Pagina-afbeeldingen
PDF
ePub

Schuurman heeft in eene aenmerking over de krachten van dit zaed, al deszelfs deugden kenbaer gemaekt (Zie het Geneeskundig Magazyn, 4° deel, 21° stuk, bladz. 77). De vermaerde doctor Thuessink schryft, volgens zyne eigene ondervinding, dat dit welriekende zaed eene slaepverwekkende deugd en eene ontlossende kracht bezit, de pis afdryft, zweeting verwekt en een ligt middel voor de stuipziekte inhoudt; dit zaed, zegt die leeraer, voor de zwering der lever en tering ingenomen, geneest die verzwering door de bezondere balsemachtige stoffe die het inhoudt (Zie het Geneeskundig Magazyn, 3° deel, 2° stuk, bladz. 137). Men kan dit zaed met salpeter en suiker of zoetemelk in poeijers gebruiken. Veel andere doctors, zoo als Michaelis, zeggen dat dit zaed gedronken, de pis doet lossen, het graveel en den steen doet ryzen en voor de gebreken der blaes zeer dienstig is, hetgeen Frank en veel andere geneeskundigen ook getuigen.

WATERVIOLIER, Waterpluimen, in 't fransch Plumeau d'eau, in 't latyn Hottonia, is door Jussieu onder de familie van de Wederikplanten gesteld, en onder de 5e klasse van Linnaeus, Pentandria monogynia, planten die met vyf meeldraedjes bloemen en maer één stampertje hebben.

De Waterviolier (Hottonia palustris van Linnaeus) is eene langlevende kruidplant van Noord-Europa, zy groeit in België ten alle kanten in de grachten, vyvers, poelen, alwaer de WaterDuizendbladen gemeenlyk wassen, waeraen zy van bladstelen en bladen gelykt, maer toch door wortels, stengels en bloemen verschilt; zy wast met bladstelen en veel blaedjes, ringwyze en gevleugeld geschikt, en bloeit meest met witte bloemen en bekervormige bloemkransen, met de meeldraedjes in de pypjes der kransjes gesloten, die zaedhuisjes met een hutje voortbrengen.

Ik heb eene schoone medesoort van die plant te Moortzeele, Oost-Vlaenderen, in de vyvers gevonden, die met stengels, 5 of 7 centimeters boven het water groeit, en met zeer lieflyke roodachtige bloemen, van omtrent 3 of 4 decimeters hoog bloeit. Deze planten hebben eene verkoelende kracht, maer worden nergens in de medecynen gebruikt; nogtans hebben de bloemen eenen

aengenamen bevalligen reuk, en bloeijen gemeenelyk ten zelfden tyde als de Water-Duizendbladen.

WATERWORTEL, Roode Steenbreek, in 't fransch Oenanthe, Filipendule, in 't latyn Oenanthe, is door Tournefort onder de 7° klasse, 2° sectie der schermdragende bloemplanten gesteld; door Jussieu onder de familie der zonneschermige bloemplanten, en onder de 5° klasse van Linnaeus, Pentandria digynia, planten die met vyf meeldraedjes bloeijen en twee stampertjes hebben. De buisvormige Waterwortel (Oenanthe fistulosa van Linnaeus) is eene langlevende kruidplant van Europa, die in België in de meerschen en elders op steenachtige plaetsen groeit, met zeer veel gebobbelde wortels, waeruit alle jaren in de lente stengels spruiten, waeraen de bladen gevleugeld en de bladstelen draedvormig zyn geschikt, bloeit meest in juny, met witte kroonvormige bloemen, die aen de Pastenakel gelyken. De Waterwortel met Werkens-Wenkelbladen (Oenanthe peucedanifolia van Willdenow) is eene langlevende plant, die in België, omstreeks Doornyk en Audenaerde, aen den Kluizenberg wast, met dubbel gevleugelde bladstelen aen de wortels, die lynvormig zyn en stengels waeraen gevleugelde blaedjes groeijen, waerop meest in juny witte bloemen komen, die kroonwyze bloeijen. De wortels van de Oenanthe fistulosa werden voor dezen in het water gekookt en gedronken om de pisse af te dryven, hetgeen heden schynt verworpen te zyn. De saffraenachtige Waterwortel (Oenanthe crocata van Linnaeus) is eene langlevende kruidplant, die in België op vochtige plaetsen, met de wortels onder het water groeit, met stengels en veel ingesnedene bladen, die plompachtig zyn; bloeit meest in july, met witte, kroonwyze geschikte bloemen. De wortels en geheel deze plant bezitten een inbytend vergiftig sap, dat aen de menschen zeer nadeelig is, en aen het vee dat er van eet, droevige ongevallen kan veroorzaken: de schaepherders welke die plant kennen, laten hunne schapen dit kruid nooit aenranden; derhalve ware het te wenschen dat al de landbouwers dit kruid zouden kennen, om er hunne koeijen van te verwyderen.

