Pagina-afbeeldingen
PDF
ePub

oogen, door zinkingen veroorzaekt, verdwynen. Er wordt ook eene olie van dit zaed gemaekt, die by de apothekers onder den naem van Oleum nardium is bekend, maer die het hart zeer doet dwalen en te veel daervan ingenomen kwade gevolgen veroorzaekt.

Het gemeen Narduszaed, dat men eerst in de ovens laet droogen, wordt in sommige streken van Frankryk veel gebruikt om eenen goeden ameldonk mede te maken en ameldonkmeel te bereiden; het wordt ook veel gebruikt om in dure tyden met Koren te malen. Sommigen denken dat dit gemeen Narduszaed het brood zwaer en bitter maekt, maer dit komt gemeenelyk voort als het Koren met het Hof-Narduszaed gemengd wordt, het Veld-Narduszaed wordt in sommige streken van Zwitserland en ook in de gebergten van Savoijen veel in de magere landen gezaeid, met het Koren gemengd en gebruikt om brood mede te bakken.

NATERWORTEL-PLANT, in 't fransch Bistorte, in 't latyn Polygonum bistorta, is onder de familie van de Hertstonge, Boekweit, Werkensgras en Perzikkruid gesteld, en onder de 8e klasse van Linnaeus, Octandria trigynia, planten die met acht helmstyltjes bloemen en drie wyfkensdeelen of stampertjes hebben; zy zyn ook onder de veelhoekige planten begrepen.

De Naterwortel (Polygonum bistorta van Linnaeus) is eene langlevende kleine kruidplant van Europa, die in België en elders in de bosschen op vochtige, belommerde plaetsen groeit, met kromme, dikke, gerimpelde, roodachtige wortels, waeruit alle jaren in de lente geknoopte stengels spruiten, met bladen, die op stelen wassen en ook steelloos aen de stengels groeijen, breed en spits zyn, aen de Hertstonge gelyken, geribt en boven groenachtig zyn; bloeit meest in juny, met bleekroode purperachtige bloemen, die driekantige, blinkende zaden voortbrengen, die aen de Zurkel gelyken. De wortels worden van de oude en nieuwe Kruidbeschryvers zeer geprezen; zy houden veel zure runne in en zyn zeer dienstig, zegt Gabriël Grimaud De Caux, om als stoppend middel voor allerhanden bloedgang, buikloop en langdurigen witten vloed te gebruiken; zy worden heden, schryft hy, in zyn woordenboek der medecynen, bl. 1 13, inzonderlyk met voordeel gebruikt, voor de zaedlooping en de ontsteking der pisbuis, nadat de groote vurige gezwellen verdreven zyn; die wortels zyn ook goed om op de kropgezwellen der keel te liggen. Deze plant is in den kruidhof der Hoogeschool geplant en wordt door wortelscheiding vermenigvuldigd.

NAVELKRUID, Venus-Wavelkruid, in 't fransch Wombril de Venus, Cotylet, in 't latyn Cotyledon, is onder de 1° klasse, 5° sectie der klokvormige bloemplanten van Tournefort gesteld, door Jussieu onder de familie van den Huislook en onder de 10° klasse van Linnaeus, Decandria pentagynia, planten die tien helmstyltjes en vyf stampertjes hebben.

Het Cirkelrond-Navelkruid (Cotyledon orbiculata van Linnaeus) is eene langlevende kruidplant van Afrika, die met eenen bruinachtigen, getakkelden stengel, omtrent 20 of 24 centimeters hoog wast, met platte, dikke, eironde bladen, wit bemeeld en purpere boorden, bloeit hier van july tot in october, met zeer lieflyke, purpere bloemen, van binnen schoon gepypt en langs buiten gerold, die trosvormig op de stengels zyn geschikt.

