Pagina-afbeeldingen
PDF
ePub

Boterbloempjes wel gelyken, bezit ook een inbytend en vergiftig sap; men bemerkt dat de koeijen, die door de zuerheid van dit sap bloed kunnen pissen, zich altoos van dit kruid verwyderen. De Ravenvoet-Ranunkel (Ranunculus repens van Linnaeus) groeit veel in de velden, met kruipende stengels en groote lynvormige bladen, en draegt in den zomer gele bloemen, volgens het verhael van sommige schryvers, wordt dit kruid in Rusland gekookt en als moeskruid geëten. De Water-Ranunkels (Ranunculus aquatilis, R. fluviatilis en de R. hederaceus van Linnaeus) zyn langlevende planten, die in België in de waters, grachten en rivieren groeijen, met gekerfde en uitgesnedene bladen, waeronder ook de R. capillaceus is, zy dragen witte bloemen. De bolachtige Ranunkel (Ranunculus bulbosus van Linnaeus) groeit alhier veel in de meerschen en weiden, met regte stengels en veel verspreide bladen, bloeit meest in april met hellende bloemkelkjes en gele bloemen. Al deze Ranunkels houden meer of min een vergiftig sap in, en versch geëten, zyn zy zeer gevaerlyk voor de kruidetende dieren, maer het schynt dat die planten onder het hooi gedroogd, hare vergiftigende krachten verliezen. De aziatische Ranunkels, die alhier in de bloemhoven worden geplant, zyn eerst door de Kruisvaerders, in de twaelfde eeuw, van het Heilig Land in België overgevoerd en alom verspreid, zy werden ten dien tyde veel in Azië gekweekt : maer nadat ettelyke jaren deze kweek in Turkye verzuimd was geweest, heeft de groot-vizier Cara-Mustapha, onder de regering van Mahomet IV, die weder opgebeurd, en al de schoonste Ranunkels van geheel Azië in den bloemhof van het keizerlyk paleis verzameld, ziende dat de Sultan er behagen in had en zyne aendacht op die schoone bloemen vestigde, schreef hy aen alle de landvoogden van geheel het tursch ryk, om de schoonste Ranunkels naer het hof te zenden. Toen al deze schoone planten in den hof van het paleis vereenigd waren, werd de Keizer er zoo jaloersch van als van zyne vrouwen, en er werd aen de dienaers stiptelyk verboden dezelve uit het paleis te laten gaen, maer dit bevel was nutteloos, aengezien deze bloemen reeds door de Kruisvaerders in België waren verspreid. Sedert dien tyd worden ze in onze bloemhoven gekweekt, en onze behendige hoveniers weten die zoowel door het zaed en bloembolscheiding te vermenigvuldigen, dat zy hun tot een nyverheidstak dienen, en heden verzenden zy die zelfs tot in Turkye en andere vreemde landen.

Het is bezonderlyk uit den Ranunkel van Azië of van Mauritanië, wiens bloemen na het uitbloeijen in het onderste gedeelte met zwarte draedjes zyn bedekt en in de warme zomers veel zaedjes inhouden, dat men door het zaeijen eene zoo groote menigte schoone dubbele en ook enkele bloemen verkrygt, die alle verschillige kleuren voortbrengen, maer dit zaed blyft somtyds wel 45 of 50 dagen zonder uitschieten in de aerde. Dit wordt hier in het voorjaer verrigt, en de jonge planten moeten in den eersten winter, een weinig boven de aerde, met stroo zyn bedekt; het volgende jaer schieten zy meestallen bloemen, waervan de liefhebbers de schoonste dubbele behouden om in potten te planten.

De Ranunkels willen op vochtige en belommerde plaetsen zeer wel groeijen, en begeren alle drie jaren verplant te worden zonder de wortels te beschadigen.

