Pagina-afbeeldingen
PDF
ePub

Rosmarinus, is onder de 4e klasse, 3° sectie van Tournefort gesteld, door Jussieu onder de familie van de lipvormige bloemplanten, en onder de 2e klasse van Linnaeus, Diandria monogynia, planten die met twee meeldraedjes bloemen en maer één stampertje hebben. De officinele Rosmaryn (Rosmarinus officinalis van Linnaeus) is een langlevend heester-houtgewas van Spaenje, dat in België veel ten alle kanten in de bloemtuinen wordt gekweekt en zeer getakkeld wel omtrent 1 meter hoog groeit, met lynvormige groene blaedjes, die van onder wilachtig zyn; bloeit meest in juny, met bleeke, witachtige blauwe bloempjes, die eenen welriekenden geur verspreiden. Geheel deze plant, zoowel de bladen als bloemen, bezit een en aengenamen reuk, die de hersenen verkwikt en de pyn des hoofds verdryft. Al de oude en nieuwe Kruidkenners zeggen dat de Rosmaryn van de edelste planten is, de jonge takjes met bladen of bloemen in den wyn of bier gekookt, en daervan met mate gedronken, is een der heilzaemste middels om de flauwe magen aen te hitsen en den eetlust te verwekken; het ververscht het bloed, doet de achterblyvende maendstonden verhaesten, verkwikt het hartzeer, dryft de pisse af en verjaegt de kwade vochten uit het lichaem. De Rosmaryn, zegt Grimaud de Caux, is bezonderlyk goed om de gekwetste lyfmoeder te genezen, door afkooksel warm ingenomen, doet hy geweldig zweeten en kan de geelzucht genezen; het sap uit het jong kruid of bloemen gestampt en met honig gemengd, is zeer dienstig om aen de oogen te stryken: het verdryft de donkerheid en verklaert het gezigt. De jonge takjes met de bladen fyn gestooten, in den azyn geweekt, en daermede den mond en tanden gevreven, stilt de tandpyn en doodt de wormen die zich somtyds in de tanden bevinden. Er wordt ook eene olie uit het kruid en bloemen getrokken en veel balsem mede gemaekt, die op de wyze van zalve bereid, als plaesters om de speen te genezen, wordt gelegd. Er wordt nog een water uit die plant gedistilleerd om het hoofd en lamme lenden mede te vryven. Eindelyk, de Rosmarynbladen worden ook in poeijer gestampt om in de bloedige wonden te strooijen. Van het hout worden ook tandenkoters en andere kleine III. - 25

sieraedwerken gemaekt, die, door den aengenamen reuk welken het hout altoos behoudt, van de jufvrouwen veel worden gezocht. Die welriekende en edele Rosmaryn kan door de jonge scheuten in de versche aerde op belommerde plaetsen te steken en die by tyds te besproeijen, wel wortel vatten; men kan hem ook op lauwe broeibakken vermenigvuldigen, maer hy moet alhier nog 's winters beschud worden, dewyl hy aen geene veertien graden koude kan wederstaen.

ROTTE, Zee-Rotte, Zeemee, in 't fransch Crucianelle, in het latyn Crucianella, door Tournefort Rubeola genoemd, en onder zyne 2e klasse, 3° sectie der trechtervormige bloemplanten gesteld; door Jussieu onder de familie der planten die roode verw inhouden, en onder de 4e klasse van Linnaeus, Tetrandria monogynia, planten die met vier meeldraedjes bloemen en maer één stampertje hebben.

De Rotte of Zeemee (Crucianella maritima van Linnaeus) is een langlevend kruid van Zuid-Frankryk, dat ook in Italië, Spaenje, Frankryk en België aen de zeekanten groeit, met houtachtige over elkander liggende stengels, die teer en vierkantig zyn, en waeraen ruwe groene blaerkens wassen, die kruiswyze aen de knoopjes der stengels zyn geschikt, en eenigzins aen het Kleefkruid gelyken, bloeit meest van mei tot in augusty, met bleeke geelachtige bloempjes, die als kroontjes rondom de toppen der stengels zyn geschikt. Deze plant werd van de oude Kruidbeschryvers Rubia maritima genoemd.

