Pagina-afbeeldingen
PDF

zaeid of door inleggers vermenigvuldigd, maer zy kunnen hier onze koude winters niet wederstaen : derhalve moeten zy in de lente op lauwe broeibakken worden gezaeid en 3 of 4 jaren in de oranjery bevryd zyn, waerna zy dan wel 12 of 14 graden koude kunnen wederstaen. Het is dus zeer voorzigtig die 's winters wel te verzorgen en eenige van die planten in de oranjehuizen te bevryden.

JOKBOOM, Hanebeuk, Hertelaerhout, Wielboom, Heggebusch, in 't fransch Charme, Charmille, in 't latyn Carpinus, is onder de 19° klasse, 1° sectie van Tournefort gesteld, der bloembladlooze planten, wier bloemen in een katje zyn geplaetst; door Jussieu onder de familie van de katjesdragende boomen, en onder de 21° klasse van Linnaeus, Monoecia polyandria, éénhuizigen of éénslachtige bloemen, met veel meeldraedjes, welke met de slampertjes zyn samengegroeid en mannelyke en vrouwelyke bloemen dragen, welke op ééne steng aengetroffen worden. De Jokboom of gemeene Hertelaerboom (Carpinus vulgaris) is een langlevend boomgewas van Europa, dat in de bosschen van België, Duitschland, Engeland en elders groeit, met groene, geribde bladen, en alhier meest in mei bloeit, met groenachtige bloemen, die geschubde, platte vruchtaren voortbrengen, welke gemeenelyk tot in den winter op de boomen blyven. Men heeft door het zaed eene medesoort bekomen met witte bonte bladen. De Jok- of Hop-Wielboom (Carpinus ostrya) groeit meest in Italië, en bloeit van in april, met groenachtige bloemen, de schubben der vruchtaren zyn gezwollen. De oostersche Wielboom (Carpinus orientalis), die alhier in de lusthoven wordt geplant, groeit maer omtrent 3 meters hoog, met ovale, lansvormige, getande bladen, en bloeit meest in mei, met groenachtige bloemen, die korte vruchtaren voortbrengen. De virginische Jokboom (Carpinus virginiana), die in België in de lusthoven wordt geplant, groeit tamelyk hoog, met lanswyze gespitste bladen, en bloeit ook in mei, met groene bloempjes, die zeer lange vruchtaren voortbrengen. Deze boomgewassen worden alhier veel geplant om hagen van te maken, en door het zaed, korts nadat het ryp geworden is, maer toch meest door inlegging met november, maert of april aengekweekt. Het zaed kan twee jaren in den grond blyven eer het opkomt, waerom de vermenigvuldiging meest door inlegging geschiedt. Het hout van deze boomen is wit, hard en taei, en zeer dienstig voor draeijers, molen- en wagenmakers en tot alle werken die sterkte vereischen, alsmede tot heften, handwerks-gereedschappen, enz.; het is zeer goed brandhout, dat veel hitte verschaft. De kolen van dit hout worden voor de beste voor zilversmeden en loodgieters gehouden; van de jonge takken vlechten de landlieden heel duerzame horden om hunne akkers mede te overslepen.

JUDASBOOM, in 't fransch Gainier of Arbre de Judée, in 't latyn Cercis, door Tournefort Siliquastrum genoemd, en onder zyne 22e klasse, 1° sectie gesteld, der boomen die met fledderbloemen bloeijen; door Jussieu onder de peulvrucht-dragende boomen, en onder de 10e klasse van Linnaeus, Decandria monogynia, planten die met tien meeldraedjes bloemen en maer één stampertje hebben.