WEDERIK, in 't fransch Salicaire, in 't latyn Lythrum, door Tournefort Salicaria genoemd, en onder zyne 6e klasse, 3° sectie der roosachtige bloemplanten gesteld; door Jussieu onder de familie van de Salicaires, en onder de 1 1e klasse van Linnaeus, Dodecandria monogynia, planten die van twaelf tot twintig meeldraedjes en maer één stampertje hebben. De officinele Wederik met Wilgebladen (Lythrum salicaria van Linnaeus), is eene langlevende kruidplant van Europa, die in België aen de kanten der grachten, waters en elders groeit, en ook in de bloemhoven wordt geplant, zy wast met regte, vierhoekige, getakkelde stengels, omtrent 55 of 60 centimeters hoog, met vier donkergroene bladen, aen ieder knoopje, die hartvormig, scherp en langwerpig zyn, en bloeit meest in july, met aren en purperachtige roode bloemen, die twaelf bloemblaedjes in de kelken, zes bloemblaedjes op de kransjes hebben, en zaedhuisjes met veel zaedjes voortbrengen. De Wederik met Hyssopebladen (Lythrum hyssopifolia van Linnaeus) is eene éénjarige plant, die in België omstreeks Brugge en elders in de meerschen wast, en meest in july bloeit, met in acht tot twaelf getande bloemkelken, zes purperachtige bloembladen en vier of vyf meeldraedjes. De Wederik met schrale stengels (Lythrum virgatum van Linnaeus) groeit in België omtrent Spa en in Duitschland, en wordt in de bloemhoven geplant, zy wast met hooge stengels en lansvormige bladen, en bloeit van july tot in augusty, met aren op de toppen der bloemstelen en zeer lieflyke purperachtige bloemen, die twaelf meeldraedjes hebben. Deze planten worden door het zaed en uitloopers vermenigvuldigd, en volgens veel oude en nieuwe Kruidbeschryvers, heeft de officinele Wederik (Lythrum salicaria) eene bloedstelpende kracht, en doet, dit kruid in den neus gesteken, het bloeden ophouden. Het sap wordt veel uit die plant gehaeld, by de apothekers in de medecynen gemengd en als bloedstelpend middel gebruikt, de wortels in den wyn gekookt en gedronken, zyn goed voor de maeg en het bloedspuwen en stelpen de onmatige vloeden der vrouwen; zy zyn ook zeer dienstig om tegen den roodeloop of rood melizoen te gebruiken.