RATEL, Hanenkammekens, in 't fransch Créte de Coq, in 't latyn Rhinanthus, door Tournefort Pedicularis Elephas genoemd, en onder zyne 3e klasse, der planten die bloemen met figuergedaenten dragen gesteld; door Jussieu onder de familie van het Luizekruid, en onder de 14e klasse van Linnaeus, Didynamia angiospermia, tweemagtigen, planten die met twee lange en twee kortere helmstyltjes bloemen, en zaed dragen dat in een zaedhuisje besloten is.

De gele Ratel (Rhinanthus crista galli van Linnaeus) is eene éénjarige kruidplant van Europa, die in België veel in de wegen, meerschen, beemden, velden, bouwlanden en in het koren wast, met kleine, dunne, gevezelde wortels en regte, dunne stengels, die omtrent 25 of 30 centimeters hoog wassen, met smalle, gekerfde en rondom getande bladen, en alhier meest van in juny en geheel den zomer bloeit, met geelachtige en somlyds witte bloemen, die rondom het opperste der zysteelkens wassen en gemeenlyk vier gebuikte bloemblaedjes in de kelken, langs boven gelipte ineengedrongene bloemkransjes hebben, en breede bruine zaedjes met vellekens of blaeskens bedekt, voortbrengen. De Rhinanthus Elephas van Linnaeus, is eene éénjarige kruidplant, die in Italië wast. De Rhinanthus Trivago van Linnaeus, groeit meest in ZuidFrankryk, en wordt ook in sommige meerschen in België gevonden. De Ratel met kleine bloemen (Rhinanthus parviflora), is eene éénjarige kruidplant, die Ch. Van Hoorebeke in België op zandachtige plaetsen heeft gevonden; zy groeit op de wyze van de gele Ratels, maer bloeit met doove witte bloemen, die weinig glans hebben. Al die Ratels, die alle jaren zichzelven in de magere velden en meerschen vermenigvuldigen, worden als onkruid aenzien; het schynt dat het kruid en de bladen eenen samentrekkenden zuren smaek inhouden, dewyl de kruidetende dieren zich daer altoos van verwyderen; het hooi gedroogd en 's winters aen de kruidetende dieren te voeden gegeven, doet hun gemeenlyk ruwe en lange haren en luizen krygen. Sommige oude Kruidbeschryvers zeggen dat het zaed van die Ratelen aen de hanen voorgeworpen, hun zeer spoedig tot het kampvechten verwekt en tot eenen langen stryd aenhitsen kan. Dit onkruid is nergens toe nuttig noch om eenige deugden te gebruiken, maer zeer schadelyk aen de meerschen, landen en wegen waer het jaerlyks wast, want het is moeijelyk om verdelgen, ten zy men de plaetsen waer het groeit, wel met vette en mest bestrooid, wanneer het na eenigen tyd achterblyft en door andere vruchten of het gras overweldigd wordt, want men ziet dit onkruid nooit in vette vochtige meerschen wassen, maer wel in magere weiden groeijen.

RAVENAL, in 't fransch Ravenal, in 't latyn Ravenalia, is door Jussieu onder de familie van de Pisang of Banaen-boomgewassen gesteld, en onder de 5e klasse van Linnaeus, Pentandria monogynia, planten die met vyf meeldraedjes bloemen en maer één stampertje hebben.

De Ravenal van Madagascar, met zyne groote en breede bladen (Ravenalia madagascariensis van den Hort. Britan.), is een langlevend houtachtig boomgewas van de Indiën, dat in het eiland Madagascar en elders in de warme landen van Oost-Indiën natuerlyk ten alle kanten groeit, met bladstelen en zeer groote breede bladen, die van gedaente aen de Banaenbladen gelyken, maer veel grooter en breeder zyn, en met veel lieflyke bloemen bloeijen, die zich met lange bloemscheeden vertoonen.

