Pagina-afbeeldingen
PDF
ePub

bladen verdeeld groeijen, op de toppen der stengels bloeijen hier meest in july veel gele bloemen, die breede en platte zaedjes voortbrengen. De wortel is lang en wit, uit de stengels van deze plant wordt er in de heete zomermaenden, door insnyding, een sap getrokken, dat zeer hard is, aen de Opopanax gelykt, eenen verwarmenden smaek inhoudt en eenen sterken reuk heeft. Het sap dat hier te lande uit de Krachtwortel-stelen vloeit, is zoo krachtig als dit welk men van vreemde landen doet komen, om de wonden te heelen en inwendig te gebruiken, om de gescheurdheid en kwetsuren te genezen, en de droppelpis, rommelingen in den buik en weedom te stelpen, maer dit welk uit vreemde landen komt is heeter en verwarmender van krachten, en plaesters daervan gemaekt, zyn zeer dienstig om de gezwellen, bloedzweren, klapooren en klieren te doen openbreken. Onze smeerwortels (Symphytum officinalis), die hier te lande zoo gemeen groejen, bezitten dezelfde krachten.

De eerste Krachtwortels werden hier te lande in 1560 gezaeid, door Pieter Caudenberg, apotheker te Antwerpen, die er van in de zestiende eeuw veel proeven mede heeft verrigt, en werden alsdan Panaw syriacum genoemd. Sedert zyn zy in België en elders verspreid en kunnen door het ryp zaed vermenigvuldigd worden; de levende wortels kunnen onze koude winters wel wederstaen.

KRAEGDRAEGBLOEM, Beenzaedplant, in 't fransch Portecollier, Osteosperme d collier, in 't latyn Osteospermum, is door Jussieu onder de familie van de Straelbloemplanten gesteld, en onder de 19° klasse van Linnaeus, Syngenesia polygamia necessaria, samenhelmigen, 4° orde, noodwendige veelwyvery; planten die met vyf meeldraedjes bloeijen, met de meelkopjes vereenigd. De bloempjes in de stralen zyn tweeslachtig, en die rond de stralen wyfkens.

De Kraegdraegbloem of Beenzaedplant (Osteospermum moniliferum) is een langlevend heester-houtgewas van Ethiopiën, dat met stammen wel 1 1/2 meter hoog wast, met altoosgroene, dikke,

' eivormige, kromme bladen, en meest in july bloeit, met kleine gele gestraelde bloemen, die allerschoonste roode beenachtige zaedjes voortbrengen, welke aen den bewerkten Korael gelyken en gebruikt worden om paternosters en halssieraden te maken. Men kan hier by onze bloemisten de volgende soorten bekomen: den tweekleurigen Kraegdraegboom (Osteospermum bicolor) van de Kaep, die met zeer schoone tweekleurige, gestraelde bloemen bloeit; den Osteospermum pisiferum van Linnaeus, ook van de Kaep, en den Osteospermum pinnatisidum van L'Heritier, van Afrika. Maer deze schoone houtgewassen, die allen beenzaed dragen, kunnen 's winters ons klimaet niet wederstaen en moeten dusvolgens in de oranjery bevryd worden; zy kunnen door het kernzaed in den heigrond gezaeid, en door afzetsels en inleggers, op warme broeibakken, onder het glas, vermenigvuldigd worden.

KRAENBEK, Kraenhals, in 't fransch Bec de Grue, Geranium, in 't latyn Geranium, is door Jussieu onder de familie van de Ooijevaersbekken en Reigersbekken gesteld, en onder de 17" klasse van Linnaeus, Monadelphia decandria, tweebroederigen; planten die met tien meeldraedjes en kopjes bloeijen, welke door de draedjes in twee groepjes of broederkens gescheiden zyn.

