Pagina-afbeeldingen
PDF
ePub

is ook van China, en wast met handvormige, scherpuitgesnedene, groote bladen. De ineengedrongene Rabarber (Rheum compactum van Linnaeus) is van China, en groeit met plompe, rondachtige, gladde, groene, getande bladen. De Bastaerd-Rabarber (Rheum hybridum van den Hort. Kew.) komt van Azië en Tartariën, groeit met dikke wortels en hartvormige, scherpe bladen, aen de bladstelen gemeenlyk in drie getand. De schoon versierende Rabarber (Rheum ribes van Linnaeus), is eene langlevende groote kruidplant van Klein-Azië en Persië, die met zeer veel korrelachtige groote bladen wast, en welker stelen en bladeren, die eene ververschende en smakige spyze inhouden, om hunnen aengenamen smaek veel in Azië worden geëten; derhalve wordt die ook in de hoven der herbergen geplant, alwaer de karavaendryvers en reizigers 's nachts verblyven, en ze als verkoelend voedmiddel gebruiken. Deze plant is alhier nog zeldzaem verspreid, maer men vindt ze in den kruidhof der Hoogeschool te Gent, alwaer zy door de zorg van den bestuerder, den heer Donkelaer, door het zaed, in potten onder het glas, in de matige broeibakken wordt gezaeid, om van daer in den vollen grond en vrye lucht te verplanten, en de eerstvolgende winters die tegen de koude te bevryden. De fyn gevlamde Rabarber (Rheum undulatum van Linnaeus), is afkomstig van China en Siberië, groeit met schoone gevlamde bladen, die de inwoners van Siberië en andere noordsche landen als spyze gebruiken en er zich van bedienen als een verzachtend en buikzuiverend middel. De Engelschen gebruiken de schillen der stengels en ribben der bladstelen van den Rheum palmatum om in de taerten te bakken en andere spyzen mede te bereiden. Men heeft alhier by onze bloemisten den Rheum emodi en den Rheum tetragonum van de Oost-Indiën verkregen. Al deze Rabarberplanten kunnen door het ryp zaed vermenigvuldigd, maer meest in het voorjaer door wortelscheiding voort

gezet worden.

De nuttige krachten van de Rabarberwortels in de geneesmiddelen zyn van over zeer oude tyden bekend; zy worden meest in september vergaderd, wel in de zon gedroogd, en behouden drie jaren hunne krachten; er wordt van die wortels veel teinture de Rhubarbe gemaekt. Ervarene geneesheeren bevelen de Rabarber in kleine dosis van tien of twaelf greintjes van die wortels in poeijers gestampt aen al de zieken, wier verteerbuizen door den langen duer der ziekte verzwakt zyn. Als men eene buikzuivering wilt bekomen, neemt men twee of drie grossen van dit poeijer, en met zes oncen water geweekt, maekt dit een goed buiklossende uitwerksel om jonge kinderen te doen purgeren, om dit aengenamer te maken, wordt het gemeenlyk met syroop gemengd. De Rabarber met Pepermunte in wyn genomen, heeft eene bezondere kracht op de menschen die van hoog vallen of die grootelyks verschrikt zyn, en dit by tyds genomen, bevrydt dikwils den mensch van toekomende ziekten. De Rabarber in brandewyn geweekt, en er somtyds een glasje van ingenomen, doodt de wormen, verdryft de galle en opent den eetlust, want het verjaegt de slymachtige stoffen door den kamergang. De teinture van Moscovische Rabarber wordt veel in sommige geneesmiddelen gebruikt.

RADYS, Rammenas, in 't fransch Radis, Rave, Raifort, in 't latyn Raphanus, is onder de 5° klasse, 4° sectie van Tournefort gesteld, door Jussieu onder de familie van de kruisvormige bloemplanten, en onder de 15° klasse van Linnaeus, Tetradynamia siliquosa, viermagtigen, planten die met vier groote en twee kleine helmstyltjes bloemen en peulvruchten dragen.

