Pagina-afbeeldingen
PDF
ePub

derhalve wordt zy veel aen stokken tegen het vallen vast gebonden, waerdoor zy den naem van Stokroos verkregen heeft, want zonder steunstokken kunnen die zwakke stengels niet regt blyven staen. De Althaea of Alcea rosea chinensis van Cavanilles, is ook eene tweejarige plant van China, die veel kleiner groeit, met breede, rondachtige, doorzigtige bladen en stengels van omtrent 50 of 60 centimeters hoog, bloeit van july tot in october, spitswyze, met schoone dubbele bloembladen, die met purper en wit gevlekt zyn, en medesoorten die geheel wit zyn. Men heeft alhier nog van de Indiën de Stokroos met Wygenboombladen verkregen (Althaea ficifolia), die van de eerstgemelde maer door hare bladen verschilt. De bloemen van de Stokroozen, bezonderlyk van de eerste, die alhier te lande zeer veel groeijen, zyn van over veel jaren om hare heilzame deugden bekend; zy worden versch en droog gebruikt, en met de bladen in de voetbaden gedaen, trekken zy de vochtigheid en dampen uit het hoofd, de bloemen en bladen in het water gekookt, zyn zeer goed om de harde gezwellen mede te baden en de gezwollene aders te genezen. De bloemen, het zaed en de wortels in melk of wyn gekookt en met honig of suiker gemengd en gedronken, zyn zeer goed voor de heeschheid in de keel en langdurigen hoest, en verdryven ook het graveel. Het zaed van de Stokroozen, zegt G. Grimaud, by de spyzen gedaen, is zeer dienstig voor de terende menschen, het doet zachtjes de kwade taeije slymen lossen. De wortels, bladen en bloemen met Geerstemeel papgewys bereid, doen de harde gezwellen, den steen en de bloedzweren zachtjes rypen en openbreken. Er wordt ook een velzuiverend water met de bloemen bereid en

eene conserve gemaekt, waertoe de bloemen en het zaed gebruikt worden.

STORAXBOOM, in 't fransch Alibouster, in 't latyn Styrav, is onder de 20° klasse, 2" sectie der boomen met éénbladige bloemen van Tournefort gesteld, door Jussieu onder de familie van den Dadelboom, en onder de 10 klasse van Linnaeus, Decandria monogynia, boomen die met tien meeldraden bloemen en maer één stampertje hebben. * * De officinele Storaxboom (Styrax officinalis van Linnaeus) is een langlevend kreupel-houtgewas van Italië, dat in struiken, zeer getakkeld, omtrent 3 meters hoog groeit, met overeenstaende, eironde bladen, die langs onder een schoon zeegroen kleur hebben, en meest in july bloeit, met trosjes en schoone witte bloemen, die trechtervormige kransen hebben en vruchten met nootjes en twee kerntjes voortbrengen. De gladde Storaxboom (Styraw laevigatum van den Hort. Kew.) is een langlevend schoon houtgewas van Noord-Amerika, dat veel in de Carolinen groeit, en alhier als sieraedboom in de lusthoven wordt geplant, het groeit met groote, gladde bladen, die zeer lommerryk zyn, maer de bloemen hebben weinig glans. De Storaxboom met groote bladen en bloemen (Styrax grandiflorum) is een tamelyk kreupel-houtgewas van de Carolinen, dat alhier 's winters in de oranjehuizen moet bevryd zyn; het bloeit meest in juny, met trosjes op de toppen en twee of drie vereenigde zeer lieflyke witte bloemen, die eenen zoeten, aengenamen geur verspreiden. Deze planten kunnen door het zaed en uitloopers voortgekweekt worden. Volgens de beschryving, wordt er uit den officinelen Storaxboom eenen roodachtigen bruinen balsem getrokken, die eenen zeer aengenamen reuk bezit en op de wyze van den peruviaenschen balsem wordt gebruikt. Er wordt ook met dien balsem in Italië, Frankryk en elders eene maegdemelk bereid, die door de vrouwen gebruikt wordt om haer aengezigt en vel eenen zeer schoonen glans te geven en zacht te maken. Die balsem wordt ook in de geneesmiddelen gebruikt om de maegaders te herstellen, de verhitting der ingewanden en mond te verdryven en kortborstige menschen te helpen, en wordt daertoe in syroop of honig gemengd.

STROOBLOEM, Papierbloem, in 't fransch Immortelle commune, in 't latyn Xeranthemum, is onder de 14e klasse, 5° sectie der Straelbloemen van Tournefort gesteld; door Jussieu onder de familie der trosbloemen, en onder de 19° klasse van Linnaeus, Syngenesia polygamia superflua, samenhelmigen-veelechtigenoverbodigen. De éénjarige Stroobloem (Xeranthemum annuum van Linnaeus) is eene éénjarige kruidplant van Oostenryk, die in het voorjaer in de bloemtuinen wordt gezaeid, en groeit met smalle, witachtige bladen en door dons bedekte stengels, omtrent 30 centimeters hoog; bloeit van juny tot in october, met bloemen op de toppen, waervan men zeer veel medesoorten vindt, die witachtig, rooskleurig, rood, grys, violet en anders gekleurd zyn. De ongeopende Stroobloem (Xeranthemum inapertum van Willdenow) is eene éénjarige plant van Italië, die ook veel verschillig gekleurde bloemen voortbrengt. De vergulde Stroobloem (Xeranthemum bracteatum) is eene kruidplant van Nieuw-Holland, die met stengels en lansvormige bladen wel 60 centimeters hoog wast, en van juny tot in november en byna geheel het jaer in de planthuizen bloeit, met schoone gekroonde gele bloemen, waervan men medesoorten vindt, die goudachtige bloemtrossen dragen. De X. speciosissimum en X. variegatum, met andere soorten, worden heden alle jaren veel in de bloemhoven gezaeid en 's winters in de matige serren gesteld, alwaer zy somtyds langlevend blyven. Men kan aen die bloemen, door den damp van het sterk water, verschillige kleuren verschaffen; zy kunnen verscheidene jaren bewaren, en er worden veel straelkransen en straelkroonen mede gemaekt, om de altaren, huizen en kamers te versieren. Sommige liefhebbers zaeijen die in broeibakken, om vroeg in de lente er bloemen op te hebben.

