Pagina-afbeeldingen
PDF
ePub

der Myrteboomen beschryven, dewyl hy meest onder den naem van Myrteboomen bekend zyn.

KRANSBLOEM, schoone Kransbloem, in 't fransch Gandasuli, in 't latyn Hedychium, is onder de familie van het indiaensch Bloemriet gesteld, en onder de 1e klasse van Linnaeus, Monandria monogynia, planten die met één meeldraedje bloemen en maer één stampertje hebben. De schoone Kransbloem (Hedychium coronarium van Curtis) is eene langlevende kruidplant vau de Oost-Indiën, die hier met langs onder gewolde bladen van omtrent 20 of 25 centimeters lang, en met enkele, gebladerde stengels wel 60 of 70 centimeters hoog wast, en meest van july tot in september bloeit, met aren op de toppen en schoone witachtige en gele bloemen, die eenen aengenamen, zoeten geur verspreiden. De schoone Kransbloem met lange bladen (Hedychium angustifolium) is eene langlevende kruidplant van de Indiën, met geknobbelde wortels en smalle, lange bladeren, die meest in augusty bloeit, met aren op de toppen en zeer lieflyke roode, oranjekleurige bloemen, die eenen zoeten geur inhouden. Deze planten, die nog zeldzaem in den handel zyn verspreid, moeten hier in de warme serren gekweekt zyn, en kunnen door struikscheiding en uitloopers die uit de wortels spruiten vermenigvuldigd worden. De krachten van deze planten zyn my niet bekend, maer zy worden in de Indiën gebruikt om de kruidetende dieren te voeden. Onze bloemisten hebben hier onlangs nog nieuwe soorten van de Indiën verkregen.

KRIEKEN OVER ZEE, Jode-Kersen, Hondsblaze, Winter Kersen, in 't fransch Coqueret, Cerises d'outre-mer, in 't latyn Physalis, door Tournefort Alkekengi genoemd, en onder zyne 2° klasse, 7" sectie, der trechtervormige bloemplanten gesteld; door Jussieu onder de familie van de Nachtschade, en onder de 5° klasse van Linnaeus, Pentandria monogynia, planten die met vyf meeldraedjes bloemen en maer één stampertje hebben.

De Krieken over zee (Physalis peruviana van Linnaeus) is een

langlevend, klein boomachtig gewas van Lima, met groene schors, dat zeer getakkeld omtrent 60 of 70 centimeters hoog wast, met hartvormige, blyvende bladen, en sappige beziën voortbrengt, die eerst groen zyn, maer in den winter een geelachtig rood kleur verkrygen. Deze Krieken over zee zyn heden hier te lande van een ieder wel bekend.

De Krieken over zee (Physalis viscosa van Linnaeus) is eene langlevende kruidplant van Virginië, die met kruidachtige stengels en grasachtige, plompe, gewolde bladen, hier in den vollen grond wast, met bloemtrosjes bloeit en ook sappige beziën voortbrengt.

De Krieken over zee (Physalis alkekengi van Linnaeus) is eene langlevende kruidplant van Europa, die met gelakkelde stengels en grasachtige bladen groeit, en bloemkelken draegt die een lieflyk rood kleur verkrygen. Deze plant wordt in Vlaenderen in de bosschen op vette gronden, weiden, bouwlanden en steenhoopen gevonden, en brengt omtrent den herfst rype beziën voort. De vruchten en het sap van de Krieken over zee zyn koud van aerd, maer hebben, volgens de oude Kruidbeschryvers, de krachten van de Nachtschade, openen de verstoptheid van lever en nieren, zuiveren ook de blaes, en doen pissen als zy met kennis van eenen ervaren doctor voorgeschreven worden. Een spaensche kruidkenner en doctor, de heer Serapio, die deze plant in zyne tael Vewiga de perro noemt, en hierdoor zekerlyk de Physalis viscosa van Linnaeus wilt zeggen, schryft dat die Krieken over zee eenen scherpzuren smaek inhouden, en goed zyn om tegen den steen en graveel te gebruiken, en naer de Nachtschade (Belladonna) wel aerden. Hy voegt er by, dat de kern der vruchten gestampt en met kennis voorgeschreven, den buik beroert en week maekt, de wormen uit het lyf verdryft en de kracht heeft om van het overvloedig slym te zuiveren, nogtans de kundige Orfila stelt die onder den Solanum merisier, die een slaepverwekkend vergift inhoudt. Deze planten kunnen door het zaed vermenigvuldigd worden.

