Pagina-afbeeldingen
PDF
ePub

ten, Wyfvingerkruid genoemd, daer zy nogtans met dit kruid geenzins in krachten overeenkomt. Men vindt van die Kraenbekken zeer veel soorten en medesoorten, die in de bloemhoven worden gekweekt en ook in 't wilde wassen. De Meersch-Kraenbek (Geranium pratense van Linnaeus) is eene langlevende kruidplant van Europa, die met korte stengels en schildvormige, geribde bladen wast, en hier meest in juny bloeit, met zeer lieflyke purperachtige blauwe dubbele bloemen, en waervan men veel medesoorten vindt, die met enkele rooze, witgespikkelde en blauwachtige bloemen in 't wilde bloeijen. De netwyze geribde Kraenbek (Geranium striatum) bloeit van juny tot in september, met witte bloemen, door kleine roode adertjes in de bloembladen gestreept. De Kraenbek met dikke wortels (Geranium macrorhizum van Linnaeus) is eene langlevende kruidplant van Italië, die hier van juny tot in september, met veel roodkleurige bloemen bloeit. De zilverachtige Kraenbek (Geranium argenteum) is van ZuidFrankryk, en groeit met dikke wortels, lange bladstelen en bladen van onder met witten zydachtigen dons bedekt, wast met korte stengels, waerop in july hier meest groote, roode, geaderde en in de lengte gestreepte bloemen bloeijen. De asscheachtige Kraenbek (Geranium cineraceum) van de Pyrenesche Gebergten, die hier in juny bloeit, met roode bloemen, schoon purperachtig op de bloembladen geaderd. De Kraenbek die aen de Wolwortels gelykt (Geranium aconitifolium) is eene langlevende plant van de Alpische Gebergten, die met schoone purperachtige witte en purpergeteekende bloeIm en WaSt. Al de volgende Kraenbekken worden in België veel in de lusthoven geplant : De Geranium sanguineum van Linnaeus, die in België ook in de bosschen groeit, met bladen en stengels, die jaerlyks uit de levende wortels spruiten, de Geranium phaeum van Linnaeus, komt van Zwitserland, de Geranium nodosum, die eenen stinkenden geur bezit, komt voort van Frankryk, de Geranium sylvaticum van Linnaeus, groeit in Vlaenderen en elders veel in de bosschen en hagen, de Geranium maculatum van Linnaeus, komt van Noord-Amerika, de Geranium pyrenaicum van Linnaeus, is van Zuid-Frankryk, de Geranium lancastriense van den Hort. Cant., en de Geranium prostratum zyn langlevende planten van Engeland, die met allerschoonste bloemen bloeijen, zy worden hier allen in den vollen grond in de hoven gekweekt, en ook veel in potten, die 's winters in de oranjehuizen worden bevryd, en kunnen door afzetsels in potten, bloot zonder glas, in ligten gemengden grond vermenigvuldigd en ook vroeg in de lente gezaeid worden, waerdoor men veel varieteiten kan bekomen. De Kraenbekboom (Geranium anemonefolium of palmatum van Willdenow) is een langlevend, klein boomgewas van Madera, dat met allerschoonste, groote jasmynkleurige bloemen bloeit, en hier in de matige serren of in de oranjery moet gekweekt worden. De Geranium carolinianum van Linnaeus, is eene éénjarige plant van Virginië, die hier in de lente in de bloemhoven wordt gezaeid en zeer lieflyke bloemen draegt. Men vindt nog van die éénjarige Kraenbekken, de volgende soorten die alle in België in 't wilde groeijen : de Geranium lucidum wast hier in de belommerde bosschen en op steenrotsen; de Geranium molle wast in de heiden, de Geranium columbinum groeit in Vlaenderen meest in de hagen, de Geranium dissectum en Geranium rotondifolium groeijen hier meest in de landen en velden, de Geranium pusillum groeit ook in de heiden; de Geranium robertianum wast meest in de bosschen. De Geranium purpureum van Willdenow, is eene tweejarige kruidplant, die in de hoven en bosschen en op steenhoopen groeit. In de oude tyden werd het gestooten kruid en sap van den Geranium robertianum gebruikt, om op de bloedige wonden te leggen, maer het schynt dat dit middel heden door andere krachtigere is vervangen, de Geranium maculatum, volgens de doctor James Mease, bezit een bloedstelpend middelen wordt inwendig gebruikt.

