Pagina-afbeeldingen
PDF
ePub

heestergewyze groeit, getakkeld, met bladstelen, gevleugelde bladen en tweevoudige scherpe doorns op de takjes verdeeld, bloeit meest van july tot in september, met spitsvormige aren, zeer schoone oranje roode bloemen en tien lange meeldraedjes, die de bloemkransen versieren, zy brengen peulvruchten voort.

Men vindt alhier by onze bloemisten den Poinciana caesalpina, met zyne schoone roode en hooggele bloemen, de Poinciana Gilliesii, rubra en regia, en andere soorten die van de West-Indiën alhier onlangs zyn overgevoerd.

De P. caesalpina vesicaria van Linnaeus, is by ons gemeen Breziliëhout genoemd, groeit met doornen, kantige bladstelen en groene gevleugelde bladen, en bloeit met schoone roodachtige gele bloemen, op de wyze van het Bresiliëhout, en geeft ook eene schoone roode verw.

Deze houtgewassen moeten alhier in de warme serren gekweekt zyn en kunnen door het zaed in den heigrond vermenigvuldigd worden.

POKHOUT, Sakerdaenhout, in 't fransch Gaiac, Bois-Saint, in 't latyn Guajacum, is door Jussieu onder de familie van de Ruiteplanten gesteld, en onder de 10° klasse van Linnaeus, Decandria monogynia, boomen die met tien meeldraedjes bloemen en maer één stampertje hebben.

Het schoon verheven Pokhout (Guajacum afrum van Linnaeus of Schotia speciosa) is een schoon boomgewas, dat natuerlyk in Afrika, China, Italië en andere warme landen groeit, zeer getakkeld, met lommerryke, gevleugelde bladen, op de bladstelen in acht blaedjes verdeeld, en welke eivormig, langwerpig, glad, maer toch een weinig ruw zyn, bloeit alhier in de serren van september tot in december, met allerschoonste regte bloemtrossen, gepypte bloembladen, bloemkelken en kransen die een levendig rood met karmyn gemengd kleur hebben; het midden der bloemen is met gele, verhevene meeldraedjes bekroond, hetgeen aen dezelve een zeer bevallig voorkomen geeft.

Het heilig Pokhout (Guajacum sanctum van Linnaeus) is een langlevend boomgewas van Amerika, dat met verscheidene koppels blaedjes groeit, zeer lommerryk versierd; het heeft ook schoone bloemen met vyf ineengeslotene bloembladen, en brengt zaedhuizen voort.

Het zeer geacht officineel Pokhout (Guajacum officinale van Linnaeus) is een langlevend boomgewas van de West-Indiën, dat in Jamaïka en elders in de warme landen van Zuid-Amerika groeit, en alhier in de warme serren wordt gekweekt. Het is uit de wortels, hout en hars van dezen boom dat de geneesmiddelen worden getrokken, die de doctors als een aenhitsend middel bevelen, om den omloop van het bloed te verhaesten en van den drek te doen scheiden, en voor de velziekte en uitwassen gebruiken. De wortels van het officineel Pokhout, zegt G. Grimaud, worden heden voor de koude zinkingen en Venusziekte veel in pillen bereid en van de ervarene doctors voorgeschreven. Deze boomen kunnen door afzetsels, inleggers en door het zaed vermenigvuldigd worden.

POMPOEN, in 't fransch Citrouille, Courge, in 't latyn Cucurbita, is door Jussieu onder de familie van de Kauwoerden en Meloenen gesteld, en onder de 21e klasse van Linnaeus, Monoecia monadelphia, éénhuizigen-éénbroederigen.

De Pompoen (Cucurbita citrullus van Linnaeus) is eene éénjarige kruidplant van Zuid-Europa, die met gerankte en langs de aerde gestrekte stengels, op de wyze van de Meloenen wast, en met gelipte bladen in verscheidene deelen gekerfd; de mannekensbloem van deze plant bloeit met vyf gele bloembladen in de kelken en kransen met drie draedjes, en de wyfkensbloemen hebben de kelken en kransen met vyf getande bloembladen en vyf stampertjes, en brengen alleen vruchten met kerntjes voort.

De Cucurbita pepo en de Cucurbita melopepo van Linnaeus, zyn alhier bekend door hunne groote vruchten, die een voedzaem slymachtig vleesch inhouden, dat van de landlieden veel in pappen met melk bereid, als voedsel wordt geëten en eene ligte buikweekmaking verwekt, te veel daervan ingenomen, doet eene groote buiklossing ontstaen en kan kolyken veroorzaken. De Pompoenen, waeronder men veel soorten vindt, worden alhier vroeg in de lente geplant.

PONTEDERIA, in 't fransch Pontederie, in 't latyn Pontederia, is door Jussieu onder de familie van de Narcissebloem en Paeschlelie gesteld, en onder de 6e klasse van Linnaeus, Heavandria monogynia, planten die met zes meeldraedjes bloemen en maer één stampertje hebben. De Pontederia met hartvormige bladen (Pontederia cordata van Linnaeus) is eene langlevende kruidplant van Virginië, in Noord-Amerika, met vezelachtige wortels en dikke, hartvormige bladen op lange bladstelen, die in scheeden steken, bloeit alhier meest in mei, met aren en steellooze bloemen, die een lieflyk blauw kleur hebben. Deze plant moet hier in de matige serren in het water worden gekweekt. De eivormige Pontederia (Pontederia ovata van Linnaeus) is eene langlevende kruidplant van Malabar, die onder de familie van de Thalia is, daerom zou deze plant onder de 1e klasse van Linnaeus, Monandria, moeten gesteld zyn; zy groeit met wortels, stengels en eivormige bladen, en met zeer lieflyke bloemen op de toppen der stengels. De Pontederia met spiesvormige bladen (Pontederia hastata van Linnaeus) is eene langlevende kruidplant van de Indiën, met kroonwyze geschikte bloemen, rondachtige honigkelken en bloemkransen met zes bloembladen versierd. Deze schoone bloemryke gewassen moeten alhier in de matige serren of goede planthuizen worden gekweekt, en kunnen op de wyze van de Lischbloemen en Ixias vermenigvuldigd worden.

