Pagina-afbeeldingen
PDF
ePub

en het schurft te genezen. Deze planten hebben, om de eigenschappen die zy inhouden, in sommige landstreken den naem van Schurftkruid verkregen. De heer Percy meldt dat hy het sap uit die wortels en kruid heeft geperst, en nadien gebruikt om de zweren tot etter aen te dryven en zonder likteekens te genezen. Hy schryft dat hy een half glas van dit sap met omtrent zooveel olyfolie en een weinig mynlood, met zoet vet heeft gemengd en daervan eene groene haerzalf heeft gemaekt, waermede hy al de voormelde gebreken met den besten uitslag heeft genezen. De geneesheer Richard schryft dat de wortels en jonge uitspruitsels van dit Klissekruid in het water gekookt, zeer wel als spyze de Schorseneren en Aderkruid kunnen vervangen, en op dezelfde wyze bereid en geëten, ook den smaek en het voedsel van de Artichokken hebben. Deze planten worden hier in den kruidhof der Hoogeschool door het zaed vermenigvuldigd, en zyn hier te lande van over ouds bekend.

KLOKBLOEM, Klokskenskruid, Halskruid, Belvedere, in het fransch Campanule, in 't latyn Campanula, is onder de 1e klasse, 8" sectie, der klokvormige bloemplanten van Tournefort gesteld; door Jussieu onder de familie van het Halskruid, en onder de 5° klasse van Linnaeus, Pentandria monogynia, planten die met vyf helmstyltjes bloemen en maer één stampertje hebben. Volgens Linnaeus rangschikking vindt men 64 verscheidene soorten van die planten, die in Europa en elders wassen, gelyk de bloemen en het kruid maer zeer weinig nuttige deelen inhouden en nergens in de medecynen worden gebruikt, zal ik enkelyk deze beschryven die om hare lieflyke bloemen hier in de hoven worden gekweekt, en ook in sommige streken in het wilde groeijen. De Alpische Klokbloem (Campanula alpina) is eene langlevende kruidplant van Zwitserland, met kleine stengels, die van mei tot in july bloeit, met schoone, groote, klokvormige bloemen, die een lieflyk blauw kleur hebben. De Klokbloem met perzikbladen (Campanula persicifolia van Linnaeus) is eene langlevende kruidplant van Europa, die in struiken groeit, met stengels van omtrent 40 centimeters hoog, en van juny tot in augusty bloeit, met lieflyke, dubbele, blauwe of witte bloemen, volgens de medesoorten die men door het zaed daeruit bekomen heeft. De Klokbloem met windsels (Campanula trachelium) is eene langlevende plant, met scherpe, hartvormige bladen en stengels die omtrent 50 centimeters hoog wassen, bloeit in juny en july, met dubbele blauwe bloemen; er zyn ook medesoorten die dubbele witte bloemen dragen. Het groot Klokskenskruid (Campanula grandiflora van Linnaeus) is eene langlevende plant van Siberiën, die met getakkelde stengels groeit, en scherpe, steellooze, gelande bladen, die aen twee zyden scherp en aen de toppen der stengels vast zyn; bloeit hier meest in july, met allerschoonste, groote, enkele, donkerblauwe bloemen, die met witachtige stralen gesternd zyn, waervan men zeer schoone dubbele bloemen door het zaed heeft verkregen. De Klokbloem met breede bladen (Campanula latifolia van Linnaeus) is eene langlevende plant van de Alpische gebergten; zy wast hier met lansvormige bladen en stengels die omtrent 60 tot 70 centimeters hoog groeijen, en waerop van juny tot in july allerschoonste zuiver witte bloemen wassen, die als aren aen de toppen bloeijen. e De Klokbloem met hartvormige bladen (Campanula carpatica) is eene nieuwe kruidplant van den Krapachberg, die hier met zeer lieflyke blauwe bloemen in july bloeit. De Hof-Klokbloem (Campanula medium van Linnaeus) is eene tweejarige plant van Duitschland, die hier in de hoven wordt gezaeid, en groeit met gestrekte, gewolde bladen aen de wortels, en waeruit het tweede jaer getakkelde stengels schieten, die omtrent 40 of 50 centimeters hoog wassen, en meest van july tot in augusty groote, blauwe, klokvormige bloemen dragen, men kan door het zaed ook witte en dubbele bloemen verkrygen, en die ze met in potten in de oranjery te plaetsen byna geheel den winter doen bloeijen. De Klokbloem met lynvormige bladen (Campanula linifolia van Willdenow) is eene langlevende kruidplant van Oostenryk, die hier byna van juny tot in september bloeit, met allerliefste bleekblauwe bloempjes. De gele Klokbloem (Campanula aurea van Linnaeus) is een langlevend, houtachtig kruidgewas, dat met lansvormige bladen en stengels van omtrent 60 centimeters hoog wast, en van augusty tot in september bloeit, met trosvormige aren en groote, gele oranjebloemen die smal verdeeld hangen. Deze plant moet hier 's winters in de oranjery bevryd zyn. Het spitsvormig Halskruid (Campanula pyramidalis van Linnaeus) is eene kruidplant van Italië, die van daer eerst in België, in het jaer 1589, aen Clusius, door den eerwaerdigen heer Gregorius van Reggio gezonden is geweest, en alsdan onder den naem van Pyramidalis villosa latifolia was bekend. De wortels zyn witachtig en blyven veel jaren over, somtyds worden zy door ouderdom heel dik en knoopachtig; er groeijen eerst hartvormige groen blinkende, getande en gekerfde bladen aen, en er spruiten spitsvormige stengels uit die alle jaren vergaen, en wel somtyds 1 meter hoog wassen met lansvormige bladen, bloeit van july tot in september, met klokvormige, bleekblauwe bloemen, die de stengels byna van onder tot boven bekleeden en eene pyramide verbeelden; men vindt er eene medesoort van die er zeer wel aen gelykt. Deze planten worden, zoodra het zaed ryp is, op eene goede standplaets gezaeid en nadien met dolkens verplant; zy moeten veel water in de drooge saizoenen hebben, en om er alle jaren schoone bloemen van te verkrygen, moet men in de lente eenen of twee wortels, van de struiken die in den grond blyven, afsnyden, die in potten planten, en vóór dat zy beginnen te bloemen, in de lommer in de huizen of in de oranjery plaetsen. De Campanula nitida van den Hortus Kew., is eene langlevende plant van Amerika, die hier ook in de kruidhoven wordt gekweekt. De Campanula rapunculoides, de Campanula glomerata en de Campanula cervicaria, allen van Linnaeus, groeijen veel in België in de bosschen en drooge meerschen. Alle deze Klokkruiden

