Pagina-afbeeldingen
PDF
ePub

stengels, wel 1 meter hoog wast, en met lansvormige, gewolde bladen, bloeit alhier meest van juny tot in augusty, met blauwachtige rooskleurige bloemen. Men kweekt alhier den Echium strictum van Linnaeus, die van Tenerife oorspronkelyk is; den Echium candicans van Linnaeus, een langlevend houtachtig kruidgewas van Madera, en den Echium giganteum van de Canarische eilanden, met helder blauwe en rooskleurige bloemen, volgens de medesoorten. Deze planten moeten 's winters in de oranjehuizen bevryd zyn en kunnen door het zaed vermenigvuldigd worden. Het gemeen Slangenhoofd (Echium vulgare van Linnaeus) is eene tweejarige plant, die in België en elders op drooge plaetsen in de velden groeit, en ook aen de wegen en kanten der bosschen wast, met geknobbelde, ruwe, harige stengels en langwerpige, lansvormige bladen, met haertjes bekleed, bloeit meest in july, met zydelingsche aren op de toppen en blauwachtige bloemen, die somtyds witachtig of purper en rooskleurig gespikkeld zyn. Deze plant werd voordezen in de geneesmiddelen gemengd en als borstverzachtend middel gebruikt. Er werd ook uit de bloemen een water gedistilleerd en conserve van gemaekt, om het hart te versterken, het bloed te zuiveren en de brandende koortsen te verzachten, en het zaed met wyn of melk gekookt en gedronken, om in de vrouwenborsten veel melk te doen komen. Deze plant, die eene schoone blauwe verw bezit, wordt in Italië, Zuid-Frankryk en elders vergaderd, en met mondhout en levenden kalk door de kunstscheiding bereid, om alle slach van stoffen blauw mede te verwen.

SLEEDOORN, Wegdoorn, Rynbeziën, wilde Pruimen, in het fransch Werprun, in 't latyn Rhamnus, van Tournefort Rhamnus, Frangula, Alaternus, Zizyphus, Paliurus, door Jussieu onder de familie van de Wegdoorns gesteld, en onder de 5e klasse van Linnaeus, Pentandria monogynia, boomen die met vyf stofdraden bloemen en maer éen stampertje hebben. De buikzuiverende Slee- of Wegdoorn (Rhamnus catharticus van Linnaeus) is een langlevend heester-boomgewas van Europa, dat veel in België aen de wegen, hagen en bosschen groeit, met regte takken, door doorns bekleed, en eironde bladen, bloeit in mei met witte bloemen, die in october zwartachtige vruchten voortbrengen, welke in november rypen, eenen zuer sappigen smaek inhouden en een buikzuiverend middel bezitten. De verwende Sleedoorn (Rhamnus infectorius van Linnaeus) is een langlevend heester-boomgewas van Zuid-Europa, het groeit met omgekeerden getakkelden slam, van boven met doorns overspreid, en met eironde bladen, die van onder wit zyn gewold: bloeit in april, met vier bloembladen in de kelken, die eenen drinkbeker zonder landen vormen. De Rynbezieboom (Rhamnus alpinus), van de alpische gebergten, wast zonder doorns, en heeft doorzigtige bladen. De Alaternus-Sleedoorn (Rhamnus alaternus van Linnaeus) is een langlevende boom van Zuid-Frankryk, die alhier wel 3 meters hoog wast, zeer getakkeld, met kleine, eironde, dikke, groenblinkende bladen en getande boorden, bloeit van maerte tot in mei, met schoone bloemtrosjes en groenachtige bloemen, die de lusthoven zeer versieren. De Sleedoorn met smalle bladen (Rhamnus alaternus angustifolius) en de Rhamnus alaternus hispanicus, van Spaenje, groejen met langs onder witte bladen. De medesoorten van die heestergewassen zyn de Rhamnus alaternus variegatus, die gepanacheerde bladen draegt, de R. A. alba variegatus, de R. A. aurea variegatus en de R. A. maculatus, die ook met gevlekte, geschakeerde bladen groeijen, in de lusthoven tot versiering geplant en door het kernzaed en uitloopers vermenigvuldigd worden. De Rhamnus infectorius en de Rhamnus sawitilis van Linnaeus, die zeer klein en heestergewys in Zuid-Frankryk groeijen, zyn onder den naem van Verwers Wegdoorns bekend. De beriën van deze twee planten worden in den herfst vergaderd, om de zyde en andere stoffen mede te verwen, waeraen zy een vast geel kleur geven. Die verw wordt ook van de fynschilders gebruikt. De beziën van den Rhamnus catharticus en van den Rhamnus alaternus maculatus, die in België en elders groeijen, worden als IV. - - 3