De bladen van deze schoone plant worden in de Indiën vergaderd om de olifanten, kemels en andere groote kruidetende dieren te voeden, en dienen ook voor boerenhutjes en huizen voor de slaven mede te dekken, matten en veel ander huisgerief van te maken. Deze plant, die door uitloopers kan vermenigvuldigd worden, moet alhier het geheele jaer in de warme serren verblyven, en schikt zich wel om de hoeken van eene groote serre te vervullen.

REIGERSBEK, in 't fransch Bec de Héron, in 't latyn Erodium, is door Jussieu onder de familie van den Kraenbek en Ooivaersbek gesteld, en onder de 16e klasse van Linnaeus, Monadelphia pentandria, éénbroederigen, planten die met vergroeide stofdraden bloemen en vyf helmdraedjes hebben.

Sommige kruidkenners stellen die plant te samen met de Kraenen Ooivaersbekken, maer de Ooivaersbekken bloeijen met zeven stuifdraden en de Kraenbekken met tien, dewyl de Reigersbekken maer vyf meeldraedjes hebben; zy hebben hunnen naem uit het grieksch Erodios bekomen, die in 't vlaemsch Reigersbek bediedt. Men vindt er heden zeer veel soorten van, die op de wyze van de Kraen- en Ooivaersbekken door het zaed zyn vermenigvuldigd.

De Erodium hymenodes van Willdenow, is eene langlevende kruidplant van Barbarië; de Erodium chamaedryoides van L'Her., is eene langlevende plant van Corsika; de Erodium incarnatum van Willdenow, is een langlevend houtgewas van de Kaep; de Erodium arduinum van Linnaeus, komt ook van de Kaep; de Erodium romanum en de E. malacoides zyn ook langlevende

[ocr errors][ocr errors][ocr errors][ocr errors][graphic][graphic][graphic][graphic]

planten van Italië. Uit al deze planten zyn door het zaed meer dan 60 medesoorten gesproten, die alle verschillige bloemen dragen en door de kweekers verschillige namen hebben verkregen; zy worden in de planthuizen gekweekt, alwaer zy vroeg in de lente en dikwils tot in augusty bloeijen, met geschulpte honigkelken en vyf bloembladen in de kelken en kransen, die vyf gebekte schilpjes voortbrengen, welke aen de reigersbekken wel gelyken, waerdoor zy den naem van Reigersbek verkregen hebben. Men vindt nog van die Reigersbekken, welke onder de éénjarige planten zyn, zoo als : de Erodium moschatum van Linnaeus, die in de Oost- en West-Indiën groeit, en ook veel in Rusland wordt gevonden; de Erodium gruinum, die veel in Duitschland, Italië en Spaenje groeit, en de Erodium acutarium van Linnaeus, die in België in zandachtige woeste landen wast, met stengels, veel bladstelen en plompe, gevleugelde, uitgesnedene bladen, draegt in juny roodachtige roozebloemen. Men vindt die Reigersbekken nergens om hunne nuttige deugden beschreven, maer zy worden meest om hunne schoone bloemen gekweekt.

REINVAER, Tente, Wormkruid, in 't fransch Tanaisie, in 't latyn Tanacetum, is onder de 12° klasse, 3° sectie van Tournefort gesteld, der planten die door verscheidene bloemkens versierd zyn; door Jussieu onder de familie van de planten die bloemtrosjes dragen, en onder de 19e klasse van Linnaeus, Syngenesia polygamia superflua, samenhelmigen-veelechtigen, die met overtollige meeldraedjes bloemen.

De gemeene Reinvaer (Tanacetum vulgare van Linnaeus) is eene langlevende kruidplant van Europa, die ten alle kanten in België en elders wast, met stelen en gevleugelde, ingesnedene, getande en gekerfde bladen, en in den zomer bloeit, met gele bloemknopjes, die hunne bloemstralen enkelyk in het heetste des 'LOmerS toonen.

De Reinvaer met gekrolde bladen (Tanacetum crispum) groeit ook in België, met stengels, bladstelen, gekrolde, gekerfde en getande bladen, en draegt in den zomer bloemknoppen met

« VorigeDoorgaan »