Pagina-afbeeldingen
PDF
ePub

neer de vliegen of andere ongedierten zich daerop nederzetten, verheffen zich de haertjes door de beweging, doorkruisen zich met die der andere zyde, en vormen alzoo een slach van net, waeronder de vliegen gevangen blyven en door de hitte der haertjes en het slymachtig vocht spoedig sterven. Men kan uit den Zonnedauw met lange bladen, door het distilleren in het water, eene schoone blinkende gele verw trekken, die wordt gebruikt om stoffen te verwen.

ZOUTKRUID, Weedasch, in 't fransch Soude, in 't latyn Salsola, door Tournefort Kali genoemd, is door Jussieu onder de familie van de Melde gesteld, en onder de 5e klasse van Linnaeus, Pentandria digynia, planten die met vyf meeldraedjes bloemen en twee stampertjes hebben. Men vindt 16 soorten van deze plant, waervan er enkelyk vier dienen om assche te maken, die in de fabrieken en by de apothekers wordt gebruikt, en welke in de hoven en velden worden gezaeid. Het Hof-Zoutkruid (Salsola sativa van Linnaeus) is eene éénjarige plant van Spaenje, die met korte, bolronde, gladde bladen en getakkelde stengels, omtrent 50 of 60 centimeters hoog groeit, bloeit op de toppen, met vyf bloembladen in de kelken, zonder bloemkransen, en brengt zaedhuisjes met veel geschelpte zaedjes voort. Deze plant wordt veel in Spaenje, aen de kusten van de Middellandsche Zee, alle jaren vroeg in de lente, in de velden gezaeid, en brengt de meeste en de beste weedassche (souda) voort, die in den handel gebruikt wordt, zy is voor de inwoners van de zuidelyke deelen van Spaenje, bezonderlyk in de landstreken van Alicante, eene bron van rykdom. Het gemeen Zoutkruid (Salsola soda van Linnaeus) is eene éénjarige kruidplant van Zuid-Europa, die met lange bladen en regte, roodblinkende en getakkelde stengels, wel omtrent 70 centimeters hoog groeit, met steellooze smalle bladen aen de stengels verspreid, bloeit met kleine donkere okselbloempjes, die ronde zaedhuisjes met veel zwarte zaedjes gevuld, voortbrengen. Deze soort van Zoutkruid groeit natuerlyk in de warme landen, aen de kanten der Middellandsche Zee, wordt veel in Zuid-Frankryk en Languedoc, aen de boorden der vyvers en loopende waters, alle jaren vroeg in de lente gezaeid, en verschaft eenen grooten opbrengst aen de kweekers; men gebruikt de vruchten om 's winters het vee te voeden, en van het overige wordt er assche gemaekt, die voor zeer goed loogzout (alcoline) is geacht.

De Salsola Kali en Salsola Tragus van Linnaeus, zyn éénjarige kruidplanten van Zuid-Europa, die veel in het wilde aen de kanten der Middellandsche Zee wassen, met stengels en doornachtige ruwe bladen, zy worden door de inwoners van de zeekusten vergaderd om loogzout van te maken, welk door den handel naer vreemde landen verzonden wordt, om door de artsenybereiders in de geneesmiddelen te vermengen. Het is gemeenlyk met het begin van september dat de kweekers die kruiden afsnyden, welke na eenige dagen te velde gedroogd te zyn, op breede yzeren roosters worden gebrand, en koud geworden zynde, harde klompen vormen, die in stukken gebroken, door den koophandel verzonden worden. Dit loogzout (alcali) wordt inzonderlyk gebruikt in de glas- en kristaelgieteryen, door de verwers en zeepzieders, de kunstscheiders hebben er een groot voordeel weten uit te trekken en er verscheidene namen aen toegebragt; het wordt in de medecynen voor een bezonder middel gebruikt, alsook het zuerzout en het zwavelzuer van de weedassche, maer moet door eenen ervaren doctor voorschreven worden, want het kruid alleen is zeer heet en droog van kracht, en de gebrande assche is nog veel heeter en drooger, tot in den vierden graed : een weinig van dit kruid ingenomen, purgeert, lost de pisse en verwekt de maendstonden, maer als men er te veel van neemt, kan het doodelyk wezen.

