Pagina-afbeeldingen
PDF

JUSSIEU, in 't fransch Jussiée, in 't latyn Jussiaea, door Tournefort Onagra genoemd, en onder zyne 6e klasse, 9" sectie gesteld, der roosvormige bloemplanten, door Jussieu onder de familie van de Nachtbloemen of Ezelskruid, en onder de 10° klasse van Linnaeus, Decandria monogynia, planten die met tien meeldraedjes bloemen en maer één stampertje hebben. De Jussiaea suffruticosa is eene langlevende plant van de Indiën, die met achthoekige bladstelen en stengels groeit, en bloeit met vier bloembladen in de kelken. Deze plant is aen wylen den kundigen heer Jussieu opgedragen en heeft naer hem haren naem verkregen. Zy wordt met den Jussiaea inclinata, van Surinam, te Parys in den koninglyken Kruidhof gekweekt : ik heb die maer eens, zelfs zonder de bloemen, gezien; hare krachten en de wyze van die te kweeken zyn my niet bekend. A JUSTICIA of indiaensche Notenboom, in 't fransch Carmentine, Noyer des Indes, in 't latyn Justicia, door Tournefort Adathoda genoemd, en onder zyne 3° klasse, 4° sectie gesteld, der planten die met figuerbeelden bloemen, door Jussieu onder de familie van de Beerenklauwen, en onder de 2° klasse van Linnaeus, Diandria monogynia, planten die met twee helmstyltjes bloemen en maer één stampertje hebben. Veel verscheidene soorten van die planten, alle van de Indiën, zyn in België overgevoerd. De indiaensche Notenboom (Justicia adathoda van Linnaeus) is een langlevend heesterachtig houtgewas van de Indiën, dat veel in Ceylan, Malabar en elders wast, en hier omtrent 2 of 3 meters hoog groeit, met altoosblyvende, lansvormige bladen, zeer lommerryk geschikt, bloeit in july, met opene, gelipte bloembladen, eivormige bloeibladen en meeldraedjes met een knopje, de noten groeijen tusschen het onderste gedeelte der bloembladen. De vierspletige Justicia (Justicia quadrifida van Vahl, Symbolae botanicae), is een houtachtig kruidgewas van Zuid-Amerika, dat hier omtrent 60 of 70 centimeters hoog wast, regt getakkeld, met smalle bladen, bloeit van juny tot in september, met bloemtrossen op de toppen, en schoone, roode, langgepypte, scharlaken bloemen, die eene allerlieflykste versiering maken. De roode Justicia (Justicia coccinea van den Hortus Kew.) is eene langlevende plant van Zuid-Amerika, die hier struikgewys groeit, en met aren en zeer veel schoone, levende, roode scharlaken bloemen bloeit. Deze schoone plant wordt van alle liefhebbers met behagen aenschouwd. De Justicia met trechtervormige bloemen (Justicia infundibuliformis) is eene nieuwe langlevende plant van de Indiën, die hier onlangs met de Justicia crosandra en de Justicia undulata is overgevoerd, zy hebben welriekende bladen, en bloeijen met groote, geelachtige roode bloemkelken en schoone karmyne bloemen. Deze houtachtige kruidgewassen met hunne lansvormige, schoone bladen, zyn zeer versierend. De Justicia met twee kleuren (Justicia bicolor) is een klein, houtachtig kruidgewas van Jamaïca, dat met gewolde takjes en eivormige, gladde bladen groeit en hier in july bloeit met drie of vier eenbladige bloemen, die op de stengels vereenigd zyn, witte bloemkransen hebben, en donker purperachtig gespikkeld zyn. De Justicia cristata en Justicia ruellia cristata van de Indiën, die ook veel in Griekenland groeijen, bloeijen hier meest van in augusty tot in october, met aren op de toppen en allerschoonste, lange, gepypte bloemen, die een levendig hoogrood kleur hebben. De Justicia lutea van de Indiën is eene lieflyke plant, die hier van in april begint te bloeijen, met aren en zeer schoone overeenliggende, gele, dubbele bloemen. De Justicia purpurea van Linnaeus, is eene langlevende kruidplant van China, die knoestige stengels uit hare wortels schiet, en met gladde, eivormige bladen groeit, die langs weder zyden

puntig zyn; zy bloeit met aren op de toppen en schoone, purperachtige bloemen.

Velen van onze bloemkweekers hebben nog onlans van de Indiën de volgende soorten van die schoone plantgewassen verkregen, waermede zy in verscheidene tentoonstellingen de eerepryzen hebben behaeld, en die allen met allerlieflykste bloemen bloeijen : de Justicia amabilis, Justicia carnea, Justicia flavicomba, Justicia nervosa, Justicia nitida, Justicia picta, Justicia glabrata en de Justicia isophilla. Zy moeten hier allen in de matige en warme serren in den heigrond gekweekt worden, en kunnen door uitspruitsels, inleggers en afzetsels, in potten, op warme broeibakken onder het glas in de runne worden vermenigvuldigd, maer moeten in drooge jaergetyden dikwils besproeid zyn. De noten van de eerstgemelde Justicia zyn zeer voedzaem, bezitten eenen aengenamen smaek, en worden in de Indiën, alwaer zy wel hare rypheid verkrygen, veel versch en droog geëten.

EIN DE VAN HET TWEEDE DEEL,

[graphic]
[ocr errors][merged small]

BESCHRY VING DER vooRNAEMSTE PLANTEN EN GEWASSEN, DIE IN BELGIE GROEIJEN
EN GEKWEEKT WORDEN,
Derde Hoofdstuk. - C. Bl

Cabrillet, Ehretia. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Cacaoboom, Kakauboom, Cacaoyer, Cacaotier, Theobroma. . . . .
Cachouboom, Cachou, Mimosa catechu . . . . . . . . . . . . . .
Cactus, Cactusboom, Cactier. . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Cakile, Kalikruid. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Caladium, Caladion. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Calissehout, Zoethout, Zoetwortel, Réglisse, Glycyrrhiza . . . . .
Callicarpa, Callicarpe - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
Callicoma, Callicome . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Campechehout, Bois de Campêche, Haematoxylum . . . . . .

Canariezaed, Glansgras, Alpiste, Graine d'Oiseau, Graine de Canarie, Phalaris . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 18

Cannabine, Datisca . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14 Cassiaboom, Seneboom, Senebladen, Sena, Casse, Séné, Cassia. . . 15 Casuarina . . . . . . . . . .- - - - - - - - - - - - - - - - - - 17 Catalpaboom, Bignone catalpa, Bignonia catalpa . . . . . . . . . 18 Catananche, Mingodin, Cupidone . . . . . . . . . . . . . . . . 19 Ceanothus, Céanothe. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20 Cederboom, Ceder van Libanon, Cèdre du Liban, Pinus cedrus . . 21 Celastrus, Célastre . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 23 Celsia . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 25 Cerbera, Ahouaile . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . » Chicot, Bonduc, Gymnocladus of Guilandina . . . . . . . . . . . 26 Chironia, Chirone . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 27 Christophelkruid, Sint-Christophelkruid, Christophorine, Actaea. . 28

Christusoogen, Wolrooze, Constantinopel, Koekoeksbloemen, Fransche Rooskens, Lampette, Lychnide, Lychnis . . . . . . . . . 29

Christuspalm, Wonderboom, Kruisboom, Ricin, Ricinus . . . . . 31 Cipres, Cipresseboom, Cyprès, Cupressus . . . . . . . . . . . . 83

[ocr errors]
« VorigeDoorgaan »