Men vindt nog van deze kruidplanten den Cotyledon paniculata, van Linnaeus, en onder de houtachtige gewassen den Cotyledon fascicularis, van den Hortus Kew, den Cotyledon spuria, Cotyledon hemisphaerica, van Linnaeus, die allen van de Kaep oorspronkelyk zyn, en hier 's winters in de planthuizen worden gekweekt.

Het rood Navelkruid (Cotyledon coccinea van Cavanille) is een langlevend heestergewas van de Canarische Eilanden, het groeit met houtachtige, getakkelde stengels, omtrent 70 centimeters hoog, met breede bladen, en bloeit van july tot in september, met bloemtrossen en steellooze, geelachtige, karmynroode bloemen; in de matige serren bloeit het hier meest van in mei.

De Cotyledon coruscum, is eene nieuwe plant van Amerika, die hier by onze bloemisten, met zeer schoone bloemen in july bloeit.

De Cotyledon parmentierii, is eene medesoort, die in België door den heer Parmentier uit het zaed is gewonnen. Men vindt er onder deze planten, die in Italiën, Spaenje en andere warme landen groeijen, gelyk de Cotyledon hispanica, die maer eene tweejarige kruidplant is, en de Cotyledon umbillicus, van Linnaeus, die veel in Italiën, Frankryk en elders op de bergen en steenrotsen groeit; sommige worden in de bloemhoven door het zaed vermenigvuldigd, en 's winters in de matige serren of in de planthuizen bevryd. Clusius heeft al de nuttige deelen van deze planten beschreven, en zegt, dat de wortels en bladen van die kruidplanten gestooten, zeer heilzaem zyn, om op de brandpuisten en vurige gezwellen te leggen, dat het sap dier wortels door afkooksel bereid, gedronken, de verhitte magen verkoelt, en den steen van de nieren en blaes breekt, en door de pisse afdryft. Lobel schryft ook, dat zy de krachten van de donderbladen bezitten, en voegt er by, dat de wortels en bladen in de melk gekookt en gedronken, de longerziekte en gescheurde zweringen der darmen, die de roodeloop gemeenelyk veroorzaekt, geneest; dat de wortels ook zeer dienstig zyn om op de klieren en kropgezwellen te leggen. Het Water-Navelkruid (Cotyledon palustris) dat sommige oude Kruidbeschryvers ook Sedum aquatilis noemen, groeit in België op zeer veel plaetsen in de poelen, die 's winters overstroomen, met dunne, kruipende rankjes, ronde, wigvormige, groene bladen, en kleine steeltjes te midden der bladen geplaetst, die op het water wassen, en waerop meest in july, witte, schoone bloemen bloeijen, die rondachtig als schoteljes zyn geschikt. Dit Wild-Navelkruid, werd voor dezen by de apothekers voor het opregt Navelkruid gebruikt, om de zwarte popelierzalve mede te bereiden, maer schynt heden door andere middels vervangen te zyn.

NEDERPALMBOOM, in 't fransch Palmier nain, Chamérope, in 't latyn Chamaerops, is onder de familie van de Palmboomen gesteld, en onder de 23e klasse van Linnaeus, Polygamia dioecia, veelechtigen-tweehuizigen, met tweeslachtige, en mannelyke en vrouwelyke bloemen, die nu eens op eenen steng en dan afzonderlyk op twee stengen aenwezig zyn.

De Nederpalm (Chamaerops humilis van Linnaeus) is een langlevend, klein heestergewas van Zuid-Europa en Azië, met altoosgroene, vingervormige en zweerdvormige bladen, die zeer prikkelen en op de wyze van eenen waeijer zyn geschikt.

