Pagina-afbeeldingen
PDF
ePub

verkocht, en met vleesch en veel andere spyzen geëten; de wortels worden in poeijers gemorzeld, en op allerlei beten van kwade en vergiftige dieren van buiten gelegd; zy worden zeer geprezen voor de menschen die veel braken en eenen kwaden buikloop hebben. Die wortels waren ten tyde der Kruisvaerders zeer wel bekend, en velen onzer landgenooten, die de krygstogten in Azië hadden bygewoond, zyn door het lang gebruik van deze wortels van de Lazarusziekte volkomenlyk genezen geweest, gelyk men in de oude geschiedenis beschreven vindt. De boomen worden in het land hunner afkomst door het kernzaed vermenigvuldigd.

MOS, Wolfsklauw, Ledmos, Bergmos, Aerdmos, Watermos, in 't fransch Mousse, Patte de Loup, Lycopode mousse, in 't latyn Lycopodium muscus, is onder de 17° klasse, 1° sectie van Tourfort, der bloemlooze planten gesteld; door Jussieu onder de familie van het Mos, en onder de 24° klasse van Linnaeus, Cryptogymia musci, planten die verborgene bloemen en vruchten dragen.

Het groot Mos (Lycopodium clavatum van Linnaeus) is een schoon langlevend gewas van Europa, dat in België op sommige streken, in de belommerde velden en vochtige bosschen groeit, met kruipende, gelakkelde ranken, met kleine, ruwe blaedjes geheel bekleed, en dubbele stengels, gelyk klauwen, met ronde aren op de toppen, aen de aerde vast met vezeltjes die aen den grond liggen. Dit Wolfsklauw-Mos wordt in vele landen vergaderd en droog in poeijers fyn gemorzeld; het is uit dit Mos dat men het fyne sulferachtige gele poeijer trekt, dat eene levende vlamstof inhoudt, die hevige vuervattende stof, die hier onder den naem van Sulferpeper is bekend, wordt meest door de tooneelspelers op de schouwburgen gebruikt, om de klare blikkende vlam in den donker te verbeelden. Dit geelachtig poeijer wordt ook veel by de apothekers gebruikt om pillen in te rollen, en voor de menschen en kinderen om de kloeven der brandscheuren van het vel te genezen en bloedige wonden te stelpen. Eindelyk men heeft bemerkt dat dit Wolfsklauw-poeijer een phosphorieklicht geeft, en ook kan bereid worden om kapsulen mede te maken.

- Het Watermos (Lyoopodium inundatum van Linnaeus) is een langlevend Mos, dat met fyne rankjes, in de meerschen, grachten, poelen en op vochtige plaetsen wast, met haerachtige verspreide blaedjes en met aren op de topjes. Het Watermos met wyn gezoden, is zeer dienstig om op de voeten der menschen te leggen, die met flerecyn gekweld zyn; het verzacht de jichtige smart en wordt ook op de wonden versch gelegd. Het Aerdmos dat aen de Heide gelykt (Lycopodium selago van Linnaeus) groeit in Vlaenderen in de heiden, en elders op drooge plaetsen, in de bosschen, met getakkelde rankjes by de aerde gestrekt, en gespletene rankjes, die eene halve maen verbeelden, en kleine blaedjes die op acht ryen zyn geschikt. Het Ledmos (Lycopodium selaginoides van Linnaeus), dat ook aen de Heide gelykt, groeit ook in Vlaenderen, in de vochtige bosschen en elders. Deze twee planten worden veel gebruikt om hessems mede te maken, en ook in sommige streken vergaderd, om beddingen mede te vullen. Het Bergmos (Lycopodium alpinum van Linnaeus) groeit in België, Zwitserland en elders op de bergen, en wordt ook in Vlaenderen in de heiden gevonden, groeit met regte stengels, in twee gespleten en scherpe blaedjes, in vier ryen geschikt, met steellooze aren op de topjes. De Lycopodium complanatum wordt ook in België in sommige bosschen gevonden. Deze soorten van Mos hebben eene stoppende en verkoelende kracht, en zyn goed voor het graveel en de zweringen van de nieren te genezen; zy worden in de wynlanden veel in pakjes in de wyntonmen gehangen, om den wyn van alle bedervenis te bewaren.

