Pagina-afbeeldingen
PDF
ePub

Linnaeus, die met roode bloemen bloeit en van Surinam oorspronkelyk is; den Plumeria alba, met witte bloemen, van Jamaïka, en den Plumeria obtusa van Linnaeus, van Zuid-Amerika, uit welks bloemen een welriekend water wordt getrokken, dat door de reukwerkers veel wordt gebruikt om met hunne waters en pommaden te mengen. Deze planten kunnen door afzetsels op warme broeibakken, in den heigrond vermenigvuldigd worden, maer vatten toch moeijelyk wortel.

PODALYRIA, in 't fransch Podalyre, in 't latyn Podalyria, is door Jussieu onder de familie der planten die peulvruchten dragen gesteld, en onder de 10° klasse van Linnaeus, Decandria monogynia, planten die met tien meeldraedjes bloemen en maer één stampertje hebben. De Podalyria australis van Willdenow, is eene langlevende kruidplant van de Carolinsche eilanden, die alhier in struiken groeit, met stengels van omtrent 40 centimeters hoog, gepypte stelen en bladen met drie blaedjes versierd, en meest van juny tot in july bloeit, met trosjes en veel bloemen, die een schoon blauw en witachtig groen kleur hebben, en eenen bodem, die als eene goot geschikt is. De Podalyria alba van Willdenow, is ook eene langlevende kruidplant van de Carolinen, maer die witachtige bloemen draegt. De Podalyria met twee bloemen (Podalyria biflora) is een heester-boomgewas van de Kaep, dat zeer getakkeld, omtrent 1 meter hoog was, bladeren met witharigen dons bedekt heeft, en hier in de planthuizen van in november tot january bloeit, met schoone, witte bloemen, die dikwils donker gestreept zyn; zy moet 's winters in de planthuizen bevryd worden. De zydeachtige Podalyria (Podalyria sericea), wiens takken met zachten dons bedekt zyn, is ook van de Kaep, en bloeit alhier meest van july tot in augusty, met zeer lieflyke rooskleurige bloemen. De Podalyria styracifolia, Podalyria cuneifolia, met wigvormige bladen, Podalyria hirsuta, Podalyria calyptrata en de Podalyria myrtillifolia van Willdenow, allen langlevende heesterhoutgewassen van de Kaep, en de Podalyria sophorafolia, met Ginstebladen, worden hier al op de wyze van de Platylobium in de matige serren in den heigrond gekweekt en vermenigvuldigd. De krachten van deze bevallige gewassen zyn my niet bekend.

PODOCARPUS, in 't fransch Podocarpe, in 't latyn Podocarpus, is onder de familie der boomen die kegelvormige vruchten dragen gesteld, en onder de 22° klasse van Linnaeus, Dioecia monadelphia, tweehuizigen-éénbroederigen.

De Podocarpus japonicus van den Hortus Bogoricus, is een langlevend boomgewas van Japan, het groeit met altoosblyvende, groene bladen, die van gedaente aen het Spaensch Hout gelyken. Deze plant is door den heer Von Siebold, van Japan in de Nederlanden in 1842 overgebragt, en werd voor de eerste mael in 1844, in de tentoonstelling van den Casino, met genoegen aenschouwd. In de verzameling der planten van Java, die alhier in den Casino door Von Siebold waren gezonden, hebben wy ook den Podocarpus amara van Blume bemerkt, die door zyne schoone groenblyvende bladen zeer versierende is. Onze kundige bloemkweeker J. Van Geert vader, had ook in die tentoonstelling den Podocarpus pardii, van den Hortus Kew. gezonden, die enkelyk in 1844 alhier van de Indiën is overgevoerd. Alex. Verschaffelt heeft ook den Podocarpus coriaceus, Podocarpus excelsus en den Podocarpus longifolius, van de Indiën verkregen, en J. B. De Saegher heeft onlangs van de Indiën de volgende soorten van die schoone boomgewassen ontvangen; Podocarpus foliis variegatis, Horsfieldii, - longifolius, van China, Podocarpus mucronatus, pardii, - macrophyllus, - nucifer, van Japan, en den Podocarpus pungens spicta, allen zeer schoone langlevende versierende boomgewassen.

De Podocarpus latifolius en meer andere soorten worden alhier by L. Van Houtte en by veel andere bloemisten gevonden, en de Podocarpus elongatus, van l'Hérit., is sedert twintig jaren alhier van Java naer onzen kruidhof der Hoogeschool overgezonden. Al deze schoone gewassen, die den geur van het Spaensch Hout inhouden en kegelvormige vruchten dragen, kunnen door

III. 21

het ryp zaed, in den heigrond, op lauwe broeibakken gezaeid, en door afzetsels en inleggers met zorg vermenigvuldigd worden, maer vatten toch moeijelyk wortel, en worden hier in de matige serren of goede planthuizen 's winters bevryd.

POELKRUID, Sterplant, in 't fransch Stellaire des Marais, in 't latyn Callitriche, is door Jussieu onder de familie der Waterplanten gesteld, en onder de 1e klasse van Linnaeus, Monandria digynia, planten die met één meeldraedje bloemen en twee stampertjes of wyfkensdeelen hebben. Het Lente-Poelkruid (Callitriche verna van Linnaeus) is eene langlevende kruidplant van België, die ten alle kanten in de Nederlanden in de poelen, grachten en vochtige meerschen wast, met gebladerde stengels, die alle jaren in het voorjaer uit de wortels spruiten, en omtrent 20 of 30 centimeters hoog groeijen, met langs boven eivormige bladen, en meest in juny bloeit, met tweebladige witte bloemen, zonder bloemkelken, welke vliesachtige gerande zaedhuisjes voortbrengen, die in twee hutjes zyn, verdeeld en vier bloote zaedjes inhouden. Het Herfst-Poelkruid (Callitriche autumnalis van Linnaeus) is ook eene langlevende kruidplant, die in België aen de kanten der grachten en vochtige plaetsen wast, met stengels en lynvormige bladen, die aen de toppen der stelen tweebladig zyn en met tweeslachtige witte bloemen bloeit. Het Poelkruid (Callitriche intermedia van Willdenow) groeit ook ten alle kanten in België, in de grachten en aen de poelen, met stengels en van boven eivormige en lynvormige blaedjes, en witachtige, tweebladige bloemen. Die kruiden, welke alhier ten platte lande genoegzaem bekend zyn, houden eene verkoelende kracht in, en werden van de oude Kruidbeschryvers Alsine aquatica minor genoemd.