een krachtig buikzuiverend middel in de medecynen gebruikt. In sommige landen bedienen veel menschen zich van die beziën, om hun lichaem te zuiveren, maer te veel daervan ingenomen, kan kwade gevolgen veroorzaken en den buikloop verwekken. Het sap van die beziën wordt by de apothekers met syroop bereid en door de doctors in de medecynen voorgeschreven; het bezit eene samentrekkende kracht. Die beziën worden in Frankryk ook veel in den wyn geworpen, om hem klaer en helder te maken.

SLEUTELBLOEM, Priembloem, Kalvertong, in 't fransch Primevére, in 't latyn Primula, door Tournefort Primula veris, Auricula ursis genoemd, en onder zyne 2e klasse, 2° sectie der trechtervormige bloemplanten gesteld; door Jussieu onder de familie van de Wederikplanten, en onder de 5e klasse van Linnaeus, Pentandria monogynia, planten die met vyf stuifdraden bloemen en maer één stampertje hebben. * * * ,, De Sleutelbloem (Primula veris van Linnaeus) is alhier van eenieder gekend, en groeit meest in de vochtige bosschen, meerschen en elders op belommerde plaetsen, met veel ruwe, getande bladen aen de wortels, die aen de kalfstongen gelyken, met het beginne van april spruiten er schachtjes uit, die somtyds maer 10 of 15 centimeters hoog wassen, en van april tot in mei gele bloemen op de stelen dragen, die eenen aengenamen geur verspreiden. Men heeft door het zaed veel verscheidene medesoorten verkregen, die met zeer lieflyke rooskleurige, roode, witte en andere gespikkelde bloemen bloeijen.

De Sleutelbloem met groote bloemen (Primula grandiflora), groeit ook in België op sommige plaetsen in 't wilde, met eironde, langwerpige bladen aen de wortels, waeruit meest in april verscheidene schachtjes spruiten, die korter dan de bladen groeijen, en meest op het einde van april zeer lieflyke groote bloemen dragen, die verscheidene schoone kleuren hebben. , "

Men heeft door het zaed en het vruchtbaer maken van die bloemen met de stuifdraedjes der Beerenooren en van andere bloemen veel verschillig gekleurde bloemen verkregen, waeronder schoone dubbele zyn, die de bloemhoven in de lente zeer versieren.

De Sleutelbloemen zyn droog van aerd; het water waerin de wortels gezoden zyn, wordt veel gebruikt van degenen die met den steen in de nieren of blaes gekweld zyn, en het sap der bladen wordt zeer nuttelyk gegeven aen die welke van binnen of buiten eenig lid gescheurd of verstuikt hebben. De vrouwen van Italië laten die bloemen in witten wyn weeken, en wasschen er 's morgens en 's avonds haer aengezigt mede, hetgeen het vel blinkend maekt en de rimpelen en fronselen van het aenzigt wegneemt.