KRIEKLAURIER, Laurier-Kers, Kers-Laurier, AmandelLaurier, Wilde Laurier, in 't fransch Cerisier, Laurier-Cerise, Laurier-Amandier, in 't latyn Cerasus, Lauro cerasus, is door Jussieu onder de familie van den Roos-Laurier of Oleanderboom gesteld, en onder de 12e klasse van Linnaeus, Icosandria monogynia, planten die met twintig helmstyltjes bloemen die op den kelk zyn vastgehecht en maer één stampertje hebben. De Kers- of Krieklaurier (Prunus Lauro cerasus van Linnaeus) slaet in zyne rangschikking onder de Pruimboomen gesteld, en deze wilde Laurier werd van Trapezunte in Turkyen, in het jaer 1576, alhier in België overgevoerd, van waer hy in Europa is verspreid, hy groeit in struiken, getakkeld, wel omtrent 2 meters hoog, met altoosgroene, blinkende, taeije bladen, en bloeit in mei met trosjes en kleine witte bloempjes, die in de warme gewesten kleine, zwartachtige kriekjes voortbrengen. De bladen van dezen wilden Laurier bezitten eenen aengenamen amandelgeur, en een blad alleen, met eenen liter zoete melk gekookt, doet de melk eenen amandelsmaek verkrygen; maer indien men er een meerder aental voor eenen liter melk van gebruikt, zou het een gevaerlyk en doodelyk vergift kunnen worden; gelyk men in 1843 in de dagbladen heeft gelezen, dat verscheidene menschen door onvoorzigtiglyk te veel bladeren daervan in de melk te koken, spoedig gestorven zyn (1). Het is uit dezen boom dat het beste zuer wordt getrokken, dat hier onder den naem van Acide prussique is bekend en een geweldig vergift inhoudt. Dit boomgewas, dat door zyne groenblinkende bladen onze lusthoven zeer versierd, wordt hier door inleggers en uitloopers vermenig

(1) Men vindt hierover in de Uitgelezene natuerkundige Verhandelingen, 1° deel, bladz. 181, eenen brief geschreven door T. Madden, doktor te Dublin, aen den heer C. Mortimer, doktor, behelzende het verhael van eene vrouw en eenen jongen heer, die, door eene enkele teug van het gedistilleerd water van dezen Kerslaurier te drinken, gestorven zyn; welk den gemelden heer Madden aenleiding gaf om proeven over de kracht en hoedanigheid van dit gedistilleerd water te doen op honden, die men eenige oncen daervan op verscheidene reizen inspuitte, waer van dezelve zware stuiptrekkingen verkregen en kort daerop kwamen te sterven. Dergelyke proeven heeft naderhand, volgens dezelfde Natuerkundige Verhandelingen, bladz. 150, ook de heer D. Morvuldigd, maer kan geene 17 graden koude wederstaen of vervriest, maer spruit weder uit de wortels als men het in de lente op tyds afkapt. Deze boom werd door Ch. Clusius, in de XVI° eeuw Trapezuntia cerasus genoemd, alsof hy Trapezuntsche Krieken wilde zeggen, omdat die boomen in het land hunner afkomst veel vruchten op de wyze van de Krieken voortbrengen, waeruit men een zuer sap trekt dat als bytende stoffe in sommige verwen wordt gebruikt. De portugeesche Krieklaurier (Azarero of Prunus cerasus lusitanica en Prunus lusitanica van Linnaeus) is een langlevend heester-boomgewas van Portugael, dat onder den naem van Laurier de Portugal is bekend, in de bergen en velden van Portugael, Spaenje en elders veel in 't wilde wast, hier veel in de lusthoven wordt gekweekt, en met getakkelden stam wel omtrent 2 meters hoog wast, met altoosblyvende, groenblinkende bladen, zeer lommerryk versierd, bloeit van in mei tot july, met trosjes op de toppen en zeer lieflyke witte bloempjes, die zich op het groen wel verheffen. Deze schoone plant werd door Lobel Tynnus lusitanica clusy genoemd. Deze lieflyke gewassen, die door hunne bladen en bloemen de engelsche hoven zeer versieren, kunnen door inleggers, die wel wortel vatten, en door het ryp zaed vermenigvuldigd worden, maer de jonge planten moeten hier de eerste 3 of 4 jaren 's winters worden bevryd, dewyl die aen geene 16 graden koude kunnen wederstaen.

