Pagina-afbeeldingen
PDF
ePub

De lynvormige Winde (Convolvulus linearis van Linnaeus) groeit met witachtige smalle bladen, en bloeit in den zomer, met bleeke rooskleurige bloemen. De twee laetstgemelde planten moeten alhier 's winters in de matige serren bevryd zyn, en kunnen door het ryp zaed vermenigvuldigd worden. Onze bloemisten hebben nog onlangs van de Indiën verkregen de Convolvulus pentanthus en C. batatas, die als klimmende planten in de matige serren worden gekweekt. Veel Kruidbeschryvers zyn van gevoelen dat de groote witte Klokjes-Winde en die met smalle lynvormige bladen met de krachten van de stekende Winde (Smilar) overeenkomen, er wordt in Italië een water uit die bloemen gedistilleerd, dat dient om het vel te wasschen en te verzachten.

WINTERGROEN, in 't fransch Pyrole, in 't latyn Pyrola, is onder de 6e klasse, 4e sectie der roosachtige, éénbladige bloemplanten van Tournefort gesteld; door Jussieu onder de familie van de Heiplanten, en onder de 10° klasse van Linnaeus, Decandria monogynia, planten die met tien meeldraedjes bloemen en maer één stampertje hebben. Het Wintergroen met ronde bladen (Pyrola rotundifolia van Linnaeus) is eene kleine kruidplant van Europa, die in België, in het wilde, in de vochtige bosschen wast, en meest in de bloemhoven wordt geplant, groeit met eivormige, ronde bladen by de wortels, waertusschen kleine stengels uitspruiten, waerop van juny tot july kleine trosjes met witte, lieve bloempjes bloeijen, die eenen aengenamen reuk hebben. Het klein Wintergroen (Pyrola minor) groeit in België en elders, in de vochtige velden en bosschen, met plompe bladen en stengels die omtrent 25 centimeters hoog wassen, en bloeit met kleine trosjes en witte bloempjes. Het gevlekt Wintergroen (Pyrola maculata van Linnaeus) is eene langlevende kruidplant van Noord-Amerika, zy groeit met stengels van omtrent 35 of 40 centimeters hoog, met langwerpige, donkergroene, gelande bladen, die van boven wit gevlekt en van onder purperachtig en ringwyze zyn geschikt, bloeit van july tot in augusty, met tweevoudige, witte en rooskleurige bloemen op elken bloemsteel, die schoone gele helmknopjes hebben. Deze lieflyke planten moeten op belommerde plaetsen in den heigrond zyn geplant, en kunnen door het zaed vermenigvuldigd worden; de groote hitte zou haer doen versterven, als zy op geene belommerde plaetsen worden gezaeid. Het Wintergroen, dat Clusius Pyrola minor noemt, werd voor dezen Pyrola fructicans geheeten; men houdt dit kruid voor droog van natuer tot in den derden graed en koud tot in den tweeden, en is derhalve zeer dienstig om alle versche wonden en vuile zeeren te genezen, dit kruid gestooten en opgelegd, zuivert van binnen en buiten alle wonden en zeeren. Het sap of bladen van dit kruid, zegt Clusius, met Senegroen en boomolie gemengd en als zalve bereid, is zeer goed om tegen de fistelen en verbrandheid te gebruiken. Een lepel van dit sap vol met wyn gedronken, geneest den bloedloop. Het Wintergroen met Walwortels gezoden en gedronken, is zeer goed voor de ontstekene zwerende nieren te zuiveren; dit kruid wordt veel in de wondendranken gebruikt, ook veel droog in poeijers gestampt en by de apothekers verkocht, om in de loopende wonden te strooijen.

WITSENIA, in 't fransch Witsenia, Corymbe, in 't latyn Witsenia, is door Jussieu onder de familie van de Lischbloemen (Iris) gesteld, en onder de 3e klasse van Linnaeus, Triandria monogynia, planten die met drie meeldraedjes bloemen en maer één stampertje hebben. w

De Witsenia met bloemtrosjes (Witsenia corymbosa) is eene langlevende lischplant van de Kaep, die over eenige jaren alhier is overgevoerd, bloeit meest van july tot in augusty, met bloemtrosjes, lange gepypte bloembladen en zeer lieflyke hemelsblauwe bloemen, die bruinachtig gestreept zyn.

De Witsenia maura is eene langlevende lischplant van Afrika, die veel in Algiers groeit, en meest in juny bloeit, met zes bloembladen in de bloemkransen, die rood en op de randen geteekend zyn.

Deze planten worden alhier om hare lieflyke bloemen gekweekt, 's winters in de oranjery bevryd en met de lente weder in de bloemperken geplant, alwaer zy eene schoone versiering maken; zy worden op de wyze van de Amaryllisen voortgekweekt.

