Pagina-afbeeldingen
PDF
ePub

bladen en schoone roodblinkende meeldraedjes; den Metrosideros latifolia, met breede bladen en lieflyke roode, purperachtige bloemen; den Metrosideros marginata, met bladen aen de toppen en boorden door randen geteekend, die met schoone purperkleurige bloemen bloeit; den onregelmatigen Metrosideros (Metrosideros anomala), waervan de bloemen, met witte, roode en schoon gele meeldraedjes gemengd, een blinkende sieraed verbeelden; den Metrosideros semperflorens, die hier byna den geheelen zomer bloeit, met schoone, levende, roodachtige meeldraedjes; den Metrosideros speciosa, met zyne schoone, prachtige, verhevene bloemen, en den Metrosideros lutea, met zyne purperachtige, blauwe meeldraedjes. Zy worden hier allen op de wyze van de Leptospermum gekweekt en vermenigvuldigd, maer om langdurige planten en weldra bloemen te bekomen, vermenigvuldigt men die hier gemeenlyk door middel van uitspruitsels of bouturen van jonge loten, op lauwe broeibakken, in potten met fynen heigrond gevuld, onder het glas. Deze planten, waervan de krachten my niet bekend zyn, worden hier 's winters in de planthuizen of matige goede oranjehuizen bevryd en om hare bloemen gekweekt.

MEIJERPLANT, Fluweelbloem, Duizendschoone, Kattesteert, in 't fransch Amaranthe, in 't latyn Amaranthus, is onder de 6° klasse, 1° sectie van Tournefort gesteld, door Jussieu onder de familie van de Fluweelbloemen, en onder de 21e klasse van Linnaeus, Monoecia pentandria, éénhuizigen-vyfmannigen, die op de wyze van de kleine Klisse bloeijen en op denzelfden stengel mannelyke en vrouwelyke bloemen dragen. »

Deze éénjarige zaeiplanten zyn hier van eenieder te wel bekend, om hare wyze van groeijen en de afbeelding van het kruid, bladen en bloemen te beschryven; zy worden meest in België door het volk Kattesteerten genoemd en zyn in den Hortus gandavensis van Mussche, Meijerplanten geheeten, maer in het Kruidboek van Dodonaeus en Lobel, Fluweelbloemen, uit het grieksch Amarantos, en ook in 't fransch Passe-velours genoemd. De volgende soorten worden hier alle jaren in de bloemhoven gezaeid :

De Amaranthus tricolor en de Amaranthus melancholicus van Linnaeus, die van de Oost-Indiën oorspronkelyk zyn; de Amaranthus graecizans en de A. hypochondriacus van Linnaeus, komen van Virginië, de Amaranthus sanguineus van Linnaeus, is van Bahama; de Amaranthus cruentus van Linnaeus, komt van China, de Amaranthus caudatus groeit in Azië, Amerika en Europa, en de Amaranthus blitum wast veel in België in de landen en velden. Al deze planten bloeijen hier meest van augusty tot in den herfst, en dragen zeer lieflyke bloemen, die als kattesteerten hangen, maer de Amaranthus blitum, die hier in de velden wast, is wel kennelyk, en groeit met eenen getakkelden stengel en stompe, eivormige bladen aen de stengels verdeeld, en bloeit in hoopkens op de topjes vergaderd, met driekantige katjes, die een vuil wit kleur hebben.

Dodonaeus heeft de krachten van deze planten beschreven, en zegt dat de Meijerplanten, met bloedroode bloemen en aders, goed zyn om den vrouwenvloed te stelpen en de bloedspuwing te genezen, zy werden voordezen met Waermoes in de potagië geëten om den buikloop te stelpen. Het Fluweelkruid met de bloemen, in het regenwater gekookt, is zeer dienstig om op de kwetsuren en wonden te leggen, de wortels in den mond gehouden, doen de tandpyn stillen, en met zoete meiboter gemengd, zyn zy zeer goed om brandzalve mede te maken en op de ver

brandheid te leggen.

