Pagina-afbeeldingen
PDF
ePub

De Phylica met rosmarynbladen (Phylica rosmarinifolia), van de Kaep, bloeit hier in de matige serren van in maert, met aren en schoone witte bloemen, die welriekende zyn.

De Phylica myrtifolia, met myrtebladen en zeer lieflyke bloemen; de Phylica horisontalis, van den Hortus Cant.; de Phylica cordata, - thymifolia, lucida, met gele bloemen, de Phylica orientalis, - burifolia, van Linnaeus, de Phylica spicata, van Linnaeus, die met aren bloeit; de Phylica racemosa, die met trossen bloeit; de Phylica ledifolia en de Phylica parviflora, van Linnaeus, zyn allen van Afrika, en worden hier om hunne aengename bloemen in den heigrond gekweekt, 's winters in potten in de planthuizen bevryd, en op de wyze van al de andere planten van de Kaep door het zaed en afzetsels vermenigvuldigd.

PILLENKRUID, in 't fransch Pilulaire, in 't latyn Pilularia, is door Jussieu onder de familie van het Varenkruid gesteld, en onder de 24° klasse van Linnaeus, Cryptogamia hydropterides, slach van planten die verborgene bloemen en vruchten dragen, cirkelvormig en ondoordringbaer zyn.

Het Pillenkruid (Pitularia globulifera van Linnaeus) is eene langlevende kruidplant van Europa, die in België in de heiden, die 's winters overwaterd zyn, wast, met bolronde wortels, stengels en bladen, die aen het Varenkruid wel gelyken; het mannekensbloeisel wast aen de kanten der bladen en de wyfkensvruchten groeijen aen de wortels, de stengels spruiten in de lente alle jaren uit de aerde, en de wortels worden in augusty vergaderd en gedroogd, om nadien in poeijers te malen en pillen mede te bereiden; zy worden van de peerden meesters veel gebruikt.

PIMELEA, in 't fransch Pimeleé, in 't latyn Pimelea, is onder de familie van den Miserieboom gesteld, en onder de 2e klasse van Linnaeus, Diandria monogynia, planten die met twee meeldraedjes bloemen en maer één stampertje hebben. De Pimelea linifolia van Smith, is een langlevend, klein heester-houtgewas van Nieuw-Holland, dat met lynvormige bladen aen de takjes verspreid, omtrent 20 of 25 centimeters hoog wast, III. 20

en hier van mei tot in augusty bloeit, met bloemtrosjes op de toppen, kleine bloemkelkjes en witachtige bloempjes, die zich als een kruis openen, en waer van de meeldraedjes een schoon roozenkleur hebben en zeer lieflyk versieren. Men vindt by onze bloemisten de volgende soorten van die planten, die allen zeer lieflyke bloemen dragen; de Pimelea arenania, Pimelea decussata, met schoone rooskleurige bloemen, de Pimelea diosmaefolia, - glauca, - Hendersonii, hispida, intermedia, ligustrina, - longifolia, - rubra, nana, - nivea, rosea, - spectabilis, en meer andere die hier allen om hare schoone bloemen in den heigrond, in potten, in de oranjery worden gekweekt, en door afzetsels en inleggers op lauwe broeibakken en onder het glas worden vermenigvuldigd. De krachten van deze nieuwe planten zyn my niet bekend.

PIMPERNEL, in 't fransch Pimprenelle, in 't latyn Poterium, door Tournefort Pimpinella genoemd, en onder zyne 2e klasse, 8° sectie gesteld, der trechtervormige bloemplanten, door Jussieu onder de familie der roosvormige bloemdragende planten, en onder de 21° klasse van Linnaeus, Monoecia polyandria, éénhuizigenveelmannigen.

