Pagina-afbeeldingen
PDF
ePub

Wondelghem op den 4 april 1845 zyn gebeurd, toe te schryven zyn aen Wolfswortels die in genever waren geweekt, en dat die drie ongelukkige menschen, waervan de dagbladen melding hebben gemaekt, vergeven zyn met dit sap te drinken. De geschakeerde Wolfswortel (Aconitum variegatum) is waerschynlyk eene medesoort van den voormelden; hy bloeit alhier meest in augusty, met blauwe en wit geschakeerde bloembladen, die zeer lieflyk de bloemtuinen versieren, en waervan men door het zaed nog eene medesoort heeft verkregen, die met blauwe amethiste of porseleinkleurige bloemen in july bloeit. De Wolfswortel met groote bloemen (Aconitum camarum van Linnaeus) is eene langlevende kruidplant van Styrië, die alhier in de kruidhoven wordt gekweekt, bloeit van july tot in september, met blauwe roodachtige bloemen, die vyf stampertjes hebben. De Wolvendood-Wolfswortel (Aconitum lycoctonum van Linnaeus) is eene langlevende kruidplant van de Alpische gebergten; groeit met stengels en handvormige gewolde bladen, die byna altoos glad zyn; bloeit meest in july, met gele bloemen, waeruit men door het zaed medesoorten met hooggele bloemen heeft bekomen. Deze Wolfsdoodwortels, die voor menschen, tamme en wilde dieren zeer doodelyk zyn, worden van de inwoners der Alpische gebergten en elders door de wolvenjagers in het rauw vleesch gesteken en de wolven voorgeworpen, en als zy en andere wilde dieren daervan eten, sterven zy terstond. De Wolfswortel (Aconitum anthora van Linnaeus) groeit in de Pyrenesche gebergten. De Wolfswortel (Aconitum ochroleucum van Willdenow) is van Siberië, en de Aconitum uncinatum is van Noord-Amerika, zy worden alhier in de bloemtuinen geplant. Al deze Wolfswortels, die min of meer vergift inhouden, worden door het zaed en wortelscheiding vermenigvuldigd.

WOLLEGRAS, Mattengras, in 't fransch Linaigrette, in het latyn Eriophorum, door Tournefort Linagrostis genoemd, is door Jussieu onder de familie van de Boterbloemplanten gesteld, en onder de 3e klasse van Linnaeus, Triandria monogynia, planten die met drie meeldraedjes bloeijen en maer één stampertje hebben. De Wollegrasplant met één aer (Eriophorum vaginatum van Linnaeus) is eene langlevende grasplant, die in België en elders in de vochtige, onvruchtbare meerschen groeit, met ronde stroohalmstelen, die in scheeden steken, bloeit met aren en overeenliggende, oneffene strookafblaedjes, die zaedjes met wolle bekroond voortbrengen. Het Wollegras met vlakke bladen (Eriophorum polystachyon) groeit in België in de turfmeerschen en poelen, met stroohalmstelen en snydende bladen, bloeit met verscheidene aren op de stelen. Het dun Wollegras (Eriophorum gracile van Linnaeus) groeit alhier ook in de vochtige meerschen, met dunne driehoekige stroostelen en veel aren, die met zydachtige wolle bedekt zyn. Deze planten, die eenen zuren smaek bezitten, worden van de kruidetende dieren weinig gezocht, maer in vele landen vergaderd en gedroogd, om matten, kabaeskens en veel ander sieraedwerken mede te vlechten, die zeer langdurende zyn.

WONDKRUID, Wondmiddelkruid, in 't fransch Vulneraire, in 't latyn Anthyllis, door Tournefort Vulneraria, Barba Jovis, Frinacea, Ebenus genoemd, en onder zyne 10° klasse der vlindervormige of peulvruchtdragende planten gesteld, door Jussieu onder de familie van de peulvruchtdragende planten, en onder de 17° klasse van Linnaeus, Diadelphia decandria, tweebroederigen, wier helmdraden zyn samengegroeid, met tien meeldraedjes, die ook met hunne helmdraden tot twee afzonderlyke lichamen samen bloeijen.

Het Winkel-Wondkruid (Anthyllis vulneraria van Linnaeus) is eene tweejarige kruidplant van Europa, die in België in de bergen en bosschen wast, met gewolde stengels, gevleugelde bladen, oneffene zaedvliesjes en tweevoudige gele bloemen op de toppen met gebuikte bloemkelken, die in juny bloeijen en peulvruchten voortbrengen.

