Pagina-afbeeldingen
PDF
ePub

Linnaeus schryft nog van de Wouw of Reseda canescens, Reseda fruticulosa, R. undulata en meer andere soorten, die in Spaenje groeijen, maer my niet bekend zyn.

REUKGRAS, in 't fransch Flouve, in 't latyn Anthoxanthum, door Tournefort Gramen genoemd; is door Jussieu onder de familie der Grasplanten gesteld, en onder de 2e klasse van Linnaeus, Diandria digynia, planten die met twee meeldraedjes bloeijen en twee stampertjes hebben.

Het welriekend Reukgras (Anthoxanthum odoratum van Linnaeus) is eene langlevende grasplant van Europa, die met lange ronde aren op de toppen der stengels bloeit, welke ryp zynde, een geelachtig kleur verkrygen, en gemaeid en met hooi gedroogd daeraen eenen welriekenden geur verschaffen. Geheel de stelen en bladen, tot aen de wortels, bezitten eenen zeer aengenamen geur, die aen den reuk van de gemeene Steenklaverbloemen wel gelykt; door dien zoeten aengenamen reuk kan men die grasplant uit alle andere wel onderscheiden. Dit Reukgras dat hier in in mei bloeit, wilt in alle gronden aerden, maer toch begeert het by voorkeur eene drooge opene plaets, want in vochtige meerschen, die lang en dikwils onder water staen, blyven hare bladen klein en wilachtig, gerold en effen geel, de stengels blyven zwak en de struiken komen in het geheel niet hoog; maer op drooge plaetsen maekt die plant eenen grooten struik en wordt van alle kruidetende dieren, die er zeer op verlekkerd zyn, gretig gezocht. Het droog hooi, waerin die grasplant gemengd is, behoudt altoos eenen welriekenden geur, die den eetlust van de kruidetende dieren verwekt, dewyl het hooi van de vochtige meerschen, alwaer deze plant slecht kan groeijen, nooit zoo eenen aengenamen reuk heeft. Deze plant wordt veel onder alle andere grasplanten in de drooge meerschen gezaeid, om groen en droog de kruidelende dieren te voeden.

RHEXIA, in 't fransch Rhexia, in 't latyn Rhexia, is onder de familie van de Melastomaplanten gesteld, en onder de 8. klasse van Linnaeus, Octandria monogynia, planten die met acht meeldraedjes bloemen en maer één stampertje hebben.

De Rhexia holosericea is eene langlevende kruidplant van Brezilië, die met getakkelde stengels meer dan 1 meter hoog wast, met geheel zydachtig gewolde en toegespitste, eivormige bladen; bloeit alhier in de matige serren meest in juny, met trosvormige aren en zeer lieflyke blauwe bloemen, die de topjes der takjes versieren.

De Rhexia van Virginië (Rhexia virginica) is eene langlevende plant die in dit gewest in de moerasachtige gronden wast, met gewolde, vierkantige stengels, die omtrent 40 of 50 centimeters hoog wassen, met groene, roodachtig gestreepte, eivormige bladen; bloeit hier in de warme serren in juny, met okselachtige, schoone karmynroode bloemen.

Onze bloemisten hebben nog den Rhexia speciosa, met andere nieuwe soorten van Mexiko verkregen, die allerschoonste bloemen dragen.

Deze lieflyke nieuwe planten, met hare schoone versierende bloemen, kunnen door het zaed in den heigrond, op belommerde plaetsen, in de warme serren worden gezaeid, om nadien in potten te verplanten en binnen den zomer, in de oranjery, op plaetsen. waer weinig zon komt, te kweeken. - De Rhexia van Virginië kan in den zomer in de vrye lucht in den vollen grond geplant en 's winters in de oranjery of matige serre bevryd worden. De krachten van deze planten zyn my niet bekend.

RHODODENDRON, in ’t fransch Rhododendron, in 't latyn Rhododendrum, is onder de 20e klasse, 4° sectie van Tournefort gesteld, der éénbladige bloemplanten; door Jussieu onder de familie der Oleanders, en onder de 10. klasse van Linnacus, Decandria monogynia, planten die met tien meeldraedjes bloemen en maer één stampertje hebben.

De yzermaelachtige Rhododendron (Rhododendrum ferrugineum van Linnaeus) is een langlevend heester-houtgewas van de Alpische gebergten, dat struikgewys, omtrent 2 meters hoog wast, met altoosblyvende, langs boven groene en langs onder yzerroestkleurige bladen, en hier meest in juny bloeit, met schoone bloemtrossen op de toppen der takjes en afgesliple bloembladen.

De Rhododendrum hirsutum van Linnaeus, is ook van de Alpische gebergten, en groeit in struiken, maer omtrent 50 of 60 centimeters hoog, met altoosgroenblyvende bladen; bloeit in juny, met rooze roodachtige bloemen, waervan men eenige medesoorten vindt, die ook in juny en nog in september bloeijen.

De Rhododendrum chamaecystus van Linnaeus, is een langlevend schoon houtgewas, met altoosblyvende bladen, dat van Oostenryk oorspronkelyk is; bloeit alhier in juny, met schoone vleeschkleurige bloemtrossen en zeer lieflyke rooskleurige afgestipte bloemen.

De Rhododendrum ponticum van Linnaeus, is van Klein-Azië en Zuid-Rusland; bloeit alhier vroeg in de lente, met schoone levendige purperachtige roozebloemen.

De Rhododendrum punctatum van Willdenow, is van NoordAmerika, en groeit met langs boven groene en langs onder geroeste bladen; bloeit in juny, met rooskleurige trossen en bleekrooze bloemen.

