Pagina-afbeeldingen
PDF
ePub

't latyn Sium, van Tournefort Sisarum Ammi, is door Jussieu onder de familie van de zonneschermdragende planten gesteld, en onder de 5° klasse van Linnaeus, Pentandria digynia, planten die met vyf helmstyltjes bloeijen en twee stampertjes hebben. De Suikerwortel (Sium sisarum van Linnaeus) is eene langlevende plant van China, die sedert verscheidene eeuwen in Europa in de moeshoven wordt gezaeid en op de wyze van het Adderkruid en de Schorsoneerwortels wordt gekweekt, zy groeit met dikke, gesuikerde wortels, bladstelen en gevleugelde bladen, byna gesleufd gelyk de Pastenakel, en bloeit op de toppen der stengels met donkere bloempjes. Deze eetbare wortels, die eenen flauwen suikerachtigen smaek inhouden en als de Betteraven veel suiker bezitten, kunnen zeer wel onze koude winters wederstaen, worden veel in sommige landen gekweekt en op de wyze van de gele Wortels met de spyzen geëten.

SWAINSONIA, in 't fransch Swainsonia, in 't latyn Swainsonia, is onder de familie van de boomen die peulvruchten dragen gesteld, en onder de 17e klasse van Linnaeus, Diadelphia decandria, tweebroederigen met tien helmdraden, die tot twee afzonderlyke lichamen samen groeijen. De Swainsonia met Coronellieboom-bladen (Swainsonia coronillaefolia) is een langlevend, klein boomgewas van Nieuw-Holland, dat sedert eenige jaren in België is overgevoerd, het groeit met veel kleine blaedjes zeer lommerryk versierd, en bloeit alhier van juny tot in september, met schoone bloemtrosjes, rooskleurig en purper op de toppen. De Swainsonia met Geitenruit-bladen (Swainsonia galegifolia) van Nieuw-Holland, draegt zeer hoogroode bloemen, die eenen zeer bevalligen en aengenamen reuk verspreiden. Onze bloemisten hebben nog onlangs van de Indiën de volgende soorten bekomen : de Swainsonia astragalifolia, S. atropurpurea, S. coccinea en S. purpurea, die allen zeer schoone en welriekende bloemen dragen. Deze bevallige houtgewassen, die in boomkens kunnen gekweekt zyn, kunnen in den heigrond, op lauwe broeibakken, in de matige serren gezaeid en ook door inleggers en afzetsels vermenigvuldigd worden, maer zy zyn zeer moeijelyk om wortel te vatten.

SWENBLAD, Zevenblad, in 't fransch Tormentille, in 't latyn Tormentilla, is onder de 6e klasse, 7° sectie van Tournefort gesteld, der roosachtige bloemplanten, door Jussieu onder de familie der roosvormige bloemdragende planten, en onder de 12e klasse van Linnaeus, Icosandria polygynia, planten die met meer dan twintig meeldraden op de kelken bloeijen en een groot getal stampertjes hebben.

