Pagina-afbeeldingen
PDF
ePub

Sints achttien jaren dat ik den Belgischen Moerbeziënboomplanter en Zyworm-opvoeder heb begonnen, ben ik gedurig getuigen geweest dat er nog zeer veel kostelyke en voordeelige dingen in de natuer verborgen zyn, die men tot heden nog niet heeft ontdekt, maer welke, hoop ik, onze nakomelingen vlytig zullen opsporen, en alzoo tot nut der menschen in 't licht brengen. De geest van den mensch, die nog op den ondersten trap der wetenschap staet, is te bekrompen om zich een afgetrokken begrip als dat van een eenig Opperwezen is, te vormen, zoo het hem niet onmiddelyk door eene hoogere openbaring werd gegeven of kenbaer gemaekt; het waernemen der natuerverschynsels, die onafhankelyk van zynen wil op hem, deels eenen heilzamen, deels eenen nadeeligen invloed uitoefenen, zonder dat hy die kan dwingen en aen zichzelven dienstbaer maken, overtuigen hem dat er hoogere magten moeten bestaen van wier willekeur zyn lot afhankelyk is. Hy ziet den regelmatigen loop van zon, maen en sterren, en gevoelt de weldadige werking dezer hemelsche lichamen op hem en op het hem omringende dieren- en plantenryk. Al deze luchtverschynsels vervullen zyne ziel met dankbaerheid en verbaesdheid, hy hoort ook het rollen van den donder, het woeden der orkanen, de ruischen de baren van de zee, hy ziet derzelver vernielende kracht, den brandenden bliksem, hy gevoelt dat zyn geluk en bestaen van deze verschynsels afhangt, waertegen hy niet bekwaem is zich te verzetten, en angst en vrees bekruipen zyne ziel : zoo worden vrees en dankbaerheid de grondslagen zyner godsdienstige gevoelens, en deze geduchte natuerkrachten die zich aen zyne verbeelding als zooveel bezielde wezens vertoonen, tracht hy door gebeden en geschenken aen God, zich gunstig te maken, eensdeels om zyne zegenryke gunst over de vruchten en vee te verwerven of te blyven behouden, ander.deels ook om de gramschap van de Voorzienigheid te bewegen. De schepper des menschen heeft gewild dat alle kunsten en arbeid vruchten zullen voortbrengen; wy wandelen in eene heldere eeuw, zoo zullen onze nakomelingen voortwandelen, en denken dat God den mensch heeft in staet gesteld, om de donkerste zelfstandigheid uit den schoot der aerde te herscheppen, en de bron van al wat de natuer verborgen heeft, te ontdekken : .bergen en dalen, landen en zeeën zyn met schatten vervuld; zy zullen die niet voorbysnellen, zonder te denken dat dingen die men weinige jaren geleden onmogelyk zou hebben genoemd, nu bestaen; neen zy zullen niet ongevoelig voortgaen, zonder de schranderheid des menschen van deze eeuw te bewonderen, die den blooten waterdamp, een ydel niets, tot de kracht heeft verheven, welke alles in beweging zet, en den mensch op tien uren tyds honderd mylen verre brengt, maer wy moeten ook denken dat het zinnelyke en stoffelyke niet het eenige is waervoor wy leven; wy behooren rustpunten te zoeken, zelfs by het voortjagen, dat onzen tyd kenmerkt, wy behooren het hart tot de Voorzienigheid te verheffen, die alle deze krachten heeft in beweging gesteld, die alles overziet en het geheel onderhoudt, het zou ons dieper doen doordringen tot het innerlyk verband, in den samenhang van alles, het zou ons het evenwigt tusschen de verschillende krachten leeren aenzien en doen gevoelen hoe het kwaed het goed voortbrengt, het zou onze overtuiging verlevendigen, dat God ook hier tegenwoordig is. De mensch die in zyn jeugdig leven alles overziet, zal nog op het einde gevoelen door dagelyksche ondervinding, hoe bekrompen zyn vroeger vooruitzigt geweest is, hy zal gedurende den loop des levens hoogere dingen beschouwen, en ze naer den stand en aerd hunner wezenlyke waerde leeren schatten, en geheel anders de gewoone voorvallen des levens beoordeelen, welke in zyn eigen leven zich ten allen tyde vertoonen. De man welke nooit uit den beker des tegenspoeds heeft gedronken, en veilig op den stroom van wereldlyken voorspoed voortdryft, kan gemakkelyk zonder eenige bedenking met den stroom medevaren : maer als hy begint te zinken en ziet dat eenige anderen door hunne grondige navorschingen hem voorbyvaren, en hem eindelyk met zyne moeijelykheden alleen laten worstelen, dan ondergaen zyne gewaerwordingen jegens hen eene geheele verandering: hy heschouwt zichzelven als verongelukt, wordt eene prooi van den nyd, en beleedigt die hem voorbyvaren;