De Rhododendrum maximum van Linnaeus, is een langlevend 'schoon houtgewas van Virginië; het bloeit alhier meest van in mei, mel schoone rooskleurige en wille bloemen.

De Rhododendrum dauricum van Linnaeus, is van Siberië, en bloeit alhier met rooskleurige en witafgestipte bloemen.

De Rhododendrum caucasicum van Willdenow, komt van den berg Caucasus.

De Rhododendrum Kalmia groeit maer omtrent 30 centimeters hoog, met kleine, groene, palmvormige blaedjes, en bloeit meest in juny, met bloemtrosjes en veel rooskleurige kleine bloempjes op de toppen der takjes.

De Rhododendrum salicifolium en de Rhododendrum azaleoïdes worden hier ook veel geplant.

Al deze Rhododendrons kunnen zeer wel onze koude winters wederstaen, inzonderlyk als zy in den heigrond worden geplant; want in gemeene gronden willen zy niet aerden.

Onze behendige bloemkweekers hebben heden alhier te Gent, uit het ryp zaed, dat gemeenlyk op teilen in den fynen heigrond gezaeid en 's winters in de oranjehuizen de eerste jaren wordt III.

24

bevryd, wel duizend schoone medesoorten van die Rhododendrons gewonnen, die byna allen met onderscheidene gedaenten van bladen groeijen en verschillige kleuren van bloemen dragen, waeronder witte, purpere, violette, rooskleurige, roode, enz., zyn, die onze lusthoven schilderachtig verheffen, en met hunne altoos groenblyvende bladen zomer en winter de perken versieren, in het voorjaer meest worden verplant en door de kweekers allerhande namen hebben verkregen, die te wydloopig zouden zyn om hier allen te melden.

Men heeft in België zeer veel nieuwe soorten van China bekomen, die enkelyk sedert eenige jaren alhier zyn overgevoerd, en onder den naem van Rhododendrum arboreum zyn bekend. Deze merkwaerdige schoone gewassen, met hunne altoos schoone langlevende bladen en uitmuntende lieflyke bloemen, waeronder er schoone verbevene rooskleurige, witte, roode en andere kleuren zyn, beginnen in de matige serren vroeg in het voorjaer te bloeijen; men vindt de volgende nieuwe soorten op de lysten van onze behendige bloemisten gemeld : De Rhododendrum arboreum alba, - Aitoni, altaclarence grandiflora, altaclarence roseum, splendens en triumphans, amabile, latum,- Beaton's superbum, - Bedfordi novum, - Belfasti, Britanniae, - Browni, Burggravianum, calamistratum, Campbelli, - cardinale, , Celsonia, Clyto,

Cliveanum, - coccineum, elegans en superbum, - Drak, Desmonvillii,

fastuosum, Fischeri, formosum, - Frazeri, fulgens, Georgeanum , Harringtoni, Hartwigii, Guillaume II, Hodgesi superbum, incomparabile, Julianum, - Knighti triumphans, Lawsoni, Lindleyi, Louisianum, -- mirabile novum, Mechelynckii, nobleanum pulchrum, - petiveri en superbum, - picturatum, - phoeniceum speciosum, refulgens, regium, - rigidum novum, Ridal Scarlet, - Robertii, Rodriguezi atrosanguineum, rosaceum, speciosum, - sir John Broghton, Smithii, spectabile, superbum novum en splendens, tinctum, Torringtoni, tigrinum coccineum roseum,

tigrinum coccineum roseum, - triumphans London, venustum fastuosum, venustissimum, - Wiltoni,

aureo

[ocr errors]

Wilhelminum, - Wilmorgeanum, Woodsii, Youngii, Younghii superbissimum, aureum, barbatum, carneum elegantissimum en veel andere, die in 1844 alhier van de Indiën zyn overgebragt.

Al deze schoone Rhododendra arborea worden alhier meest by onze kweekers op de gemeene jonge Rhododendrons geënt, of door het zaed, gelyk alle andere Rhododendrons, in den fynen heigrond, op warme broeibakken in de lommer, in de matige serren gezaeid, om van daer in potten te verplanten; zy kunnen in de vrye lucht onze wintersche koude niet wederstaen, en worden meest in de matige serren of goede planthuizen bevryd, waer zy vroeg bloemen.

RHODORA, in 't fransch Rhodora, in 't latyn Rhodora, is door Jussieu onder de familie van de Oleanderboomen die met roosvormige bloemen groeijen, gesteld, en onder de 10. klasse van Linnaeus, Decandria monogynia, planten die met tien meeldraedjes bloemen en maer één stampertje hebben.

De Rhodora canadensis van Linnaeus, is een langlevend klein heester-boomgewas van Canada, dat alhier in de vrye lucht in den heigrond wordt geplant, en getakkeld groeit, omtrent 50 centimeters hoog; bloeit meest van april tot in mei, in bundelbloemen op de toppen der takjes, die een lieflyk purperachtig kleur hebben. Het wonderbaerste van deze plant is, dat zy hare bloemen zeer fraei vertoont eer de bladen zich ontwikkelen; zy kan op de wyze van de kalmias door het zaed vermenigvuldigd worden, en door haer vroeg bloeijen, schikt zy zich zeer wel om in de bloemperken en lusthoven te planten.

RIDDERSPOOR, Leeuwerikvoet, Dolfynbloem, in 't fransch Pied d'Alouette, in 't latyn Delphinium, is onder de 11° klasse, 2° sectie der onregelmatige bloemplanten van Tournefort gesteld; door Jussieu onder de familie van de Ranunkels, en onder de 13° klasse van Linnaeus, Polyandria trigynia, veelhelmigen, planten die van twintig lot honderd meeldraedjes, op het vruchtbeginsel vastgehecht, en drie stampertjes hebben,

« VorigeDoorgaan »