Het officineel Swenblad of Zevenblad (Tormentilla erecta van Linnaeus) is eene langlevende kruidplant van Europa, die in België ten alle kanten in de belommerde bosschen en grasachtige plaetsen wast, met tamelyk groote, geknobbelde en gevezelde wortels, die van buiten zwartachtig en van binnen rood zyn, en waeraen eerst bladstelen met donkere bladen groeijen, en voorts in de lente zwakke, dunne stengels uitspruiten met rondom elk knoopje zeven stellooze blaedjes, die gekerfd of gesnippeld zyn; bloeit van juny tot in augusty op de toppen der stelen, met gele bloemen, die vier bloembladen hebben en vier ronde zaedjes voortbrengen, welke droog de vruchtbodems vergezellen. De wortels van deze plant mogen ten allen tyde van 't jaer worden vergaderd, en worden veel gedroogd en meest by de apothekers in poeijers gebruikt, zy zyn veel krachtiger dan het Vyfvingerkruid, want zy doen zweeten en zyn van over ouds om hunne deugden bekend, die poeijers worden tegen de heete besmettelyke kwalen gebruikt, en zyn ook zeer bekwaem om in al de deelen des lichaems het bloeden te doen ophouden. De Tormentillawortels in poeijers met rooden wyn ingenomen, zeggen Lobel en Dodonaeus, zyn zeer goed tegen den onmatigen vloed der vrouwen, en met zachte dranken genomen, stelpen het bloedspuwen en allerhanden bloedgang; de wortels en bladen gezoden en het sap gedronken, is goed tegen de koortsen, opent de verstoptheid der lever en geneest de geelzucht. De wortels in poeijers met wit van eijeren gebakken en geëten, stelpt het overvloedig braken, en is goed tegen de ziekte die men gemeenlyk Cholera noemt, die wortels zyn ook zeer dienstig om zweringen, loopende gaten en voortetende zeeren te genezen en als stoppend middel worden zy met het zaed van de Wegbree bereid, ook te samen in het water gekookt, en zeer krachtig bevonden, zegt Clusius, om het misvallen van kinde te beletten. Deze plant wordt om hare deugden in den kruidhof der Hoogeschool gekweekt, en kan door het zaed en de wortels voortgezet worden.

SWERTIA, in 't fransch Swertia, in 't latyn Swertia, door Tournefort Gentiana genoemd, en onder zyne 1e klasse, 1° sectie der klokvormige bloemplanten gesteld, door Jussieu onder de familie van de Hondendoodplanten, en onder de 5e klasse van Linnaeus, Pentandria digynia, planten die met vyf meeldraedjes bloemen en twee stampertjes hebben.

De Swertia met altoosgroene bladen (Swertia perennis van Linnaeus) is eene langlevende kruidplant van Oostenryk en van de Alpische gebergten, die in België en elders in de bloemtuinen wordt geplant, en groeit met bleekgroene, eironde bladen aen de wortels, waeruit in de lente stengels spruiten, die niet zeer hoog wassen en in den zomer bloeijen, met klokvormige bloemkelken en vyf gestrekte bloemblaedjes in de kransjes, die aen de Gentianebloemen gelyken, maer zweetgatjes hebben, die van onder in de vruchtbodems der kransjes zyn. Dit schoon, heilzaem kruidgewas wordt voor bekwaem gehouden om de wonden en de gescheurdheid der jonge kinderen te genezen, en werd van de oude Kruidkenners in 't latyn Butyri radiv genoemd, alsof men Smeerwortels wilde zeggen, en ook van sommigen Pinguicula gesneri geheeten. Dit kruid wast veel in Oostenryk, en wordt door de zwynhoeders van Duitschland gekapt en aen de verkens te eten gegeven, om die tegen het Sint Antoniusvuer en alle dergelyke gebreken, die in tyden van sterften onder de verkens komen, te behoeden. Men kan deze plant by veel bloemisten te Gent verkrygen; zy wordt ook in den Kruidhof der Hoogeschool gekweekt en door wortelscheiding vermenigvuldigd.

NEGENTIENDE HOOFDSTUK.
T.

Tabak. – Tamarindeboom. - Tamarisboom. – Tandkruid. – Tarwe. – Theeboom. – Thunbergia. - Toovereskruid. – Torenkruid. Tournefortia. - Touwgras. - Trachelium. – Tradescantia. Trechterwinde. – Tritoma. - Trolbloem. – Trompetbloem. – Tuberoos. – Tulpaen. – Tulpeloboom. – Turksche tarwe. Tweeblad. – Tweetand. – Tym.

TABAK, in 't fransch Tabac, in 't latyn Nicotiana, is door Tournefort onder zyne 2e klasse, 1° sectie der planten die trechtervormige bloemen dragen gesteld; door Jussieu onder de familie der Nachtschadeplanten, en onder de 5e klasse van Linnaeus, Pentandria monogynia, planten die met vyf meeldraedjes bloemen en maer één stampertje hebben.

