Pagina-afbeeldingen
PDF
ePub

en in sommige bosschen, en bloeit met witte bloemen, die gele bloemstralen hebben. Het Roerkruid dat aen de Filago wel gelykt (Gnaphalium salvaticum van Linnaeus) is eene plant van Zwitserland, die ook in de zuidelyke deelen van België in de drooge bosschen groeit, in struiken, met witachtige bloempjes op de stengels, en ook andere die met bleekgele bloempjes bloeijen. Het oostersch Roerkruid (Gnaphalium orientale van Linnaeus) groeit met altoosblyvende, lynvormige blaedjes en enkele stengels van omtrent 25 centimeters hoog, bloeit van mei tot in augusty, met trosjes en gele blinkende bloemen. Het bolvormig Roerkruid (Gnaphalium eximium van Linnaeus) groeit met eivormige, geslotene bladen, stengels en geschulpte rooze roodachtige bloemkelken en gele bloemen, wordt alhier in de bloemtuinen door het zaed en struikscheiding vermenigvuldigd. Het Roerkruid dat in België wast, is verdroogende en samentrekkende van kracht; het water dat van dit kruid gedistilleerd wordt, is zeer geprezen, zegt Dodonaeus, tegen den kanker, inzonderlyk van de borsten, want het belet de verborgene kankers tot zweringen te komen, als men dit water met een en linnen doek alle dagen daer oplegt. Veel geneesmeesters gebruiken ook de bladen van de Mansooren (Asarum eyropaeum), om dit water, dat voor den kanker te verdryven wordt geacht, mede te maken. Lobel zegt dat het gemeen Roerkruid in zynen tyd werd geprezen om het rood melizoen en de melkziekte te genezen. Het Roerkruid, in wyn gezoden, geneest niet alleenlyk de eerstgemelde ziekte, maer ook allerlei overvloedige krankheden der vrouwen en stopt den buikloop.

ROGGE, in 't fransch Seigle, in 't latyn Secale, is onder de 15° klasse, 3° sectie van Tournefort gesteld, der planten die met meeldraedjes bloeijen; door Jussieu onder de familie van de Grasplanten, en onder de 3e klasse van Linnaeus, Triandria digynia, planten die met drie stofdraden bloeijen en drie stampertjes

hebben. De Winter-Rogge (Secale cereale van Linnaeus) is eene kruidplant, die alle jaren alhier in den herfst te velde wordt gezaeid, en veel gelykenis met de Tarwe heeft, maer er toch eenigzins van verschilt. Men erkent wel de Rogge aen de stengels, bladen en langwerpige, platachtige aren, die zeer zyn gebaerd, van weerzyde twee lagen hebben en vereenigde bloeibloempjes, die te samen met twee kafvliesjes in de bloemkelkjes zyn geschikt, het graen, dat langachtig en byna van boven rondachtig puntig is, in de bloemkransjes ryp wordt en een bruinachtig kleur verkrygt, scheidt ligtelyk uit de aren. Men vindt ook de Zomer-Rogge (Secale orientale van Linnaeus), die van de Egeïsche zee afkomstig is, en de kleine ZomerRogge (Secale creticum) van Griekenland, die alhier meest in het voorjaer wordt gezaeid. De Roggeplant is min moeijelyk om kweeken dan de Tarwe, en wilt in alle diep bewerkte gronden zeer goed aerden, inzonderlyk als die 's winters niet onder water staen, want te veel koude vochtigheid kan de Rogge doen kwynen; maer in alle andere gronden, waer de wortels diep uit den grond hun voedsel kunnen trekken, begeert zy by alle andere éénjarige planten gezaeid te zyn, en kan zeer wel onze wintersche koude wederstaen; zy is ook zeer voordeelig om er voort in de lente klavers in te zaeijen, en het volgende jaer, nadat die Klavers gediend hebben om de kruidetende dieren te voeden, dit land te bewerken en er Tarwe in te zaeijen. Nadat de Rogge, die hier meest in july hare rypheid verkrygt, afgepikt en nadien ingeoogst is, wordt het land alwaer die Rogge heeft gestaen, meest aenstonds gebruikt om er Rapen in te zaeijen. De gewoonte die men in sommige landstreken van België heeft, van de Rogge ondereen met de Tarwe te zaeijen, is zeer tegenstrydig aen den regten regel, dewyl die granen dezelfde natuer van grond niet begeren en ook ten zelfden tyde hunne rypheid niet verkrygen, want dikwils schilt het alhier 18 of 20 dagen, dat de Rogge eerder dan de Tarwe rypt; derhalve is het zeer moeijelyk die te samen af te pikken, zonder de eene of de andere te hinderen, want de Rogge te ryp op het veld slaende, verliest by het afpikken haer graen, en de Tarwe te vroeg afgepikt, geeft weinig meel. Het is dus het voor

