Pagina-afbeeldingen
PDF
ePub

Linnaeus, Monoecia monadelphia, éénhuizigen-éénbroederigen. De Sparreboomen, onder de Pynboomen bekend, groeijen meest in Italië, Zuid-Frankryk, Spaenje en andere warme landen, en worden ook ten alle kanten in België in de lusthoven geplant. De wilde Sparreboomen groeijen ook in België, Duitschland, Polen, Rusland, Zweden, Engeland en andere noordsche landen, en ook veel in de Nederlanden, alwaer zy op de wyze van de Denneboomen door het zaed voortgekweekt worden. De gemeene Pynboom (Pinus rubra) is een langlevend boomgewas van Zwitserland, dat met roode schors, donkergroene bladen en schoone takken versierd, tamelyk hoog groeit. De korsikaensche Pynboom (Pinus laricio van Lamarck) is afkomstig van Korsika, en groeit zeer verheven, met groene gekrolde en slangwyze gedraeide bladen, die wonderbaer dien boom VerSleI'eIn. De tamme Pynboom (Pinus pinea van Linnaeus) is een schoon langlevend boomgewas van Zuid-Frankryk, dat pyramidegewys, met lange groene bladen, tamelyk hoog wast, en groote kegelvormige vruchten voortbrengt, welker zaden eenen amandelsmaek hebben en veel in het Zuiden worden geëten en ook in de geneesmiddels gebruikt, maer deze boom kan in ons klimaet niet wel onze koude winters wederstaen. De Pynboom met puntstekende bladen (Pinus rigida) is een schoone boom van Noord-Amerika, die pyramidegewys, met dunne, lange en puntige bladen groeit en groote kegelvormige, geschulpte vruchten voortbrengt. De Wierook-Pynboom (Pinus taeda van Linnaeus) is een tamelyk groote boom van Noord-Amerika, die met veel spek en dikke schors wast, en waeruit men door invlyming tot op het spek, geweldig veel wierook doet vloeijen en vergadert om in de kerken te branden, en welke ook in sommige geneesmiddelen wordt gebruikt. De gele Pynboom (Pinus mitis) van Noord-Amerika, groeit tamelyk verheven, met hollige, hangende, fyne bladen, die zeer versieren, en brengt zoete vruchten voort, maer deze boom kan in de vrye lucht in zyne jongte onze koude winters niet wederstaen. De Pinus pendula van Willdenow, is ook van Noord-Amerika, en groeit met hangende takken, lamelyk hoog, en donkergroene bladen, die de lusthoven zeer versieren. De Pynboom van Alep, in Azië (Pinus halepensis van den Hort. Kew.) is een zeer schoone heestervormige boom, die met lange, smalle, zeer lieflyke hangende, groene bladen groeit, en alhier 's winters in de planthuizen moet bevryd zyn. De Weymouth's Pynboom (Pinus strobus van Linnaeus) werd eerst door Lord Weymouth uit Noord-Amerika naer Engeland overgevoerd, en van daer in Europa verspreid, hy wordt alhier een hooge dikke boom, en groeit met gladde schors, die een witachtig groen kleur heeft, en rond pyramidewyze getakkeld, met veel naeldvormige groene bladen zeer lommerryk versierd, die alle jaren omtrent mei afvallen en door nieuwe bladen vervangen worden, en aldus strooisel genoeg geeft om zyn eigen te kunnen vetten, maer het hout is zacht en broos, en wordt weinig geacht. De Cembro-Pynboom (Pinus cembra van Linnaeus) is een schoon boomgewas van Italië, dat zeer getakkeld, met langs boven groene en langs onder witbezilverde bladen wast, en kegelvormige vruchten voortbrengt, waervan de korrels eenen zoeten amandelsmaek bezitten, en op de wyze van de amandelkerns worden bereid om in de geneesmiddels te gebruiken. De Zee-Pynboom (Pinus maritima van Lamarck) is een langlevende groote boom van Zuid-Europa, die met hangende takken, zeer lommerryk gebladerd wast, en in de warme landen groote kegelvormige vruchten voortbrengt, en waeronder men den Pinus maritima minor vindt, die alhier in de lusthoven en elders wordt geplant. De trosvormige Pynboom (Pinus racemosa van den Hortus Kew.) is een boom van Noord-Amerika, waer van de wyfkensbloemen op de toppen der takken somtyds wel 25 kegelvormige vruchten geven, met korrels die eenen zoeten smaek inhouden. Deze boom schynt ook eene medesoort van den Zee-Pynboom te zyn. De Mugho-Pynboom (Pinus Mughus van Willdenow) is van de Alpische gebergten, en groeit maer omtrent 2 meters hoog, met hangende takken en zeer lieflyke groene bladen. De Dwerg-Pynboom (Pinus pumilio) van Griekenland, groeit ook zeer klein, met schoone groene bladen, en is zeer lieflyk om alhier in de grasperken te planten. De Moeras-Pynboom (Pinus palustris) en de Pinus australis van Amerika, zyn zeer schoone groote boomen, die alhier in waterachtige en vochtige gronden zeer wel aerden. De Balsem-Pynboom (Pinus balsamea van Linnaeus) is een langlevende boom van Amerika, die niet dik of hoog groeit en veel wierook inhoudt, hy heeft bladen die langs onder wit zyn, eenen welriekenden geur verspreiden en als men die stoot, eenen balsemreuk geven. Onze bloemisten en bloemkweekers hebben van die boomen zeer veel nieuwe soorten uit Amerika en elders verkregen, waeronder de Pinus tenuifolia, macrocarpe, dacrydium

tarifolium, canariensis, longifolia, - palustris, en meer andere, die in de oranjery of matige serren alhier 's winters worden bevryd.