Onze bloemisten hebben van die kleine Palmboomen den Chamaerops hystrix, van Guinéen en de Indiën verkregen, en andere soorten die de heer Von Siebold by het wederkeeren van zyme reis naer Japan heeft medegebragt. Onder deze verzameling bevindt zich een Nederpalmboom die nootjes voortbrengt. De kapitein Philibert heeft ook dien Nederpalmboom van de Philippynsche eilanden naer Parys medegebragt, alwaer hy in de matige serren van den Kruidhof wordt gekweekt en d'Arecnootjes voortbrengt, die de inwoners van de Indiën Bettelplanten noemen, met kalk van vischschulpen te samen stampen, en als een heilzaem middel tegen de roltekoortsen met voordeel gebruiken. Zy worden hier door inleggers en afzetsels, op lauwe broeibakken vermenigvuldigd, en 's winters in de planthuizen bevryd.

NEGELBLOEM, Korenroos, Veldroos, Windkruid, Keukenkruid, in 't fransch Coquelourde, Passefleur, Lampette des Blés, in 't latyn Agrostemma, van Tournefort Lychnis genoemd, en onder zyne 8° klasse, 1° sectie gesteld, der Caryophylla, door Jussieu onder de familie der Angelieren, en onder de 10° klasse van Linnaeus, Decandria pentagynia, planten die met tien meeldraden bloemen en vyf stampertjes hebben. Men vindt onder deze planten drie soorten, die in onze tael al verschillige namen dragen.

De Negelbloem of Korenroos (Agrostemma githago van Linnaeus) is eene éénjarige kruidplant van Europa, die in België en elders ten alle kanten in het koren wast, en van eenieder wel is bekend; zy groeit met getakkelde stengels, omtrent 50 of 60 centimeters hoog, met smalle, spitse en scherp-afgaende, harige, ruige, witte bladen, en bloeit hier meest in july, met purperach

III. 16

tige, bruine, roode en witachtige bloemen, die vyf bloembladen in de kelken hebben, en zaedhuisjes met zeer veel zwarte zaedjes voortbrengen. Dit zaed, dat ook veel ameldonk bezit, wordt onder het Koren gemengd om in sommige landen brood mede te bakken, maer heeft eenen weinig bitteren smaek die nogtans niet onbevallig schynt te wezen. Het Keukenkruid (Agrostemma coronaria van Linnaeus) is eene tweejarige kruidplant van Italië, die hier veel in de bloemhoven wordt gezaeid, en groeit met stengels omtrent 35 centimeters hoog, en steelomvattende, langwerpige, scherpe, witte, katoenachtige bladen, bloeit meest van juny tot in september, met zeer lieflyke dubbele, roode, witte, purpere en karmyn gestreepte bloemen, volgens de medesoorten die door het zaed veranderen. Het is uit het zaed van die enkele bloemen dat men gemeenelyk de dubbele verkrygt, die men ook door afzetsels lange jaren levende kan behouden; zy willen hier in ligte gronden gekweekt worden. De Weldroos of Windbloem (Agrostemma flos Jovis van Linnaeus) is eene langlevende kruidplant van Italië, die ook in Zwitserland en elders wast en hier in de bloemhoven wordt gekweekt, zy groeit met getakkelde stengels en gewolde bladen, die wel aen de eerstgemelde gelyken, en bloeit meest in july, met kroonwyze geschikte bloemen, die een purperachtig kleur hebben, en plompe zaedhuisjes met een hutje en zeer veel zwartachtige zaedjes voortbrengen, die in de dure tyden ook met het Koren worden gemalen om brood mede te bakken. Het zaed van deze planten is van over zeer oude tyden bekend, dewyl Hyppocrates verhaelt, dat de Negel die onder de Tarwe wast, de maendstonden verwekt en de wormen doodt. Met roozewater en honig gemengd, zegt Dodonaeus, verzoet zy de pyn des weedoms, en stelpt de smerte der moeder.

NETEL, Brandnetel, Tingel, in 't fransch Ortie, in 't latyn Urtica, is onder de 15° klasse, 6° sectie van Tournefort gesteld, der planten die met meeldraedjes bloeijen; door Jussieu onder de familie van de Brandnetels, en onder de 21e klasse van Lin

« VorigeDoorgaan »