Pagina-afbeeldingen
PDF
ePub

WALSTROO, Klisse, in 't fransch Asperule, Rubéole, in het latyn Asperula, door Tournefort Galium, Aparine, Cruciata genoemd, is door Jussieu onder de familie van de planten die roode verw inhouden gesteld, en onder de 4e klasse van Linnaeus, Tetrandria monogynia, planten die met vier meeldraedjes bloemen en maer één stampertje hebben. Het welriekend Walstroo (Asperula odorata van Linnaeus) is eene langlevende kruidplant van Europa, die in België in het wilde groeit en ook in de kruidhoven wordt geplanl; zy wast met ruwe, zwakke stengels en lansvormige blaedjes, acht by acht byeen verzameld aen de knoopjes der stengels, bloeit meest van mei tot in juny, met witte bloempjes op de topjes der steeltjes : deze topjes met de bloemen worden als thee in de verkoeldranken geprezen. Het roodachtig Walstroo (Asperula cynanchica van Linnaeus) groeit in België in de drooge meerschen en woeste velden, met stengels en lynvormige blaedjes, vier by vier aen de knoopjes der stengels, bloeit in juny, met purperachtige witte bloempjes, die in vier verdeeld zyn. Het Verwers-Walstroo (Asperula tinctoria van Linnaeus) is eene langlevende kruidplant van Europa, die in België op de drooge plaetsen aen de kanten der velden groeit, met krachtelooze, zwakke stengels en lynvormige blaedjes, zes by zes verzameld, maer die in 't midden aen de knoopjes somwylen in vier verdeeld zyn; hare witte of roodachtige bloempjes zyn ook maer gemeenlyk van drie bloemblaedjes. Deze kruidplant bezit eene schoone roode verw, en wordt in Frankryk, Zwitserland en elders in july vergaderd en gedroogd. Het Veld-Walstroo (Asperula arvensis van Linnaeus) is eene eénjarige plant, die veel in de drooge zandachtige velden wordt gevonden. Dit kruid wordt ook in sommige streken Walmeester genoemd. Het welriekend Walstroo in den wyn gekookt, versterkt het geheugen en vervrolykt den geest. WANDLUISKRUID, stinkend Lischkruid, in 't fransch Herbe

aur Punaises, Glaïeul, in 't latyn Iris foetidissima, is onder de familie van de Lischplanten gesteld, en onder de 3e klasse van Linnaeus, Triandria monogynia, planten die met drie meeldraedjes bloemen en maer één stampertje hebben.

Het stinkend Wandluiskruid (Iris foetidissima van Linnaeus) is eene langlevende Lischplant, die in Italië, Zuid-Frankryk in het wilde groeit en in België nergens dan in de kruidhoven wordt gevonden. Dit stinkende kruid wast met dikke, ronde, geknoopte en gevezelde wortels en donkergroene zwartachtige, zweerdvormige bladen, waertusschen hoekige schachten uitspruiten, die maer 20 of 25 centimeters hoog wassen, en meest in july bloeijen, met zeer lieflyke hoogpurpere bloemen, die roodachtige bruine ronde zaden, gelyk bollekens, voortbrengen. De wortels van deze plant zyn scherp en zeer brandende van smaek, warm en droog van natuer tot in den derden graed. Dodoneus schryft dat de wortels de kracht hebben om de wonden, breuken en kwetsuren te genezen, alle splinters en scherpe dingen, die in de wonden mogen steken, daeruit te halen; hy zegt dat de wortels met azyn gestooten en op de koude gezwellen, kropklieren en andere ontstekingen gelegd, die doen scheiden en genezen. De hoogduitsche en nederlandsche Kruidkundigen hebben aen dit kruid den naem van Wandluiskruid gegeven, omdat geheel dit gewas zoo nuttig en bekwaem is om de wandluizen te dooden of te verjagen, als men met het sap van die plant de plaetsen bestrykt waer de wandluizen groeijen, bloeijen en zich verschuilen. Deze plant wordt op de wyze van het Lischkruid, door wortelscheiding in het voorjaer voortgezet.