De Pimpernel (Poterium sanguisorba van Linnaeus) is eene langlevende kruidplant van Europa, die in België in de bosschen en op de bergen, op steenachtige gronden wordt gevonden, en ook veel in de bloem- en krdidhoven wordt geplant, zy groeit met hoekige stengels en lange bladstelen, met veel gekerfde bladen, en bloeit op de toppen der stengels, meest van juny tot in augusty, met trosjes en purperachtige bloempjes, die kantige zaedjes als kleine druifkens vereenigd voortbrengen : de Pimpernelwortels en het kruid hebben den geur van de Komkommers.

De Pimpernel van Montpellier (Poterium hybridum van Linnaeus) is eene langlevende kruidplant van Zuid-Frankryk, die hier in de bloemhoven wordt gekweekt, en groeit met veel wortels, ronde stengels, bladstelen met getande, lange bladen en bloemstelen op de stengels, met trosjes versierd, die bolgewys zyn geschikt, en van juny tot in augusty'bloeijen, met purperachtige bloempjes. Deze tamme Pimpernel wordt in Frankryk, Duitschland, Italië veel als toekruid in de keukens gebruikt en als de Zurkel bereid. Het sap van de Pimpernel doet de wonden heelen en zuiver genezen; de Pimpernel met azyn en mostaerd gemengd en ingenomen, doet geweldig zweeten, verdryft den kwaden zucht en langdurigen hoest, herstelt de borst en stelpt het bloed, derhalve heeft zy den naem van Sanguisorba, uit het latyn verkregen, en wordt zoowel uitwendig opgelegd als door afkooksel ingenomen, de bladen worden gedroogd en als poeijers gebruikt, en het sap wordt in de kankerzalve gemengd; dit kruid wordt met wyn bereid, en gedronken om de verstoptheid der lever en milt te openen. Men vindt door Dodonaeus beschreven, dat de Pimpernel ook zeer goed is om tegen de peste en besmettelyke heete koortsen te gebruiken. Dit kruid aen de koeijen gegeven, stelpt het bloedpissen en doet haer goede melk en boter geven; de bieën halen zeer veel honig uit de bloempjes, maer de wortels, door hunnen zoeten melkachtigen smaek, worden van de ongedierten aengerand, zoo als molenaers, molkrekels en andere insecten, die somtyds die wortels geheel afknauwen. Deze planten kunnen hier door het zaed en wortelscheiding in het voorjaer vermenigvuldigd worden.

PIMPERNOOTBOOM, in 't fransch Staphilier, Wez-Coupé, in 't latyn Staphylea, door Tournefort Staphylodendron genoemd, is door Jussieu onder de familie der Wegdoorns gesteld, en onder de 5° klasse van Linnaeus, Pentandria trigynia, planten die met vyf meeldraedjes bloemen en drie stampertjes hebben.

De gevleugelde Pimpernootboom (Staphylea pinnata van Linnaeus) is een langlevend boomgewas van Zuid-Europa, dat in Italië, Duitschland en elders in de bosschen en velden groeit, en veel in België, voor de verandering der gewassen, in de lusthoven en engelsche tuinen wordt geplant, het groeit tamelyk hoog, getakkeld, met gevleugelde bladen, de jonge scheutjes en bladen houden eene schoone roode verw in, die door de kunstscheiders daeruit wordt gehaeld, en door de verwers, om de stoffen rood te verwen, veel wordt gebruikt.

De driebladige Pimpernootboom (Staphylea trifolia van Linnaeus) is een langlevend boomgewas van Virginië, dat hier in de lusthoven en elders wordt geplant en zeer lommerryk groeit, met donkergroene bladen, en hier meest t'einde mei, met witte bloemtrosjes bloeit, met vyf bloemblaedjes in de kelken, die in september opgeblazene bolsters, met twee ronde noten gevuld, voortbrengen, welke in het land hunner afkomst worden geëten; maer de noten van die boomen die in Europa wassen, zyn waterachtig van aerd en vol van eene overvloedige ruwe vochtigheid, daerom verwekken zy de maeg ligtelyk tot braken en beroeren het lichaem; derhalve zyn zy hier niet eetbaer en worden ook in geene medecynen gebruikt, maer van die vruchten worden er in sommige landen paternosters gemaekt, en omdat de schors van de boomen op de wyze van eene slang geplekt is, zeggen sommigen dat zy de slangenbeten of steken genezen. Deze boomen kunnen door het kernzaed vroeg in de lente geplant, maer meest door uitloopers vermenigvuldigd worden. Het hout, dat zeer hard en effen is, wordt van de draeijers en meubelmakers geacht om veel versierende werken mede te maken.

