Pagina-afbeeldingen
PDF
ePub

in 't latyn Tamus, is onder de 1e klasse, 7e sectie der klokvormige bloemplanten van Tournefort gesteld; door Jussieu onder de familie van de Aspergieplanten, en onder de 22° klasse van Linnaeus, Dioecia hexandria, tweehuizigen-zesmannigen, met bloemen van het mannekens- en wyfkensgeslacht, die zes meeldraedjes hebben. De Wilde Wyngaerd of Smeerwortel (Tamus communis van Linnaeus) is een langlevend rankgewas van Europa, dat in België, Duitschland, Italië, Frankryk en elders in de bosschen groeit, met dikke wortels en tamelyk hooge, roode, rankachtige stengels, met geklovene schors, die als winden maer boven klimmen, en hechtrankjes, die zich rond het hout vast draeijen, heeft hartvormige bladen, die pylachtig puntig zyn en aen de Klokjes Winde gelyken, bloeit alhier meest in juny, met kleine, witachtige, welriekende bloempjes, die trosgewys afhangen, en eerst groenachtige beziën voortbrengen, die op de wyze van de Druiven wassen, in october rypen en een schoon hoogrood kleur verkrygen. De mannekens-bloemen zyn geelachtig van kleur. De wortels van deze planten zyn warm en droog van krachten en bezitten een lymachtig sap, en als zy in stukken gesneden worden, blyven zy aen de vingers hangen. Deze wortels met wyn of water gezoden en heet daervan een romerken ingenomen, doen door den kamergang de wateren en kwade vochten overvloedig uit het lichaem lossen, zy zyn ook zeer dienstig voor water- en geelzuchtige menschen : maer te veel in eens daervan ingenomen, zou kunnen het bloed in de nieren verhitten. Die wortels versch geschrabd, en met eenen doek op de blauwgeslagene of gestootene plekken gelegd, doen ze spoedig verdwynen en al het geronnen bloed scheiden. De bladen zyn ook zeer goed om op de kropklieren te leggen. De beziën van dit gewas worden geperst, en het sap daeruit gehaeld, is zeer goed om de sproeten en vlekken van het vel mede te wasschen en van alle brandzeeren te zuiveren; het wordt ook in de welriekende waters bereid. Men kan ook die beziën als purgeer middel gebruiken, met die op wyn of brandewyn te laten weeken, en enkelyk daervan 's morgens een klein romerken ingenomen, verwekt eene buiklossing. De wortels worden gretig gezocht van de verkens, die ze uit den grond halen en geheel opvreten, hetgeen hun tot voedsel en medecynen dient; derhalve als men die planten aen de hagen of kanten plaetst waer verkens verkeeren, worden zy daervan gemeenelyk uitgehaeld en opgeëten. Deze plant werd van de oude grieksche Kruidbeschryvers Ampelos agria genoemd, dat is in 't latyn Vitis sylvestris, en van sommige apothekers Sigillum Beatae Mariae, dat is Onze Lieve Vrouwen Zegel, maer wordt heden Tamus genoemd.