De Rotte met schoone versierende Roozebloempjes (Crucianella cruciata stellosa), is eene langlevende kleine kruidplant van Zuid-Europa, die met geknoopte stengeltjes by de aerde over elkander groeit, en gemeenlyk aen elk knoopje der stengels zeven lynvormige groene blaedjes heeft, bloeit alhier meest van mei tot in augusty, met kroonwyze geschikte bloemtrosjes, die een zeer schoon roosachtig kleur hebben en met verhevene stampertjes zyn versierd. Deze lieflyke plant, van sommigen Crucianella stylosa genoemd, kan zeer wel onze wintersche koude wederstaen en wordt veel in de bloemtuinen geplant, die zy door hare langdurige bloemen zeer lieflyk versiert. Zy kan door struikscheiding in de lente vermenigvuldigd worden. Men vindt nog de éénjarige Zeerotte met smalle bladen (Crucianella angustifolia van Linnaeus), van Montpellier, die alle jaren vroeg in het voorjaer in de bloemhoven wordt gezaeid, en groeit met ruwe stengels en zes of meer lynvormige, regte bladen, bloeit met aren op de toppen, die aen de Gerst gelyken.' De Crucianella potula is eene langlevende plant, die veel in Spaenje wast. Al de Kruidbeschryvers houden die gewassen voor goede wondkruiden, zy zyn een weinig samentrekkend en droogmakend van krachten. De Rotte, door hare bitterheid van smaek, verjaegt uit het lichaem de vuile vergaderingen en slymachtige overvloedige vochten, verwekt den eetlust en helpt de spyze verteren. De Rotte gezoden, zegt Clusius, en het water daervan gedronken, is goed om de verstoptheid der borst, maeg, aderen en gansch het ingewand te ontsluiten; zy wordt ook als wondkruid ingenomen voor die van hoog gevallen zyn en bloed spuwen, en veel met Roozewater gemengd en tot zalve gemaekt om de verhardheid der leden mede te stryken.

RUDBECKIA, in 't fransch Rudbeckia, in 't latyn Rudbeckia, van Tournefort Corona solis genoemd, en onder zyne 14° klasse, 2° sectie der straelbloemen gesteld, door Jussieu onder de familie van de bloemtrosdragende planten, en onder de 19° klasse van Linnaeus, Syngenesia polygamia frustranea, samenhelmigenveelechtigen-vruchteloozen. Men vindt heden de volgende soorten van die lieflyke kruidplanten :

De ingesnedene Rudbeckia (Rudbeckia laciniata van Linnaeus) is eene langlevende kruidplant van Noord-Amerika, die wel omtrent 2 meters hoog wast, met getakkelde stengels en breede, vingervormige bladen, en alhier meest in juny bloeit, met groote, gele bloemen op de toppen.

De purperachtige Rudbeckia (Rudbeckia purpurea van Linnaeus) is ook van Noord-Amerika, en groeit met stengels en langwerpige bladen, bloeit meest van july tot in augusty, met groote bloemen, bruine lange middenknopjes en gulden meeldraed

t

kopjes, met veel lange purpere stralen, die zeer schoon versieren. De gevingerde Rudbeckia (Rudbeckia digitata van Willdenow) is eene langlevende kruidplant van Amerika, die kleiner dan de voormelde wast. De Rudbeckia Drummondia is eene nieuwe langlevende kruidplant, die met zeer lieflyke bloemen in july bloeit. De Rudbeckia hirta van Linnaeus is eene tweejarige kruidplant, die omtrent 1 meter hoog wast. w De Rudbeckia triloba is eene langlevende kruidplant, die alhier in july met zeer lieflyke bloemen bloeit. Al deze schoone gewassen, waervan ik de krachten niet ken, kunnen zeer wel onder alle andere kruidplanten, in de bloemtuinen onze koude winters wederstaen, en begeren eenen goeden ligten grond, zy kunnen door wortelscheiding en door het zaed in de lente vermenigvuldigd worden.