WATER-DUIZENDBLAD, in 't fransch Volant d'eau, in 't latyn Myriophyllum, is door Tournefort onder de 5e klasse, 8° sectie der Kruisbloemen gesteld; door Jussieu onder de familie van de Waterbloem, en onder de 21° klasse van Linnaeus, Monoecia polyandria, éénhuizigen, met veel meeldraedjes.

Het Duizendblad met aren (Myriophyllum spicatum van Linnaeus) is eene langlevende kruidplant van Europa, die in België ten alle kanten in de poelen, grachten, traegloopende en staende waters groeit, met veel dunne wortelkens, die aen de aerde schymen gehecht te zyn, bladstelen en duizend uitgespreide blaedjes, waer tusschen bloote stengeltjes in mei uitspruiten, waerop in juny witte bloempjes komen, die in 't midden een geel kleur hebben en eenen zoeten geur verspreiden, geheel deze plant schynt op het water te dryven, maer is nogtans met de kleine dunne wortelkens aen den grond gehecht.

Het ringwyze geschikte Water-Duizendblad of Water-Violier (Myriophyllum verticillatum van Linnaeus) is ook eene langlevende plant, die in Vlaenderen, de provintie Antwerpen, Braband en elders in België wast, in de staende waters, vyvers, grachten en poelen, met zydelingsche vezeltjes en bladstelen, waeraen fyne groene blaedjes wassen, die zacht en glad zyn, wel aen de Venkelblaedjes gelyken en waertusschen in mei bloote stengels uitspruiten, die omtrent 8 of 10 centimeters boven het water groeijen en ringwyze geplaetste bloemsteeltjes hebben, waerop meest in juny gele bloempjes met witte bloemblaedjes komen, die tweeslachtig zyn. De mannekensbloemen groeijen op het bovenste topje en de wyfkensbloemen op het onderste der stengels.

Dit Water-Duizendblad is verdroogend en wat samentrekkend van krachten; het kan goed gebruikt worden voor alle verouderde en versche zweringen, hetzelve geneest de fistelen en loopende gaten, stelpt het bloeden, heelt de wonden en wordt veel met olie in zalve vermengd en als plaesters of ook versch gestooten op de wonden gelegd. Men noemt dit kruid ook in sommige streken, Water-Sterrekruid en Wolfsteert. De landbouwers alhier vergaderen in den zomer veel die kruiden om hunne landen mede te vetten, en zelfs groen aen de aerdappelstruiken te leggen, waeraen zy door de versche verkoeling eene goede vette verschaffen; het volgende jaer kan men in die velden nog zeer goede vruchten winnen.

WATER-DUIZENDKNOOP, in 't fransch Pesse, in 't latyn Hippuris, is door Jussieu onder de familie van de Waterplanten gesteld, en onder de 1e klasse van Linnaeus, Monandria monogynia, planten die met één meeldraedje bloemen en maer één stampertje hebben.

De gemeene Water-Duizendknoop (Hippuris vulgaris van Linnaeus) is eene langlevende kruidplant van Europa, die in België en in de Nederlanden, in de fonteinen, poelen, grachten en loopende waters wast, met stengels, die alle jaren vroeg in de lente uit de wortels spruiten, en omtrent 25 centimeters hoogte bekomen, en met elsvormige, puntige bladen aen de knoopjes groeijen, die acht en acht aen de stengels zyn verdeeld, en byna lynvormig, puntig zyn; bloeit zonder bloembladen of bloemkelkjes, maer met tweelobbige blaedjes, en brengt kleine hutjes, met een zaedje gevuld, voort. - - w

De vierbladige Water-Duizendknoop (Hippuris tetraphylla van Linnaeus) is eene kruidplant van Zweden, die ook in de Nederlanden en Oost-Vlaenderen groeit, in de poelen der Polders en vochtige meerschen, langs de Neder-Schelde, met vier langwerpige, plompe bladen en stengels die aen de Scheurbies of Peerdensteert wel gelyken. Deze planten bezitten eenen kouden en droogen aerd, en komen in krachten veel met het Peerdensteert-kruid overeen, hetgeen de hooggeleerde Clusius ook getuigt, die zegt dat zy de krachten van de Peerdensteerten hebben en op dezelfde wyze kunnen gebruikt worden.