KRAKEBEZIE, Boschbezie, Myrte, in het fransch Myrtille, Airelle, in 't latyn Vaccinium, van Tournesort Vitis idaea, Oxycoccos genoemd, en onder zyne 20° klasse, 6° sectie der éénbladige bloemplanten gesteld, door Jussieu onder de familie van de Heiplanten, en onder de 8° klasse van Linnaeus, Octandria monogynia, planten die met acht helmstyltjes bloemen en maer één stampertje hebben. Men vindt veel verscheidene soorten van die gewassen in België, die ook in de lusthoven en elders worden gekweekt. De Krakebezie of kleine Myrle (Vaccinium myrtillus van Linnaeus) is een langlevend klein heester-houtgewas van Europa, dat met getakkelde slampjes in Vlaenderen, Braband en elders in sommige lommerachtige bosschen en op bergen groeit, en omtrent 25 of 30 centimeters hoogte verkrygt, met eivormige en getande blaedjes, en meest in mei bloeit, met bosjes en witte rooze bloempjes, die als belletjes zyn geschikt en in september donkerblauwachtige beziën voortbrengen; men bemerkt somtyds tien meeldraedjes in deze bloemen. De beziën, die eenen wynachtigen smaek inhouden, worden ryp veel geëten, en het sap wordt ook in sommige landen met wyn gemengd, waeraen het een schoon kleur en eenen aengenamen smaek verschaft. De jonge toppen en bladeren van deze kleine Myrte bezitten eene schoone gryze verw, die met een weinig aluin gemengd, van de wolleverwers veel wordt gebruikt om allerhande zyden en wollen stoffen grys te verwen. De Krakebezie of Bergdruif en gestreepte Myrte (Vaccinium vitis idaea yan Linnaeus) is een langlevend heester-houtgewas van Europa, dat veel in de Alpische gebergten en elders in Italië groeit, en hier in den heigrond in de hoven wordt geplant, het groeit met getakkelde slampjes, omtrent 70 of 80 centimeters hoog, met eivormige, groene, rondachtige bladen, van onder gerold, en bloeit meest in mei, met bloemtrosjes en witte en rooze gespikkelde bloempjes, die beziën voortbrengen, welke aen de zwarte Druif gelyken, waerdoor deze plant den naem van Bergdruif heeft verkregen. Het sap van de Beziën, dat eenen aengenamen smack inhoudt, wordt in de wynlanden met den wyn gemengd. De Myrte met groote beziën (Vaccinium macrocarpon van den Hortus Kew.) is een langlevend heester-houtgewas van NoordAmerika, dat meer dan 1 meter hoog groeit, met langwerpige en blinkende bladen, en bloeit met bloemtrosjes en rolvormige witte bloemen, met rood- en blauwgespikkelde bloemkelkjes, die groote eetbare beziën voortbrengen, welke een donkerblauw kleur hebben. De Vaccinium amoenum en de Vaccinium disomorphum zyn ook van Noord-Amerika, gelyken wel van bladen en bloemen aen die met groote beziën, en worden hier ook in de lusthoven gekweekt. De Vaccinium uliginosum van Linnaeus groeit veel in Zweden, Duitschland en op sommige plaetsen in het zuiden van België, in de belommerde bosschen van de Ardennen, en brengt ook goede en sappige eetbare beziën voort. De Myrte Kaneberg (Vaccinium oxicoccos van Linnaeus) is een struikheester-houtgewas, dat in België op sommige plaetsen in de heiden groeit, met stengels by den grond gestrekt en roosachtige bloempjes, die beziëri voortbrengen welke eenen scherpzuren smaek inhouden; zy worden derhalve als bytende zuerheid in de verw gebruikt. De Myrte met lange meeldraedjes (Vaccinium stamineum van Linnaeus) is een langlevend houtgewas van Noord-Amerika. De Vaccinium arctostaphylos, de Vaccinium frondosum en de Vaccinium ligustrinum van Linnaeus, zyn van Noord-Amerika en worden hier allen in de lusthoven geplant. De Myrteboom (Vaccinium arboreum), die wel omtrent 6 meters hoog wast, met eenen getakkelden stam en klierachtige, eivormige, scherpe bladen, bloeit in juny, met bloemtrossen en veel klokvormige bloemen, in vyf verdeeld, die zwartachtige beziën voortbrengen, welke in de geneesmiddelen worden gebruikt, om de beweging der spieren en zenuwen aen te dryven, en zeer worden geacht om de vallingen te genezen. Al deze Krakebeziën of Myrteplanten kunnen onze koude winters, in den vollengrond met heigrond gemengd, wel wederstaen en door het zaed vermenigvuldigd worden. De Myrten die hier 's winters in de oranjehuizen worden bevryd, zal ik onder het artikel

w

der Myrteboomen beschryven, dewyl hy meest onder den naem van Myrteboomen bekend zyn.

KRANSBLOEM, schoone Kransbloem, in 't fransch Gandasuli, in 't latyn Hedychium, is onder de familie van het indiaensch Bloemriet gesteld, en onder de 1e klasse van Linnaeus, Monandria monogynia, planten die met één meeldraedje bloemen en maer één stampertje hebben. De schoone Kransbloem (Hedychium coronarium van Curtis) is eene langlevende kruidplant vau de Oost-Indiën, die hier met langs onder gewolde bladen van omtrent 20 of 25 centimeters lang, en met enkele, gebladerde stengels wel 60 of 70 centimeters hoog wast, en meest van july tot in september bloeit, met aren op de toppen en schoone witachtige en gele bloemen, die eenen aengenamen, zoeten geur verspreiden. De schoone Kransbloem met lange bladen (Hedychium angustifolium) is eene langlevende kruidplant van de Indiën, met geknobbelde wortels en smalle, lange bladeren, die meest in augusty bloeit, met aren op de toppen en zeer lieflyke roode, oranjekleurige bloemen, die eenen zoeten geur inhouden. Deze planten, die nog zeldzaem in den handel zyn verspreid, moeten hier in de warme serren gekweekt zyn, en kunnen door struikscheiding en uitloopers die uit de wortels spruiten vermenigvuldigd worden. De krachten van deze planten zyn my niet bekend, maer zy worden in de Indiën gebruikt om de kruidetende dieren te voeden. Onze bloemisten hebben hier onlangs nog nieuwe soorten van de Indiën verkregen.

KRIEKEN OVER ZEE, Jode-Kersen, Hondsblaze, Winter Kersen, in 't fransch Coqueret, Cerises d'outre-mer, in 't latyn Physalis, door Tournefort Alkekengi genoemd, en onder zyne 2° klasse, 7" sectie, der trechtervormige bloemplanten gesteld; door Jussieu onder de familie van de Nachtschade, en onder de 5° klasse van Linnaeus, Pentandria monogynia, planten die met vyf meeldraedjes bloemen en maer één stampertje hebben.

De Krieken over zee (Physalis peruviana van Linnaeus) is een

« VorigeDoorgaan »