Pagina-afbeeldingen
PDF
ePub

maer velen van de andere soorten worden gebruikt voor verwen te maken.

SMEERWORTEL, Walwortel, in 't fransch Consoude, in het latyn Symphytum, is onder de 2° klasse, 4e sectie der trechtervormige bloemplanten van Tournefort gesteld; door Jussieu onder de familie van de Bernagieplanten, en onder de 5e klasse van Linnaeus, Pentandria monogynia, planten die met vyf meeldraedjes bloemen en maer één stampertje hebben.

De heilzame Smeerwortel of Walwortel (Symphytum officinale van Linnaeus) is eene langlevende kruidplant van Europa, die in België aen de kanten der grachten en wallen wast, met tamelyk dikke, zwartachtige wortels, die van binnen witachtig zyn, en met eironde, lansvormige, ruwe bladen, die op de stengels verdeeld zyn; deze plant bloeit alhier meest van juny tot in july, met purperachtige bloemen, die buikachtig en als pypjes gerold zyn, rond den boord gesloten en priemvormige bloemstralen, die lansvormig en elsachtig geschikt zyn. Men vindt verscheidene medesoorten van die Walwortels, die met witte bloemen bloeijen en ook witte wortels hebben.

De Smeerwortels zyn van over zeer oude tyden om hunne heilzame deugden in de geneesmiddels bekend; zy werden voordezen Consolida major genoemd en van sommigen groote Walwortels (Symphytum majus); in Engeland worden zy Ezelsooren geheeten, omdat de onderste bladen aen de oor van eenen ezel gelyken, en Smeerwortels genoemd, omdat de wortels een smerig vet bezitten. Die wortels gekneusd of geschreept en op eenen linnen doek plaestergewys op de steenzweren of vurige gezwellen gelegd, doen die openbreken en zuiver genezen. Met boonmeel gemengd en papgewys op de gescheurdheid van kinderen of groote menschen gelegd, doen zy die spoedig genezen; zy zyn ook zeer krachtig in de zoete melk gekookt of door afkooksel met suiker of honig bereid, om degenen die bloedspuwen te genezen, en zeer dienstig om de zweringen en zeeren der longer en den hoest te verhelpen, zy ruimen en lossen de fluimen. Er wordt by de apothekers met die wortels eene syroop bereid, door ze met honig en suiker te mengen, die voor de borstkwalen - wordt gebruikt, ook den vloed der vrouwen stelpt en goed is om de bewerking der spieren en vezels te herstellen en terende menschen te genezen. De landlieden koken die wortels en mengen dit kooksel met zoet verkensvet, om de gescheurdheid hunner jonge kinderen te genezen. Deze gewassen kunnen door het zaed, dat zy genoeg geven, en door wortelscheiding vermenigvuldigd worden en zaeijen ook veel zichzelven.

SNEEUWBLOEM, Sneeuwboom, in 't fransch Flocon de Weige, Chionante, in 't latyn Chionanthus, is door Jussieu onder de familie van den Jasmynboom gesteld, en onder de 2e klasse van Linnaeus, Diandria monogynia, planten die met twee helmstyltjes bloemen en maer één stampertje hebben. •

De Sneeuwbloem (Chionanthus virginica van Linnaeus) is een langlevend heester-houtgewas van Virginië en Noord-Amerika, dat alhier in de lusthoven wordt geplant, en in struiken getakkeld groeit, met groote, tegenovergestelde, eironde en schoone groene bladen, bloeit hier meest in juny, met okselachtige slappe bloemtrosjes en zeer veel witte bloempjes, die tusschen de andere groene plantgewassen de lusthoven schoon versieren en purperachtige vruchten met gestreepte kerntjes gevuld voortbrengen. Deze plant wilt in ons klimaet in vochtigen goeden grond en op belommerde plaetsen wel aerden, en kan door inleggers, die maer het tweede jaer wortel vatten en nadien van de moederplant afgescheiden worden, en door het zaed of kerns der vruchten in de planthuizen op teilen vermenigvuldigd worden, maer de jonge planten moeten eerst twee of drie jaren 's winters in de oranjery verblyven. Deze heestergewassen worden heden veel van sommige liefhebbers op Esschenboom-stammen en Overesschen geënt , waerop zy zeer wel treffen.

SOLANDRA, in 't fransch Solandra, in 't latyn Solandra, is door Jussieu onder de familie van de Nachtschadeplanten gesteld, en onder de 5° klasse van Linnaeus, Pentandria monogynia, planten die met vyf meeldraedjes bloemen en maer één stampertje De Solandra met groote bloemen (Solandra grandiflora van Curtis Botanical Mag.) is een langlevend heester-boomgewas van de Antillische eilanden, dat zeer getakkeld, omtrent 3 of 4 meters lang groeit, met windende ranken en groote, eironde, langwerpige bladen, bloeit alhier meest in de warme serren van in mei, met zeer schoone klokvormige bloemen, die van binnen purper en langs buiten groen gestreept zyn, eenen zoeten aengenamen geur verspreiden en vruchten voortbrengen die de grootte van een ei verkrygen en den smaek van de Komkommers inhouden.

hebben.

Onze bloemisten hebben van de Indiën de volgende soorten bekomen : de Solandra guttata, multiflora, floribunda, die met allerschoonste bloemen bloeijen. Deze planten moeten in de warme serren gekweekt zyn, en kunnen door het zaed en afzetsels vermenigvuldigd worden.

Linnaeus maekt ook melding van eenen Solandra lobata, van de Kaep afkomstig, dien hy onder de 16° klasse, Monadelphia polyandria, heeft gesteld, welke veel gelykenis met de Wapaea heeft en door Jussieu onder de familie van de Maluweplanten wordt gesteld.