ZURKEL, Hofzurkel, Peerdik, Patientiekruid, Peerdezurkel, in 't fransch Oseille, Patience, in 't latyn Rumer, van Tournefort Acetosa lapathum genoemd, en onder zyne 15e klasse, 2° sectie gesteld, der bloembladlooze planten die met meeldraedjes bloeijen; door Jussieu onder de familie van de veelhoekige planten, zoo als de Boekweit, en onder de 6e klasse van Linnaeus, Hexandria trigynia, planten die met zes meeldraedjes bloeijen en drie stampertjes hebben. w * De Hofzurkel of Patientiekruid (Rumer patientia van Linnaeus) is eene langlevende kruidplant van Europa, die in België in de moeshoven wordt gekweekt, en met langwerpige, eironde bladen groeit en stengels, waerop het tweede jaer bloembladlooze klapvliesjes bloeijen. Men vindt eenige medesoorten van deze Hofzurkel, die op de stelen groote, langwerpige, bleekgroene bladen dragen, en men kan door het zaeijen, dat alhier in mei wordt verrigt, veel medesoorten bekomen. De roode Zurkel of Drakenbloed (Rumear sanguineus van Linnaeus) is eene langlevende kruidplant van Europa, die in België in de vochtige meerschen wast, en ook in de kruidhoven wordt geplant, groeit met hartvormige, puntige bladen, die met aders rood gevlekt zyn on veel rood sap inhouden, bloeit op de toppen der stengels, met tweeslachtige bloempjes en geheele klapvliesjes, waervan enkelyk één zaed voortbrengt. De Peerdezurkel (Rumer acutus van Linnaeus) is eene langlevende kruidplant van Europa, die in België veel in de vochtige meerschen en elders in vette gronden groeit, met dikke, geelachtige wortels en groote, langwerpige, hartvormige, scherpe bladen, de bloempjes zyn ook tweeslachtig en bloeijen meest ongelyk met getande klapvliesjes. De Waterzurkel (Rumer aquaticus van Linnaeus) groeit in België, aen de kanten der staende en loopende waters, met langlevende wortels en groote, gladde, donkergroene, hartvormige, langwerpige bladen, bloeit op de stengels met tweeslachtige bloempjes en klapvliesjes, waervan de zaedjes met pluimbosjes bekroond zyn. De Zeezurkel (Rumer maritimus) groeit in België, aen de Schelde en zeekanten, met lynvormige bladen, en bloeit met getande klapvliesjes. De wilde Zurkel (Rumer acetosa van Linnaeus) groeit in België, in de meerschen, met pylvormige, langwerpige bladen, en bloeit meest in mei met roodachtige bloempjes, die tweehuizig zyn en bloote klapvliesjes hebben.

De Schaepzurkel (Rumer acetosella van Linnaeus) is eene kleine langlevende kruidplant, die in België ten alle kanten in de drooge landen en velden groeit, met lans- en spiesvormige bladen, bloeit meest in mei op de stengels, met roodachtige groene bloempjes, die bloote klapvliesjes hebben.

De Zurkel met ineen gekrompene bladen (Rumex crispus) is een langlevend kruid, dat in België in de vochtige meerschen groeit, met lansvormige, scherpe en fyn gevlamde bladen, bloeit in den zomer met klapvliesjes en zaedjes.

De Boschzurkel (Rumev nemolapathum van Linnaeus) groeit in België, Engeland en Duitschland, in de bosschen, met hartvormige en lansvormige bladen, die van boven aen de stengels fyn lancetvormig zyn gevlamd, bloeit met geheele, lynvormige klapvliesjes, die ringwyze aen de getakkelde stengels zyn geschikt en veel zaedjes voortbrengen.