De tamme Radys (Raphanus sativus van Linnaeus) is eene tweejarige plant van China, die alhier alle jaren in de moeshoven in het voorjaer wordt gezaeid, het eerste jaer zyne eetbare Rammenassen en het tweede rondachtige peulvruchten met zaedjes geeft, waeronder men groote zwarte Winter-Rammenassen en andere kleuren vindt, die in augusty worden gezaeid, om binnen den winter te kunnen eten en koeken van te bereiden.

De gestaerte Radys (Raphanus caudatus van Willdenow) is

eene éénjarige plant, die in het voorjaer in de hoven, broeibakken en elders op warme plaetsen wordt gezaeid, om vroeg in de lente daervan te kunnen eten, en waeronder men roode, violette, witte, gele en veel andere kleuren vindt, die ook vroeg en laet in de moeshoven worden gezaeid en binnen het jaer hun zaed nog voortbrengen.

De Raphanus raphanistrum van Linnaeus, groeit in België in het wilde.

Al deze Radyzen of Rammenassen worden voor zeer gezond geacht, de Radyzen met mate geëten, breken den steen, en met de bladen geëten, openen zy de verstoptheid van de lever en milt. De schillen van de Rammenassen met honig en azyn gestampt en dit te samen ingenomen, dienen aen sommige menschen die eene flauwe maeg hebben, tot een zacht braekmiddel, het zaed gestampt en 's morgens met lauw water gedronken, doet zachtjes de slymen en galle van de maeg scheiden en overgeven.

De meergemelde doctor G. Grimaud spreekt van een geneesmiddel dat veel in Engeland wordt gebruikt, en zegt dat om den steen en het graveel in de blaes te verdryven, alsook om de pyn in de lenden te stillen, die dikwils door den steen in de blaes veroorzaekt wordt, men de schillen van de Winter-Radyzen neemt, met 3 of 4 decagrammen Mispel-kernsteenen fyn in poeijer gestampt, welke men te samen tien of twaelf uren lauw in den witten wyn of goeden brandewyn laet weeken, en dan na overgehaeld en door papier gevloeid te zyn, er 's morgens en 's avonds een ruimertje van inneemt, hetgeen de lydenden helpt die met den steen of het graveel gekweld zyn, en de ingewanden van alle overlaste ongesteldheden zuivert. Men kan ook de schillen van den Radys droogen en in poeijers bereiden, om die altyd met witten wyn te kunnen gebruiken. De Rammenassen fyn gestooten, zyn ook goed om op de verbrandheid te leggen, en het sap waerin de Radyzen gekookt zyn, met looge en kalkwater gemengd, is zeer dienstig om op de verbrandheid te leggen. Uit den wilden Radys werd, ten tyde van Lobel, een water gedistilleerd dat men gebruikte tegen het graveel.