SMAKBOOM, Sumakboom, in 't fransch Sumac, in 't latyn Rhus, door Tournefort Rhus tovicodendron cotinus genoemd, is door Jussieu onder de familie van de Terpentynboomen gesteld, en onder de 5° klasse van Linnaeus, Pentandria trigynia, boomen die met vyf meeldraedjes bloemen en drie stampertjes hebben. Men vindt heden 26 soorten van die boomen, die in België, Frankryk, Italië, Spaenje, Griekenland en elders natuerlyk op de gebergten en in de bosschen groeijen, en alhier in de lusthoven tot versiering worden geplant. De Koorts-Smakboom (Rhus typhina van Linnaeus) is een langlevend heester-boomgewas van Virginië, dat in de lusthoven wordt geplant, en met zeer lange, uitgebreide wortels, in boomkens groeit, omtrent 2 meters hoog, getakkeld, met bladstelen en gevleugelde bladen, die lansvormig aen de bladstelen in 12 of 14 blaedjes verdeeld zyn; bloeit in den zomer, met trosvormige, groene grappen, die, nadat de bladen vallen, een schoon rood amaranthekleur verkrygen en geheel den winter de takken verSIGTell, De gele verw Smakboom (Rhus cotinus van Linnaeus) is een langlevend heester-boomgewas van Italië, dat in struiken, getakkeld groeit, met lange bladstelen en enkele, eironde bladen, en trosvormig bloeit, met veel witte bloempjes, die in den herfst een rood kleur verkrygen. Dit houtgewas bezit eene schoone gele verw; het wordt bezonderlyk in Italië, Zuid-Frankryk en elders geplant, het hout op de wyze van den Meekrap gemalen en door de verwers van zyde en andere stoffen gebruikt.

De Leertouwers-Smakboom (Rhus coriaria van Linnaeus) van Europa, groeit in België, Spaenje, Italië en elders, wel 3 of 4 meters hoog, met ruwe bladstelen en gevleugelde bladen, die aen de Olmbladen gelyken, eerst geel-groen zyn en in den herfst een purper kleur verkrygen, bloeit in july, met trosvormige, ineengedrongene, groenachtige bloempjes. De Rhus vernia van Linnaeus, van Noord-Amerika en Japan, de Rhus capallina, - tovicodendron, - radicans van Linnaeus, ook van Amerika, worden hier en elders in de lusthoven geplant. De welriekende Smakboom (Rhus suaveolens van den Hortus Kew.) van Amerika en de Rhus glabra worden ook alhier geplant. De Rhus tomentosa, - viminalis, - lucida van den Hortus Kew., die van de Kaep oorspronkelyk zyn, moeten 's winters in de planthuizen bevryd worden. Al deze boomgewassen bezitten veel runne en verw, en worden bezonderlyk van de leertouwers gebruikt om het leer te bereiden; de jonge wortels, schors en takken, die jaerlyks uit de wortels spruiten, worden by den grond afgesneden, gedroogd, vervolgens klein gemalen en gebruikt om het spaensch marokyn leder, dat zoo vermaerd is, te bereiden, waertoe dit veel beter is dan de schors van den Eikenboom. De Smakboom of Vergiftboom (Rhus tovicodendron van Linnaeus) is een langlevend heester-houtgewas van Virginië en Canada, dat omtrent 1 1/2 meter hoog groeit, met drievoudige bladen, die ovael, hoekig, ingesneden en wollig zyn. Het hout en al de deelen van deze plant worden voor zeer vergiftig gehouden, zoo in 't behandelen als by het bewerken en het branden. Derhalve wordt dit gewas nergens voor gebruikt en heden uit de bloemtuinen verworpen, daer het toch door zyne groenachtige bloemen, die zich in july openen, zeer weinig glans verschaft. Van al deze gemelde planten is het maer de gemeene Smakboom (Rhus radicans van Linnaeus), die veel in Canada groeit, welks bladen tot geneesmiddelen kunnen dienen, en nog moeten die met voorzigtigheid door eenen ervaren geneesheer voorgeschreven worden;

« VorigeDoorgaan »