Men vindt op sommige bloemlysten de Kraenbekken, Geranium, de Ooijevaersbekken, Pelargonium en Reigersbekken, Erodium, allen onder elkanderen gesteld, daer zy nogtans wel van gedaente, natuerdeelen en namen verschillen ; derhalve zal ik elke soort van die planten, volgens de vlaemsche tael, in haer bezonder artikel beschryven. Die planten zyn heden door het zaed zoodanig vermenigvuldigd, dat men op sommige lysten wel 400 soorten vindt die allen door de kweekers verschillige namen hebben verkregen, zy bloeijen op de stelen der stengels met tien meeldraedjes door kopjes versierd, vyf gelyke bloemblaedjes in de bloemkelkjes en kransjes, en lange, klierachtige bemeelde draedjes van onder in de honigkelkjes, die vruchten met vyf bloote schelpjes voortbrengen, welke niet geschroefd noch gebaerd zyn, maer wel aen de Kraenbekken gelyken, waerdoor die plant uit het grieksch Geranos haren naem verkregen heeft; zy wordt hier ook te lande, om hare vyf geschelpte vruchten, Wyfvingerkruid genoemd, daer zy nogtans met dit kruid geenzins in krachten overeenkomt. Men vindt van die Kraenbekken zeer veel soorten en medesoorten, die in de bloemhoven worden gekweekt en ook in 't wilde wassen. De Meersch-Kraenbek (Geranium pratense van Linnaeus) is eene langlevende kruidplant van Europa, die met korte stengels en schildvormige, geribde bladen wast, en hier meest in juny bloeit, met zeer lieflyke purperachtige blauwe dubbele bloemen, en waervan men veel medesoorten vindt, die met enkele rooze, witgespikkelde en blauwachtige bloemen in 't wilde bloeijen. De netwyze geribde Kraenbek (Geranium striatum) bloeit van juny tot in september, met witte bloemen, door kleine roode adertjes in de bloembladen gestreept. De Kraenbek met dikke wortels (Geranium macrorhizum van Linnaeus) is eene langlevende kruidplant van Italië, die hier van juny tot in september, met veel roodkleurige bloemen bloeit. De zilverachtige Kraenbek (Geranium argenteum) is van ZuidFrankryk, en groeit met dikke wortels, lange bladstelen en bladen van onder met witten zydachtigen dons bedekt, wast met korte stengels, waerop in july hier meest groote, roode, geaderde en in de lengte gestreepte bloemen bloeijen. De asscheachtige Kraenbek (Geranium cineraceum) van de Pyrenesche Gebergten, die hier in juny bloeit, met roode bloemen, schoon purperachtig op de bloembladen geaderd. De Kraenbek die aen de Wolwortels gelykt (Geranium aconitifolium) is eene langlevende plant van de Alpische Gebergten, die met schoone purperachtige witte en purpergeteekende bloeIm en WaSt. Al de volgende Kraenbekken worden in België veel in de lusthoven geplant : De Geranium sanguineum van Linnaeus, die in België ook in de bosschen groeit, met bladen en stengels, die jaerlyks uit de levende wortels spruiten, de Geranium phaeum van Linnaeus, komt van Zwitserland, de Geranium nodosum, die eenen stinkenden geur bezit, komt voort van Frankryk, de Geranium sylvaticum van Linnaeus, groeit in Vlaenderen en elders veel in de bosschen en hagen; de Geranium maculatum van Linnaeus, komt van Noord-Amerika, de Geranium pyrenaicum van Linnaeus, is van Zuid-Frankryk, de Geranium lancastriense van den Hort. Cant., en de Geranium prostratum zyn langlevende planten van Engeland, die met allerschoonste bloemen bloeijen; zy worden hier allen in den vollen grond in de hoven gekweekt, en ook veel in potten, die 's winters in de oranjehuizen worden bevryd, en kunnen door afzetsels in potten, bloot zonder glas, in ligten gemengden grond vermenigvuldigd en ook vroeg in de lente gezaeid worden, waerdoor men veel varieteiten kan bekomen. » De Kraenbekboom (Geranium anemonefolium of palmatum van Willdenow) is een langlevend, klein boomgewas van Madera, dat met allerschoonste, groote jasmynkleurige bloemen bloeit, en hier in de matige serren of in de oranjery moet gekweekt worden. De Geranium carolinianum van Linnaeus, is eene éénjarige plant van Virginië, die hier in de lente in de bloemhoven wordt gezaeid en zeer lieflyke bloemen draegt. Men vindt nog van die éénjarige Kraenbekken, de volgende soorten die alle in België in 't wilde groeijen : de Geranium lucidum wast hier in de belommerde bosschen en op steenrotsen; de Geranium molle wast in de heiden, de Geranium columbinum groeit in Vlaenderen meest in de hagen, de Geranium dissectum en Geranium rotondifolium groeijen hier meest in de landen en velden, de Geranium pusillum groeit ook in de heiden; de Geranium robertianum wast meest in de bosschen. De Geranium purpureum van Willdenow, is eene tweejarige kruidplant, die in de hoven en bosschen en op steenhoopen groeit. In de oude tyden werd het gestooten kruid en sap van den Geranium robertianum gebruikt, om op de bloedige wonden te leggen, maer het schynt dat dit middel heden door andere krachtigere is vervangen, de Geranium maculatum, volgens de doctor James Mease, bezit een bloedstelpend middelen wordt inwendig gebruikt.

