Pagina-afbeeldingen
PDF
ePub

blaedjes, die zeer klein, dik, scherp en vol sap zyn, stelen waerop in de zomermaenden veel kleine, gele bloempjes bloeijen en wortels die vezelachtig zyn. De witte Muerpeper (Sedum album van Linnaeus) is ook eene langlevende kruidplant van Europa, die in België op de muren en dakken wast, maer ook in de kruidhoven wordt geplant, zy gelykt van stengels en blaedjes wel aen den eerstgemelden, maer bloeit met witte bloempjes. Deze twee planten zyn hier veel by het volk onder den naem van Perelkruid bekend, omdat de eenvoudige landlieden die veel met regenwater en een weinig azyn laten weeken en het sap daeruit persen, om de brandvlakken, die als pereltjes op de oogen komen, te genezen, die kruiden zyn zeer verwarmend en scherp van krachten, en doen de bleinen en brandige, heete puisten, daermede gewasschen of er opgelegd, ook zuiver genezen. Het sap van den Muerpeper met azyn ingenomen, doet braken en overgeven, lost alle dikke en grove slymen en galachtige vochtigheden uit het lichaem; dit by tyds ingenomen, kan zelfs den mensch van koortsen en dergelyke langdurige kwalen bevryden. In de noordsche landen, alwaer die planten veel zyn bekend, worden zy voor het scheurbuik en veel andere ziekten gebruikt. De kleine Donderbaerd of Muerpeper (Sedum sevangulare van Linnaeus) groeit veel in België op de muren, met dunne stengels door langwerpige, spitse bladen bekleed, die aen de aerde kruipen en waeruit in mei stengels spruiten, die omtrent 10 of 12 centimeters hoog wassen, en van juny tot in september, met kroonwyze geschikte, gele bloempjes versierd bloeijen. De Muerpeper (Sedum aizoon van Linnaeus) is een langlevend kruid van Siberië, dat hier in de kruidhoven wordt geplant, het wordt gebruikt om de vurige puisten en gezwellen te genezen, het sap van deze kruiden doet alle vrouwevloeden, die uit heete oorzaken gekomen zyn, ophouden, en de bladen worden ook gebruikt voor de heete koortsen. De Muerpeper of spaensche Smeerwortel (Sedum telephium van Linnaeus) wast in al de deelen van Europa, en groeit veel in België in 't wilde, op drooge en vochtige plaetsen, aen de kanten der bosschen en hoven, in struiken, met dikke wortels en stengels met getande, groene bladen, in het geheel omtrent 20 centimeters hoog; bloeit ook in den zomer, met bleekgele bloemen op de toppen, als trosjes geschikt. De wortels van deze plant, zegt de kruidkundige Montegre, bezitten een bezonder specifiek om de speenpyn te verhelpen, het was Montegre die al de heilzame deugden van deze plant aen den doktor Savaresi van Italië, na de krygsverrigtingen der fransche legers in Egypten, in 1798, heeft kenbaer gemaekt; hy schreef hem dat hy den Sedum telephium aldaer gebruikte om de vurige wonden, loopende gaten, bloedige kwetzuren en zeeren der soldaten te genezen, alsook voor de gescheurdheden en andere besmettelyke toevallen en ziekten. De Hemelsleutel, Sedum telephium sylvestris genoemd, wordt ook in de volkstael wilde Porselein geheeten, waeraen hy nogtans niet gelykt, maer eene medesoort van den voormelden Telephium schynt te zyn; groeit ook met dikke wortels en struiken, met stengels en blauwachtiggroene bladen bekleed, bloeit met purperachtige bleekblauwe bloemen, kroonwyze geschikt, en wast hier ook in 't wilde, op lommerachtige plaetsen, aen de wegen, grachten en muren, en wordt veel in de hoven geplant, deszelfs wortels bezitten ook dezelfde krachten als den voormelden. Deze Hemelsleutels worden hier veel te lande omtrent S. Jansdag, met de wortels om hoog, in de huizen aen de ribben of steenen muren gehangen, alwaer zy zeer lang groen blyven en dikwils nog bloemen geven. De Hemelsleutels, Sedum reflexum, S. dasyphillum en S. villosum van Linnaeus, groeijen ook in België en worden in de kruidhoven geplant; de Sedum pyramidale, die met stengels wel 40 centimeters hoog wast, en met witte kleine bloempjes in july bloeit, wordt hier ook gekweekt. De Hemelsleutel (Trique-Madame of Sedum capaea van Linnaeus) is eene éénjarige kruidplant, die in Frankryk veel in het voorjaer, in de moeshoven wordt gezaeid, en als toekruid, op de wyze van de Porseleine, met de spyzen en salade geëten en voor een verkoelend en zuiverend middel wordt geacht. Al de andere soorten worden meest door wortelscheiding en door het zaed vermenigvuldigd.