RAEP, Veldloof, in 't fransch Wavet, in 't latyn Brassica napus, is onder de kruisvormige bloemplanten en onder de klasse en medesoorten van de Koolen gesteld, en onder de 15° klasse van Linnaeus, Tetradynamia siliquosa, viermagtigen, die met vier groote en twee kleine helmstyltjes bloemen, en peulvruchten met veel ronde zaedjes vervuld dragen, die olie inhouden. De gemeene Raep (Brassica napus van Linnaeus) is eene tweejarige kruidplant van Europa, die meest alle jaren in july in de velden wordt gezaeid, en groeit met groote, ruwe, breede, langwerpige groene bladen, die over beide zyden diep ingesneden en gekerfd zyn; in de volgende lente spruit er een getakkelde stengel tusschen, waerop in mei kleine gele bloempjes bloeijen, en daerna volgen kleine schelpjes, die ryp zynde, kleine bruine zaedjes gelyk het Koolzaed inhouden: de wortels, die eenen rondachtigen bol vormen, zyn de Raep, waeronder men veel medesoorten door het zaed heeft bekomen, die langachtig als pinnen en rondachtig zyn, meest in de aerde witte schellen hebben en boven de aerde groenachtig zyn; zy zyn van binnen met wit sappig vleesch vervuld, hetwelk rauw, gezoden of gebraden, en met andere spyzen geëten wordt en voor zeer gezond is geacht. Men heeft alhier sedert eenige jaren nog eene medesoort verkregen, door het zaed dat met het natuerlyk bloemstof der zwarte Rammenassen was vruchtbaer gemaekt, waeraen men den naem van zwarte Raep (Mapus nigrum) heeft gegeven, omdat zy ook zwarte schellen heeft, maer toch zeer zoet van smaek is; zy wast met groote ronde bollen en een vast sappig vleesch. Men vindt nog andere medesoorten, die met langwerpige en gevezelde bollen wassen, maer zoo vast van vleesch noch zoo smakig niet zyn; men noemt ze gemeenlyk wilde sterke Rapen. Alle Rapen beminnen de koude en worden zoet van smaek omtrent den wintertyd, want alsdan gaet al de vochtigheid van de bladen naer den wortel. Om de Rapen den geheelen winter goed te behouden, vergadert men die meest in november, en na de bladeren tot aen de bollen afgesneden te hebben, legt men die in eenen put onder de aerde, om voorts binnen den winter in de keuken te bereiden, de zorgvuldige boeren ploegen die III. 23

met de bollen tot byna boven de bladen in de aerde, om ze alzoo tegen de wintersche vorst te bevryden, wel bemerkende dat de Rapen geene 12 graden koude kunnen wederstaen, en door dit middel die altyd in gereedheid te hebben om hunne koeijen te voeden, die daervan veel zoete melk en boter geven, want de Rapen zyn bekwaem om veel zog in de borsten te doen verkrygen, en daerenboven zyn zy wat afdryvende van aerd en doen de pis verwekken en lossen. Het water waerin de Rapen gezoden zyn, met suiker of honig bereid, is zeer dienstig voor eenen kwaden hoest, de Rapen, gebraden of gestoofd, mogen van alle menschen geëten worden, behalve van degenen die aen winden onderhevig zyn. Het Raepzaed kan twee jaren zyne krachten behouden om te zaeijen en te stampen, om er olie mede te maken; dit zaed is warm en droog tot in den derden graed, en een half dragma daervan met suiker en witten wyn aen de kinderen ingegeven, doet de mazelen en pokskens uitslaen en verschynen. Het Raepzaed met mee of honig ingenomen, wordt ook geprezen voor degenen die zouden vergiftigd zyn. Sommige messenmakers verzekeren dat al de messen en zwaerden, die in het Raepwater getemperd worden, de sneê zoo hard hebben dat zy door yzer kunnen snyden. Het zaed van de wilde sterke Rapen met Malrouwe gekookt en daervan het sap eenigen tyd gedronken, geneest, zegt Dodonaeus, de geel- en waterzucht; hetzelfde zaed, zegt Lobel, doorsnydt de slymen en verdroogt, het wordt ook gebruikt om het aenzigt wit te maken en gebezigd in sommige riekende waters en pommaden.

RAFNIA, in 't fransch Rafnia, in 't latyn Rafnia, is door Jussieu onder de familie van de planten die peulvruchten dragen gesteld, en onder de 17° klasse van Linnaeus, Diadelphia decandria, tweebroederigen, planten die met tien meeldraedjes bloemen, die tot twee afzonderlyke lichamen zyn samengegroeid, en peulvruchten voortbrengen.

De plompe Rafnia (Rafnia retusa) is een nieuw langlevend heester-boomgewas van Nieuw-Holland, dat sedert eenige jaren in Europa is overgevoerd, en getakkeld groeit, met donkergroene,

« VorigeDoorgaan »