BIEBL. UNIV.
GENT

deeligste elk op zyn bezonder land te zaeijen en nadien te mengelen, om masteleinen brood en andere koeken mede te bakken. Het graen van de Rogge, dat een kloek voedsel inhoudt, dient om bier, genever, gortenbry te maken, en brood te bakken, dat aen de menschen en dieren een gezond voedsel verschaft en de verstoptheid der darmen opent. De Rogge gemalen bezit ook veel slympoeijer, en dient om ameldonk en pappen mede te maken; het fyn van de Rogge wordt inzonderlyk met honig in deeg bewerkt om peperkoeken mede te bakken, waervan die van Gent door geheel België en de Nederlanden zyn vermaerd. De Rogge wordt ook wel alhier gezaeid, om groen de kruidetende dieren te voeden, en het stroo dat by het ryp worden eene zekere taeiheid en buigzaemheid bekomt, wordt veel gebruikt om huizen mede te dekken, matten, hoeden en andere sieraedwerken mede te vlechten, en ook voor bindsels in de hoven. Eindelyk, al de deugden, nuttige voedzame deelen en verdere heilzame krachten die deze plant bezit, zyn van eenieder te wel bekend om ze alhier te verhalen, dewyl men er een geheel boekdeel van zou kunnen schryven.

ROOS, Roozelaer, Roozenboom, Wilde Roos, Hondsroos, in het fransch Rose, Rosier, in 't latyn Rosa, is onder de 21° klasse, 8e sectie van Tournefort gesteld, door Jussieu onder de familie van de roosvormige bloemplanten, en onder de 12e klasse van Linnaeus, Icosandria polygynia, twintighelmigen, planten die van twintig tot honderd en meer helmstyltjes of stofdraden en verscheidene stampertjes hebben.

