Pagina-afbeeldingen
PDF
ePub

van de Laser, zegt Lobel, is ook zeer goed tegen alle beten van venynige gedierten, kwetzuren van pylen en steken van lansen die met venyn bestreken zyn, en om de beten van de dolle of razende dieren te verhelpen. Dodonaeus heeft ook al de krachten van het Laserkruid en wortels in zyn Kruidboek, bladz. 516, beschreven, en voegt er by dat de Laser, met Spaenschgroen vermengd, het kwaed en overvloedig vleesch, dat in de neusgaten wast, geneest en de kwade schurftheid wegneemt, dat hy met edik, peper of wyn gemengd en het hoofd daermede gewasschen, de schurftheid geheel geneest en het haer weder doet groeijen, maer de stinkende Laser, die uit Syriën komt, is niet zoo goed of bekwaem als die hier van Zuid-Frankryk en Italië gezonden worden. Dit kruid wordt hier in den Kruidhof onzer Hoogeschool, door de zorg van den heer Donkelaar, gekweekt, en door het zaed en wortelscheiding in de lente vermenigvuldigd.

LASIOPETALUM, in 't fransch Lasiopétale, in 't latyn Lasiopetalum, is onder de familie van de Wegdoorns gesteld, en onder de 5° klasse van Linnaeus, Pentandria monogynia, planten die met vyf helmstyltjes bloemen en maer één stampertje hebben.

De Lasiopetalum met purpere bloemen (Lasiopetalum purpureum) is een nieuw, langlevend, klein boomgewas van de Indiën, dat sedert eenige jaren alhier is overgevoerd, en heestergewyze groeit met gewolde takjes, steelschubbetjes en lamsvormige, gevliesde bladen, bloeit hier van mei tot in juny, met trosjes en zeer lieflyke violette bloempjes, die beziën voortbrengen welke de krachten van de Wegdoorns bezitten.

Onze voornaemste bloemisten hebben nog onlangs van de Indiën alhier de volgende soorten verkregen : de Lasiopetalum macrocarpum en Lasiopetalum pulchellum, met hunne schoone bloemen, die op hunne lysten nog aen 10 franken ieder aengeteekend staen; de Lasiopetalum quercifolium, Lasiopetalum ferrugineum, Lasiopetalum solanaceum, Lasiopetalum pubescens en Lasiopetalum spec. nova, die nog zeer zeldzaem in den handel zyn verspreid, en nog tot 15 franken ieder worden verkocht;

maer de Lasiopetalum dumosum en de Lasiopetalum purpureum kan men aen 1 frank ieder bekomen. Al deze planten moeten hier in de matige serren worden gekweekt, en kunnen door inleggers in den heigrond, op lauwe broeibakken, en door afzetsels vermenigvuldigd worden.