PINCKNEYA, in 't fransch Pinckneya, in 't latyn Pinckneya, is door Jussieu onder de familie van de planten die roode verw geven gesteld, en onder de 5e klasse van Linnaeus, Pentandria monogynia, planten die met vyf stofdraedjes bloeijen en maer één stampertje hebben.

De met dons behaerde Pinckneya (Pincneya pubescens) is een langlevend nieuw heestergewas van Noord-Amerika, dat struikgewys, zeer getakkeld, meer dan 1 meter hoog groeit, met scherpe eivormige, witharige bladen, die als met katoen bedekt zyn; bloeit hier byna geheel den zomer, met trosvormige, okselachtige bloemen op de toppen, die tamelyk groot en zeer lieflyk wit en purperachtig gestreept zyn.

Deze schoone plant is enkelyk sedert eenige jaren alhier bekend, kan door het zaed, afzetsels en inleggers vermenigvuldigd worden, en is bekwaem om in een klimaet, een weinig zachter dan onze streken, in den vollen grond geplant te worden, maer moet hier 's winters in de planthuizen bevryd zyn. De stam en takjes van deze plant bezitten zeer veel sap, waeruit de kunstscheiders eene roode verw halen, die gevaerlyk schynt om inwendig te gebruiken.

PIOEN, Boom-Pioen, Struik-Pioen, in 't fransch Pivoine, in 't latyn Paeonia, is onder de 6e klasse, 3° sectie van Tournefort gesteld, door Jussieu onder de familie der Ranunkelplanten, en onder de 13° klasse van Linnaeus, Polyandria digynia, veelhelmigen, die van twintig tot honderd meeldraedjes, op het vruchtbeginsel vastgehecht, en twee stampertjes hebben. Men vond enkelyk over vyftig jaren maer drie soorten van deze planten, terwyl men heden, op de bloemlysten onzer behendige kweekers te Gent alleen 114 soorten vindt, waeronder velen die van de Indiën en China alhier zyn overgebragt, en anderen die uit het zaed zyn gesproten en nog zeldzaem zyn verspreid. Ik zal eerst de Pioenplant die eenig nut inhoudt, melden, en van de anderen, die men hier by onze bloemisten vindt, enkelyk de namen opgeven. De officinele Pioen (Paeonia officinalis van Linnaeus) is eene kruidplant van Zwitserland, die met dikke, gebobbelde wortels, in struiken, omtrent 50 centimeters hoog wast, met langwerpige, uitgesnedene bladen, en hier meest in july bloeit, met schoone, dubbele roode bloemen. De Mannekens-Pioen (Paeonia mascula) en de WyfkensPioen (Paeonia corallina van Retzius), zyn twee kruidplanten van de Alpische gebergten, die hier met enkele, bleeke, purperachtige bloemen in mei bloeijen en schoone geelachtige roode zaedhuizen voortbrengen. De Paeonia albicans en Paeonia feminea zyn schoone dubbele Boeren-Pioenen, die uit het zaed zyn gesproten en hier veel in de bloemhoven worden gekweekt. De Struik-Pioenen, Paeonia labata, met gelipte bladen; Paeonia lacinata, met uitgesnedene bladen en zeer schoone rooskleurige bloemen, de Paeonia anomalis, van Willdenow, en de Paeonia feminea zyn van Siberiën en bloeijen met rooskleurige bloe

« VorigeDoorgaan »