Pagina-afbeeldingen
PDF
ePub

bevryd, wel duizend schoone medesoorten van die Rhododendrons gewonnen, die byna allen met onderscheidene gedaenten van bladen groeijen en verschillige kleuren van bloemen dragen, waeronder witte, purpere, violette, rooskleurige, roode, enz., zyn, die onze lusthoven schilderachtig verheffen, en met hunne altoos groenblyvende bladen zomer en winter de perken versieren, in het voorjaer meest worden verplant en door de kweekers allerhande namen hebben verkregen, die te wydloopig zouden zyn om hier allen te melden. Men heeft in België zeer veel nieuwe soorten van China bekomen, die enkelyk sedert eenige jaren alhier zyn overgevoerd, en onder den naem van Rhododendrum arboreum zyn bekend. Deze merkwaerdige schoone gewassen, met hunne altoos schoone langlevende bladen en uitmuntende lieflyke bloemen, waeronder er schoone verhevene rooskleurige, witte, roode en andere kleuren zyn, beginnen in de matige serren vroeg in het voorjaer te bloeijen; men vindt de volgende nieuwe soorten op de lysten van onze behendige bloemisten gemeld : De Rhododendrum arboreum alba, - Aitoni, - altaclarence grandiflora, altaclarence roseum, splendens en triumphans, amabile, aureolatum, - Beaton's superbum, - Bedfordi novum, Belfasti, Britanniae, - Browni, - Burggravianum, calamistratum, - Campbelli, - cardinale, - Celsonia, Clyto, - Cliveanum, - coccineum, elegans en superbum, - Drak, Desmonvillii, - fastuosum, - Fischeri, - formosum, Frazeri, fulgens, - Georgeanum, - Harringtoni, Hartwigii, Guillaume II, - Hodgesi superbum, - incomparabile, - Julianum, - Knighti triumphans, - Lawsoni, - Lindleyi, Louisianum, - mirabile novum, - Mechelynckii, - nobleanum pulchrum, - petiveri en superbum, - picturatum, phoeniceum speciosum, - refulgens, - regium, - rigidum novum,

Rival Scarlet, Robertii, - Rodriguezi atrosanguineum, rosaceum, - speciosum, sir John Broghton, Smithii, spectabile, - superbum novum en splendens, tinctum,

Torringtoni, - tigrinum coccineum roseum, triumphans London, - venustum fastuosum, venustissimum, - Wiltoni, Wilhelminum, Wilmorgeanum, Woodsii, - Koungii, Younghii superbissimum, aureum, - barbatum, - carneum elegantissimum en veel andere, die in 1844 alhier van de Indiën zyn overgebragt.

Al deze schoone Rhododendra arborea worden alhier meest by onze kweekers op de gemeene jonge Rhododendrons geënt, of door het zaed, gelyk alle andere Rhododendrons, in den fynen heigrond, op warme broeibakken in de lommer, in de matige serren gezaeid, om van daer in potten te verplanten, zy kunnen in de vrye lucht onze wintersche koude niet wederstaen, en worden meest in de matige serren of goede planthuizen bevryd, waer zy vroeg bloemen.

RHODORA, in 't fransch Rhodora, in 't latyn Rhodora, is door Jussieu onder de familie van de Oleanderboomen die met roosvormige bloemen groeijen, gesteld, en onder de 10 klasse van Linnaeus, Decandria monogynia, planten die met tien meeldraedjes bloemen en maer één stampertje hebben.

De Rhodora canadensis van Linnaeus, is een langlevend klein heester-boomgewas van Canada, dat alhier in de vrye lucht in den heigrond wordt geplant, en getakkeld groeit, omtrent 50 centimeters hoog; bloeit meest van april tot in mei, in bundelbloemen op de toppen der takjes, die een lieflyk purperachtig kleur hebben. Het wonderbaerste van deze plant is, dat zy hare bloemen zeer fraei vertoont eer de bladen zich ontwikkelen; zy kan op de wyze van de Kalmias door het zaed vermenigvuldigd worden, en door haer vroeg bloeijen, schikt zy zich zeer wel om in de bloemperken en lusthoven te planten.