De Judasboom (Cercis siliquastrum van Linnaeus) is een zeer schoon heester-boomgewas van Zuid-Europa, dat hier boomgewyze of in struiken, volgens het snoeijen, omtrent 1 meter hoog wast, met veel takken, waerop in de lente zeer veel schoone, versierende bloemen bloeijen, die een lieflyk roozekleur hebben en peulvruchten voortbrengen. Het is gemeenelyk na de bloemen, dat de schoone, gladde, hartvormige, rondachtige, groene bladen volgen, die nooit van de ongedierten worden aengerand en geheel den zomer in de lusthoven eene aengename versiering maken. Men heeft van dezen Judasboom eenige medesoorten door het zaed bekomen, die met schoone, witte, roosachtige bloemen vroeg in de lente bloeijen.

De kleine Judasboom (Cercis canadensis van Linnaeus) is een langlevend heester-houtgewas van Canada en Virginië, dat hier maer omtrent 60 of 70 centimeters hoog wast, en van bladen en bloemen wel aen den eerstgemelden gelykt.

Deze heester-boomgewassen, die onze koude winters kunnen wederstaen en in alle gronden zeer wel voortkomen, beminnen nogtans goede, losse, zandachtige aerde, zy worden alhier meest door inleggers of ook door het zaed, dat men uit hunne natuerlyke groeiplaets verkregen heeft, vermenigvuldigd; welk zaed in het voorjaer, nadat het den vorigen winter in vochtig zand op eene lauwe plaets te meuken gestaen heeft, in potten gezaeid wordt, de voortgekomene jonge boompjes worden daerna, één jaer oud geworden zynde, in andere potten verplant, om ze verder 's winters in het oranjehuis te bewaren, tot dat ze eenige jaren oud geworden zyn, wanneer men ze in de tuinen verplant of aen de muren zet, alwaer zy vroeg in het voorjaer, eer de bladen uitspruiten, schoone bloemen aen den stam en aen de zytakken geven, doch de uitloopers, die in de opene lucht voortkomen, zyn wat harder en worden gewonelyk daerom voortgekweekt. Zeer velen zeggen dat deze boom Judasboom genoemd wordt, omdat de verrader Judas zich aen eenen boom van deze soort zou verhangen hebben, vermits de takken krom of haekswyze groeijen, toch men moet dit maer voor een vertelsel aenzien : hy is Arbor Judae genoemd, omdat hy van Judeën voortkomt. Het hout is zeer fraei, zwart en groen geaderd, met eenige gele plekken op eenen gryzen grond, het neemt eenen schoonen glans aen en dient aen de tafelwerkers en draeijers. De jonge toppen buigzaem en het hout hard zynde, kan men er kleine banden voor vaten van maken. De bloemknoppen worden met azyn ingelegd en als de Kappers over de salade geëten. De vruchten van deze boomen bezitten weinig krachten; zy worden in de warme landen enkelyk gebruikt om de pluimdieren te voeden, en hier om hunne schoone versiering in de bloemhoven geplant. JUDASPENNING, Maenkruid, groot Penningkruid, in het fransch Lunaire, Wummulaire, Monnayere, in 't latyn Lunaria, is door Jussieu onder de familie van de kruisvormige bloemplanten gesteld, en onder de 15° klasse van Linnaeus, Tetradynamia siliculosa, viermagtigen, planten welker bloemen vier groote en twee kleine helmstyltjes hebben, en peulvruchten voortbrengen die als ronde penningen verbeelden.

De Judaspenning (Lunaria annua van Linnaeus) is eene tweejarige kruidplant van Duitschland, die hier met hartvormige, donkergroene bladen aen de wortels wast, waeruit het tweede jaer stengels spruiten, waerop vroeg in de lente veel purperachtige, roode, enkele bloemen tot in mei bloeijen, die ronde penningen, met drie of vier zaedjes gevuld, voortbrengen. Deze plant, die wel in de tuinen haer zelve zaeit, wordt om hare vroege bloemen ook in de bloemhoven in de lente gezaeid.