De gemeene Pynboomen die hier te lande groeijen, zyn zeer taei; hun hout is zeer dienstig om allerlei timmerwerk, masten voor de schepen te maken en huizen mede te bouwen; er wordt ook in de noordsche landen, even als uit de Denneboomen, veel pek, hars, teer en terpentyn uitgetrokken, en op verscheidene wyzen bereid, van de schors en takken, die ook veel pek en hars inhouden, worden in de noordsche landen veel toortsen gemaekt, die een helder brandende licht geven, want in de noordsche landen, inzonderlyk by de Laplanders, vindt men schier geen ander licht. In Amerika worden ook veel de jonge toppen van de Pynboomen gebruikt om de Hoppe te vervangen in het bier, dat onder den naem van Prucebier is bekend.

De schors en bladen van de Pynboomen die in de warme landen groeijen, bezitten, zegt de doctor Emery, in zyn werk over de voedzame planten, een samentrekkend geneesmiddel, en het korlzaed van de tamme soorten, dat alhier by de apothekers uit de warme landen wordt gezonden, houdt eenen aengenamen

smaek in, inzonderlyk als het nog versch is. Die korrels, welke door de warmte van den oven uit de kegelvruchten worden gehaeld, worden in Italië en elders tot naspyze, gelyk hier de Amandels, geëten; zy worden voor zeer gezond geacht en als voedzame spyze aen zwakke en krachtelooze menschen bevolen, ook veel gebruikt om machepain, macaroni mede te bakken en veel met bittere Amandels gemengd; uit die korrels wordt ook eene olie geperst, die in veel geneesmiddels de olie van de zoete Amandels vervangt, als borstverzachtend middel, om de verlorene krachten der zieke menschen te herstellen, en ook als pisafdryvend middel zeer wordt geprezen. De terpentyn van de Pynboomen of het zaed uit de kegelvruchten gehaeld en gestampt, met was vermengd en op plaesters gespreid, is zeer geacht om de rype zweren te openen en zuiver, zonder likteeken, te genezen. Men vindt veel van die olie by onze apothekers, die van Italië alhier wordt overgezonden, om de Pate d'amandes te maken en in de medecynen te gebruiken. De Pynboomen worden op de wyze van de Denneboomen en Sparren door het zaed vermenigvuldigd, en moeten ook in september gesnoeid worden, want indien zy in het voorjaer te veel gesnoeid worden, verliezen zy hun sap, hetgeen dikwils de jonge boomen doet kwynen; maer in september gesnoeid, geven zy nog sap genoeg om hunne wonden vóór den winter te bedekken.

ZEVENTIENDE HOOFDSTUK.
LR.

Rabarber. – Radys. - Raep. - Rafnia. - Rakket. - Ranunkel. Ratel. – Ravenal. – Reigersbek. – Reinvaer. – Reseda. - Reukgras. – Rhexia. – Rhododendron. – Rhodora. - Ridderspoor. Rietgras. – Rietplant. - Rivina. - Roella. - Roerkruid. Rogge. – Roos. – Rosmaryn. – Rotte. - Rudbeckia. - Ruellia. – Ruite. - Rys.

RABARBER, Rhubarbe, in 't fransch Rhubarbe, in 't latyn Rheum, door Tournefort Rhabarbarum genoemd, en onder zyne 1° klasse, 4e sectie der klokvormige bloemplanten gesteld, door Jussieu onder de familie der Polygonées of veelhoekige planten, en onder de 9° klasse van Linnaeus, Enneandria trigynia, planten die met negen meeldraden bloeijen en drie stampertjes hebben. Men vindt heden verscheidene soorten van Rabarber, die allen van vreemde landen oorspronkelyk zyn, alhier in de kruidhoven worden gekweekt, onder de langlevende planten gesteld zyn, alle jaren in de lente uit de wortels spruiten en met bladen en stengels wassen. De Rabarber (Rheum rhaponticum van Linnaeus) is eene langlevende kruidplant van Azië, die met dikke wortels en stengels wast, en met gerimpelde bladstelen en groote, groene, gladde bladen groeit, de stengels spruiten meest in mei uit, en brengen gemeenlyk trosvormige aren met witte bloempjes, die groenachtig zyn, voort. De tartarische Rabarber (Rheum tataricum van Linnaeus) is eene kruidplant van China, die met half ronde, hoekige blad stelen en groote, hartvormige, gladde, rondachtige bladen wast, en uit welker wortels meest in mei dikke stengels spruiten, die trosvormige aren en witachtige gerimpelde bloemen dragen. De wortels van deze plant worden voor de beste in de medecynen geacht, en zyn onder den naem van Moscovische Rabarber bekend. De handvormige Rabarber (Rheum palmatum van Linnaeus)

« VorigeDoorgaan »