MUIZENOOR, in 't fransch Oreille de Souris, in 't latyn Myosotis, is onder de 2e klasse, 4e sectie van Tournefort gesteld, der planten die trechtervormige bloemen dragen, door Jussieu onder de familie der Bernagie, en onder de 5° klasse van Linnaeus, Pentandria monogynia, planten die met vyf stofdraedjes bloemen en maer één stampertje hebben. De Muizenoorplant die aen het Scorpioenkruid gelykt (Myosotis scorpioides van Willdenow), is eene langlevende kruidplant van Europa, die in België ten alle kanten in de vochtige meerschen wast, met dunne, kleine stengels en eeltachtige blaedjes, begint hier van mei te bloeijen, met blauwachtige bloempjes, waervan vele met gele zyn gemengd, zy brengen blinkende zaedjes VOOrt. De Veld-Muizenoor (Myosotis arvensis van Willdenow) is eene éénjarige kleine kruidplant, die in België ten alle kanten in de velden wast, in struikjes, met zeer veel fyne gewolde blaedjes, die aen de muizenooren gelyken, waeruit in mei stengels spruiten, die in juny met veel kleine bleekblauwe bloempjes bloeijen, welke gemeenlyk gele kransjes hebben. De kleefachtige Muizenoor (Myosotis lappula van Linnaeus) is eene éénjarige plant, die hier aen en op de oude muren wast, met kleine lansvormige, gewolde blaedjes en lange getakkelde stengeltjes, waerop meest in juny blauwachtige bloempjes bloeijen, die puntige zaedjes voortbrengen. Deze kruiden werden van de oude Kruidkenners Auricula muris genoemd, en hebben, volgens hen, de kracht om de steken en beten der scorpioenen te genezen, als men die gestooten op de wonde legt. Men heeft by het opzoeken dikwils bemerkt en ondervonden, dat de scorpioenen zich altyd van dit kruid verwyderden, als men dit op hen legt of hen er mede aenraekt, vallen zy in eene zwymeling alsof zy dood waren. Men kweekt nog in sommige bloemhoven de Meersch-Muizenoor (Myosotis palustris), die in struiken, met stengels, wel om

[ocr errors]

trent 20 centimeters hoog wast, met smalle blaedjes en aren of trosjes op de toppen der stelen, bloeit meest van mei tot in juny, met zeer lieflyke hemelsblauwe bloempjes, met gele gestipte kransjes, zy wordt door wortelscheiding in het voorjaer vermenigvuldigd. Deze plant wordt heden veel in de huizen gekweekt en moet veel water hebben.

MUIZENSTEERT, in 't fransch Queue de Souris, in 't latyn Myosurus, is onder de 6e klasse, 7e sectie van Tournefort gesteld; door Jussieu onder de familie van de Ranunkels, en onder de 5° klasse van Linnaeus, Pentandria polygynia, planten die met vyf stofdraden bloemen en verscheidene wyfkensdeelen of stampertjes hebben.