WOLBLOEM, Wolkruid, Toortskruid, Fransche Tabak, in het fransch Molène, Bouillon blanc, in 't latyn Verbascum, is onder de 2° klasse, 6° sectie der trechtervormige bloemplanten van Tournefort gesteld, door Jussieu onder de familie van de Nachtschaduweplanten, en onder de 5° klasse van Linnaeus, Pentandria monogynia, planten die met vyf meeldraedjes bloemen en maer één stampertje hebben. De Wolbloem (Verbascum thapsus van Linnaeus) is eene tweejarige kruidplant van Europa, die in België langs de wegen en velden groeit en in de bloem- en kruidhoven wordt gezaeid; groeit met gestrekte bladen, van beide kanten wit gewold, die ook de stengels vergezellen en het tweede jaer wel 1 meter hoog wassen, bloeit van juny tot in september, met bleekgele bloemen. Het Wolkruid (Verbascum thapsoïdes van Linnaeus) is ook eene tweejarige plant, die in België aen de wegen wast en van gedaente wel aen de Wolbloem gelykt. Het zwart Wolkruid (Verbascum nigrum van Linnaeus) is eene langlevende kruidplant, die in België aen de wegen en bosschen groeit, met bladstelen, langwerpige, hartvormige bladen en eenvoudige stengels, bloeit in den zomer met gele bloemen en purperachtige gewolde meeldraedjes. Het Wolkruid dat aen de Koekoeksbloem gelykt (Verbascum lychnites van Linnaeus), groeit in België in de bergachtige bosschen, met langwerpige, wigvormige en hoekige stengels, met trosvormige aren op de stelen en witte geelachtige bloemen. Het yzermaelachtig Wolkruid (Verbascum ferrugineum van den Hortus Kew.) is eene langlevende kruidplant van ZuidEuropa, die alhier in de kruidhoven wordt gekweekt. Het Vossesteert-Wolkruid (Verbascum alopecurus) groeit veel in België omtrent Luik, en elders in de Ardennen. Het Motte-Wolkruid (Verbascum blattaria van Linnaeus) is eene tweejarige plant, die in België in de bosschen, in polaerdachtige gronden groeit (Zie voor de krachten het Mottekruid). Onder al de Wolkruiden is de Verbascum thapsus of Bouillon blanc, inzonderlyk om zyne heilzame deugden zeer vermaerd. De gele bloemen van dit kruid worden in july vergaderd, door de apothekers in de steden verkocht en als thee door het kokende water geweekt, om den geest daeruit te trekken; dit gedronken, is een goed hulpzaem middel voor langdurige vallingen en borstziekten, en wordt heden van zeer veel ervarene geneeskundigen. voorgeschreven, om de ontsteking der longervaten en het etterspuwen te genezen, en ook voor de koortsen, die gemeenelyk de groote vallingen vergezellen, gebruikt. De bladen van alle Wolkruid in het water gezoden, zyn zeer nuttig om op de koude gezwellen, kropklieren en op de ontstekingen der oogen van buiten te leggen, die afgekookte bladen, zegt G. Grimaud, zyn zeer dienstig voor de menschen die inwendige pyn en drukking in het afgaen hebben, hetgeen dikwils door de opzwelling van de darmen, den bloedgang veroorzaekt. De bladen van het zwart Wolkruid gestooten en warm op de klapooren gelegd, doen die haest verdwynen; met azyn gestooten, zyn zy zeer dienstig om op de krop- en bloedzweren te leggen en blauwgeslagene plekken te genezen. De wortels van het wit Wolkruid worden ook in den wyn gekookt en voor den roodenloop en buikloop met honig bereid, de bloemen van dit kruid worden ook met olyfolie in de zon gezet, en eenigen tyd daerin getrokken, zyn zeer goed om de schurftheid, verbrandheid en alle gebreken en ontsteking van het vel te genezen. De landlieden van Italië en elders, gebruiken het sap van het Wolkruid om de melk daermede te doen runnen.

WOLDISTEL, in 't fransch Laitron laineuv, in 't latyn Andryala, door Tournefort Hieracium genoemd, en onder zyne 13e klasse, 1° sectie der Lintbloemen gesteld, door Jussieu onder de familie van de Cichoreiwortels, en onder de 19° klasse van Linnaeus, Syngenesia polygamia aequalis, samenhelmigen, 1° orde, planten die met meeldraedjes en stampertjes op de wyze van de Salade en Boksbaerden bloeijen.

De gevleugelde Woldistel (Andryala pinnatifida van den Hortus Kew.) is eene tweejarige kruidplant van het eiland Madera, die in Spaenje, Portugael en elders in de moeshoven wordt gezaeid, en groeit met tamelyk dikke en gevleugelde wortels, die eenen aengenamen smaek inhouden en veel op de wyze van de Cichorei in de keuken worden geëten, maer deze plant kan alhier onze koude winters niet wederstaen.

De Woldistel (Andryala lanata van Linnaeus) is eene langlevende kruidplant van Zuid-Europa, die in Italië, Duitschland en elders natuerlyk groeit, en alhier om hare schoone bloemen met gele stralen versierd, in de serren worden gekweekt.

De Woldistel (Andryala Ragusina van Linnaeus) is eene langlevende kruidplant van de Archipelsche eilanden, in de Egeische Zee; groeit met stengels en lamsvormige, scherpgetande bladen, die met witten dons bedekt zyn; bloeit met donker gewolde bloempjes, op den vruchtbodem gehecht. Deze plant moet alhier 's winters in de planthuizen bevryd zyn en kan door het ryp zaed vermenigvuldigd worden.

WOLFSMELK, Tithymallen, Duivelsmelk, in het fransch Euphorbe, in 't latyn Euphorbia, door Tournefort Tithymalus genoemd, en onder zyne 1e klasse, 3° sectie der klokvormige bloemplanten gesteld, door Jussieu onder de familie van de Wolfsmelk, en onder de 1 1° klasse van Linnaeus, Dodecandria trigynia, planten die met twaelf tot twintig meeldraedjes bloemen en drie stampertjes hebben. Men vindt in Linnaeus rangschikking 70 soorten van de Wolfsmelkplanten, die in Europa en andere werelddeelen wassen, waervan ik eerst zal beschryven die in België groeijen. De kleine Wolfsmelkplant (Euphorbia ewigua van Linnaeus) is een éénjarig kruid, dat meest in de velden in het Koorn wast, met gelakkelde stengels en lynvormige bladen, bloeit in mei, met kroonvormige bloemen op de bloemstelen, die een groen geelachtig kleur hebben. De Wolfsmelk of Duivelsmelk (Euphorbia peplus) is een éénjarig kruid, dat in de kruidhoven en bebouwde velden groeit,

« VorigeDoorgaan »