LATUWSALADE, Kropsalade, wilde Latuwe, in het fransch Laitue, in 't latyn Lactuca, is onder de 13° klasse, 1° sectie van Tournefort gesteld, door Jussieu onder de familie van de Andyvie, en onder de 19° klasse van Linnaeus, Syngenesia polygamia aequalis, samenhelmigen-veelechtigen-gelykbloeijenden. Alle bloempjes zyn tweeslachtig, en by gevolg allen gelykelyk vruchtbaer. De Kropsalade (Lactuca capitata) is eene éénjarige kruidplant van Europa, die hier alle jaren vroeg in de lente in de moeshoven wordt gezaeid, met gebobbelde bladen groeit, die de kroppen in hun midden sluiten, en eenen goeden melkachtigen smaek inhoudt. De Latuwe (Lactuca sativa van Linnaeus) is ook eene goede éénjarige salade, die hier in de moeshoven vroeg en laet in den zomer wordt gezaeid. De Krolsalade (Lactuca crispa) is ook eene éénjarige plant, die hier veel om haren goeden smaek in de moeshoven wordt gezaeid. De roomsche Salade (Lactuca romana), waervan men eenige medesoorten vindt, die zeer melkachtig zyn en eenen aengenamen smaek inhouden, wordt hier ook veel alle jaren gezaeid. De spaensche Kropsalade (Lactuca scariola van Linnaeus) en eene medesoort, die men Lactuca passafolia heet, om hare bladen die roodachtig gespikkeld of geplekt zyn, worden hier ook veel in de moeshoven gezaeid. De medesoorten dragen dikwils de namen van het landschap alwaer zy door het zaed gewonnen zyn; gelyk de bataefsche, dauphineesche, berlynsche Salade, enz. De romeinsche Ezelsoor (Lactuca longifolia) wordt in de hoven gezaeid, en het zaed kan vyf jaren voor het zaeijen bewaren. De wilde Latuwe (Lactuca virosa van Linnaeus) is eene tweejarige kruidplant van Europa, die in Vlaenderen en elders in België op drooge plaetsen aen de wegen, kuilen en velden wast, en door Orfila onder de 2e klasse der vergiftige slaepverwekkende planten is gesteld. De overblyvende Latuwe (Lactuca perennis van Linnaeus) is eene langlevende kruidplant van Europa, die in België in de velden en onbebouwde plaetsen in 't wilde wast, met uitgesnedene en gekerfde bladen, van achter geribd, en stengels met stekende haertjes bezet, zy groeit omtrent 25 centimeters hoog, met steeltjes op de topjes verdeeld, en bloeit meest in july, op de wyze van de tamme Latuwe. Al de tamme Saladen, die hier in de hoven worden gezaeid, bezitten de krachten van de Andyvie, en de wilde Latuwe heeft, volgens verscheidene oude en nieuwe Kruidbeschryvers, de krachten van het Kankerkruid.

LAURIERBOOM, in 't fransch Laurier, in 't latyn Laurus, is onder de 20° klasse, 1° sectie der éénbloembladige boomen van Tournefort gesteld; door Jussieu onder de familie van de Laurieren, en onder de 9° klasse van Linnaeus, Enneandria monogynia, planten die met negen helmstyltjes bloemen en maer één stampertje hebben.

De gemeene Laurierboom (Laurus nobilis van Linnaeus) is een langlevend heester-boomgewas van Italië, Griekenland en OostEuropa, dat in België van over zeer oude tyden is bekend; het groeit, volgens den grond en standplaets, tamelyk hoog, met altoos blyvende, groene, lansvormige bladen, en bloeit somlyds in september, met kleine, kroonvormige bloempjes, met dubbele, tweevoudige kopjes en door klapvliezen omwonden. Deze Laurierboom, die in Griekenland en andere warme landen veel bloemen en vruchten draegt, wordt door de nieuwe Kruidbeschryvers Laurus officinalis genoemd, omdat de vruchten en bladeren, die eenen welriekenden geur inhouden, voornamelyk in de keuken met de spyzen worden bereid, maer te veel in eens daervan gebruikt, kan de gezondheid krenken, dewyl de vruchten en bladen een zeker gedeelte vergiftige eigenschappen bezitten.

De Laurierbladen in de schaduwe gedroogd, kunnen één jaer hunne krachten behouden; die bladen met mate in de spyzen of op eene andere wyze ingenomen, doen zweeten en verdryven de waterzucht; met wyn genomen, dryven zy de pisse af en breken den steen in de lenden en blaes. Olie van den Laurierboom gedistilleerd, wordt door kundige geneesheeren voorgeschreven om de pyn der borst en leden te verhelpen, die door de koude veroorzaekt is; die olie stelpt ook de kolyken des buiks en de gebreken van de nieren, milt en lever, men leest in Dodonaeus Kruidboek, bl. 1329, dat de reuk van den Laurierboom zeer nuttig is om de vallende ziekte te beletten, hy werd in de oude tyden ook, om de peste te vermyden, in de huizen gebrand. De bladeren van den Laurier geknauwd, doen de dronkenschap verdwynen.