MOSTAERDKRUID, Mostaerdzaed, in 't fransch Moutarde, . Sënevé, in 't latyn Sinapis, is door Jussieu onder de familie der Kruisvormige bloemplanten gesteld, en onder de 15 klasse van Linnaeus, Tetradynamia siliquosa, viermagtigen, planten die met vier groote en twee kleine helmstyltjes bloemen en peulvruchten met schilpjes dragen. Het Veld-Mostaerdkruid (Sinapis arvensis van Linnaeus) is eene éénjarige zaeiplant van Europa, die in België in de hoven III. 14

en velden, omtrent 1 meter hoog groeit, met stengels en bladstelen, ruwe, rondachtige bladen, die aen de stelen wassen, en zytakjes op de toppen verdeeld, en hier meest in juny bloeit, met gelachtige bloemen, waerop lange, dunne, ruwe peulvruchten volgen, die ronde geelachtige zaedjes voortbrengen. Het zwart Mostaerdkruid (Sinapis nigra van Linnaeus) is ook maer eene éénjarige plant, die in België in de velden wast, met ruwe stengels en bladstelen, op de wyze van de voormelde, en gele bloemen draegt, die peulvruchten voortbrengen met bruine, zwartachtige zaden gevuld, die eenen scherpbytenden smaek inhouden. Het wit Mostaerdkruid (Sinapis alba van Linnaeus) is eene éénjarige plant, die in de velden en hoven wast, met stengels, bladstelen en ruwe bladen, met witachtige bloemen bloeit en peulvruchten draegt, die zwaerdvormig zyn geschikt, lange bekjes hebben, zaed op de wyze van Raepzaed inhouden, en eenen scherpen, heeten Smaek hebben. Het wild Mostaerdkruid, dat aen de Rakette gelykt (Sinapis erucoides van Linnaeus), wast ten alle kanten in België en elders in Europa, aen de wegen en velden, maer groeit veel kleiner dan het tamme, met stengels en bladstelen, breedgesnedene, ruwe bladen en gele, vierbladige bloempjes, kruiswyze geschikt, waerop ruwe, rondachtige peulvruchten volgen, die vol roodachtige zaedjes zyn, welke eenen scherpen, heeten smaek bezitten. Al deze Mostaerdkruiden zaeijen veel zichzelve, zelfs in de landen waer zy nooit gestaen hebben. Men heeft ook meermaels bemerkt, dat overstroomde landen, die binnen de vyftig jaren niet waren bewerkt, na twee jaren beploeging, met zeer veel Mostaerdkruid waren bedekt. Men vindt in de Hist. plantarum germanica, dat een groot deel land, aen den Mond van den Oder door de zee overstroomd, waerop in verscheidene jaren geene vruchten gestaen hadden, na het tweede jaer der bewerking byna geheel met wit Mostaerdkruid was bedekt; dus, volgens deze aenhaling, is het zeer waerschynlyk dat het Mostaerdzaed door den wind wordt verspreid en met het zandachtig stof ten allen kanten vervliegt, en ook door de vogelen wordt voortgedragen. Dit zaed kan zes jaren zyne groeikracht behouden, en is voor zyne heilzame deugden van over zeer lang bekend; het is heet en droog tot in den derden graed. Dit zaed met azyn gemalen, is zeer aengenaem om met vleesch of andere spyzen te eten, en werkt mede om de spyzen in flauwe magen te verteren. Het Mostaerdzaed met Vygen en Komynzaed gestooten en alzoo ingenomen, geneest de waterzucht; met wyn gezoden, beneemt het 't kuchen en den droogen hoest; de Mostaerd dryft de pis af en stilt de buikpyn. Versch gemalen en op kwade gezwellen en zweren gelegd, doet hy deze verdroogen en genezen. Het Mostaerdzaed gestooten, in een popken gedaen, in azyn gedopt en met lauw water in den mond gehouden, stilt de tandpyn en zuivert de hersenen, het doet veel zeeveren en water uit het hoofd lossen. Het Mostaerdzaed fyn gestampt en in den neus opgehaeld, zuivert de hersenen en doet niezen. Het heeft ook eene uittrekkende kracht : met olie, zoet vet of was gemengd, geneest het de kwade schurftheden van het hoofd, met azyn gemengd en daermede het aengezicht of vel gewasschen, neemt het alle sproeten en vlekken weg. Het Mostaerdzaed met bier gekookt en daermede gegorgeld, geneest de kwade kelen. Olie van Mostaerdzaed wordt zeer geacht om het sciatica en slappe zenuwen mede te smeren. Het Mostaerdzaed verzacht de harde milte en wordt ook veel in de voetbaden en als papplaesters gebruikt. Eindelyk het Mostaerdzaed bezit zulkdanige deugden om de gebreken der menschen en dieren te helpen, en om inwendig en uitwendig te gebruiken, dat men daerover een geheel boekdeel zou kunnen schryven. Men vindt zelfs het Mostaerdzaed in het heilig Evangelie beschreven, alwaer het woord Gods by dit zaed vergeleken is. Het tam Mostaerdzaed wordt in de moeshoven gezaeid, want het wild zaed is zoo scherp van krachten niet.