STRUTHIOLA, in 't fransch Struthiole, in 't latyn Struthiola, is door Jussieu onder de familie van den Miserieboom gesteld, en onder de 4e klasse van Linnaeus, Tetrandria monogynia, planten die met vier meeldraedjes bloemen en maer één stampertje hebben.

De Struthiola myrtifolia is een langlevend klein boomgewas van Algiers, dat met veel kleine Myrtebladen zeer lommerryk wast, en alhier in de matige serren van maerte tot in juny bloeit, met zeer schoone gepypte bloemkelken en witte bloemen, die eenen zoeten aengenamen reuk inhouden en drooge beziën met veel zaedjes voortbrengen, die van onder met zyde zyn versierd.

De gewimperde Struthiola (Struthiola ciliata) is een heestergewas van Afrika, het groeit met kleine blaedjes, rond de randen gehaerd, en bloeit alhier meest in mei, met witte en roode bloemen, die eenen zeer bevalligen en welriekenden geur verspreiden.

De overeenliggende Struthiola (Struthiola imbricata) is ook een heester-houtgewas van Afrika, het groeit met kleine, zeer geslotene, lommerryke blaedjes, en bloeit alhier van in april tot september, met schoone witte bloempjes en gepypte bloemkelken.

De Struthiola erecta wordt alhier ook in de matige serren gekweekt. Al deze schoone kleine boomgewassen zyn alhier sedert 17 jaren van Afrika overgevoerd, maer zy vreezen de vochtigheid en kouden regen, die hen doet versterven, daerom moeten zy vroeg in den herfst en tot laet in de lente, in de matige serren of oranjehuizen verblyven; zy kunnen door afzetsels, inleggers en uitspruitsels, op lauwe broeibakken, onder het glas, in den heigrond vermenigvuldigd worden; de krachten van deze gewassen zyn my niet bekend.

SUIKERRIET, in 't fransch Canne d sucre, in 't latyn Saccharum, van Tournefort Arundo, en onder zyne 15° klasse, 3° sectie gesteld, der planten die met meeldraden bloeijen, door Jussieu onder de familie van de Grasplanten, en onder de 3e klasse van Linnaeus, Triandria digynia, planten die met drie helmstyltjes bloeijen en twee stampertjes hebben.

Het officineel Suikerriet (Saccharum officinarum van Linnaeus) is een rietgewas van de Indiën met rietpypen, door sponsachtig merg gevuld, die omtrent 5 of 6 centimeters dik in de ronde en wel 2 meters hoog groeijen, met lansvormige, gladde bladen aen de knopjes, bloeit met lange gebogene haertjes, die de bloemkelkjes vervangen, welke deze soort niet heeft.

Men heeft nog het Violet-Suikerriet (Saccharum officinarum violaceum) van de Indiën, en de Saccharum otahitens van Otahiti, in Amerika, waervan eenige planten voor de verandering der gewassen, uit liefhebbery, in de warme serren der Hoogeschool te Gent worden gekweekt. Deze kostelyke planten, die in de warme landen van Oosten West-Indiën natuerlyk groeijen, kunnen alhier door uitloopers en verminking der liddeelen, die men aen de knoopen afsnydt en in potten zet, met vette aerde gevuld, op belommerde warme broeibakken vermenigvuldigd worden; in het begin dikwils besproeid, vatten zy wel wortel. De Suikerrietplanten die van ouds in Azië, Syrië, Egypten en Arabië werden gekweekt, zyn eerst in de XIV° eeuw naer Napels en Sicilië overgevoerd, alwaer de inwoners die welhaest hebben voortgeplant en er groote voordeelen hebben uitgetrokken. In het jaer 1420, de prins Hendrik van Portugael dit bemerkende, heeft dit Suikerriet eerst naer Madera, Spaenje, Portugael en de Canarische eilanden overgezonden, van waer het welhaest naer St-Domingo, de Antillische eilanden en in andere warme gewesten van Zuid-Amerika werd verspreid en zyne natuerlyke luchtgesteldheid heeft gevat. Het schynt dat Spaenje weer den kweek van het Suikerriet gaet aenvangen, want men heeft sedert het jaer 1844 groote plantagiën in Andalousiën, Valence en Grenade aengelegd, alwaer het klimaet voor het Suikerriet zeer voordeelig schynt te wezen. De Franschen hebben sedert de overwinning van Algiers ook veel plantagiën in dit land geschikt, die door de regering begunstigd, niet zullen vertoeven eenen goeden uitval te bekomen. De Saccharum Ravennae van Linnaeus wordt inzonderlyk meest in Italië geplant en kan zeer wel de lucht van dit land wederstaen, terwyl het alhier in de oranjehuizen ook zeer goed aerdt. De Saccharum Alhazier is een langlevende heester-houtgewas, dat veel in Egypten wordt gekweekt, het bezit ook veel suiker en wordt om zyne magtige krachten in de medecynen gemengd, om den kwaden hoest en de langdurige vallingen te genezen, maer het suiker van de Canarische eilanden gaet voor de zoetheid alle andere suikers verre te boven en wordt by voorkeur in de medecynen gebruikt.

SUIKERWORTEL, in 't fransch Chervis, Gyrole, Berle, in

« VorigeDoorgaan »