De kleine Muizensteert (Myosurus minimus van Linnaeus) is eene éénjarige kruidplant van Europa, die in België en elders overal in de velden en granen wast, in struiken, met lynvormige blaedjes aen de wortels en éénbladige schachten, bloeit hier meest in july, met lange, regte, grysachtige bloempjes, die op de toppen der schachtjes de gedaente van eenen Muizensteert hebben en ook aen de Hondsribbe gelyken, maer de bloemkelkjes zyn open, met vyf bloemblaedjes in de kransjes en honigkelkjes, tongvormig en gevleugeld; de meeldraedjes verschillen veel in getal; men vindt er van 5 tot 20, die het kleur van de bloempjes hebben, en eenen langen vruchtbodem met zeer veel zaedjes voortbrengen, die plant wordt hier te lande als onkruid zeer vermenigvuldigd. Zy is alhier zeer wel bekend, en heeft haren naem uit het grieksch Myosouros verkregen, die in onze tael Muizensleert bediedt. De krachten van dit kruid zyn my niet bekend, maer volgens den smaek betuigt zy wel aen de Wegbree of Hondsribbe te gelyken.

MUNTE, Muntekruid, in 't fransch Menthe, in 't lat yn Mentha, is onder de 4e klasse, 2" sectie van Tournefort gesteld, door Jussieu onder de familie der lipvormige bloemplanten, en onder de 14° klasse van Linnaeus, Didynamia gymnospermia, tweemagtigen, planten die met twee lange en twee kortere stofdraedjes bloemen en nackt zaed dragen.

Het Munlekruid (Mentha sativa van Linnaeus) is een kruid van Zuid-Europa, dat in België en elders in de kruidhoven wordt gekweekt, en groeit met stengels, omtrent 30 centimeters hoog, en eivormige, puntige, getande en gezaegde bladen, bloeit met ringwyze geschikte, bleeke bloempjes op de toppen, die de stofdraedjes langer dan de kransjes hebben. De gekrolde Munte (Mentha crispa van Linnaeus) wordt in de kruidhoven geplant, en groeit ook in de vochtige belommerde bosschen, met stengels en hartvormige, getande bladen, die fyn gevlamd en steelloos zyn, en bloeit met witte purpere bloempjes op de toppen, die de stofdraden gelyk met de kransjes hebben. De Peper-Munte (Mentha piperita van Linnaeus) wordt hier veel in de hoven geplant, en groeit met stengels, bladstelen en eivormige bladen, met zeer welriekende en bleeke paerse bloemen op de toppen, die de stofdraedjes korter dan de bloemkransjes hebben. Dit Muntekruid schynt van Engeland oorspronkelyk te zyn; al zyne deelen houden veel vlugtige olie in en wordt meest voor de stuiptrekkende ziekten gebruikt. De Water-Munte (Mentha aquatica van Linnaeus) groeit veel in België, in de waters en grachten, met stengels en bladstelen, eivormige, gekerfde en getande bladen, en bleeke purperachtige bloemen op de toppen, die de meeldraedjes langer dan de bloemkransjes hebben. De Munte met rondachtige bladen (Mentha rotundifolia van Linnaeus), is ook eene kruidplant van Engeland, die hier in de hoven wordt geplant, groeit met stengels en ronde, verrimpelde, doorzigtige bladen, die steelloos zyn; bloeit met langwerpige aren en witte bloempjes, die een zeer sterkriekend sap inhouden. De Citroen-Munte (Mentha citrata van Willdenow) is eene plant van Duitschland, die hier veel in de kruidhoven wordt geplant en waervan al de deelen eenen citroengeur bezitten. De wilde Munte (Mentha sylvestris van Linnaeus) groeit hier veel in de vochtige bosschen, met stengels en steellooze, langwerpige, getande, gekerfde en bewolde bladen, bloeit met aren op de toppen, die de meeldraedjes langer dan de bloemkransjes hebben.

« VorigeDoorgaan »