Pagina-afbeeldingen
PDF
ePub

ven door wortelscheiding in de lente wordt vermenigvuldigd, het bezit ook eenen warmen smaek. De Winter-Keule (Satureia thymbra van Linnaeus) wordt hier in de oranjehuizen gekweekt en door afzetsels vermenigvuldigd. Al de deelen van deze plant verspreiden eenen aengenamen geur; zy is zeer scherp op de tong, en wordt veel in Italië en elders als peper in de spyzen gebruikt, in poeijers bereid en met wyn gedronken, geneest zy de gebreken van de borst en longer, plaesters met tarwemeel daermede gemaekt en op de heupen gelegd, zyn zeer dienstig voor het sciatica.

KINA, Koortsbast, in 't fransch Quinquina, Cascarille, in 't latyn Cinchona, is door Jussieu onder de familie der planten die roode verw inhouden gesteld, en onder de 5e klasse van Linnaeus, Pentandria monogynia, planten die met vyf meeldraedjes bloemen en maer één stampertje hebben. De Kina of Koortsbast (Cinchona officinalis van Linnaeus) is een langlevend groot boomgewas van Peru, dat met altoosblyvende, langwerpige, ronde bladen, die van onder harig zyn, wast, met bladstelen die op de takken regtovereen staen; bloeit in Peru met trosvormige aren op de stelen en éénbladige, kleine bloemkelkskens, die klokvormig in drie zyn getand, en trechtervormige bloemkransen, die rond gepypt en veel langer dan de bloemkelken zyn. De Kina (Cinchona cariboea van Linnaeus) is een langlevend boomgewas van Amerika, dat met lange, eivormige, groene bladen groeit, en bloemen voortbrengt met lange meeldraedjes, die uit de bloemkransen hangen en eenen zoeten geur verspreiden. De bloemtrosdragende Kina (Cinchona corymbifera van Linnaeus) is een langlevend boomgewas van Amerika, dat veel in de eilanden Quito, Papayan, Nieuw-Grenaden en elders groeit, met langwerpige, lansvormige bladen, en met bloemtrosjes bloeit. Zyne schors houdt eenen zeer bitteren smaek in, en gelykt ook van krachten aen den Cinchona officinalis van Peru. Deze boomschorsen worden voor de anderdaegsche koortsen gebruikt, het is door de kunstscheidingen, dat de heeren Pelletier en Caventon, al de heilzame krachten van den Kina hebben ontdekt : eenige greintjes van Sulfate de Quinquina of Koortsenbastzuer, is voordeeliger dan eene groote dosis van die Kinaschors in poeijers gestampt, zeven of acht greintjes van die Sulfate, in den tusschentyd dat de koortsen zich ontwikkelen, aen de zieken bezorgd, beletten de koortsen of doen die ten minste op eene merkelyke wyze verachteren. De Sulfate van den Kina, zegt de doctor Guersent, heeft eene wonderbare kracht, en is meer samentrekkend dan de Kina in poeijers, om de werkende spieren te herstellen en ook voordeeliger om in de rotte koortsen te gebruiken, inzonderheid die van de vuile dampen, de verhitheid, en ook van besmettelyke ziekten voortkomen. De krachten van den Kina zyn maer in het jaer 1638 in Europa bekend gemaekt, maer al de deugden van dien Koorlsenbast waren van over zeer oude tyden door de inboorlingen van Peru gekend. De gravin Del Cinchon, echtgenoote van den onderkoning van Peru, was langen tyd met de koortsen gekweld : de gouverneur van Loxa dit vernemende, zond haer een pakje met Kina poeijers, waervan de deugden hem door eenen indiaenschen heelmeester waren aenbevolen, als een koortsenverdryvend middel dat aldaer te lande was gebruikt. Na het innemen van die poeijers, werd de gravin Del Cinchon van de ziekte bevryd, en by haer terugkeeren naer Europa, bragt zy eene groote menigte van dit poeijer mede, welk zy in Spaenje uitdeelde en al deszelfs krachten kenbaer maekte; waerdoor die boomen sedert in 't latyn den naem van Cinchona behouden hebben. In het jaer 1649 ontvingen de eerwaerdige paters Jesuiten te Roomen, eene groote menigte van dit poeijer, door hunne zendelingen uit Amerika overgebragt, en welk zy ten alle kanten in Italië uit menschlievendheid verspreidden. Ten dien tyde was de Kina maer onder de geheime geneesmiddelen van sommigen bekend, en werd eerst Gravinne-poeijer en Jesuitenpoeijer genoemd. Vervolgens heeft de heer doctor Talbot van Sydenham, het recept met al de geheime middelen om den Kina te gebruiken, aen den koning Lodewyk XIV verkocht, die ze gansch openbaer heeft doen maken. Dus volgens is Europa aen de gravinne Del Cinchon, aen de Jesuiten en ook aen Frankryk al de weldaden verschuldigd, die de Kina sedert dien tyd ten nutte der menschen heeft bewerkt.