WEDERIK, Jodenkruid, in 't fransch Lysimachie, in 't latyn Lysimachia, is onder de 2e klasse, 6e sectie der trechtervormige bloemplanten van Tournefort gesteld, door Jussieu onder de familie van de Wederik, en onder de 5e klasse van Linnaeus, Pentandria monogynia, planten die met vyf meeldraedjes bloemen en maer één stampertje hebben. Men vindt van deze planten verscheidene soorten die in het wilde groeijen, en ook om hare bloemen als versiering in de bloemtuinen worden geplant. De gestippelde Wederik (Lysimachia punctata van Linnaeus) groeit in België op vochtige plaetsen, aen de waters, poelen en meerschen, die 's winters overstroomen, met drie of vier tegen overeenstaende, lansvormige en lynvormige bladen, en regte, enkele, harige stengels, die omtrent 40 of 50 centimeters hoog wassen, bloeit van in juny tot augusty, met lieflyke gele bloemen, die dikwils gestippeld zyn. De Wederik met Bacchusspies-bloemen (Lysimachia thyrsiflora van Linnaeus) groeit in België in de vochtige meerschen, met lansvormige bladen en vierhoekige stengels, die omtrent 35 of 40 centimeters hoog wassen, en bloeit van july tot in september, met eironde trosjes en kleine gele vereenigde bloempjes. De Wederik van Caucasië (Lysimachia verticillata van Linnaeus) groeit in de bloemtuinen met bladstelen, ringwyze geschikte bladen en stengels die vierhoekig en gewold zyn; bloeit van juny tot augusty, met bloemtrosjes op de toppen en schoone gele bloemen. De Wederik met Wilgebladen (Lysimachia ephemerum van Linnaeus) is van Siberië, en bloeit alhier in de bloemhoven van july tot in september, met aren op de toppen en witte bloemen. De Wederik die aen het Penningkruid gelykt (Lysimachia nummularia van Linnaeus), groeit in België in de meerschen, met kleine bladstelen, eironde bladen en stengels die een weinig by de aerde liggen, en bloeit in den zomer, met okselvormige gele bloemen. De gemeene Wederikplant (Lysimachia vulgaris van Linnaeus) is ook eene langlevende kruidplant van Europa; zy groeit in België met lansvormige bladen en stengels die omtrent 50 centimeters hoog wassen, en bloeit van july tot in september, met trosjes op de toppen en lieve gele bloemen. Al deze planten kunnen door het zaed en wortelscheiding vermenigvuldigd worden; de laetstgemelde (Lysimachia vulgaris) bezit eene schoone bruine verw, en wordt heden, zegt M. A. Thiébaut de Berneaud, veel in sommige landen binnen het bloeijen vergaderd, om aen de stoffen een bruin kleur te geven.

WEEDE, Pastel, in 't fransch Guéde, Pastel, in 't latyn Isatis, is onder de 5e klasse, 1° sectie der éénbladige Kruisbloemen van Tournefort gesteld; door Jussieu onder de familie van de kruisdragende bloemplanten, en onder de 15e klasse van Linnaeus, Tetradynamia siliculosa, viermagtigen, planten die met vier groote en twee kleine helmstyltjes bloemen en peulvormige vruchten dragen.

De Verwers-Weede (Isatis tinctoria van Linnaeus) is eene tweejarige kruidplant van Europa, die natuerlyk in Frankryk en elders aen de zeekanten wast, met harde, gevezelde wortels, die regt in den grond schieten, en regte stengels, aen de toppen getakkeld, die omtrent 80 of 90 centimeters hoog groeijen, met lamsvormige, groenblinkende en blauwachtige bladen die van onder tot boven de stengels versieren, bloeit op de bovenste bladstelen, met trossen en gele bloemen, waerop peulvruchtjes met een zaedje volgen. Men vindt twee medesoorten van die plant, de eene met geel zaed en de andere met violetblinkende zaed, dat twee jaren voor het zaeijen kan goed blyven. Het is uit de bladen dezer planten dat men de schoone blauwkleurige verw haelt, die heden den Indigo vervangt. De Weede wordt ook gezaeid om de kruidetende dieren te voeden, en op de wyze van de Rapen gekweekt, maer zy begeert eenen goeden welbewerkten grond, niet te vochtig of droog, en alwaer het Vlas gemeenlyk groeit. Deze planten worden met voordeel in Frankryk, Duitschland, België en elders in het voorjaer gezaeid, maer in de warme landen geschiedt dit meest in den herfst; nogtans kan die plant, gelyk de Rapen, aen 12 graden koude wederstaen. Vóór het zaeijen laet

« VorigeDoorgaan »