De Roozen zyn langlevende gewassen, die van over zeer oude tyden in Europa zyn bekend; ten tyde van Linnaeus werden er alhier van de gemeene Boere-Roozen en andere van Europa, slecht 20 verschillige soorten gevonden, terwyl men er heden meer dan 100 by onze liefhebbers en bloemisten vindt, zonder de chinesche en bengalsche Roozen te rekenen, die enkelyk sedert eene halve eeuw alhier zyn overgevoerd, ten alle kanten in Europa zyn verspreid, en waervan men heden by onze bloemkweekers te Gent meer dan 1000 verscheidene kan bekomen. De heer Louis Van Houtte alleen telt op zyne lysten omtrent 800 soorten, die hy in sectiën verdeeld, zoo als de Pimpernelle Roozen, Kapucine Roozen, dubbele schoone gele, witte Roozen, Damast-Roozen, Most-Roozen, Roozen met honderd bladen , Roozen met altoosgroene bladen, MuscatesRoozen, Banks-Roozen, Roozen met veel bloemen, Roozen met groote of kleine bladen, de Hybriden met groote bladen, Roozen die met bloemblaedjes boven de bloemen bloeijen, Thee-Roozen van de Indiën, Bengalsche Roozen, waervan hy wel 150 soorten meldt, Lawrenceana Roozen, Noisettes Roozen, Roozen die altoos bloeijen, Portlands Roozen en al zyne gehybrideerde Roozen, die hy door het zaed heeft bekomen en waervan elke haren naem op zyne lyst heeft. Onze bloemist Coene bezit ook eene schoone verzameling van die Roozen, waermede hy in de tentoonstelling van den Casino te Gent, in 1842, den eereprys heeft behaeld. De heeren bloemkweekers Verschaffelt, Van Geert, J.-B. De Saegher en veel andere hebben ook met hunne schoone Roozen verscheidene mael in de tentoonstellingen, die in veel steden van België plaets hebben gehad, de eerste pryzen behaeld. Men heeft sedert eenige jaren te Parys, in de kweekery van den Luxemburg, uit het zaed meer dan 300 soorten en medesoorten verkregen, die allen met hare namen op de lysten zyn gemeld, en waeronder men drie bezondere uitstekende namen bemerkt, namelyk : de Roos van Spaendonk, de Roos van Dael en de Roos Redouté, drie wydvermaerde belgische bloemschilders, aen wien men te Parys, als een bewys voor hunne schoone kunst, die Roozen heeft opgedragen, en welke men in België, Frankryk en elders by meest alle liefhebbers ontmoet. Dewyl men al de namen van duizend en meer Roozen op de bloemlysten onzer kweekers, die zy aen alle liefhebbers mededeelen, vindt, zal ik my bepalen met die te noemen, welke voor het menschdom nuttig zyn : de Roos van Kamtchatka, de Roos cinanmomea van Linnaeus, van Zuid-Europa, de Rosa muscosa, met de gemeene dubbele welriekende Boere-Roos, zyn van over zeer oude tyden om hare heilzame deugden in de medecynen be

kend : men kan er rooze-syroop, roozewater, om de zeere oogen te wasschen, roozen-azyn en welriekende waters uit bereiden, die eene stoppende en verkoelende kracht inhouden en voor den witten vloed, zaedloop, buikvloed en veel andere kwalen worden bevolen; er wordt ook veel conserve met die roozebloemen gemaekt, en ook eene olie uit getrokken; het roozewater wordt veel in de massepynkoeken en andere lekkere spyzen gebruikt. De roodblozende vruchten die de Hondsroos (Rosa canina of Rosa eglanteria van Linnaeus) draegt, worden, ryp zynde, in veel landen vergaderd en door de apothekers eene konfytuer mede gemaekt, die onder den naem van Cinorrhodon is bekend, en als stoppend geneesmiddel wordt gebruikt. Zeer veel soorten van Roozen worden ook heden op die wilde Eglantiers-Roos geënt.

De wyze om uit alle Roozen, zoowel Chinesche als Bengalsche, door het zaed nieuwe verschillige soorten te winnen, bestaet enkelyk in juist op tyd, als de bloemen hare levende spanning hebben bekomen, die met de stuifdraden of meeldraedjes van andere bloemen vruchtbaer te maken en wel dit stuifzaed op de stampertjes of wyfkens-natuerdeelen der bloemen by het bepoeijeren te doen vatten, gelyk ik in het 1e deel, bladz. 81, aengewezen heb, het vruchtbaer gemaekt ryp zaed in zyn zaedhuisje of vrucht wel te laten droogen, dit in het voorjaer in potten of op teilen, in den fynen welbereiden heigrond te zaeijen en met zorg die in de oranjery te plaetsen, om voorts in potten te verplanten en te koesteren tot dat die jonge zaeijelingen bekwaem zyn om in de vrye lucht te zetten en voorts in den vollen grond te planten, zeer velen van die Chinesche en Bengalsche Roozen kunnen onze koude winters niet wederstaen, en moeten met dorre bladen worden bedekt of in potten in de planthuizen zyn bevryd, alwaer zy veel vroeger bloemen, want die buiten blyven staen, niet tetegenstaende men ze wel bedekt, worden dikwils door de koude en vochtigheid gehinderd. De gemeene Boere- en Provenceroozen worden alhier meest door inleggers en uitloopers, die zy genoegzaem geven, vermenigvuldigd.

ROSMARYN, Roozemaryn, in 't fransch Romarin, in 't latyn

« VorigeDoorgaan »