Pagina-afbeeldingen
PDF
ePub

kleine gele bloemen, die als de gemeene eenen zeer welriekenden geur inhouden. De Balsem-Reinvaer (Tanacetum balsamita van Linnaeus) van Zuid-Frankryk, groeit met stengels, bladsteeltjes, ronde, getande, gekerfde bladen en geelachtige bloemknopjes, die zich in den zomer openen en eenen welriekenden geur verspreiden. Deze planten, zoo als ook de Tanacetum sibiricum worden alhier in sommige kruidhoven gekweekt. Volgens de nieuwe en oude Kruidkenners, hebben de Reinvaren eene wormverdryvende kracht; zy zyn bitter van smaek, heet en droog van aerd. Het kruid, de bloemen of het zaed met wyn of bier gekookt en gedronken, dryft den steen af en is goed voor het pynelyk waterlossen, de bloemknoppen als thee in het kokende water geweekt en gedronken of op witten wyn latende trekken, zyn zeer dienstig voor de kinderen die met wormen gekweld zyn; dit kruid wordt veel in de pannekoeken gebakken en met eijers geëten, waeraen het eenen aengenamen smaek geeft; het zaed met suiker en rooden wyn ingenomen, is goed voor de bevruchte vrouwen. Er wordt ook uit dit kruid en de bladen in july een water gedistilleerd, Athanasia genoemd, dat gebruikt wordt voor den steen, het graveel en om de wormen af te dryven. Het Geneeskundig Magazyn schryft zeer veel deugden aen dit kruid toe, en zegt dat de vrouwen in Engeland dit veel gebruiken om het misvaren te beletten en de pyn in de zenuwaderen te stillen, dit stampen om op de dikke voeten te leggen en voor de schamelyke deelen en leden gebruiken. Men vindt nog by sommige bloemisten de heesterachtige Reinvaer (Tanacetum susfruticosum van de Kaep), die 's winters in de planthuizen moet worden bevryd. Het Reinvaerkruid bezi zeer veel loogzout en potassche, als het gebrand wordt.

RESEDA, Italiaensche Rakket, in 't fransch Reseda odorant, Herbe d'Amour, in 't latyn Reseda, is onder de 11e klasse, 1" sectie, der onregelmatige bloemplanten van Tournefort gesteld; door Jussieu onder de familie der Kappers, en onder de 1 1e klasse van Linnaeus, Dodecandria trigynia, twaelfhelmigen, slach van planten welker bloemen van twaelf tot twintig helmstyltjes en drie stampertjes hebben. De welriekende Reseda (Reseda odorata van Linnaeus) is eene tweejarige kruidplant van Afrika, die in Egypten natuerlyk groeit en alhier vroeg in het voorjaer wordt gezaeid, alwaer zy eens gezaeid geweest zynde, alle jaren haer zelve zaeit, inzonderlyk als men het zaed laet rypen. Deze kruidplant, die door haren aengenamen reuk aen eenieder wel behaegt, wordt veel in potten geplant en 's winters in de planthuizen bevryd; met enkelyk de jonge zytakjes wat te weren, kan men die plant, die byna altoos bloemt, verscheidene jaren behouden. Het kruid en de bloemen van die lieflyke plant worden om hunnen aengenamen en bevalligen reuk veel in de kleerkassen gelegd, en verdryven de motten en schietwormen. Zy worden ook gebruikt om de zyden stoffen geel te verwen, De Wouw-Reseda (Reseda luteola van Linnaeus) is eene éénjarige kruidplant van Europa, die in België aen de wegen en velden wast, met geheele, lansvormige bladen, die langs beide zyden van onder eenen tand hebben, en op welker stengels meest in july groenachtige gele bloemen bloeijen, die vier blaedjes in de bloemkelken hebben. De bloemen en jonge toppen van de Wouw-Reseda bezitten een afdryvend et zweetverwekkend middel. De gele Reseda of Wouw (Reseda lutea van Linnaeus) is eene tweejarige plant van Europa, die in België op drooge plaetsen, aen de steenrotsen en oude muren wast, met getakkelde stengels, die omtrent 50 centimeters hoog groeijen, en gevleugelde bladen, waervan de bovenste in drie deelen gelipt zyn; bloeit hier meest in july, met geelachtige groene bloemen, waervan al de deelen eene vaste gele verw inhouden. De grysachtige blauwe Reseda of Wouw (Reseda glauca van Linnaeus) groeit meest in de Pyrenesche gebergten. De Reseda phyteuma van Linnaeus, heeft Ch. Van Hoorebeke ook in Vlaenderen gevonden; hy groeit met stengels en geheele bladen, van boven in drie bladlobben verdeeld, en draegt in july ook gele bloemen met groote bloemkelken, in zes bloembladen verdeeld, die opene zaedhuisjes voortbrengen.

Linnaeus schryft nog van de Wouw of Reseda canescens, Reseda fruticulosa, R. undulata en meer andere soorten, die in Spaenje groeijen, maer my niet bekend zyn.