POELRUITE, Walsche Rubarbe, Waterruite, Meersch-Rubarbe, in 't fransch Pigamon, Rhubarbe des pauvres, in 't latyn Thalictrum, is onder de 6e klasse, 6° sectie der roosvormige bloemplanten van Tournefort gesteld, door Jussieu onder de familie der Ranunkelplanten, en onder de 13e klasse van Linnaeus, Polyandria polygynia, veelhelmigen, die van twintig tot honderd meeldraedjes hebben, welke op het vruchtbeginsel zyn vastgehecht. Men vindt onder de Poelruite verscheidene soorten, die in België en elders in 't wilde groeijen, en om hare deugden ook in de kruidhoven worden geplant, om tot nut der menschen te gebruiken; zy hebben allen vier of vyf bloembladen in de kelken, maer verschillen toch van grootte en gedaente. De gele Poelruite (Thalictrum flavum van Linnaeus) is eene langlevende kruidplant van Noord-Europa, die in België veel in de vochtige meerschen en kanten der grachten wast, met eenen stengel en bladstelen, omtrent 30 of 40 centimeters hoog, gekerfde en getande donkergroene bladen, en in july bloeit, boven op de toppen der steeltjes, met trosachtige, gele, vereenigde bloempjes en veel witachtige meeldraedjes, die wolachtig grys zyn. De Poelruite met Akeleibladen (Thalictrum aquilegifolium van Linnaeus) is eene langlevende kruidplant van Zwitserland, die alhier in de bloemtuinen wordt geplant, en groeit met gele wortels en stengels met bladen versierd, wel omtrent 1 meter hoog, bloeit meest van juny tot in augusty, met schoone trosjes op de stelen en geelachtige bloempjes, die meer dan zestig meeldraedjes hebben, welk door hunne schoone, gele, citroenkleurige kopjes een vederbosje maken, dat zich op de groene bladen zeer verheft. De groote Poelruite (Thalictrum majus van Linnaeus) groeit alhier veel in de belommerde bosschen, de kleine Poelruite (Thalictrum minus) wast meest in de meerschen, met stengels, rondachtige in drie verdeelde blaedjes en geelachtige hangende bloempjes, de Thalictrum sibericum van Linnaeus, groeit veel in Rusland, de Thalictrum lucidum, groeit meest in Spaenje, Frankryk en elders, de Thalictrum medium van Linnaeus, wordt veel in Oostenryk gevonden, en de Thalictrum nigricens van Linnaeus, groeit veel in België, Luxemburg en elders in Duitschland, alwaer de Thalictrum angustifolium ook wordt gevonden. De Thalictrum simplex met de Thalictrum flavum worden veel in Zweden en Denemarken gevonden. Alle deze soorten worden alhier in den kruidhof der Hoogeschool gekweekt en door worscheiding in de lente vermenigvuldigd.

Het schynt dat in alle gewesten der wereld die valsche Rubarbe groeit, want Linnaeus beschryft de Thalictrum purpurascens van Canada, met roode stengels en bloemen met lange violette meeldraedjes. Al deze Poelruiten worden van de apothekers gezocht, om in de geneesmiddelen te gebruiken. De wortels hebben eene bytachtige verdroogende kracht, en de bladen van de groote Poelruit met moeskruiden gemengd, gekookt en geëten, verweeken den buik en verwekken den kamergang. De bladen gestooten en op de oude zeeren gelegd, doen die zuiver genezen.

Clusius geeft ons te kennen, dat de wortels van de kleine en groote Poelruite, zeer dienstig zyn om in de baden te gebruiken voor de menschen die met de luisziekte zyn besmet, en dat de wortels, het kruid en de bladen, in het warm water geweekt en daermede gewasschen, de luizen aenstonds doen sterven.

Er wordt ook uit het kruid en bloemen een water gedistilleerd, om de oude wonden en zeeren te genezen en te doen opdroogen. De kwakzalvers doen met de wortels en kruid veel kunsten, zy verkoopen dikwils de wortels in stede van Rubarbe en ook voor zwart Nieskruid, en trachten alzoo de eenvoudige volkeren te bedriegen, de oude Kruidbeschryvers zeggen dat de reuk der bloemen zeer goed is om water mede te bereiden en voor de vallende ziekten te gebruiken, maer het schynt dat dit middel niet krachtig genoeg is, dewyl het van de nieuwe Kruidbeschryvers wordt verworpen, de wortels houden een zacht buikzuiverend middel in.

POINCIANA, in 't fransch Poincillade, in 't latyn Poinciana, is onder de 21e klasse, 4e sectie van Tournefort gesteld, der boomen die roosvormige bloemen dragen, door Jussieu onder de familie der boomen met peulvruchten, en onder de 10e klasse van Linnaeus, Decandria monogynia, planten die met tien meeldraedjes bloemen en maer één stampertje hebben,

De schoonversierende Poinciana (Poinciana pulcherrima van Linnaeus) is een langlevend boomgewas van de Indiën, dat alhier

« VorigeDoorgaan »