POPULIER, Abeelboom, in 't fransch Peuplier, in 't latyn Populus, is onder de 19° klasse, 6° sectie van Tournefort gesteld; door Jussieu onder de familie der boomen die met katjes bloeijen, en onder de 22° klasse van Linnaeus, Dioecia octandria, tweehuizigen-achtmannigen.

Men kweekt heden alhier in België veel verscheidene soorten van Populieren, hunne groeiwyze, de gedaente hunner bladen en bloemen zyn te wel bekend om die geheel te beschryven.

De witte Abeel-Populier (Populus alba van Linnaeus) groeit ten alle kanten in de bosschen, met rondachtige, hoekige, getande bladen, die van onder met witten dons zyn bedekt.

De Populus latifolia van Linnaeus, de Populus canescens van Willdenow, en de Populus tremula van Linnaeus, met witte bladen, worden witte Ratelaren genoemd, omdat de bladen dikwils in den zomer by zoel weer, zonder wind, op de boomen klateren. De Populier van den Archipel (Populus graeca van Willdenow) wordt alhier ook veel geplant. De zwarte Populier (Populus nigra van Linnaeus) is van over zeer oude tyden in Europa bekend, door zyn taei hout en balsemachtige botknoppen, waervan men de Populierzalve maekt, die voor de speen en andere dergelyke kwalen, wonden, slagen en gevallene builen, by de apothekers te bekomen is, maer de Gom-Populier (Populus balsamifera) van Noord-Amerika, welks botknoppen eene zachte balsemachtige gom inhouden, wordt heden by voorkeur gebruikt om de Populierzalve te maken. De Populus dilatata van Willdenow, en de P. fastigiata van Desfontaines, worden alhier ook veel geplant, de P. grandidentata van Michaux, P. canadensis van Mich., P. monilifera en P. angulata van Willdenow, die van Noord-Amerika oorspronkelyk zyn, worden alhier heden veel geplant, omdat zy ras groeijen en groote boomen worden. De Populus anothera schynt eene medesoort te zyn van den Populus balsamifera, die in Canada groeit en hier in de lusthoven veel wordt geplant, hy bezit, zegt Linnaeus, eenen welriekenden balsem, die uit de botknoppen getrokken wordt, hier en elders onder den naem van Goma tacamabaca is bekend, en met zoo veel nut in de geneeszalve wordt gebruikt. Deze gom bezit ook eene zekere tinktuer, die op besten brandewyn getrokken en ingenomen, een der krachtigste middelen is om den buikloop, den rooden loop en de inwendige wonden en zweren te genezen, waertoe de zieke er gemeenelyk 's avonds en 's morgens één of twee lepels van inneemt. Die gom wordt ook veel op boomolie gezet, en die olie, waerin de gomknoppen geweekt zyn, is zeer dienstig om allerlei wonden, gezwellen en geslagene of gevallene builen te genezen, zy verkoelt den brand, en is ook zeer nuttig voor de aembeijen of speen, en wordt met voordeel gebruikt om het rhumatisma mede te stryken en verscheidene velziekten te genezen. Men vindt in de oude overleveringen der kinderen van Israël beschreven, dat de aertsvader Jacob die Populierengom tot genezing der schapen zyner kudde gebruikte. De italiaensche Populier (Populus italicum of pyramidalis), die zoo hoog verheven met zyne lommerryke bladen wast, wordt heden in vele landen rond de buskruidstappels en huizen die andere gevaerlyke brandstoffen inhouden, geplant, om die van den donder en bliksem te bevryden, want men heeft sedert eenige jaren bemerkt dat die boomen, door hun hoog gewas, de dondervlagen doen scheiden en er nooit van aengerand worden, want hoewel het hout tamelyk zacht is, ziet men het nooit van den donder gebroken worden noch er den bliksem op vallen. Eindelyk, men zou van al de deugden en krachten die de Populierboomen bezitten, wel een geheel boekdeel kunnen beschryven, want van de gedroogde schors der witte Abeelen kan men ligtbrandende toortsen maken, en het hout wordt van de beeldsnyders, draeijers en timmerlieden veel gebruikt om vatten, doozen, schotels en planken van te zagen. De vermenigvuldiging dezer boomen geschiedt van de witte Populieren door uitloopers en van al de anderen door stekking der jeugdige takken, die diep in den verschen vochtigen grond welhaest zydelings wortel vatten.

POREI, Prei, in 't fransch Poireau, Porreau, in 't latyn Allium porrum, is onder de 9e klasse, 4e sectie van Tournefort gesteld; door Jussieu onder de familie van de wilde Lelie, en onder de 6° klasse van Linnaeus, Hexandria monogynia, planten die met zes meeldraedjes bloeijen en maer één stampertje hebben.

De Hof-Porei (Allium porrum van Linnaeus) is eene tweejarige plant van Europa, die in de moeshoven alle jaren meest van in maert wordt gezaeid, om nadien te verplanten, zy groeit met gevezelde wortels en stengels met gladde, groene, scherpe, lansvormige bladen; zy kan zeer wel onze koude winters wederstaen, en wordt van éénjarige struiken het tweede jaer vemenigvuldigd, in juny schiet zy schachten uit die omtrent 70 centimeters hoog

« VorigeDoorgaan »