l

worden meest door struikscheiding en door het zaed vermenigvuldigd.

KLOKSKENSKRUID VAN CANARIEN, in 't fransch Canarine, in 't latyn Canaria, door Tournefort Campanula genoemd, door Jussieu onder de familie van de Klokbloemen gesteld, en onder de 6e klasse van Linnaeus, Hexandria digynia, planten die met zes meeldraedjes bloemen en twee stampertjes hebben.

Het Klokskenskruid (Campanula of Canaria campanula van Linnaeus) is eene langlevende plant van de Canarische eilanden, die veel in het eiland Madera wast, van waer zynaer België is overgebragt; zy groeit met kleefachtige en door lym bedekte bladen en getakkelde stengels, omtrent 1 meter hoog, bloeit van in january, maer doch meest in maerte, met zeer schoone, groote, gele, klokvormige bloemen, en bloembladen welker boorden gestraeld en safraenachtig gestreept zyn; zy brengen zaedhuisjes met zes hutjes en veel zaedjes voort. Deze Canaria campanulata verschilt enkelyk van de Klokskensbloemen door de natuerdeelen, daer de Klokbloemen vyf meeldraedjes en één stampertje hebben, terwyl deze bloem zes meeldraedjes en twee stampertjes heeft. Deze schoone plant, die men by verscheidene onzer kundige bloemkweekers kan verkrygen, moet in ons klimaet in de matige serren gekweekt worden, en kan in den herfst door uitloopers en struikscheiding vermenigvuldigd worden.

KNAVEL, Kreupelgras, in 't fransch Gnavelle, in 't latyn Scleranthus, van Tournefort Alchimilla, en onder zyne 15e klasse, 4° sectie gesteld, der planten die met meeldraedjes bloembladloos bloeijen; door Jussieu onder de familie van de Porseleine, en onder de 10° klasse van Linnaeus, Decandria digynia, planten die met tien meeldraedjes bloemen en twee stampertjes hebben.

De éénjarige Knavel (Scleranthus annuus van Linnaeus) is een éénjarig, klein kruidgewas van Europa, dat zeer veel in Vlaenderen en elders in België, in de onbebouwde landen en velden, op zandachtige, drooge en vochtige plaetsen, meest van juny tot in october wordt gevonden, en wast met dunne stengeltjes, langs de aerde verspreid, welke in zeer veel knoopkens als ledekens zyn verdeeld en een roodachtig kleur hebben; er wassen zeer veel kleine bladerkens aen, en er bloeijen van in july tot augusty kleine, geelachtige, witte bloempjes op, die aen ieder knoopje trosgewyze verzameld en zoo menigvuldig zyn, dat al de stengeltjes van dit gewas er geheel mede beladen en byna door de zaedjes, die in de bloemkelkjes zonder zaedhuisjes groeijen, bedekt zyn; waerdoor die plant in de volkstael den naem van Duizendkoorn heeft bekomen. De overblyvende Knavel of Kreupelgras (Scleranthus perennis van Linnaeus) is eene langlevende kruidplant van Europa, die in België op vochtige en drooge plaetsen, ten alle kanten in de velden en opene lucht wast, met dunne en veel geknoopte stengels, die omtrent 10 of 14 centimeters hoog wassen, en veel zydelingsche takjes, aen de welke veel kleine, smalle blaedjes wassen en waerop hier, meest in july, kleine graskleurige bloempjes bloeijen, die veel zaedjes voortbrengen, geheel dit gewas is grysachtig wit en schynt eene medesoort van het Werkensgras te We7en. Deze kruidplanten hebben eene merkelyk verdroogende kracht, en zyn zeer goed om de wonden te doen heelen en toe te sluiten. De kruiden gezoden en met eenigen drank ingenomen, worden zeer krachtig gevonden, zegt Lobel, zoo als het Breukkruid, om de gescheurdheid der darmen te heelen; men heeft menige menschen van dergelyke gebreken zien genezen, door die kruiden enkelyk als afkooksel te gebruiken. Zy zyn om hunne deugden van over zeer oude tyden hier van sommige landlieden bekend, en worden tot verzachting der darmen en tegen den buikloop en rood melizoen hier te lande gebruikt. Het poeijer van die kruiden met wyn gedronken, kan de te lange achterblyvende pisse verwekken, en dryft ook den steen van de nieren en blaes. Het water, van dit kruid gedistilleerd, acht dagen gedronken, opent alle verstoptheid en geneest volkomenlyk de geelzucht, het zaed kan ook de wormen der jonge kinderen dooden. De vruchtryke Knavel (Scleranthus polycarpos van Linnaeus)

« VorigeDoorgaan »