WATERHANENVOET, Wilde Ranonkel, in 't fransch Genouillette, in 't latyn Ranunculus aquatilis, is door Jussieu onder de familie van de Ranonkelplanten gesteld, en onder de 13° klasse van Linnaeus, Polyandria polygynia, veelhelmigen-veelwyvigen.

De Water-Hanenvoet (Ranunculus aquatilis van Linnaeus) is eene langlevende kruidplant van Europa, die veel in België, ten alle kanten in de vochtige grachten, traegloopende waterstroomen en beekskens wast, met dunne, ronde en regte stengels, geheel gesnippelde bladen onder het water en boven het water met geheel andere rondachtige, schildvormige bladen, die rond de kanten geschaerd zyn; bloeit alhier meest in mei, met witachtige, welriekende bloemen, die de gedaente van de Hanenvoeten hebben en zaedjes, die in ruwe bollekens zyn, voortbrengen.

Deze plant groeit byna op de wyze van de Water-Boterbloem, waervan zy in krachten nogtans zeer verschillig schynt te wezen; dewyl zy eenen inbytenden en verheetenden aerd heeft, en de kruidetende dieren die er veel van eten, kan doen bloed pissen. Derhalve mag dit kruid geenzins inwendig gebruikt worden, want het sap, door zyne bytende krachten, kan de natuer hinderen en doodelyk zyn.

WATERKLAVER, Boksboon, in 't fransch Ménianthe, Trdste d'eau, in 't latyn Menyanthes, is onder de 2e klasse, 1e sectie van Tournefort gesteld, der trechtervormige bloemplanten, door Jussieu onder de familie van de Wederikplanten, en onder de 5° klasse van Linnaeus, Pentandria monogynia, planten die met vyf meeldraedjes bloemen en maer één stampertje hebben. De driebladige Waterklaver (Menyanthes trifoliata van Linnaeus) is eene langlevende kruidplant van Europa, die in België en elders in de poelen, slaende waters en vochtige meerschen wast, met stengels en bladstelen, waerop driebladige, donkergroene, blinkende bladen groeijen, en omtrent in het geheel 15 of 20 centimeters hoogte bekomen, bloeit alhier meest in july, met langs binnen gebaerde bloemkransjes en witte bloemen. De dryvende Waterklaver (Menyanthes nymphoides van Linnaeus) groeit ook veel in België en in de Nederlanden, in struiken, aen de grachten, in de poelen en ook in de staende waters, met bladstelen en hartvormige, geheele bladen, bloeit op de toppen der stelen, die tusschen de bladstelen komen, meest in july, met gele bloembladen. De Waterklaver, die men alhier gemeenlyk Drieblad noemt, is warm en droog van aerd; deze plant is van over veel eeuwen door hare heilzame krachten bekend, en kan door haren samentrekkenden aerd de vuile slymerige vochten uit het lichaem, door den kamergang, doen scheiden. De inwoners der Nederlanden, waer het scheurbuik veel heerscht, zeggen en gelooven vastelyk door ondervinding dat zy, na dikwils veel andere middelen gebruikt te hebben, altoos tot de Waterklavers moeten wederkeeren om zich van die ziekte te genezen. Er wordt ook van het sap een liqueur gemaekt, maer onze eenvoudige landlieden plukken die bladen met de bladstelen en wortels, en laten ze eenigen tyd IW. - I 1

« VorigeDoorgaan »