KROMHALS, Blaeskruid, Alkannewortel, in 't fransch Grippe, Orcanette, in 't latyn Lycopsis, door Tournefort Pulmonaria,

timer voor de koninglyke Maetschappy te Londen op honden gedaen, met hetzelfde gevolg van het sterven dier dieren; waeruit de vergiftige aerd van dit gewas openbaer is. Ofschoon. zegt de schryver, het gebruik der bladen in melk, voor eene enkele reis, in kleine hoeveelheid genomen of met andere dingen gemengd wordende, den mensch niet altyd aenstonds doodelyk is, zoo blykt nogtans dat een dagelyksch gebruik van zoodanige Kerslaurier ten uiterste schadelyk en gevaerlyk is en voor zwakke menschen de dood verhaesten moet; hy voegt er ten laetste nog by, dat hem berigt is dat een zeker heer en zyne vrouw, welke daervan gebruikten, beiden lam gestorven zyn.

Buglossum, Echioides genoemd, door Jussieu onder de familie van de Bernagie gesteld, en onder de 5e klasse van Linnaeus, Pentandria monogynia, planten die met vyf meeldraedjes bloemen en maer één stampertje hebben. De Kromhals of Blaeskruid (Lycopsis vesicaria van Linnaeus) is eene éénjarige kruidplant van Zuid-Europa, die hier alle jaren in de lente in de bloemhoven wordt gezaeid, en groeit met achterovervallende, ruwe, gelakkelde stengels, omtrent 40 centimeters hoog, en stelen met de bladen aerdwaerts gebogen, die van gedaente aen het Longerkruid, Ossetong en Slangekruid gelyken, bloeit van july tot in den herfst, met zeer schoone blauwachtige gesternde bloempjes, met zwartachtige meeldraedjes, die de bloemhoven zeer lieflyk versieren. De kransen zyn gepypt en omgebogen, en de vruchten, die in de bloemkelken wassen, zyn als blaeskens, waerdoor die plant ook den naem van Blaeskruid verkregen heeft. De Veld-Kromhals (Lycopsis arvensis van Linnaeus) is eene éénjarige kruidplant van Europa, die in België op veel plaetsen in de velden en zandachtige landen wast, met stengels en lansvormige bladen met ruwe haertjes bekleed, en ook blauwachtige bloempjes en blaesachtige zaedjes voortbrengt. De oostersche Kromhals (Lycopsis orientalis van Linnaeus) wast veel in Italië en elders in de warme landen. Deze planten zyn merkelyk vochtig van aerd, maer warm en middelmatig koud van krachten; zy worden op de wyze van de Bernagie gebruikt, de wortels, takjes en zaed gestooten en met wyn gedronken, maken goed bloed en zyn goed voor de derdendaegsche koortsen. Deze planten worden hier gemeenlyk vroeg in de bloemhoven gezaeid en met dolkens verplant.

KRUIDNAGELBOOM, Nagelboom, in 't fransch Giroflier, in 't latyn Caryophyllus, is door Jussieu onder de familie van de Myrteboomen gesteld, en onder de 13e klasse van Linnaeus, Polyandria monogynia, veelhelmigen, die van twintig tot honderd meeldraedjes en maer één stampertje hebben.

De Kruidnagelboom (Caryophyllus aromaticus van Linnaeus)

« VorigeDoorgaan »