Pagina-afbeeldingen
PDF
ePub

Men vindt nog op sommige nieuwe lysten de volgende Pruimboomen : Prunus brigantiaca, van de Carolinen; Prunus virginica, - reclinata, - cocomillia, - canadensis en meer andere soorten, die alhier heden veel worden gekweekt.

De Pruimboomen begeren eenen goeden, verschen, vruchtbaren, onbemesten, zandachtigen grond, want in kleiachtige aerde worden de vruchten zoowel niet ryp. De beste Pruimen worden alhier te lande voortgezet door middel van zuiging of oculering, want het enten in de spleet of klove wilt op deze boomen zoowel niet vatten; men oculeert die meest op jonge plantsoenen, die uit de steenen gewonnen zyn, welke men gemeenlyk vroeg in het voorjaer plant, nadat zy in den winter met zand te meuken gestaen hebben. Die boomen welke uit steenen gewonnen zyn, brengen ook wel somtyds goede en smakelyke vruchten voort, zonder verent te worden, gelyk meestal de soorten van Pruimen eerst door het planten der steenen voortgekomen zyn; maer de verenting doet altoos die vruchten verbeteren. De Pruimboomen willen niet veel gesnoeid wezen, inzonderlyk de stamboomen, dewyl zy daerdoor veel min vruchten dragen, men snoeit derhalve alleen het slecht ondeugend hout weg, alsmede de takken die verwarring geven en te overvloedig zyn, om de overige wat meer de lucht en de zon te doen genieten. De Pruimen worden zoowel rauw als droog geëten, op verscheidene wyzen in de keuken bereid en als een verzachtend buikzuiverend middel gebruikt. In Italië, Frankryk en elders worden de Pruimen veel in ovens gedroogd, om nadien naer de vreemde landen te verzenden. De gedroogde Pruimen met senebladen en suiker gekookt, een weinig manna daerin gemengd, dan door eenen fynen doek gehaeld en dit sap warm ingenomen of met die Pruimen geëten, is een der zachtste buiklossende middelen, zoo voor kinderen als bejaerde menschen.

PSORALEA, in 't fransch Psoralée, in 't latyn Psoralea, is door Jussieu onder de familie der boomen die peulvruchten dragen gesteld, en onder de 17° klasse van Linnaeus, Diadelphia decandria, tweebroederigen met tien helmdraden.

De welriekende Psoralea (Psoralea odoratissima) is een langlevend heester-boomgewas van de Kaep, dat getakkeld en zeer lommerryk, met veel kleine blaedjes groeit, en alhier in de malige serren meest in mei bloeit, met zeer lieflyke witachtige gryze bloemen, die eenen zoeten aengenamen geur verspreiden. De lymachtige Psoralea (Psoralea bituminosa van Linnaeus) is een klein heester-boomgewas van Italië, dat zeer getakkeld, met donkergroene zwartgeplekte bladen en drie kleine gladde blaedjes wast, en meest van july tot in september bloeit, met zeer schoone blauwe bloemen op de toppen der jonge takjes, welke peulvruchten voortbrengen. Het sap van dit schoon lymachtig gewas is door de italiaensche Kruidkenners beschreven, en dient om in de schurftzalve te gebruiken. De klierachtige Psoralea of thee van Paraguay (Psoralea glandulosa van Linnaeus) is een langlevend heester-boomgewas van Peru, dat met altoosblyvende groene bladen, drie kleine, lansvormige blaedjes en ruwe steeltjes groeit, en alhier in de planthuizen van juny tot in augusty bloeit, met trossen en zeer lieflyke witachtige blauwe bloemen. De jonge blaedjes van dit gewas zyn onder den naem van thee van Paraguay bekend, en bezitten de krachten en byna den geur van de Ruite. De Psoralea tetragonoloba van Linnaeus, is een langlevend heester-boomgewas van de Indiën, dat met eenen kromgebogen getakkelden stam, en donkergroene, getande bladen groeit, en meest in juny bloeit, met aren en blauwachtige kleine bloempjes. Dit gewas schynt eene medesoort van den Indigoboom te wezen, dewyl die ook eene blauwe verw inhoudt. De Psoralea met doorns (Psoralea aculeata van Linnaeus) is een langlevend gewas van Ethiopiën, dat met kleine, groene blaedjes, met een puntig doorntje versierd, groeit, en meest in july bloeit, met zeer lieflyke, blauwe, witachtige of roodachtige violette bloemen. Men vindt hier nog by onze bloemisten de Psoralea pinnata, P. rotundifolia, P. pubescens. P. spicata, P. Palestina van Linnaeus, P. verrucosa van Willdenow, die van de Kaep voortkomt, en veel andere nieuwe soorten, die alhier in de oranjery