MIDDAGBLOEM, in 't fransch Ficoide, in 't latyn Mesembrianthemum, is door Jussieu onder de familie der Wygeplanten gesteld, en onder de 12° klasse van Linnaeus, Icosandria pentagynia, twintighelmigen, planten welker bloemen met twintig en meer helmstyltjes bloeijen, die op den kelk zyn vastgehecht, en vyf stampertjes hebben.

Men vindt onder dit slach van Vetplanten heden wel 200 verschillige soorten, waervan de eene half-houtgewassen zyn en de andere kruidgewys groeijen, hier alle in de matige serren en planthuizen worden gekweekt, en uit het grieksch, in 't latyn overgesteld, den naem van Mesembrianthemum hebben verkregen, die in onze tael Middagbloemen wilt zeggen, omdat zy enkelyk 's middags, toen de zon schynt, bloemen. Gelyk vele van deze planten door hare schoone bloemen merkwaerdig zyn en de aendacht der liefhebbers verdienen, zal ik slechts hier beschryven degenen die met de schoonste bloemen bloeijen, en allen van de Kaep de Goede Hoop, in Afrika, oorspronkelyk zyn. De tweekleurige Middagbloem (Mesembrianthemum bicolorum van Linnaeus) is een langlevend houtachtig kruidgewas van Afrika, dat met stengels en priemvormige blaedjes, kegelachtig gepunt, groeit, en hier van juny tot in september bloeit, met gespikkelde stralen en zeer schoone, roodachtige, gele bloemen. De Nacht-Middagbloem (Mesembrianthemum noctiflorum van Linnaeus) groeit met houtachtige, getakkelde stengels, omtrent 90 centimeters hoog, met korte, rondachtige bladen, en bloeit van juny tot in september, met witachtige stralen en roodachtige gespikkelde bloemen, die zich tegen den avond ontluiken. De violetkleurige Middagbloem (Mesembrianthemum violaceum) is eene langlevende plant van Afrika, die met regte gebogene stengels, omtrent 50 centimeters hoog wast, met kleine priemvormige blaedjes, en hier meest van mei tot in october bloeit, met zeer lieflyke violettebloemen. De puntachtige Middagbloem (Mesembrianthemum echinatum van den Hortus Kew.) is een langlevend houtachtig gewas van de Kaep, dat met getakkelde stengels en ruwe bladen, met haertjes bedekt, omtrent 60 centimeters hoog wast, en van juny tot in october bloeit, met schoone stralen en gele bloemen. De zilverachtige Middagbloem (Mesembrianthemum micans van Linnaeus) groeit met zwakke, dunne stengels en zilverachtige, gryze, blinkende, geknobbelde bladen, bloeit van in juny tot october, met zeer lieflyke, roodachtige, gele, oranjekleurige bloemen. De haerachtige Middagbloem (Mesembrianthemum hispidum van Linnaeus) groeit met kleine getakkelde stengels en ruwe, rondachtige, lange bladen, en bloeit van mei tot in augusty, met breede, violette stralen en schoone roozebloemen.