MOTTENKRUID, zwart Wollekruid, in 't fransch Blattaire, Herbe auw Teignes, in 't latyn Verbascum blattaria, is door Jussieu onder de familie van de Nachtschade gesteld, en onder de 5° klasse van Linnaeus, Pentandria monogynia, planten die met vyf stofdraden bloeijen en maer één stampertje hebben.

Het Mottenkruid (Verbascum blattaria van Linnaeus) is eene tweejarige kruidplant van Europa, die in België op sommige plaetsen in de bosschen en potaerde-gronden wast, en eene medesoort van het zwart Wollekruid schynt te wezen, daer zy van gedaente aen dit kruid wel gelykt; maer de bladen van het Mottenkruid zyn groen en glad, met geene wolle bedekt, een weinig blinkende, aen de kanten gekerfd en langwerpig, de stengels wassen regt en zyn van boven met kleine takjes verdeeld, waerop van july tot in september meest gele bloempjes bloeijen, maer die somtyds ook een bleekrood kleur hebben, of bruin, purperachtig violet zyn, die rondachtige zaedhuizen als bollekens met veel zaedjes voortbrengen. Dit kruid wordt hier ook in de bloemhoven in het voorjaer gezaeid, alwaer het meest gele bloemen draegt, die eenen onlieflyken reuk hebben. In zynen bloeityd geplukt, wordt het veel in de kleerkassen en elders gelegd, om de kleeren en boeken van de motten, kleerwormen en boekwormen te bevryden. Lobel zegt, dat het Mottenkruid, door zyne bitterheid van smaek, ook zeer goed is om voor de verstoptheden der ingewanden te gebruiken, en dat het de kleine aderkens, die hun voedsel uit het bloed halen, openen kan. Het Mottenkruid, zegt Dodonaeus, is ook goed om alle zweren te genezen en voor de ontstekene roode oogen te ontzwellen; het heeft de krachten van het Wollekruid om het bloed te zuiveren.

MUERPEPER, Kleine Donderbaerd, Hemelsleutel, Perelkruid, in 't fransch Orpin, Trique-Madame, in 't latyn Sedum, is door Jussieu onder de familie van den Huislook en Hemelsleutel gesteld, en onder de 10° klasse van Linnaeus, Decandria pentagynia, planten die met tien meeldraden bloemen en welke vyf stampertjes of wyfkens-deelen hebben.

Men vindt veel verschillige soorten van deze planten, die hier alle in België in de volkstael verscheidene namen hebben, en om hare heilzame deugden in de medecynen, in den kruidhof der Hoogeschool geplant zyn.

De Muerpeper of Perelkruid (Sedum acre van Linnaeus) is een zeer leeg, klein en teer kruid, met dunne, korte stengels en veel

« VorigeDoorgaan »