De gevlamde Zurkel (Rumer undulatus van Desfontaines) is eene langlevende kruidplant van Siberië, die alhier in de kruidhoven wordt geplant. De Moeraszurkel (Rumer hydrolapathum van den Hortus Kew.) groeit meest in Engeland, in de moerassen en vochtige meerschen.

De zwitsersche Zurkel (Rumev alpinus) groeit veel in de alpische gebergten, en wordt ook in België, in de omstreken van de Ardennen gevonden, groeit met plompe, hartvormige, geribde bladen, en bloeit op de topjes der stengels met bloote klapvliesjes, de bloempjes zyn tweeslachtig. Men bemerkt deze plant om hare dikke wortels en groote, lange, bleekgroene, geribde bladen, zy gelykt zeer wel aen de Rabarber, en wordt alhier in de kruidhoven geplant, alwaer zy eenen grooten struik maekt.

Al de Zurkelplanten hebben eene verkoelende eigenschap: de bladen gezoden, in de voorspyzen of met moeskruid ingenomen, maken den buik week en verwekken eenen zachten kamergang, gedroogd hebben zy ook eene samentrekkende kracht, en zyn zeer gezond geacht voor menschen en kruidetende dieren : inzonderlyk de bladen van de Hofzurkel of Patientiekruid (Ramet patientia) worden meest voor de menschen bereid en met andere moeskruiden geëten; zy zyn zeer dienstig voor verhitte magen en voor die met het scheurbuik zyn gekweld, verwekken den eetlust, verzachten den brand in de vurige en heete koortsen, zuiveren het bloed en stelpen den dorst, als zy in gekernde melk gezoden worden. Het zaed gestooten en in rooden wyn genomen, stopt den buikloop en geneest het rood melizoen; de Hofzurkel met wyn gekookt, is ook zeer dienstig om het schurft en de krauwagie mede te wasschen, maer in dergelyke kwalen wordt de Schaepzurkel by voorkeur gebruikt : de Drakenbloed-Zurkel bezit ook dezelfde krachten. Het Zurkelsap is zeer nuttig om by velerlei spyzen en dranken te doen, aen welke het eenen aengenamen smaek verschaft. De Hofzurkel kan in mei door het zaed, waeruit men veel medesoorten kan bekomen, vermenigvuldigd worden, maer wordt meest door struikscheiding alle twee of drie jaren voortgekweekt en verplant : om lang te duren, mag men die planten geen zaed laten dragen, maer wel op tyd afsnyden. De Hofzurkel kan op de wyze van de Porseleine opgelegd worden, om 's winters in de keuken

te gebruiken.

ZWALUWWORTEL, Venyndwang, in 't fransch Domptevenin, Asclepiade, in 't latyn Asclepias, is onder de 1e klasse, 5" sectie van Tournefort gesteld, der klokvormige bloemplanten, door Jussieu onder de familie van de Hondendood-planten, en onder de 5e klasse van Linnaeus, Pentandria digynia, planten die met vyf meeldraedjes bloemen en twee stampertjes hebben.

Men vindt heden veel soorten van deze planten, welke van Amerika en uit de Indiën alhier zyn overgevoerd en om hare schoone bloemen gekweekt worden. De Zwaluwwortels die aen onze luchtgesteldheid kunnen wederstaen, zyn de volgende :

De Zwaluwwortel van Syriën (Asclepias syriaca van Linnaeus) is eene langlevende kruidplant, die van Noord-Amerika in Europa is overgevoerd, en groeit met kruipende, gevezelde wortelen en veel regtslaende katoenachtige stengels, omtrent 1 meter en half hoog, die alle jaren 's winters verdorren en met de lente op nieuw uit de wortels spruiten, wast met ovale, lansvormige, overeenstaende, dikke bladen, die zeer zacht by het aenranden zyn, en

« VorigeDoorgaan »