De Middagbloem met groote bloemen (Mesembrianthemum spectabile), met korte stengels en gladde, driehoekige, kegelvormige bladen, bloeit hier van juny tot in september, met gele stralen en schoone roodachtige bloemen. De gouden Middagbloem (Mesembrianthemum aureum van Willdenow) groeit met getakkelde stengels, omtrent 1 meter hoog, met puntige, kegelvormige bladen, bloeit hier van maert tot in augusty, met bleekgele stralen en vergulde bloemen. De getande Middagbloem (Mesembrianthemum denticulatum) groeit met kleine, getakkelde stengels en langwerpige, getande bladen, bloeit van mei tot in september, met roosachtige en roode karmyne bloemen. De kromsabelige Middagbloem (Mesembrianthemum acinaciforme) groeit met zwakke, houtachtige stengels, meer dan 1 meter hoog, met gebogene, sabelvormige bladen, die rond stokken worden geleid, en bloeit met roode, gele stralen en purperachtige, bruine bloemen. De Mesembrianthemum rubricaule, roseum, pulchellum, reflexum, - ulmifolia, van Willdenow, en de Mesembrianthemum diversifolium, capitatum, van Haworth, en meer andere soorten, worden hier alle in de matige serren gekweekt, de volgende zyn alle kruidplanten, die men hier meest Vetplanten noemt : De Mesembrianthemum dolabriforme, deltoides, difforme, rostratum van Linnaeus, en de Mesembrianthemum felinum en murinum van Willdenow; de Mesembrianthemum ramulosum, obcordellum, van Haworth, worden hier allen by sommige liefhebbers van Vetplanten gekweekt en door afzetsels en uitspruitsels in potten, en ook door het zaed vermenigvuldigd, zy vatten gemakkelyk wortel. De éénjarige Middagbloem (Mesembrianthemum crystallinum van Linnaeus) is eene éénjarige kruidplant van Egypten, die hier gemeenlyk in de volkstael Ysplant wordt genoemd, om hare wonderbare, tepelvormige kristaelachtige blaeskens, die als blinkend ys, aen de stengels en bladen zeer lieflyk hangen, bloeit hier in augusty, met kleine, witte bloempjes, het zaed, dat in de warme serren rypt, wordt hier vroeg in de lente op broeibakken gezaeid. De Mesembrianthemum pinnatifidum en de M. nodiflorum zyn ook éénjarige planten van Egypten, die alle jaren vroeg in de lente in de warme serren worden gezaeid.

Alle deze planten, die weinig nut inhouden, worden om hare lieflyke bloemen veel gekweekt.

MIRABELPRUIM, in 't fransch Myrobolanier, in het latyn Prunus myrabolana, is door Jussieu onder de familie der roosvormige bloemplanten en Pruimen gesteld, en onder de 12e klasse van Linnaeus, Icosandria monogynia, twintighelmigen, boomen welker bloemen met twintig en meer helmslyltjes bloeijen en maer één stampertje hebben. -

De Mirabelboom (Prunus myrobolana van Desfontaines, of van sommigen Prunus cerasifera), is een langlevende boom van Noord-Amerika, die hier in de tuinen aen de muren en elders wordt geplant, veel in leiboomen gekweekt en op den gemeenen jongen Pruimenboom wordt geënt, bloeit hier in de lente en brengt schoone, rondachtige, donkerroode vruchten voort, welke in augusty rypen en eenen aengenamen, sappigen smaek verkrygen. In Zuid-Frankryk wordt hy om zyne lekkere vruchten veel in de velden geplant, om versch en droog in de keuken te gebruiken, en ook met de vruchten brandewyn te distilleren.

De Mirabelboom met dubbele bloemen (Prunus spinosa, flore pleno), is een langlevend heester-houtgewas van Noord-Amerika, dat hier van veel liefhebbers in de lusthoven wordt geplant om zyne schoone dubbele bloemen, maer men heeft er in ons klimaet geene vruchten van te verwachten, zoo als in de warme landen en van andere Pruimboomen, die nogtans ook dubbele bloemen dragen en ten zelfden tyde goede vruchten voortbrengen. Deze gewassen worden op de wyze van de gemeene Pruimen gekweekt

en door enting vermenigvuldigd.

MISERIEBOOM, Bergpeperboom, Kellerhals, in het fransch Garou, Lauréole, Daphné, Bois gentil, in 't latyn Daphne, door Tournefort Thymelaea genoemd, door Jussieu onder de familie van den Miserieboom gesteld, en onder de 8° klasse van Linnaeus,

[ocr errors]
« VorigeDoorgaan »