Pagina-afbeeldingen
PDF
ePub

De westersche Plaenboom (Plantanus occidentalis van Linnaeus) is een langlevende groote boom van Virginië, hy wordt heden alhier veel gekweekt en groeit zeer dik, hoog en getakkeld, met langwerpige Eschdoornvormige bladen, die zeer lommerryk zyn. De Plaenboom met Ahornbladen (Platanus acerifolia van Willdenow) is een langlevend boom van de Oost-Indiën, die tamelyk hoog groeit, met booghoutvormige bladen, en eene medesoort van den Orientalis schynt te zyn. Deze boomen kunnen zeer wel onze koude winters wederstaen, maer begeren eenen goeden, vetten, lossen grond; zy worden meest in de dreven om hunne lommerryke en bevallige bladen geplant. De Plaenboom was by de oude oostersche volkeren in zeer groote achting, waervan de oude plantkenners gewag maken, onder andere verhaelt Plinius, dat een Plaenboom, die door ouderdom hol was geworden, omtrent 80 voeten dikte bekomen had, en dat Licinus Martianus, een romeinsch veldheer en stadhouder in Syrië, in dien boom eene maeltyd van 18 persoonen opregtte, en onder deszelfs schaduwe zoeter en geruster geslapen heeft, dan hy in een konings paleis met goud, zilver en kostelyke tapyten versierd, ooit gerust hadde. Dezelfde schryver verhaelt in het 8° kap. boek 24, dat de wortels van den Plaenboom gestooten en op den buik aen de zyde der lever gelegd, de pyn en weedom haeslelyk doen vergaen, en Quintus betuigt ook in zyne gedichten, dat degenen die pyn in de zyde gevoelen, deze wortels gestooten met wyn drinkende, daerby terstond baet en verligting zullen gevoelen. Het hout van de westersche Plaenboom, is broos en breekachtig, maer dat van den oosterschen dient om jokken, bogens, pylen, enz., van te maken. De vermenigvuldiging dezer boomen geschiedt door uitloopers, op de wyze als van de Ipenboomen en Linden gezegd is. De eerste Plaenboomen zyn in 1576, door Clusius, van Weenen naer België gezonden.

PLATTE ERT, Wilde Cicer, in 't fransch Gesse, in 't latyn Lathyrus, is onder de 10° klasse van Tournefort gesteld, door Jussieu onder de familie der peulvruchtdragende planten, en onder de 17° klasse van Linnaeus, Diadelphia decandria, tweebroederigen, planten die met tien helmstyltjes bloemen en peulvruchten voortbrengen. De Hof-Cicer of Platte Ert (Lathyrus sativa van Linnaeus) is eene éénjarige plant, die hier alle jaren in sommige moeshoven wordt geplant, zy groeit met stengels en hechtrankjes, bloeit op de wyze van de Erten en brengt schilpjes voort, met kleine, ronde peulen gevuld, die groen en droog worden geëten en ook dienen om tot meel te malen en het vee mede te voeden. Zy worden alhier meest in maerte geplant. De Platte Ert met breede bladen (Lathyrus latifolius van Linnaeus), is eene langlevende kruidplant van Zuid-Frankryk, die met stengels omtrent 1 meter lang wast, met bladstelen, breede bladen en drie hechtrankjes, en alhier van july tot in september bloeit, met bloemtrosjes en schoone, groote, purpere, violette en rooskleurige bloemen, waeronder men eenige medesoorten vindt met witte en rooskleurige bloemen, die zeer lieflyk versieren. Men heeft nog onder die langlevende Platte Erten den Lathyrus tuberosus van Linnaeus, die hier dikwils te velde in de potaerdachtige gronden wast; den Lathyrus pratensis en den Lathyrus sylvestris van Linnaeus, die alhier veel in de meerschen groeit. De welriekende Platte Ert (Lathyrus odoratus van Linnaeus) is eene éénjarige plant van Sicilië, die met ranken omtrent 1 meter hoog aen staken wast, en van july tot in september bloeit, met aren en zeer schoone rooskleurige, blauwe, witte en bonte bloemen, die schilpjes met ronde peulen gevuld voortbrengen, welke eenen aengenamen smaek inhouden. De wilde Platte Erten (Lathyrus aphaca en Lathyrus nissolia van Linnaeus), groeijen alhier in de granen en meerschen, en de Lathyrus hirsutus wordt veel voor voeding der kruidetende dieren alle jaren in de lente te velde gezaeid.