RIDDERSPOOR, Leeuwerikvoet, Dolfynbloem, in 't fransch Pied d'Alouette, in 't latyn Delphinium, is onder de 1 1° klasse, 2" sectie der onregelmatige bloemplanten van Tournefort gesteld; door Jussieu onder de familie van de Ranunkels, en onder de 13° klasse van Linnaeus, Polyandria trigynia, veelhelmigen, planten die van twintig tot honderd meeldraedjes, op het vruchtbeginsel vastgehecht, en drie stampertjes hebben.

Men vindt heden verscheidene soorten van die kruidplanten; de eenen zyn langlevende en de anderen moeten alle jaren in de , bloemtuinen gezaeid worden. De verhevene Ridderspoor (Delphinium elatum van Linnaeus) is eene langlevende kruidplant van Siberië, die in struiken met stengels, meer dan 1 meter hoog wast, en met groene gekerfde bladen, aen de stelen en wortels verdeeld, bloeit hier meest van juny tot july, met aren en pyramidevormige trossen, en zeer schoone dubbele, hoogblauwe bloemen, waervan men verscheidene medesoorten vindt met enkele en dubbele bloemen. De Ridderspoor met groote bloemen (Delphinium grandiflorum van Linnaeus) is ook eene langlevende kruidplant van Siberië, die met zeer gebladerde stengels 80 centimeters hoog wast, bloeit alhier in juny, met lange aren op de toppen en allerschoonste blauwe bloemen. De Bastaerd-Ridderspoor (Delphinium hybridum van Willdenow) is eene langlevende kruidplant van Rusland, die met stengels omtrent 60 centimeters hoog wast, met gekerfde en uitgesnedene bladen, bloeit hier in juny met zeer lieflyke blauw gespikkelde bloemen. De Delphinium Aconitifolium van Linnaeus, is eene langlevende kruidplant van Spaenje, die met stengels omtrent 50 of 60 centimeters hoog groeit, bloeit meest in juny, met donkerblauwe éénbladige honigkelken, die donkere zaedhuisjes voortbrengen. Men heeft van deze planten, die op de wyze van de Pioenen worden gezaeid, de volgende medesoorten verkregen, die allen langlevende zyn en allerschoonste verschillige blauwkleurige bloemen dragen, die geene gedaente van Spooren hebben, zoo als de Dolfynbloemen gemeenlyk bloeijen : De Delphinium Barlowii, door zyne schoone bloemen zeer vermaerd; Delphinium cheilanthum,- grandiflorum maximum, - grandiflorum fl. pleno, -flore pleno en fl. rubro, - Delphinium hirsutum, - halmii, - perenne, - pictum, - Requienii, chinense, albo, - flore lilacino, - tricolor, - flore pallide coeruleo, en meer andere die uit het zaed zyn gesproten.

De Delphinium Ajacis van Linnaeus is eene éénjarige kruidplant van de Dauphinesche gebergten, die met gekerfde en uitgesnedene bladen groeit, en stengels van omtrent 60 of 70 centimeters hoog; bloeit alhier meest in july, met aerachtige bloemtrossen, dubbele en ook enkele bloemen, waeronder gryze, roodachtige, rooskleurige, witte, violette en met andere kleuren zyn, die ook van spooren en op de vleugels verschillen, en waervan de kleine Ridderspoor (Delphinium nana) eene medesoort is.

De luizenvergiftige Ridderspoor (Delphinium staphisagria van Linnaeus), is eene éénjarige kruidplant van het Zuiden van Frankryk, die met stengels en gekerfde, handvormige bladen groeit, bloeit hier meest van july tot in augusty, volgens de medesoorten, met blauwachtige bloemen, die vier bloembladen in de kelken hebben en honigkelken die korter dan de bloembladen zyn, en plompe zaedhutjes met veel zaedjes voortbrengen.