SOPHORA, in 't fransch Sophora, in 't latyn Sophora, is door Jussieu onder de familie der boomen die peulvruchten dragen gesteld, en onder de 10 klasse van Linnaeus, Decandria monogynia, planten die met tien meeldraedjes bloemen en maer één stampertje hebben. -

De Sophora japonica of Sophora alopecuroïdes van Linnaeus, die in het land zyner afkomst tamelyk groot wast, maer alhier, door uitloopers en inleggers vermenigvuldigd, een heestergewas blyft, groeit met schoone, groene schors, zwakke, zeer lieflyk versierende takjes en veel bladstelen met gevleugelde schoone groene bladen, bloeit meest in july, met trosjes en witachtige bloemen.

De Sophora tetraptera van den Hortus Kew., is een heesterhoutgewas van Ceilan, en de Sophora macrophylla van den Hort. Kew., komt van Nieuw-Holland, beiden bloeijen alhier in mei, met schoone trosjes en lieflyke gele bloemen, maer kunnen in ons klimaet maer omtrent 12 graden koude wederstaen. Er zyn heden twee medesoorten van den japanschen Sophora, de Sophora variegata en de Sophora pendula, de eene met panacheerde bladen en de tweede met zeer lieflyke hangende takken, die zeer schoon zyn om in de lusttuinen te planten. De Sophora tinctoria van Linnaeus, is een langlevend boomgewas, dat veel in Virginië groeit, met ronde bladstelen, donkergroene, steellooze, gladde bladen, starrige steelschubbetjes en eene verw inhoudt. *, * * * De heer Martius, van Munich, die eene reis naer Bresilië heeft gedaen, verhaelt dat hy aldaer van die Sophoras heeft bemerkt, waeruit, als men er 's avonds by donker in snydt, een sap vloeit, dat een blauwachtig licht geeft, dat het sap van al die gewassen eene lichtgevende stoffe bezit en men uit die boomen eene goede phosphorusstoffe kan trekken. De peulvruchten worden veel gebruikt om de pluimgedierten te voeden.

SPAENDONCK (VAN), in 't fransch Spaendoncéa, in 't latyn Spaendoncea, is door Jussieu onder de familie van de boomen die peulvruchten dragen gesteld, en onder de 10 klasse van Linnaeus, Decandria monogynia, planten die met tien meeldraedjes bloemen en maer één stampertje hebben.

De Van Spaendonckboom met Tamarindebladen (Spaendoncea tamarindifolia van Desfontaines) is een langlevend heesterboomgewas van Abyssinië, in Afrika, dat met schoone takken groeit, en bladstelen met altoosblyvende bladen zeer lommerryk . versierd, bloeit meest van september tot in october, met schoone witte, breede bloemen, die een helder roozekleur verkrygen.

Deze schoone bevallige plant is door den vermaerden kruidkenner en hoogleeraer Desfontaines aen den wydberoemden belgischen bloemschilder Van Spaendonck opgedragen, en heeft alzoo den naem van Spaendoncea verkregen. Dit heestergewas kan in de vrye lucht onze koude winters niet wederstaen, moet alhier in de planthuizen bevryd zyn, en wordt op lauwe broeibakken onder het glas, in den heigrond gezaeid; het eerste jaer moet zy 's winters in de matige serre verblyven en de volgende jaren in de oranjery worden gekweekt, zy kan ook door aftelsels op warme bakken vermenigvuldigd worden.

SPAENSCHE KLAVER, in 't fransch Luzerne, in 't latyn Medicago, is onder de 10 klasse, 4° sectie van Tournefort gesteld, der planten die vlindervormige bloemen dragen, door Jussieu onder de familie van de peulvruchtdragende planten, en onder de 17° klasse van Linnaeus, Diadelphia decandria, tweebroederigen, planten welker meeldraedjes, veranderlyk in gelal, door hunne helmdraden tot twee afzonderlyke lichamen zyn samengegroeid, en tien stampertjes hebben.

De tamme Spaensche Klaver (Medicago sativa van Linnaeus) is eene langlevende plant van Europa, die in België en elders in de meerschen en velden wordt gezaeid, en met gladde, regte stengels en veel groene blaedjes aen de knoopjes verdeeld groeit, bloeit met trosjes op de stelen en violetachtige bloemen, er zyn ook medesoorten die blauwachtige bloempjes dragen.

De zeissenvormige Spaensche Klaver (Medicago falcata van

Linnaeus) is eene langlevende kruidplant, die in België, Spaenje, Frankryk, enz., in de drooge meerschen en velden wordt gezaeid, en groeit met gebogene stengels en groene verdeelde bladen; bloeit met trosjes en gele bloempjes, die halve maenvormige peulvruchtjes voortbrengen. De bloemen van deze Klavers zyn aen de biën zeer aengenaem, bezitten de krachten van de Beemd-Klavers en worden groen en droog gebruikt om de kruidetende dieren te voeden, men maeit die af als zy in haren vollen bloei zyn en al hare nuttige voedzame krachten bezitten. De Spaensche Klavers op tyds van alle onkruid gezuiverd, de ydele plaetsen met jonge planten aengevuld en met vette aerde of assche en kalk bestrooid, kunnen wel 8 jaren lang twee of drie mael 's jaers afgemaeid worden; zy verschaffen aen de peerden en koeijen een goed voedsel, en doen deze laetsten veel melk en goede boter geven.

Men vindt ook den Spaenschen Klaverboom (Medicago arborea van Linnaeus), die in Azië, Italië en andere warme landen natuerIyk groeit, maer hier 's winters in de planthuizen wordt bevryd; dit heesterachtig houtgewas groeit met driebladige kleine blaedjes,

« VorigeDoorgaan »