Pagina-afbeeldingen
PDF
ePub

groeit meest in Zuid-Frankryk, Italië en elders in 't wilde, en wordt ook voor dezelfde gebreken in de geneesmiddelen gebruikt.

KNOOPGRAS, Lidgras, Schaepgras, Lammergras, in het fransch Fétuque, in 't latyn Festuca, door Tournefort Gramen genoemd, is door Jussieu onder de familie van de grasplanten gesteld, en onder de 3e klasse van Linnaeus, Triandria digynia, planten die met drie meeldraedjes bloeijen en twee stampertjes hebben. Het Knoopgras dat aen den Dravik gelykt (Festuca bromoides van Linnaeus), is een éénjarig gras dat veel in Vlaenderen in de velden groeit. t Het Schaepgras of Lammergras (Festuca ovina) is een langlevend gras, dat in België en elders op drooge plaetsen in de velden en op de bergen wast. Het rood Knoopgras (Festuca rubra van Linnaeus) is een langlevend gras, dat meest op drooge plaetsen groeit. Het rattesteert Knoopgras (Festuca myuros van Linnaeus) groeit veel in Vlaenderen op drooge plaetsen en onbebouwde landen. De volgende soorten, die allen onder de langlevende grasplanten zyn, groeijen in België en elders : De Festuca decumbens van Linnaeus, wordt in de dorre weiden gevonden; de Festuca amethystica groeit hier in de drooge bosschen, de Festuca elatior groeit in de meerschen, de Festuca dumetorum groeit ook in de bosschen, de Festuca duriuscula groeit in de drooge meerschen, de Festuca fluitans van Linnaeus, groeit hier in de vochtige grachten, de Festuca glauca wordt hier in de meerschen gezaeid. Al deze Knoopgrazen worden door de schapen, paerden, ezels, koeijen en andere kruidetende dieren om hunne hardheid, de zoete stoffe die zy inhouden en goede voeding, zoo wel droog als groen, willig en gretig gezocht, de hazen zyn er zeer op verlekkerd. Veel van die harde grazen worden in de meerschen en landen gezaeid, daer de paerden die om hunnen zoeten en aengenamen smaek by voorkeur droog en groen eten.

KOEKOEKSBLOEM, Meersch-Kerse, kleine Waterkerse, bittere Kerse, in 't fransch Cresson des prés, in 't latyn Cardamine, is onder de 5e klasse, 4° sectie van Tournefort gesteld; door Jussieu onder de familië van de kruisvormige bloemplanten, en onder de 15° klasse van Linnaeus, Tetradynamia siliquosa, viermagtigen, planten welker bloemen vier groote en twee kleine helmstyltjes hebben, en schildvormige peulvruchten dragen.

De Koekoeksbloem (Cardamine pratensis van Linnaeus) is eene langlevende kleine kruidplant van Europa, die met bladsteeltjes aen de wortels en veel rondachtige, gevleugelde blaedjes wast, tusschen welke in de lente hier gemeenelyk twee dunne middelstengels uitspruiten, die omtrent 25 centimetors hoog groeijen, waeraen kleine, dunne blaedjes wassen, die aen de Water-Kerse gelyken, en waerop hier meest van in april tot in mei, veel witachtige, vierbladige bloempjes bloeijen. Men vindt deze plant veel in Vlaenderen en elders in België, op vochtige, leege plaetsen in de meerschen en kanten der grachten die 's winters overStrOOmeIn.

De Koekoeksbloem of bittere Kerse (Cardamine amara van Linnaeus) is eene langlevende kruidplant, die ook in België veel in de meerschen en bosschen wast.

De Cardamine impatiens is eene tweejarige plant, die veel op de bergen en in de bosschen groeit.

Deze Koekoeksbloemen bezitten al de krachten van de WaterKerse en kunnen ook het scheurbuik genezen; het sap van het Koekoeksbloem-kruid gebruikt om het hoofd te wasschen, doodt al de luizen en meten. De koeijen, als zy van dit kruid eten, geven er veel melk en zeer goede, vette boter van. Deze Koekoeksbloemen worden om hare deugden in de kruidhoven door struikscheiding gekweekt.

KOELREUTERIA, in 't fransch Koelreuteria, Savonnier, in 't latyn Koelreuteria, is door Jussieu onder de familie van den Zeepboom gesteld, en onder de 8° klasse van Linnaeus, Octantandria monogynia, planten die met acht meeldraedjes bloemen en maer één stampertje hebben.

De Koelreuteria met trosvormige aren (Koelreuteria paniculata van den Hortus Kew.) is een langlevend boomgewas van China, dat in het land zyner afkomst, met stam en takken versierd, wel 8 meters hoog groeit, met oneffene, gevleugelde bladen, op welker stengeltoppen van july tot in september trosvormige aren, met zeer lieflyke gele bloemen versierd, bloeijen.

De Koelreuteria paullinoides is ook een langlevende boom van China, die wel van gedaente en bloemen aen den voormelden gelykt.

Deze boomen zyn enkelyk sedert het jaer 1810 in Europa bekend en worden heden veel in de zuidelyke deelen van Frankryk en elders, in de lusthoven geplant, die zy door hunne schoone, lommerryke bladen en aengename bloemen zeer verfraeijen. Zy kunnen door het ryp zaed hier in de lente, in goeden grond, worden gezaeid, maer moeten de eerste drie jaren 's winters in potten, in de oranjery, zyn bevryd; nadien kan men ze in den vollen grond planten, zorgende van de eerste jaren de wortels met dorre bladen te bedekken, zy kunnen ook door afzetsels en inleggers vermenigvuldigd worden. De krachten die deze boomen inhouden, zyn my niet bekend.