WILG, Wilgenboom, Teenboom, Rysboom, in 't fransch Saule, in 't latyn Saliv, is onder de 19° klasse, 6° sectie van Tournefort gesteld, der bloembladlooze boomen die katjes dragen; door Jussieu onder de familie van de bloemen die met katjes bloeijen, en onder de 22° klasse van Linnaeus, Dioecia diandria, tweehuizigen-tweemannigen, die met bloemen van het mannekens- en wyfkens-geslacht met twee meeldraedjes bloeijen. Men vindt heden wel 60 soorten van Wilgenboomen, die allen in België by veel liefhebbers in de lusthoven en elders worden geplant. Gelyk de gedaente van die Wilgen van eenieder wel is bekend, zal ik enkelyk deze noemen die eenige nuttige deelen inhouden en ook tot versiering worden gekweekt. De gemeene witte Wilgenboom (Salix alba van Linnaeus), die in België wel 14 meters hoogte en 2 meters in de ronde dikte bekomt, draegt witte, gewolde, lansvormige, getande bladen. De welriekende Wilge (Salix pentandra van Linnaeus) groeit in België op vochtige plaetsen, met roode takken en blinkende, eironde, welriekende bladen, bloeit met vyf meeldraedjes. De Treur-Wilge (Salix babylonica van Linnaeus) is een langlevende boom van het Oosten, die in België op vochtige plaetsen, wel 10 of 12 meters hoog groeit, met veel zwakke en lange gebogene takjes, en veel groene, lynvormige bladen, en door zyne hangende takken op eene schilderachtige wyze de lusthoven zeer lieflyk versiert. De Teenboom (Salix viminalis van Linnaeus) groeit in België aen de kanten der grachten en stroomende waters, zeer getakkeld, met geelachtige groene schors en lange witachtige bladen. De zwarte Wilge (Saliv nigra van Willdenow) is van Amerika, en groeit in België met zwarte schors. De Wilge met bruine schors (Saliv caprea van Linnaeus) groeit in België tamelyk hoog, met brooze takken, en wast zoo wel op drooge als op vochtige plaetsen. De purperachtige Wilge (Salix purpurea van Linnaeus) groeit in België kreupelgewys, omtrent 3 meters hoog, met takken en gele schors, en schikt zich zeer wel om voor wissen en banden te gebruiken. De gele Teenboom (Salix vitellina van Linnaeus) groeit in België in de vochtige meerschen, en heeft ook eene gele schors; het wishout is zeer taei en buigzaem. De Duin-Teenboom (Salix arenaria van Linnaeus) groeit in België met dunne en korte takjes, die zich zeer wel voor bindsels en hofgerief schikken. De Teenboom met Myrtebladen (Saliv myrtilloides van Linnaeus) is van de Alpische gebergten, en wordt ook in België geplant. De zilveren Wilge (Salix argentea van Amerika) groeit met door witten dons bedekte bladen, en wordt alhier als versiering in de lusthoven geplant, wilt in zandachtige gronden zeer wel aerden. De Teenboom met roodachtige schors (Salix rubra van Linnaeus) groeit in België aen de waters, in de vochtige meerschen, en wordt alhier veel geplant voor zyne taeibuigende takjes, die zeer veel tot bindsels en wishout dienen. De Teenboom (Saliv persicifolia van Andr.) wordt om zyne zeer schoone groene Persebladen in de lusthoven geplant. De Wilgenboom met Olyfboombladen (Salix olivacea van Willdenow), die met Olmbladen (Salix ulmifolia), de Salia' serpillifolia van de Alpische gebergten van Willdenow; de Salix russelliana van Engeland, de Salix laponum van Laponië; de Salix angustifolia van de Caspische Zee, de Salix riparia, Saliv mollissima van Willdenow, die van Duitschland afkomstig zyn, worden alhier allen in de lusthoven tot versiering geplant.