[ocr errors]

dit stoort de rust zyner ziel, hy laet overal zyne onvriendelykheid zien, en veracht die ook allen waermede hy in aenraking komt. Hoe ongerymd is de uitroep dien wy uit den mond van den ongelukkigen hooren, hoe meer dan ongerymd, zoo ligt geraekt te zyn, omdat eenige anderen hem hebben voorbygevaren. Het doet het harte zeer daeraen te denken, en te gevoelen hoe verre de goede en welwillende opzoekers, dikwils door den nyd van die onkundigen met hunne hekelschriften en beknibbelingen, zonder kennis te kort gedaen worden. Zulke schryvers kunnen toch van niemand voor vrienden worden gehouden, en zoo worden zy ook uit het gezellige verkeer door eenieder verstooten. Verre is het echter van myn oogmerk de grondige kritiek te vreezen, want geen menschelyk wezen kan te veel leeren, als de kring zyner kennis zich niet tot het kwade uitstrekt.

Al wat ik in dit werk heb geschreven, hoe onvolmaekt het ook zyn moge, heeft ten doel de waerde des land- en hovingbouws myner landgenooten te verheffen en hun huisselyk geluk te vermeerderen, daertoe schynt het my noodig dat de jongelingen, wier ouders weinig middelen bezitten en met moeite door de wereld komen, niet enkel tot ambachtsgasten worden opgevoed, maer ook tot nuttige land- en hovingbouwers, daer toch die staet niet voor vernederend in de hedendaegsche samenleving meer wordt aenzien, want alle beroepen zyn achtbaer en worden geacht, door de hoogte welke het onderwys bereikt heeft. Daer wy nu de volle overtuiging hebben dat de akkerbouwkunst de bron van welvaert voor den landman is, en denken alle bezonderheden hiertoe betrekkelyk bekend gemaekt te hebben, in eene tael die daeraen eigen en door de volkeren onzer landstreek meest gebruikt is, hoop ik dat ieder myn werk met genoegen zal lezen en er eenig voordeel uittrekken.

EINDE VAN HET VIERDE EN LAETSTE DEEL.

[ocr errors]

BESCHRYVING DER vooRNAEMSTE PLANTEN EN GEwASSEN, DIE IN BELGIE GROEIJEN EN GEKWEEKT WORDEN,

Achttiende Hoofdstuk. - S.

Bl.

Saffloers, wilde Saffraen, Bastaerd-Saffraen, Carthame, Safran bâ-
tard, Carthamus . . . . . . . . . . . . . 1
Saffraen, Safran, Crocus. . . . . . . . . . . . . 3
Salie, Saliekruid, Savie, Sauge, Salvia . . . . . . . 4
Sandelboom, Santal, Bois de Santal, Santalum . . . . . . 5
Sanikel, Wondkruid, Sanicle, Sanicula . . . . . . . . 6
Sanseviera, Sansevière . . . . . . . . . . . . 7
Sassefrasboom, Sassafras, Laurus sasssafras . . . . . 8

Savelboom, Zevenboom, Zavelboom, Sabine, Savinier, Juniperus sabina . . . . . . - - - - - - - - 9

Scharenkruid, Sikkelkruid, Sarrète, Serratula . . . . . . 10 Scharleiplant, italiaensche Doovenetel, Orvale, Ormin, Horminum. 11 Schildbloem, Galane, Chélone, Chelone . . . . . . . . 12 Schildkruid, wilde Kerse, Clypéole, Peltaria. . . . . . . 13

Schinus . . . . . . . . . . . . . . . . . 14 Schorpioensteert, Schorpioenkruid, Chenillette, Scorpiurus. . . Y)