PLATYCHILUM, in 't fransch Platychilier, in 't latyn Platychilum, is onder de familie der boomen die peulvruchten dragen gesteld, en onder de 17e klasse van Linnaeus, Diadelphia decandria, tweebroederigen, bloemen die met tien meeldraedjes bloeijen, welke tot twee lichamen zyn samengegroeid.

De Platychilum celsianum, van Cels, is een langlevend heesterhoutgewas, dat te Parys door den heer Cels, uit zaed van NieuwHolland verkregen, is gewonnen en alzoo den naem van Celsianum heeft verkregen, het groeit met dunne takjes en lamsvormige, groene bladen, en bloeit alhier meest in april, met okselachtige kleine bloemtrosjesaen de toppen der takjes, alwaer zy zeer schoone trosvormige aren verbeelden, en tot in mei zeer lieflyke blauwe bloemen dragen. . Deze schoone plant, die heden by de bloemisten zeer is vermaerd, moet hier in de matige serren gekweekt zyn, en kan door het zaed in den heigrond gezaeid en door inleggers vermenigvuldigd worden.

PLATYLOBIUM, Platblad, in 't fransch Platylohier, in 't latyn Platylobium, is onder de familie der boomen die peulvruchten dragen gesteld, en onder de 17e klasse van Linnaeus, Diadelphia decandria, tweebroederigen, bloemen die met tien helmstyltjes of stuifdraedjes bloemen, die tot twee lichamen zyn samengegroeid. De schoone geschulpte Platylobium (Platylobium formosum) is een langlevend heester-boomgewas van Nieuw-Holland, dat zeer getakkeld, met altoosgroenblyvende, hartvormige bladen groeit, en alhier meest in de planthuizen van in mei bloeit, met zeer bevallige oranje bloemen, waervan de standaerds zeer lieflyk rood karmyn gestraeld en schoon gespikkeld zyn. De gevleugelde Platylobium (Platylobium scolopendrium) van Nieuw-Holland, is een langlevend, klein boomgewas, dat met effene, gebogene takjes en kleine, eivormige, verspreide blaedjes wast, en hier in mei bloeit, met schoone standaerds en zeer lieflyke groote gele bloemen, die roodachtig gespikkeld zyn. De Platylobium met lansvormige bladen (Platylobium lanceolatum) van Nieuw-Holland, bloeit alhier meest in juny, met zeer lieflyke gele bloemen. Onze kundige bloemisten hebben nog, sedert drie jaren, de volgende soorten van Nieuw-Holland verkregen : Platylobium murrayanum, parviflorum, triangulare, splendens en meer andere, die nog zeldzaem zyn verspreid.

Deze lieflyke houtgewassen, die door hunne bloemen zeer behagen, kunnen alhier door het zaed vermenigvuldigd en in den heigrond op lauwe bakken, onder het glas gezaeid worden, om het eerste jaer in de matige serren te verblyven en die de volgende jaren, op eene goede standplaets, 's winters in de oranjehuizen te bevryden, alwaer zy schoon bloemen.