KLAVER, in 't fransch Treffle, in 't latyn Trifolium, is onder de 10° klasse, 4e sectie van Tournefort gesteld; door Jussieu onder de familie van de peulvruchtdragende planten, en onder de 17° klasse van Linnaeus, Diadelphia decandria, tweebroederigen, planten die met tien meeldraedjes bloemen, in twee groepen gescheiden. Volgens Linnaeus rangschikking vindt men er 48 soorten van, die een- of tweejarige en ook langlevende kruidplanten zyn, en waervan er 22 verschillige soorten in Vlaenderen en elders in België groeijen. / De Winkel-Klaver (Trifolium officinale van Linnaeus) is eene tweejarige kruidplant van Europa, meest Steenklaver genoemd, die hier ten allen kanten in de velden wast, en waervan ik een bezonder artikel zal schryven. De Klaver met roode bloemen (Trifolium incarnatum van Linnaeus) is eene éénjarige plant van Italië, die heden in België veel wordt gezaeid, en in july met allerschoonste roode, scharlaken bloemen bloeit. De Meersch-Klaver (Trifolium pratense) is eene langlevende kruidplant, die veel in de meerschen wast. De Alpische Klaver (Trifolium alpestre) groeit meest in België, aen de bergen en onbebouwde landen. De middelmatige Klaver (Trifolium medium van Linnaeus) is eene langlevende plant, die hier meest in de bosschen wast. De Aerdbezie-Klaver (Trifolium fragiferum) en de BergKlaver (Trifolium montanum) zyn twee langlevende planten, die in Vlaenderen in de meerschen, op drooge plaetsen wassen. De Hoppe-Klaver (Trifolium agrarium van Willdenow) is eene éénjarige plant, die hier in de meerschen groeit. De nederliggende Klaver (Trifolium procumbens) en de draedvormige Klaver (Trifolium filiforme van Linnaeus) zyn twee éénjarige planten, die in de drooge velden wassen.