KOETARWE, in 't fransch Blé de Vache, in 't latyn Melampyrum, is door Jussieu onder de familie van het Luizenkruid gesteld, en onder de 14e klasse van Linnaeus, Didynamia angiospermia, tweemagtigen, planten die met twee lange en twee kortere meeldraedjes bloeijen, en zaedjes dragen die in een zaedhuisje besloten zyn. De Veld-Koetarwe (Melampyrum arvense van Linnaeus) is eene éénjarige kruidplant van Europa, die in België ten alle kanten in de velden wast, in struikjes, met roodgevlekte bladen, gekleurde, getande en met haertjes bekleede bloeiblaedjes, gebogene, kegelachtig geschikte aren en roode bloempjes, die hier in den zomer bloeijen. De Meersch-Koetarwe (Melampyrum pratense van Linnaeus) is eene éénjarige plant, die hier en elders in de meerschen wast, met getakkelde stengels en getande bloeiblaedjes, brengt meest in july aren en geelachtige roode bloempjes voort, die in de pypjes der kransjes witachtig zyn; de twee zaedjes van deze planten zyn gebult. A De hanenkamvormige Koelarwe (Melampyrum cristatum van Linnaeus) is eene éénjarige plant, die hier veel in de bosschen en drooge meerschen wast. De Bosch-Koetarwe (Melampyrum sylvaticum) groeit hier meest op de bergen en in de bosschen in Vlaenderen, omtrent Maldeghem, Eename en Ronse. A' De Koetarwe wordt ook wel op sommige plaetsen in de meerschen en drooge landen gezaeid, om groen en droog de koeijen, ossen, paerden en andere kruidetende dieren te voeden. Het zaed van dit kruid met spyzen of dranken ingenomen, beroert de hersenen, maekt het hoofd zwaer en verwekt de dronkenschap, maer niet zoo geweldig als de Dolyk (Lolium) schynt te doen. Dit zaed wordt veel van de vogels gezocht en overal verspreid.

KOFFYBOOM, in 't fransch Caféier, in 't latyn Coffea, is door Jussieu onder de planten die roode verw inhouden gesteld, en onder de 5° klasse van Linnaeus, Pentandria monogynia, planten die met vyf meeldraedjes bloeijen en maer één stampertje hebben.

De arabische Koffyboom (Coffea arabica van Linnaeus) is een langlevend plantgewas van Arabië, dat in zyn natuerlyk land somwylen wel 5 meters hoog groeit, met kruisvormige, gelakkelde stengels en blinkende, eivormige bladen, op de boorden fyn gevlamd, en meest in july en augusty bloeit, met trossen en witte bloemen, die eenen zoeten aengenamen geur byna als dien van de Jasmynen hebben en roodachtige vruchten met twee boontjes voortbrengen, die hier in België, in onze warme serren, hunne rypheid verkrygen.

De amerikaensche Koffyboom (Coffea occidentalis van Linnaeus) is eene langlevende plant van Zuid-Amerika, die maer vruchten met een boontje voortbrengt.

De kapitein Philibert heeft over eenige jaren nog eene nieuwe soort van het eiland Bourbon medegebragt, die men den Koning van den Koffy noemt.

De Koffy verschilt van deugden en smaek, gemeenlyk volgens de warmte der gewesten en landen waer hy wordt gekweekt : de allerbeste Koffy komt van de provintie Yemen, een landschap gelegen aen de kust der Roode Zee, en ook inzonderlyk van omtrent de stad Moka; hy is hier onder den naem van arabischen Koffy en Moka bekend en wordt ook elders in Azië gekweekt. De Koffy wordt heden in Oost- en West-Indiën geplant, en door den handel naer Europa overgevoerd. Gebrand en nadien gemalen zynde, bekomt men met het poeijer, door het kokende water zachtjes doorweekt, eenen welsmakenden drank, die den geest der menschen versterkt. De Koffy na het eten ingenomen, doet spoedig en gemakkelyk de spyzen verteren en bezit eene aendryvende kracht, die den geest verkwikt. De ongebrande Koffy wordt dikwils ook met voordeel in poeijers voor de afgaende koortsen in de geneesmiddelen gebruikt, maer men moet zich in alle slach van verhittende en ontstekende ziekten daervan onthouden en matig gebruiken, dewyl te veel uitgeweekte Koffy gedronken, de zenuwen en spieren verflauwt.

De Koffyboom kan door het zaed, in de warme serren hier in goede welbereide aerde gezaeid, en door inleggers vermenigvuldigd worden; hy brengt alle jaren veel vruchten voort, en velen onzer bloemkweekers bezitten die plant met dubbele bloemen.

KOLOKWINTE, Bitter-Appel, Kwint-Appel, in 't fransch Coloquinte, in 't latyn Cucumis colocynthis, is onder de familie van de Meloenen en Komkommers gesteld, en onder de 21e klasse van Linnaeus, Monoecia monadelphia, éénhuizigen, planten met bloemen van het mannekens- en wyfkensgeslacht, die op denzelfden stengel afzonderlyk bloeijen, en welker meeldraedjes in eenen bundel vereenigd zyn.

De Kolokwinte of Bitter-Appel (Cucum is colocynthis van Linnaeus) is eene éénjarige kruidplant van Afrika, die ook veel in Indië, Klein-Azië, omtrent Alep en elders wast, en alhier in sommige kruidhoven wordt gekweekt, zy wordt door de nieuwe Kruidbeschryvers onder de Pompoenen en Komkommers gesteld, en groeit met gerankte stengels, veel bladeren en geelachtige bloe

« VorigeDoorgaan »