PLOMPEN, Water-Roos, Water-Lelie, in 't fransch Plateau, Wenuphar, in 't latyn Wymphaea, is onder de 6° klasse, 4e sectie van Tournefort gesteld, der roosvormige bloemplanten, door Jussieu onder de familie der Vosbeet en Zwemkruid, en onder de 13° klasse van Linnaeus, Polyandria monogynia, veelhelmigen, planten die met twintig tot honderd meeldraedjes bloemen, die op het vruchtbeginsel zyn vastgehecht, en maer één stampertje hebben. De witte Plompen (Nymphaea alba van Linnaeus) is een langlevend Zwemkruid van Europa, dat met wortels in het water wast, en groeit met stelen en groote, ronde, hartvormige bladen, waervan sommige op het water zwemmen, die groen en effen glad zyn. De bloemstelen komen ook uit de wortels voort, en dragen alhier meest in juny zeer lieflyke witte bloemen, met veel langwerpige, spitse, verzamelde bloembladen, en in 't midden met zeer veel gele meeldraedjes versierd, zy brengen zaedjes in ronde bollekens gevuld voort, die in het diepste der waters vallen en weder uitspruiten, maer zy worden veel van de visschen en andere watergedierten geëten, die zich daermede voeden. De gele Plompen (Nymphaea lutea van Linnaeus) groeijen ook ten alle kanten in de staende en stroomende waters van België en elders, hebben byna bladen als de witte, maer doch wat langwerpiger van maeksel, groeijen met kantachtige stelen en bloeijen in juny, met gele bloemen die door vyf bloembladen zyn versierd, veel meeldraedjes hebben en zaedhuisjes voortbrengen met blinkende zaedjes, die de grootte van de Tarwe hebben. De wortels van deze plant zyn dik, geknobbeld en met veel dikke vezeltjes behangen. De blauwe Plompen (Nymphaea coerulea van Curtis) groeijen meest in de Indiën, maer worden alhier om hare schoone bloemen by sommige liefhebbers in het water in de warme serren gekweekt. De wortels en het zaed van de Plompen hebben eene verdroogende kracht, en houden zeer veel styfselmeel of ameldonk in, die het ingewand verzacht; derhalve, zegt Dodonaeus, zal men die mogen gebruiken om de onmatige vloeden en buikloopen te stelpen, en zyn ook zeer nuttig om het rood mclizoen te genezen. Die wortels of het zaed versch gestooten of in poeijers gebruikt, zyn ook zeer dienstig om de loopende schurftheid des hoofds en kaelheid des haers te genezen, met teer gemengd, zyn zy zeer nuttig om het kwaedzeer, het uitvallen des haers en dergelyke schurftheid te verhelpen. De wortels van de gele Plompen worden met wyn ingenomen door degenen die gedurigen lust tot stoelgang hebben en niet kunnen lossen, dezelfde wortels gestooten, zyn zeer dienstig om op de loopende gaten en wonden te leggen, zy nemen al de plekken en sproeten weg, en bezitten een zacht pynstelpend middel. Uit de bloemen van de witte Plompen, die eenen welriekenden geur inhouden, wordt sedert eenige jaren een water gedistilleerd, dat in de medecynen, zegt G. Grimaud, tegen de stuipziekten der kinderen wordt gebruikt.

PLUIMBOOM, Melkreukbloem, in 't fransch Frangipanier, in 't latyn Plumeria, is door Jussieu onder de familie van de Hondendoodplanten gesteld, en onder de 5° klasse van Linnaeus, Pentandria monogynia, planten die met vyf meeldraejes bloemen en maer één stampertje hebben.

De Pluimboom (Plumeria pudica van Linnaeus) is een langlevend boomgewas van Zuid-Amerika, dat in het land zyner afkomst tamelyk groot wast, met eivormige, puntige, groene bladen, en alhier in de warme serren wordt gekweekt, alwaer het heestergewys en getakkeld groeit, en meest in juny bloeit, met zeer schoone kromverdraeide gele bloemen, met de meeldraedjes in de bloemkransen gesloten, die aen een vliesje eigen zyn en eenen zeer welriekenden geur verspreiden. 1

Men vindt alhier by onze kweekers den Plumeria rubra van

« VorigeDoorgaan »