De Teenboom met gryze schors (Salix cineraria), die met Rosmarynbladen (Salix rosmarinifolia) en veel andere soorten, worden alhier ook in de vochtige meerschen gekweekt. Al deze Teenboomen schikken zich zeer wel om alle slach van sieraedwerken, als korfkens, manden, enz., mede te maken, en zy worden veel van de wagenmakers, timmermans, kloefkappers, enz., gebruikt, en door de beeldsnyders zeer gezocht, om alle soorten van beelden en schoone werken mede te maken. De kolen van het hout dienen ook om buskruid mede te bereiden en potlood van te maken. De gemeene Wilgenboom (Salix vulgaris of Salix alba, foliis lanceolatis van Linnaeus) bezit zeer veel heilzame krachten en is nuttig in de geneeskunde, ten eerste, de jonge takjes en bladen door afkooksel gedronken, zyn zeer dienstig voor den buikloop en de bloedspuwing, alsmede voor het verhit bloed en onmatige geilheid, de bladen in de voetbaden gedaen, zyn zeer nuttig voor de vermoeide menschen, want zy verwekken den slaep en eene zoete rust. De fyne schors van den Wilgenboom kan zeer wel den Kina vervangen, zy wordt sedert veel jaren in de gasthuizen gebruikt, daer de ondervinding heeft bewezen dat zy een koortsenverdryvend middel inhoudt. Sedert eenigen tyd hebben de kunstscheiders een bitter doorschynend poeijer uit die schors getrokken, die volgens sommigen dezelfde deugden als de Kina bezit, en heden onder den naem van Salicine bekend is. Vóór dat de Kina van Amerika was ontdekt, was die Wilgeschors zeer vermaerd als een der krachtigste middels om de koortsen te verdryven; diesvolgens heeft zy altoos hare nuttigheid in de geneeskunde gehad. Het water op 't einde van mei uit de Wilgenbladen gedistilleerd, heeft al dezelfde krachten, en wordt heden voor de pyn in de nieren en om de wormen te verdryven gebruikt. De voortkweeking van al deze gemelde Wilgenboomen geschiedt meest door middel van takken in de aerde te planten, die gewillig wortel vatten en in alle vochtige gronden zeer wel aerden. WINDE, Warkruid, Wrangkruid, Kloks-Winde, Schoone by Dage, in 't fransch Liseron, Belle de Jour, in 't latyn Convolvulus, is onder de 1e klasse, 3° sectie der klokvormige bloemplanten van Tournefort gesteld; door Jussieu onder de familie van de Winde, en onder de 5° klasse van Linnaeus, Pentandria monogynia, planten die met vyf meeldraedjes bloemen en maer één stampertje hebben. Men vindt veel soorten van Winden, die om hare lieflyke bloemen worden gekweekt : De driekleurige Winde (Convolvulus tricolor van Linnaeus) is eene éénjarige kruidplant van Spaenje, die alhier in de bloemtuinen in het voorjaer wordt geplant, en groeit met zwakke stengels en lansvormige bladen, bloeit van juny tot in september, met zeer veel breede, klokvormige okselbloemen, die in de kelken gele en klare blauwe randen, te midden witte bloembladen hebben, en zich 's avonds sluiten : worden meest in de broeibakken gezaeid en met dolkens verplant. De wilde Veld-Winde (Convolvulus arvensis van Linnaeus) is eene langlevende kruidplant, die in België ten alle kanten in de velden en landen wast, met liggende, windende stengels en bladstelen met pylvormige, scherpe bladen, bloeit byna geheel den zomer, met purpere, witte en somtyds roodgevlekte klokvormige bloempjes, die eenen zoeten Amandelreuk verspreiden. De groote witte Klokjes-Winde (Convolvulus sepium van Linnaeus) is eene langlevende kruidplant, die in België in de hagen en kanten wast, met veel wydloopende witte wortels en windende stengels, die zeer hoog klimmen, met groene, pylvormige bladen en vierhoekige bloemstelen, waerop van juny tot in september éénbladige witte klokjes bloeijen, die hartvormige bloeibladen hebben. De Winde van Siberië (Convolvulus sibericus van Linnaeus) en de Convolvulus nil zyn tweejarige kruidplanten, die alhier om hare schoone gekleurde klokvormige bloemen worden gezaeid. De satynachtige Winde (Convolvulus cneorum van Linnaeus) is een schoon klein heestergewas van Oost-Indiën, dat met alloos groenblyvende, lansvormige bladen groeit, die gesatineerd en met zilverachtigen witten dons bedekt zyn; bloeit byna den geheelen zomer, met klokvormige bloemen op de toppen, die een lieflyk wit en roozekleur hebben.

« VorigeDoorgaan »