Het zaed van de Ridderspooren Ajacis en Staphisagria heeft eenen bitteren, scherpbrandenden smaek; 12 of 13 greintjes daervan ingenomen, zegt Grimaud de Caux, is genoegzaem om eene geweldige braking en purgering te verwekken, en als dit in meerdere dosis zou worden genomen, kan het zeer droevige gevallen veroorzaken en den mensch vergiftigen, gelyk men door proeven op beesten gedaen, heeft bewezen. Sedert heeft men het inwendig gebruik van dit zaed teenemael verworpen, de kundige Orfila noemt die plant Staphisagrie, Herbe aux pouw, en stelt ze onder de doodelyke vergiften; hy zegt dat het zaed zeer krachtig is om uitwendig te gebruiken en de luizen, vlooijen en ander ongedierte mede te dooden. Dit zaed in poeijers gestampt en in den azyn geweekt, is zeer goed om het hoofd en de kleederen te reinigen, en werd derhalve van de oude Kruidkenners Herba pedicularis genoemd. De bloemen werden ook met roozewater bereid, om de roode loopende oogen mede te genezen. De vergiftigende krachten van het zaed komen voort, zegt de doctor Feneulle, uit eene loog-zoutachtige stoffe die het inhoudt en in de geneeskunde bekend is onder den naem van Delphine, een witachtig sap dat uitnemend bitter en zuer smaekt, in het water niet smelt, maer wel in vlugtige vochten, zoo als wyn en andere geestryke dranken. Sommige Kruidkenners denken dat de Delphinium aconitifolium ook eene vergiftige kracht bezit. De Delphinium consolida van Linnaeus, eene éénjarige plant die in België in de velden en weiden wast, schynt ook eenen zuer-bitteren smaek in te houden, dewyl al de kruidetende dieren zich van die plant verwyderen, zonder ze aen te raken of te eten,

RIETGRAS, Aerdamandel, in 't fransch Souchet, in 't latyn Cyperus, is onder de 15e klasse, 4° sectie van Tournefort gesteld, der planten die met drie meeldraedjes bloeijen of bloembladlooze planten, door Jussieu onder de familie van de Boterbloemplanten, en onder de 3° klasse van Linnaeus, Triandria monogynia, planten die met drie meeldraedjes bloemen en maer één stampertje hebben.

Het Rietgras of eetbare Aerdamandel (Cyperus esculentus van Linnaeus), is eene langlevende grasplant van Egypten, die ook in Italië wast, met strooachtige, driehoekige stengels, die maer 30 centimeters hoog groeijen, en veel bladen, kroonwyze geschikt en puntig lang, welke aen eene zaeg gelyken. Deze plant groeit met gebobbelde, overeenliggende wortels, die de grootte van eene Amandel hebben en aen een klein Aerdappeltje gelyken; zy zyn eetbaer en houden eenen goeden smaek in.

Het schynt dat deze plant, die hier in den kruidhof der Hoogeschool wordt gekweekt, van de oude volken was bekend, dewyl men in de heilige Schriftuer beschreven vindt dat de aertsvader Jacob pappen van den Cyperus esculentus maekte en aen zyne kinderen te eten gaf.

Het Rietgras of Papierriet van den Nyl (Cyperus papyrus van Linnaeus), is eene langlevende rietplant van Egypten, die ook in Sicilië groeit, met driekantige, rietachtige stelen of stengels, met vlokachtig merg gevuld, dat eene lymachtige stoffe inhoudt, waermede de inwoners van Egypten zeer goed schryfpapier maken; deze plant moet alhier in de warme serren gekweekt zyn.

Het slymachtig Rietgras (Cyperus viscosus van Willdenow), komt van Zuid-Amerika en wordt hier ook in de matige serren gekweekt.

« VorigeDoorgaan »