of matige serren worden gekweekt en op de wyze van de Platylobium kunnen vermenigvuldigd worden; zy willen in ligten gemengden grond wel aerden, moeten in den zomer by drooge saizoenen wel water hebben, maer 's winters weinig besproeid zyn.

PTELEA, in 't fransch Ptéléa, in 't latyn Ptelea, is door Jussieu onder de familie der Terpentynboomen gesteld, en onder de 4° klasse van Linnaeus, Tetrandria monogynia, planten die met vier meeldraedjes bloemen en maer één stampertje hebben.

De Ptelea met drie bladen (Ptelea trifoliata van Linnaeus) is een klein langlevend boomgewas van Noord-Amerika, dat met zeer veel takken versierd groeit, en drie langwerpige, bleekgroene bladen op de takjes verspreid, en hier in july bloeit, met trosjes en groenachtige bloemen, die gevleugelde zaedjes, op de wyze van de Olmen, voortbrengen.

De gevleugelde Ptelea (Ptelea pinnata van Linnaeus) is een langlevend klein boomgewas van het eiland Norfolck, dat zeer lommerryk met gevleugelde, onpare bladen wast. Deze twee schoone gewassen kunnen zeer wel onze wintersche koude wederstaen, en worden veel in Engeland, Frankryk en elders in de lusthoven geplant, daer zy door hunne schoone, groene bladen en bloemen onder de andere houtgewassen de engelsche hoven zeer lieflyk versieren. Zy kunnen door het ryp zaed vroeg in het voorjaer in verschbewerkten grond gezaeid en ook door inleggers vermenigvuldigd worden; zy willen alhier in goede gronden zeer wel aerden, het hout, dat zeer effen en glad is, dient om alle slach van sieraedwerken mede te maken.

PULTENAEA, in 't fransch Pultenée, in 't latyn Pultenaea, is door Jussieu onder de familie van den Zilverboom gesteld, en onder de 10° klasse van Linnaeus, Decandria monogynia, planten die met tien meeldraedjes bloemen en maer één stampertje hebben.

De Pultenaeastipularis van Smith, Flora Hol., is een langlevend heester-boomgewas van Nieuw-Holland, met lynvormige bladen en kleine, gele bloemen.

Sedert eenige jaren hebben onze bloemisten de volgende soorten van die planten verkregen, waervan er verscheidene nog zeldzaem zyn verspreid en allerlieflykste bloemen dragen : de Pultenaea biloba, candida, daphnoides, - flesvilis, mucronata, - nana, sericea, stricta, - subumbullata, - thymifolia, - pallasiana, polygalifolia, - vestita, en meer andere, die onlangs van de Indiën in België zyn overgevoerd, en alhier in de oranjehuizen of matige serren om hare schoone bloemen gekweekt en op de wyze van de Platylobiën kunnen vermenigvuldigd worden. De nuttige krachten van deze aengename gewassen zyn my niet bekend.