De Tabakplant (Wicotiana tabacum van Linnaeus) is eene éénjarige kruidplant van Zuid-Amerika, die in het jaer 1560, eerst door M. Nicot, afgezant van Frankryk by het koninglyk hof van Portugael, in Europa werd gebragt en alom verspreid, zy groeit alhier met mergachtige stengels en steellooze, eironde bladen, die lansvormig verdunnen. De planten die men voor zaed laet opschieten, groeijen omtrent 1 meter hoog, en bloeijen meest in augusty, met trechtervormige bloemkelken en witachtige peerse bloemen met hellende meeldraden, die zaedhuisjes en zeer veel zaedjes voortbrengen. Die plant is in België sedert het jaer 1580 genaturaliseerd, en men vindt er heden de volgende soorten van: de Wicotiana rustica, W. paniculata, W. glutinosa, van Peru, M. urens en W. pusilla, die in Virginië veel worden geplant, met nog meer andere, waervan men zaed by den Minister der binnenlandsche zaken te Brussel kan verkrygen.

Om schoonen fynen Tatak te verkrygen, worden die planten vroeg in het voorjaer op lauwe broeibakken in de oranjehuizen gezaeid en omtrent mei in de vrye lucht geplant, die alsdan vroeger in den herfst hare rypheid bekomen, want als men die maer in de lente in den vollen grond zaeit en omtrent Sint Jansdag verplant, loopt men gevaer dat zy somtyds by koude en vochtige saizoenen in ons klimaet hare rypheid niet verkrygen en altoos eenen groenen smaek behouden. De jonge planten worden gemeenlyk op 40 centimeters van elkander verplant, binnen den zomer wel gekoesterd en op tyds de jonge scheuten uitgepluist, hetgeen aen de Tabakbladen kracht en zwaerte geeft en den smaek verbetert, dit gewas kan gemakkelyk de waerde van den grond waer het geplant wordt opleveren. Men vindt byna geene planten waerin heden zooveel handel gedreven wordt; de stelen met de bladen worden op verscheidene wyzen bewerkt en door de menschen gebruikt, maer de Tabak, zegt de kundige heer Orsila, van Parys, bezit een scherp slaepverwekkend middel, dat meest op de hersens der menschen werkt, duizelingen of bedwelming met loshoofdigheid kan veroorzaken, en te veel inwendig genomen, vergiftig is. De Tabak uitwendig gebruikt, is zeer nuttig om de oude, kankerachtige en voortetende zeeren, klieren, kropzweren, zwellingen, blutsingen, kwetsuren te genezen en wordt ook voor de schurftheid gebruikt, en de Tabakbladen worden zeer geacht om het flerecyn te verzachten. De Indianen maken bollekens met de drooge bladen en zeeschelpen fyn gestooten, om die by het reizen in den mond te houden, en zich van dampen, scheurbuik, honger en dorst te bevryden; zy gebruiken ook de groene bladen of het sap om hunne oude wonden en zeeren te genezen, en dragen het sap van den Tabak in eenen hoorn als zy ten stryde gaen, om het in de wonden te doen, die door vergiftige schichten of pylen gemackt zyn. Dit sap geneest de beten van dulle honden als het daer aenstonds opgelegd wordt. Men geneest ook de pestige kole, die somtyds na de pestige ziekten volgt, met dit sap, en de wonden, als die niet zeer diep zyn, kunnen er op twee of drie dagen mede genezen. De Tabakbladen warm op den navel gelegd, verdryven de pyn van den buik, maeg en moeder, bezonderlyk als die door koude en winden veroorzaekt zyn. De zuivere drooge bladen of het poeijer daervan hebben dezelfde krachten tegen de voorzegde gebreken. Aengaende den rook van den Tabak, de doctor Degaglia ver

« VorigeDoorgaan »