Het Maenkruid (Lunaria rediviva van Linnaeus) is een langlevend kruid van België, dat veel in de provinciën Antwerpen, Limburg en elders, aen de beemden, poelen, grachten, in loopende waters en somtyds in de vochtige bosschen wast, met langwerpige, dunne stengels aen de wortels, en groene, rondachtige bladeren van omtrent 3 centimeters breed, aen de stengels groeijen, meest in mei, gele, enkele, verspreide bloemen, die aen de Boterbloemen gelyken, en by de oude Kruidkenners Nummularia genoemd werden, men kan nogtans de bloemen van het Maenkruid door haren aengenamen reuk van de Boterbloemen onderscheiden.

Deze twee kruiden zyn van ouds om hunne deugden bekend : zy zyn zeer dienstig om de zweren en zeeren van den mond te genezen, met geitenmelk gezoden en daermede gegorgeld, zyn zy goed tegen de prikkelingen in de keel en om de borst te verzachten. De bladen en bloemen gedroogd of versch op de gezwellen gelegd, verjagen den vurigen brand, met wyn gekookt en gedronken zyn zy goed, zegt Lobel, om den bloedloop te stelpen, door afkooksel met honig of suiker bereid, worden zy met voordeel gebruikt om de kinderen te genezen die met de grippe of kinkhoest besmet zyn; het gedistilleerd water van die kruiden gemaekt, is goed ingenomen om de gescheurdheid te genezen. '

JUJUBENBOOM, Oleaster, wilde Olyfboom, witte Jujubenboom, Boheemsche Olyfboom, roode Jujubenboom, in 't fransch Chalef, Olivier de Bohéme, in 't latyn Elaeagnus, door Tournefort olyfkleurig bygevoegd, door Jussieu onder de familie van den Chalefboom gesteld, en onder de 4e klasse van Linnaeus, Tetrandria monogynia, boomen die met vier meeldraedjes bloeijen en maer één stampertje hebben. De Jujubenboom met smalle bladen (Elaeagnus angustifolia van Linnaeus) is een langlevend boomgewas van Oost-Europa, dat veel in de bosschen van Bohemen, Griekenland, Azië, Italië en elders in 't wilde wast, en hier in de lusthoven om zyne schoone gedaente wordt geplant, en zeer getakkeld groeit in struiken of boomen, volgens het snoeijen, omtrent 2 of 3 meters hoog, met gebogene takjes en veel zilverachtige, witte, lansvormige bladen, die van onder met fynen witten dons zyn bedekt, en eenen aengenamen geur verspreiden, bloeit hier meest in july, met zeer veel geelachtige, klokvormige bloempjes, die olyfachtige vruchten voortbrengen, welke in de warme landen even als de Olyven worden gebruikt, maer in onze gematigde luchtstreek geenzins hare rypheid verkrygen. Men vindt nog den oosterschen Jujubenboom (Elaeagnus orientalis van Linnaeus), die ook zonder doorns en met eivormige, scherpe bladen wast. Deze boomen kunnen door inleggers en uitloopers of stekken van de jonge takjes, die op belommerde plaetsen wel wortel vatten, vermenigvuldigd worden, en ook door het ryp zaed dat men van Bohemen doet komen en in het voorjaer op warme broeibakken zaeit. De jonge planten bevrydt men twee of dry jaer 's winters in de oranjehuizen, en verplant die alsdan in lossen, zandachtigen grond. Deze boomen worden heden veel op jong Perenhout geënt; volgens myne ondervinding komen de bladen alsdan veel grooter, en verspreiden ook eenen zeer aengenamen reuk. De vruchten van deze boomen die men hier van vreemde landen doet komen, worden door de apothekers veel in de medecynen vermengd; zy bezitten dezelfde krachten als de Lotusboom van Azië inhoudt, en worden versch en droog geëten; zy zyn borstverzachtend, de afkooksels geschieden met een twintigtal vruchten in 2 liters water, er wordt ook eene syroop mede gemaekt en deeg die men by de apothekers verkoopt.

« VorigeDoorgaan »