Deze Laurier wordt hier door inleggers en uitloopers voortgekweekt, maer kan geene 14 graden koude wederstaen, en moet derhalve hier 's winters in de kelders of kamers, alwaer hy eenige lucht kan vatten, worden bevryd; slechts aen de hoeken der muren in het Zuiden en de wortels gedekt, kan hy overblyven; hy kan ook door het zaed, dat men uit de warme landen verkrygt, vermenigvuldigd worden.

Men kweekt hier nog den Laurier Sassafras (Laurus Sassafras van Linnaeus), een langlevend heestergewas van Virginië, dat ons klimaet zeer wel kan wederstaen, waer van de mannekensbloemen vyf bladen en acht meeldraedjes in de kelken hebben, en de tweeslachtige slechts met zes meeldraedjes bloeijen.

De Laurus glauca van Thunberg is een langlevend boomgewas van Japan en wordt, zoo als de Laurus aromatica, canariensis, persea, australis, hier by onze bloemisten in de oranjehuizen gekweekt; de Laurus cassia, L. mericana en de L. cinamomum van de Oost-Indiën, worden hier in de warme serren gekweekt en op de wyze van den gemeen en Laurier, op warme broeibakken vermenigvuldigd.

LAVAS, Levessche, Petercelie van Macedonië, in 't fransch Livéche, in het latyn Ligusticum, is door Jussieu onder de familie van de kroonwyze geschikte bloemplanten gesteld, en onder de 5° klasse van Linnaeus, Pentandria digynia, planten die met vyf meeldraedjes bloemen en twee stampertjes hebben. De Lavas of Levessche (Ligusticum levisticum van Linnaeus) is eene langlevende kruidplant van de Alpische gebergten, die hier om hare heilzame deugden in veel kruidhoven wordt geplant, zy groeit met stengels, die alle jaren in de lente uit de wortels spruiten, van boven getakkeld, wel omtrent 1 meter hoog, bladstelen en byna steelomvattende, boven uitgesnedene en aen de kanten gekerfde blaedjes, die een blinkende, groenachtig kleur hebben, bloeit hier meest in july, met geelachtige bloemen met ronde kransen, die langwerpige gestreepte zaedjes voortbrengen, welke in septemher ryp worden. De grieksche Lavas (Ligusticum peloponensis van Linnaeus), die wel aen het Flerecynkruid gelykt, komt van Griekenland, en wordt in België, Oostenryk, Frankryk en elders veel in de hoven gekweekt. Beide deze planten worden door het zaed en door struikscheiding in de lente vermenigvuldigd; zy hebben byna de gedaente van de groote Eppe en bezitten ook de krachten van het Laserkruid, waeraen zy insgelyks gelyken, en zyn om haren verdroogenden aerd, inzonderheid het zaed, van over zeer oude tyden bekend. De wortels hebben byna de kracht van de Angelica; droog in poeijers gestampt, kan men die in de spyzen als peper gebruiken; zy versterken de koude maeg en doen de spyzen en overvloedige vochten verteren. Het zaed blyft drie jaren zynen sterken reuk en kracht behouden. De wortels met het zaed in poeijers gestampt en met wyn gedronken, dryven de zwarte gal en geelzucht uit het lichaem; het zaed geëten of met wyn gedronken, stelpt de pyn in den buik en darmen, geneest de gezwellen en maekt eene goede maeg; 's morgens ingenomen, doet het purgeren, en met wyn en water gezoden en het sap daervan gedronken, opent het de verstoptheid van de lever en milt en verwekt ook de maendstonden. Een verstandige heelmeester ten platte lande heeft altoos Lavas in zynen hof, om in tyd van nood daervan te kunnen gebruiken. Lobel, in zyn Kruidboek, zegt dat de Ligusticum alterum Belgarum, die in België in vochtige, vette gronden wast, en die hy in 't wilde omtrent Luik heeft vin

« VorigeDoorgaan »