PURGEERKRUID, Purgeerwinde, in 't fransch Scammonee liseron, in 't latyn Convolvulus scammonia, is onder de 1e klasse, 3° sectie der klokvormige bloemplanten van Tournefort gesteld; door Jussieu onder de familie van de Winde, en onder de 5e klasse van Linnaeus, Pentandria monogynia, planten die met vyf meeldraedjes bloemen en maer één stampertje hebben.

Het Purgeerkruid (Convolvulus scammonia van Linnaeus) is eene langlevende kruidplant van Azië, die met windende, zwakke stengels aen staken wast, met ronde stelen en pylvormige, verdeelde en verminkte bladen, en in de warme landen meest van in juny bloeit, met drie klokvormige bloemen op de stengels verspreid. Deze plant wordt alhier op de wyze van de Winde gekweekt, en er wordt eenen gomachtigen hars uit getrokken, die een zoo geweldig en schielyk buiklossend middel inhoudt, dat eenige greintjes daervan ingenomen, genoegzaem is om eene overvloedige buikzuivering te verwekken, maer de heer Orfila stelt dit sap onder de verhittende middelen, die de verteerbuizen der ingewanden kunnen beschadigen, en niettegenstaende die aenmerking van dezen kundigen heer, wordt dit verhittende sap nog van sommige doctors in de purgeermiddels van Leroy gebruikt. Die gomachtige hars, welke men alhier by de apothekers verkoopt, komt meest van Smyrna en Azië, alwaer die plant natuerlyk groeit; zy kan hier in de kruidhoven door het zaed en wortelscheiding vermenigvuldigd worden.

De Purgeerwinde met roodachtige wortels (Convolvulus turpethum van Linnaeus) is eene langlevende plant van Ceylan, die met dikke, vierkantige stengels en veel stelen met hartvormige, hoekige bladen wast; het sap uit de wortels en stengels getrokken, bezit ook dezelfde purgerende en afdryvende krachten. Deze plant wordt meest door wortelscheiding en het zaed vermenigvuldigd.

PYLRIET, in 't fransch Maranta, in 't latyn Maranta, is door Jussieu onder de familie van het Indiaensch Bloemriet gesteld, en onder de 1e klasse van Linnaeus, Monandria monogynia, planten die met één meeldraedje bloemen en maer één stampertje hebben. Het Pylriet met gestreepte bladen (Muranta zebrina) is eene nieuwe rietvormige plant van de Antillische Eilanden, die met gepypte stengels tamelyk hoog wast, en groene, zwartachtige, met geel gestreepte bladen heeft, die omtrent 25 centimeters lang en 15 centimeters breed groeijen, bloeit alhier in de warme serren in april, met aren op de toppen en zeer lieflyke witte, violet en blauw gestreepte bloemen, die uit blauwachtige bloeischeeden spruiten, welke zeer aengenaem die bloemen versieren. Het Galanga-Pylriet (Maranta galanga van Linnaeus) is eene langlevende rietplant van de Indiën, die alhier in de warme serren in het water moet gekweekt zyn, alwaer zy met enkele stengels en groote, lange, steellooze bladen wast, en volgens de warmte meest in april bloeit, met zeer bevallige witachtige violet en blauw fyn gestreepte bloemen, die met de bloeischeeden vergezeld groeijen. Men vindt nog by sommige liefhebbers het rietvormig Pylriet (Maranta arundinacea) van Zuid-Amerika en de Maranta comosa van Linnaeus, die van Surinam oorspronkelyk is. Al deze schoone gewassen worden in de warme serren gekweekt en door uitloopers, die zy genoegzaem voortbrengen, vermenigvuldigd.

PYNBOOM, Pynappel-boom, Harsboom, Sparreboom, in het fransch Pin, in 't latyn Pinus, door Tournefort Abies pinus genoemd, en onder zyne 19° klasse, 3° sectie gesteld, der boomen die met katjes bloeijen; door Jussieu onder de familie van de boomen die kegelvormige vruchten dragen, en onder de 21e klasse van

« VorigeDoorgaan »