REUKGRAS, in 't fransch Flouve, in 't latyn Anthoxanthum, door Tournefort Gramen genoemd, is door Jussieu onder de familie der Grasplanten gesteld, en onder de 2e klasse van Linnaeus, Diandria digynia, planten die met twee meeldraedjes bloeijen en twee stampertjes hebben. Het welriekend Reukgras (Anthoxanthum odoratum van Linnaeus) is eene langlevende grasplant van Europa, die met lange ronde aren op de toppen der stengels bloeit, welke ryp zynde, een geelachtig kleur verkrygen, en gemaeid en met hooi gedroogd daeraen eenen welriekenden geur verschaffen. Geheel de stelen en bladen, tot aen de wortels, bezitten eenen zeer aengenamen geur, die aen den reuk van de gemeene Steenklaverbloemen wel gelykt, door dien zoeten aengenamen reuk kan men die grasplant uit alle andere wel onderscheiden. Dit Reukgras dat hier in in mei bloeit, wilt in alle gronden aerden, maer toch begeert het by voorkeur eene drooge opene plaets, want in vochtige meerschen, die lang en dikwils onder water staen, blyven hare bladen klein en witachtig, gerold en effen geel, de stengels blyven zwak en de struiken komen in het geheel niet hoog, maer op drooge plaetsen maekt die plant eenen grooten struik en wordt van alle kruidetende dieren, die er zeer op verlekkerd zyn, gretig gezocht. Het droog hooi, waerin die grasplant gemengd is, behoudt altoos eenen welriekenden geur, die den eetlust van de kruidetende dieren verwekt, dewyl het hooi van de vochtige meerschen, alwaer deze plant slecht kan groeijen, nooit zoo eenen aengenamen reuk heeft. Deze plant wordt veel onder alle andere grasplanten in de drooge meerschen gezaeid, om groen en droog de kruidetende dieren te voeden.

RHEXIA, in 't fransch Rhevia, in 't latyn Rhevia, is onder de familie van de Melastomaplanten gesteld, en onder de 8e klasse van Linnaeus, Octandria monogynia, planten die met acht meeldraedjes bloemen en maer één stampertje hebben.

De Rhevia holosericea is eene langlevende kruidplant van Brezilië, die met getakkelde stengels meer dan 1 meter hoog wast, met geheel zydachtig gewolde en toegespitste, eivormige bladen, bloeit alhier in de matige serren meest in juny, met trosvormige aren en zeer lieflyke blauwe bloemen, die de topjes der takjes versieren. De Rhexia van Virginië (Rhevia virginica) is eene langlevende plant die in dit gewest in de moerasachtige gronden wast, met gewolde, vierkantige stengels, die omtrent 40 of 50 centimeters hoog wassen, met groene, roodachtig gestreepte, eivormige bladen, bloeit hier in de warme serren in juny, met okselachtige, schoone karmynroode bloemen. Onze bloemisten hebben nog den Rheria speciosa, met andere nieuwe soorten van Mexiko verkregen, die allerschoonste bloemen dragen. Deze lieflyke nieuwe planten, met hare schoone versierende bloemen, kunnen door het zaed in den heigrond, op belommerde plaetsen, in de warme serren worden gezaeid, om nadien in potten te verplanten en binnen den zomer, in de oranjery, op plaetsen. waer weinig zon komt, te kweeken. - De Rhexia van Virginië kan in den zomer in de vrye lucht in den vollen grond geplant en 's winters in de oranjery of matige serre bevryd worden. De krachten van deze planten zyn my niet bekend.

RHODODENDRON, in 't fransch Rhododendron, in 't latyn Rhododendrum, is onder de 20° klasse, 4° sectie van Tournefort gesteld, der éénbladige bloemplanten, door Jussieu onder de familie der Oleanders, en onder de 10° klasse van Linnaeus, Decandria monogynia, planten die met tien meeldraedjes bloemen en maer één stampertje hebben.

De yzermaelachtige Rhododendron (Rhododendrum ferrugineum van Linnaeus) is een langlevend heester-houtgewas van de Alpische gebergten, dat struikgewys, omtrent 2 meters hoog wast, met altoosblyvende, langs boven groene en langs onder yzerroestkleurige bladen, en hier meest in juny bloeit, met schoone bloemtrossen op de toppen der takjes en afgeslipte bloembladen.

De Rhododendrum hirsutum van Linnaeus, is ook van de Alpische gebergten, en groeit in struiken, maer omtrent 50 of 60 centimeters hoog, met altoosgroenblyvende bladen, bloeit in juny, met rooze roodachtige bloemen, waervan men eenige medesoorten vindt, die ook in juny en nog in september bloeijen. De Rhododendrum chamaecystus van Linnaeus, is een langlevend schoon houtgewas, met altoosblyvende bladen, dat van Oostenryk oorspronkelyk is; bloeit alhier in juny, met schoone vleeschkleurige bloemtrossen en zeer lieflyke rooskleurige afgestipte bloemen. De Rhododendrum ponticum van Linnaeus, is van Klein-Azië en Zuid-Rusland, bloeit alhier vroeg in de lente, met schoone levendige purperachtige roozebloemen. De Rhododendrum punctatum van Willdenow, is van NoordAmerika, en groeit met langs boven groene en langs onder geroeste bladen, bloeit in juny, met rooskleurige trossen en bleekrooze bloemen. De Rhododendrum maximum van Linnaeus, is een langlevend schoon houtgewas van Virginië; het bloeit alhier meest van in mei, met schoone rooskleurige en witte bloemen. De Rhododendrum dauricum van Linnaeus, is van Siberië, en bloeit alhier met rooskleurige en witafgestipte bloemen. De Rhododendrum caucasicum van Willdenow, komt van den berg Caucasus. De Rhododendrum Kalmia groeit maer omtrent 30 centimeters hoog, met kleine, groene, palmvormige blaedjes, en bloeit meest in juny, met bloemtrosjes en veel rooskleurige kleine bloempjes op de toppen der takjes. De Rhododendrum salicifolium en de Rhododendrum azaleoides worden hier ook veel geplant. Al deze Rhododendrons kunnen zeer wel onze koude winters wederstaen, inzonderlyk als zy in den heigrond worden geplant, want in gemeene gronden willen zy niet aerden. Onze behendige bloemkweekers hebben heden alhier te Gent, uit het ryp zaed, dat gemeenlyk op teilen in den fynen heigrond gezaeid en 's winters in de oranjehuizen de eerste jaren wordt

III. 24

« VorigeDoorgaan »