KRAKEBEZIE, Boschbezie, Myrte, in het fransch Myrtille, Airelle, in 't latyn Vaccinium, van Tournefort Vitis idaea, Oxycoccos genoemd, en onder zyne 20° klasse, 6° sectie der éénbladige bloemplanten gesteld, door Jussieu onder de familie van de Heiplanten, en onder de 8° klasse van Linnaeus, Octandria monogynia, planten die met acht helmstyltjes bloemen en maer één stampertje hebben. Men vindt veel verscheidene soorten van die gewassen in België, die ook in de lusthoven en elders worden gekweekt. De Krakebezie of kleine Myrle (Vaccinium myrtillus van Linnaeus) is een langlevend klein heester-houtgewas van Europa, dat met getakkelde slampjes in Vlaenderen, Braband en elders in sommige lommerachtige bosschen en op bergen groeit, en omtrent 25 of 30 centimeters hoogte verkrygt, met eivormige en getande blaedjes, en meest in mei bloeit, met bosjes en witte rooze bloempjes, die als belletjes zyn geschikt en in september donkerblauwachtige beziën voortbrengen, men bemerkt somtyds tien meeldraedjes in deze bloemen. De beziën, die eenen wynachtigen smaek inhouden, worden ryp veel geëten, en het sap wordt ook in sommige landen met wyn gemengd, waeraen het een schoon kleur en eenen aengenamen smaek verschaft. De jonge toppen en bladeren van deze kleine Myrte bezitten eene schoone gryze verw, die met een weinig aluin gemengd, van de wolleverwers veel wordt gebruikt om allerhande zyden en wollen stoffen grys te verwen. De Krakebezie of Bergdruif en gestreepte Myrte (Vaccinium vitis idaea yan Linnaeus) is een langlevend heester-houtgewas van Europa, dat veel in de Alpische gebergten en elders in Italië groeit, en hier in den heigrond in de hoven wordt geplant, het groeit met getakkelde stampjes, omtrent 70 of 80 centimeters hoog, met eivormige, groene, rondachtige bladen, van onder gerold, en bloeit meest in mei, met bloemtrosjes en witte en rooze gespikkelde bloempjes, die beziën voortbrengen, welke aen de zwarte Druif gelyken, waerdoor deze plant den naem van Bergdruif heeft verkregen. Het sap van de Beziën, dat eenen aengenamen smack inhoudt, wordt in de wynlanden met den wyn gemengd. De Myrte met groote beziën (Vaccinium macrocarpon van den

« VorigeDoorgaan »