RUELLIA, in 't fransch Ruellie, Crustolle, in 't latyn Ruellia, is door Jussieu onder de familie van de Berenklauwplanten gesteld, en onder de 14° klasse van Linnaeus, Didynamia angiospermia, planten die met twee lange en twee korte helmstyltjes bloeijen, en welker zaedjes in een zaedhuisje besloten zyn. De Ruellia met eivormige bladen (R. ovata) is eene schoone, nieuwe langlevende plant van Mexiko, die met vyf bloembladen in de kelken, trechtervormige bloemkransen en zeer lieflyke blauwe bloemen, met meeldraedjes in twee vereenigd, alhier in de warme serren meest in july bloeit. De witte melkachtige Ruellia (R. lactea van Willdenow) is eene langlevende kruidplant van Mexiko; zy bloeit alhier in de warme serren in augusty, met allerschoonste witte bloemen. De Ruellia met groote blauwe bloemen (R. varians) en de Ruellia eranthemum pulchellum zyn twee planten van de Indiën, met gerankte, hoekige stengels en ruwe, eivormige, geribde bladen, die even wyd groeijen, bloeit alhier meest in mei, met aren en lieflyke blauwe bloemen, die een purperachtig kleur verkrygen. De schoone prachtige Ruellia (R. formosa van Curtis Bot. Mag.) is eene langlevende kruidplant van Brezilië, die meest in july bloeit, met zeer schoone roodblozende bloemen.

w

Men heeft onlangs by onze bloemisten nog de Ruellia infundibuliformis, sabiniana, - paniculata, balsamica en andere soorten van de Indiën verkregen, die hier allen in potten in den wel vermengden heigrond, in de warme serren worden gekweekt en door uitspruitsels, afzetsels en het ryp zaed kunnen vermenigvuldigd worden.

RUITE, tamme Hof- of Wynruite, in 't fransch Rue, in 't latyn Ruta, is onder de 6e klasse, 4° sectie van Tournefort gesteld, der roosvormige bloemplanten, door Jussieu onder de familie van de Ruitplanten, en onder de 10° klasse van Linnaeus, Decandria monogynia, planten die met tien meeldraedjes bloemen en maer één stampertje hebben. De sterkriekende tamme Hof-Ruite (Ruta graveolens van Linnaeus) is eene langlevende kruidplant van Oost-Europa, die met houtachtige stengels wast, en met uitgesnedene, groene bladen, lommerryk versierd, op welker takjes meest in july zydelingsche, bleeke, geelachtige bloemen bloeijen. Deze plant wordt om hare nuttige en heilzame deugden veel in de kruidhoven door wortelscheiding vermenigvuldigd. Het schynt dat elk land zyne soort van Ruite heeft, om in de medecynen te gebruiken, Want de Ruta patavina groeit veel in Italië, omtrent Padua, de Ruta pinnata, met gevleugelde, lansvormige bladen, groeit meest in Spaenje; de Ruta chalepensis van Linnaeus, komt van Afrika, en groeit veel in Egypten; maer deze planten kunnen onze wintersche koude niet wederstaen, en moeten derhalve in de planthuizen worden bevryd. De Ruite (Ruta graveolens) is sterk van reuk, heet, bitter van smaek en verdroogend van krachten; het is van alle ervarene doctors en kunstscheiders bekend, dat de Ruite zeer veel vlugtige olie bezit, dewelke, op wat deelen des lichaems zy wordt gelegd, eene werkende aenprikkeling veroorzaekt. Het sap wordt veel in de trekplaesters met zalve gemengd, en het gestooten kruid met gerstemeel in de pappen gebruikt, om de heuppyn en flerecyn te stillen. De Ruite, zegt de doctor Roques, in zyne verhandeling over

« VorigeDoorgaan »