Het Wondkruid of Jupitersbaerd (Anthyllis barba Jovis van Linnaeus) is eene houtachtige kruidplant van Italië, die in België in de kruidhoven wordt geplant en 's winters in de planthuizen bevryd; groeit met gevleugelde en gewolde bladen en houtachtigen stengel, met witte zydachtige bladen, bloeit meest in mei, met bloemtrosjes op de toppen en schoone kleine gele bloempjes. Men kweekt nog de Anthyllis Hermanniae van Azië en de Anthyllis erinacea van Spaenje, die bloeijen met bloemen welke aen de Geiteklavers wel gelyken. De Anthyllis montana is eene langlevende kruidplant, die veel in Zuid-Frankryk, Zwitserland en elders groeit, alwaer de Anthyllis tetraphylla ook wordt gevonden, en de Anthyllis heterophylla van Linnaeus insgelyks veel groeit. Deze kruidplanten worden, terwyl zy bloeijen, van de inwoners der Alpische gebergten geplukt en droog met papier bewonden, om naer vreemde landen by de apothekers en kruidmengers te verzenden, om in verscheidene ziekten als verkoeldrank te gebruiken, die onder den naem van zwitserschen Waldrank is bekend, maer die kruiden, zegt de doctor Richard, worden dikwils in veel wondziekten gebruikt, waeraen zy geheel tegenstrydig zyn, dewyl de kruidverkoopers van de Alpische gebergten die vervalschen en met wilden Oregon (Oreganum vulgaris), Katoenkruid (Gnaphalium), wilden Thymis, gulden Roedekruid, Duizendbladen, Hoefbladen, riekende Klissekruid en Haegappelkruid (Arbutus uva ursi) vermengen, die allen in de verkoeldranken genomen, te aenhitsend en nadeelig aen de wonden zyn. Het Wondkruid dat alhier om zyne schoone bloemen wordt gekweekt, kan door het ryp zaed, inleggers en uitloopers, in de matige serren worden vermenigvuldigd.

WORMKRUID, Zeeverzaed, Cypreskruid, in 't fransch Santoline, Petit Cyprés, in 't latyn Santolina, is onder de 12° klasse, 4" sectie van Tournefort gesteld, der pypbloemplanten, door Jussieu onder de familie van de bloemtrosdragende planten, en onder de 19° klasse van Linnaeus, Syngenesia polygamia aequalis, samenhelmigen, met vyf meeldraden onderlinge met hunne helmknopjes te samen gegroeid, gelyk de Lavendelbloemen.

Het Wormkruid (Santolina chamaecyparissus van Linnaeus) is een langlevend klein houtachtig boomgewas van Zuid-Europa, dat in Italië en elders in de warme landen natuerlyk wast, maer alhier 's winters in de planthuizen moet bevryd zyn; groeit zeer gelakkeld, omtrent 1 meter hoog, met altoos groenblyvende, fyngetande blaedjes, en bloeit meest in augusty, met bloemtrosjes op de toppen van iederen bloemsteel, en witte bloempjes die op den vruchtbodem geel in 't midden zyn.

Het Zee-Wormkruid (Santolina maritima van Willdenow of Athanasia maritima van Linnaeus), is eene langlevende kruidplant van Zuid-Europa, die alhier in de kruidhoven wordt geplant, en groeit met stengels omtrent 60 centimeters hoog, met fyne groene, lansvormige, kleine, doorzigtige blaedjes, bloeit meest in augusty, met witte bloemstralen en gele bloempjes op den vruchtbodem gehecht, die aen de Reinvaren gelyken.

Het Wormkruid met Rosmarynbladen (Santolina rosmarinifolia van Linnaeus) is een langlevend houtgewas van Europa.

Deze drie soorten kunnen zeer moeijelyk onze koude winters wederstaen, en moeten derhalve in de planthuizen worden bevryd. Het zaed en de jonge takjes van die planten bewyzen genoeg door hunnen bitteren smaek en sterkriekenden geur, dat zy een wormverdryvend middel inhouden; het beste Zeeverzaed, dat by de apothekers wordt verkocht, komt voort van de Santolina chamae-cyparissus, die ook leege Cypres wordt geheeten. Dit zaed met wyn of spyzen ingenomen, is zeer krachtig om de wormen des buiks te dooden en af te dryven; het wordt meest met honig of witten zoeten wyn bereid, om alzoo de menschen en kinderen in te geven. Het Cypreskruid wordt door afzetsels en inleggers op lauwe broeibakken vermenigvuldigd, en het Zee-Wormkruid kan door struikscheiding voortgekweekt worden.

WYNPALM, Wynpalmboom, in 't fransch Borassus, in het latyn Borassus, is onder de familie van den Dadelboom gesteld, en onder de 22e klasse van Linnaeus, Dioecia hexandria, tweehuizigen-zesmannnigen, planten die zes meeldraedjes hebben en bloemen van het mannekens- en wyfkens-geslacht, afzonderlyk op twee stengels, gelyk den Dadelboom dragen. De Wynpalmboom die met bladen op de wyze van eenen waeijer groeit (Borassus flabelliformis van Linnaeus) is een langlevend houtachtig boomgewas van Oost-Indiën, dat alhier in de warme serren wordt gekweekt, en groeit met geschilferden slam, omtrent 3 meters hoog en waeijervormige bladen, waertusschen aen de takken in july witachtige bloemen bloeijen, die vruchten op de wyze van den Dadelboom voortbrengen. De vruchten worden in de Indiën met de spyzen geëten, ook met suiker opgelegd zyn zy als verzachtend borstmiddel aenbevolen, en hebben eene samentrekkende kracht. Derhalve worden zy in de Indiën ook gedroogd en als stoppend middel gebruikt, maer versch en ryp gebruikt, zyn zy moeijelyk om verteren. De Wynpalmboom kan alhier door uitloopers en door hel zaed worden vermenigvuldigd, maer moet altoos in de warme serren verblyven, en toch brengt hy moeijelyk rype vruchten voort.

« VorigeDoorgaan »