Schorpioensteert, Wrattenkruid, Zonnewinde, Zonnebloem, Héliotrope, Heliotropium . . . . . . . . . . . . . 15

Schorpioen wortel, Doronique, Doronic, Doronicum . . . . . 16 Schurftkruid, Stoebe, Kwezelkens, Scabieuse, Scabiosa. . . . 18 Seldery, Selder, Céleri cultivé, Apium . . . . . . . . 19 Senegroen, Ingroen, Bugle, Ajuga. . . . . . . . . . 20 Sint Janskruid, Mansbloed, Sint Pieterskruid, Mille-pertuis, Hypericum. - - - - - - - - - - - - -

Serissa . . . . . . . . . . . . . . . . . . 21 Serpentstong, Pylkruid, Serpentskruid, Fléchière, Sagittaire, Langue de Serpent, Sagittaria . . . . . . . . . . 22

Seselikruid, Séséli, Seseli . . . . . . . . . . . . )) Sida . . . . . . . . . . . . . . . . . . 24 Silene, Silène . . . . . . . . . . . . . . . . J) Silphium . . . . . . . . . . . . . . . . . 25 Sint Antonius Laurier, Bastaerd-Wederik, Sint Antonius Teen

rys, Epilobe, Laurier saint Antoine, Osier de saint Antoine, Epilobium . . . . . . . . . . . . . . . . 26

Sint Joriskruid, Speerkruid, Baldriaen, Valeriaen, Valériane, Waleriana . . . . e e e e e e e

Slangenhoofd, Slangenkop, Wipérine, Echium . . e e e
Sleedoorn, Wegdoorn, Rynbeziën, wilde Pruimen, Nerprun,
Rhamnus - - - - - - - - - - - - - - - -
Sleutelbloem, Priembloem, Kalvertong, Primevère, Primula .
Smakboom, Sumakboom, Sumac, Rhus . . . . .
Smeerwortel, Walwortel, Consoude, Symphytum . . .

Sneeuwbloem, Sneeuwboom, Flocon de Neige, Chionante, Chionanthus. - - - - - - - - - - - - - -

Solandra . . . . . . . . . . . .
Sophora - - - - - - - - - - - - - - - -
Spaendonck (Van), Spaendoncéa, Spaendoncea . . . . .
Spaensche Klaver, Luzerne, Medicago. . . .
Spaensche Peper, Piment, Capsicum . . . . . .
Sparrmannia . . . . . . . . . . . . . . . .
Speenkruid, Klierkruid, Water-Helmkruid, Beekschuim, groot
Speenkruid, Scrophulaire, Scrophularia . . . . . . .
st: Speurkruid, Sporie, Spurrie, Spergule, Spargoute, Sper-
gula • • • • • • • • • • • • •
Sphaerolobium, Sphaerolobier . . . . .
Spigelia - - - - - - - - - - -
Spinagie, Epinard, Spinacia. . . . . . .
Spiraea, Druifjes-Wilge, Spirée e e-
Splitskruid, Corydale, Corydalis . . . . e
Sporkenboom, Pylhout, Bourdaine, Rhamnus . . . . . .
Standelkruid, Handekens, Kullekenskruid, Wywaterkruid, Orchis,

[merged small][ocr errors][ocr errors][ocr errors]

Satyrion, Limodore . . . . . . . .
Stapelia, Stapélie . . . . . . . e e e e e -

Steekpalm, Muisdoorn, Slagtersbezem, Alexandrische Laurier,
Fragon, Ruscus . . . . . . . . .

Steenbreek, Bevernel, Donderbaerd, Cassepierre, Saxifraga.
Steenklaver, witte Klaver, Treffle Mélilot, Trifolium.
Steenkruid, Alysse, Alyssum . . .
Steenlinde, Filaria, Phillyrea er e-
Steertmos, Poelmos, Charagne, Lustre, Chara.
Stekende Winde, Salsepareille, Smilax .
Stenanthera, Stenanthère. . . . . .
Steranys, Badiane, Anis étoilé, Illicium .

e e e

39 40 4 1 42 43

45 46

47 48 50 51

52 54

55 56 58 59

60 61 62 62

« VorigeDoorgaan »