen, als het verlies in de maat beloopt. 5. Dat de warmte van de stoof, in der daad niet sterk genoeg is om al de klander te doen vergaan, maar altoos genoeg in staat is om de

[ocr errors]

voort te spruiten als ze gezaaid word, in het grootste gedeelte der tarwe vergaat, en byna in alles verzwakt word. De Heer du Hamel heeft ondervonden, dat hy, om de nodige warmte aan de kagchel te geven, in vyf uuren tyds, tuslchen de twintig en dertig stuivers aan hout verstookt had, het geen genoeg was om 2oo vierkante voeten tarwe volmaakt te drogen: Hy voegt er by; dat men voor 1. zorge moet dragen, van boven de buis die de warmte ontlast, een yzer plaatje te stellen, om de vloed van de lucht af te wenden, en te beletten, dat ze niet aanstonds op

de thermometer valt, zonder die voorzorg, zou men

verkeert van de warmte der droogplaats oordeelen. 2. Dat men de thermometer moet doen nederdalen tot het midden van de hoogte der stoof, om dat de warmte van - boven altoos grooter is als die van beneden. 3. Dat als de thermometer tot 5o a 6o graden is gerezen, men dan kan ophouden met meer hout in de kagchel te brengen , en zo dra het hout in de kagchel tot assche verteerd is, men de deuren van de kagchel naauwkeurig moet toesluiten, als mede de schuif waar door men het bovenste van de schoorsteen kan sluiten, toe doen. 4. Dat de tarwe gemeenlyk de voldoende graad van droogte bekomt, na dat ze zes-en-dertig of agt-en-veertig uuren in de droog plaats gelegen heeft : want dit hangt af van de meerder of minder vogten die in de tarwe waren besloten , maar men weet dat dezelve droog genoeg is, wanneer men ze koud zynde, met de tanden door byt, die als een korreltje ryit verbroken

word, zonder dat de tanden eenig merkteken na

[ocr errors]
[ocr errors]
« VorigeDoorgaan »