De geelachtige witte Klaver (Trifolium ochroleucum van Linnaeus) groeit meest op drooge plaetsen aen de heiden. De Klavers die men meest in België zaeit, om droog en groen de kruidetende deelen te voeden, zyn de kruipende Klaver (Trifolium repens) en de purpere Klaver (Trifolium purpureum), die met lange dikke stengels en veel bladen aen de knoppen der stelen wassen, meest driebladig en somtyds vierbladig groeijen, kroonwyze geschikt zyn, roodachtige en sommige witachtige bloemen dragen en veel zaed voortbrengen. Men kan die dikwils drie of vier mael het tweede jaer afmaeijen, en versch of droog gebruiken om de koeijen, paerden, schapen, ezels, enz., mede te voeden. Zy worden alle jaren in de velden, meerschen en elders gezaeid, en men laet ook den toemaet van de koeijen en andere kruidetende dieren afweiden. De groote sterkriekende Klaver (Trifolium magnum, acutum odoratum van de oude Kruidbeschryvers, of Trifolium bituminosum, Trifolium asphaltaeum) is eene éénjarige kruidplant van Zuid-Europa, die in België uit Sicilië en Italië is overgebragt, en alhier by sommige liefhebbers alle jaren in de lente, om hare deugden, in de officinale kruidhoven wordt gezaeid; zy groeit met eenen stengel, lange, dunne bladstelen en drie spitse, donkergroene bladen, omtrent 1 meter hoog, waertusschen nog zytakjes uitspruiten, die de bloemstelen vormen, waerop van july tot in september haerachtige, bleekgele bloempjes bloeijen, die eenen sterkriekenden geur verspreiden en aen de welriekende SteenKlavers eenigzins gelyken. Deze bloempjes worden, terwyl zy bloeijen, vergaderd, zy bezitten eene warme en drooge kracht tot in den derden graed, gelyk de Bitume, daerom genezen zy de pyn in de zyde, die uit verstoptheid haren oorsprong heeft, en verwekken de maendstonden, die bloempjes op olyfolie latende trekken, zyn zeer goed om de verbrandheid te genezen en eene zalve mede te maken, die onder den naem van bloemkensolie is bekend. l Hippocrates en andere beroemde grieksche Kruidkenners hebben de eigenschappen van deze sterkriekende Klavers beschreven, en zeggen dat zy goed zyn tegen de vallende ziekte en

w

[ocr errors]

derdendaegsche koortsen, dat zy niet alleen de maendstonden verwekken, maer ook de vrucht en nageboorte doen voortkomen, als eene vrouw na het baren niet wel gezuiverd is, daerom mogen bevruchte vrouwen die nooit gebruiken noch er zelfs aen rieken. De bladen of bloemen gestooten en met azyn opgelegd, zyn goed voor degenen die van vergiftige of venynige dieren gebeten zyn. Die de gichtigheid of kramp heeft, neemt eene handvol van deze Klavers, in brandewyn geweekt, om de leden mede te smeren en wel te vryven, waerdoor zy spoedig genezen. Het gedistilleerd water van gansch dit kruid is zeer dienstig om al de voorzegde gebreken te genezen. De bloemen van al die Klavers zyn zeer aengenaem aen de biën, die er ook veel honig uithalen, maer de Klavers zyn koud en droog van aerd, en de jonge bladen bezitten veel koolstofzuer (acide carbonique), welk de kruidetende dieren, inzonderlyk de koeijen, somtyds kan doen opzwellen en droevige voorvallen veroorzaken. Men heeft bemerkt dat de voeding met versche jonge klavers, door de gisting in de maeg der kruidetende dieren, een zeker gedeelte gaz van dit koolstofzuer vormt, hetgeen die opzwelling der dieren veroorzaekt. Niets is dan zoo noodzakelyk als een middel by de hand te hebben om de dieren te doen innemen en dien gaz te kunnen doen verminderen. Zulk een eenvoudig middel is de Ammoniak (Alcali volatil) : met enkelyk een lepel van dien Ammoniak in een glas water te mengen, en dit die opgezwollene dieren te doen inzwelgen, bekomt men eenen goeden uitval, ziet men allengskens die opzwelling verminderen, en op min dan eene uer die dieren geheel in hunnen natuerlyken staet herstellen. Ik noodig alle eigenaers, en al wie belang in den landbouw stelt, uit, zoo een gemakkelyk en nuttig middel ten platte lande aen de pachters te willen mededeelen, en hun aen te moedigen dit te gebruiken, waerdoor men de droevige gevolgen van de opzwelling der kruidetende dieren kan verhelpen, want het is heden algemeenlyk bekend dat dit eenvoudig middel ten hoogste dit doel bereikt. Maer de landbouwers zyn nog dikwils slaven van voorvaderlyke overleverin

« VorigeDoorgaan »