Pagina-afbeeldingen
PDF

De gemeene Christuspalm of Wonderboom (Ricinus communis van Linnaeus) is eene tweejarige kruidplant van Oost-Europa, die in België in de kruidhoven wordt geplant, en groeit op korten tyd tamelyk hoog met eenen getakkelden stengel, zoodat zy een boompje schynt te wezen, zy heeft groote, donker groene, handvormige, schildachtige, hoekige bladen, die van kleur wel aen de Wygenboom-bladen gelyken, maer meer getand en gezaegd zyn; uit de oksels of uit den schoot der takjes spruiten de bloemstelen, waerop, van july tot augusty, aren of trosjes groeijen, die bloempjes met weinig glans dragen, waeraen de vruchten druifgewyze hangen en zeer wonderlyk zyn. Om deze plant in ons klimaet te kunnen kweeken, moet die vroeg in de lente in potten op lauwe broeibakken in de oranjery worden gezaeid, en dan met het beginne der maend mei met dolkens op eene goede, warme standplaets zyn verplant; alzoo kan het zaed alhier in october ryp worden, hoewel het nogtans by koude zomers zyne rypheid veeltyds niet verkrygt. Deze plant wordt van sommigen Mollenkruid geheeten, omdat zy de mollen verdryft, in Frankryk, Engeland en elders, wordt zy by de apothekers Palma christi geheeten, en by de Grieken Croton genoemd, naer de gedaente van het zaed. Deze Wonderboom blyft in Egypten en elders lange jaren levendig, en wordt een groote boom, uit het ryp zaed wordt eene olie getrokken, die in de geneeskunst zeer wordt geacht en eenen bitteren, walachtigen smaek heeft, zy wordt veel met sap van de moerbeziën vermengd, en als buikzuiverend middel gebruikt. Alle geneeskundigen die over de kruiden hebben geschreven, zeggen dat die olie aen de menschen zeer dienstig is voor de verstoptheid en darmpyn, om de ontsteking der ingewanden te verzachten, de wormen te verdryven, en alle kwade galachtige vochten uit het lichaem te jagen. Men schryft, zegt de doctor Chomel, aen de volwassene menschen eene dosis van 1 tot 2 oncen, volgens den ouderdom, voor, want te veel in eens daervan ingenomen, kan de maeg zeer ontstellen en gansch het lichaem beroeren, om dit te beletten moet men die matig en met voorzigtigheid gebruiken, en om den bitteren smaek te verdooven, kan men die olie met anyszaed, of gember en kaneel bereiden, alzoo ingegeven, doet zy niet braken. De loodblauwe Wonderboom (Ridinus lividus van Willdenow) is een langlevend boomgewas van de Kaep, dat alhier by sommige liefhebbers in de matige serren, om zyne wonderbare bladen en bloemen, wordt gekweekt. " - De Ricinus mappa van Linnaeus groeit meest in de Moluksche eilanden, en de Ricinus inermis in de Oost-Indiën.

CIPRES, Cipresseboom, in 't fransch Cyprés, in 't latyn Cupressus, is onder de 19° klasse, 3° sectie van Tournefort gesteld, der boomen die katjes dragen en bloembladloos bloeijen, door Jussieu onder de familie der boomen die kegelvormige vruchten dragen, en onder de 21e klasse van Linnaeus, Monoecia monadelphia, eenhuizigen, met mannekens- en wyfkens-bloemen, die op ééne steng aengetroffen worden, en afzonderlyk bloeijen. De mannekens kelken zyn geschulpte katjes, zonder kransjes, met vier steellooze helmknopjes zonder draedjes, de wyfkens zyn geschulpte kegeltjes met eenen puntigen styl, die hoekige en hollige nootjes voortbrengen. De altoos groenblyvende Cipresseboom (C. sempervirens van Linnaeus) is een langlevend boomgewas van Zuid-Europa, dat in Italië, Spaenje, Zuid-Frankryk en andere warme landen natuerlyk groeit, met eene gelakkelde steng en vierhoekige, overeen liggende bladen die altyd groen blyven. Maer dit schoon gewas kan alhier aen onze wintersche koude niet wederstaen, en moet in de oranjery bevryd worden. De portugesche Cipresseboom (C. lusitanica van Willdenow), van Portugael, groeit ook veel in Spaenje, alwaer hy rond de eigendommen en hoven wordt geplant. De tweeryige Cipresseboom (C. disticha van Linnaeus) is een langlevend boomgewas van Virginië, dat met eenen getakkelden stam en groene bladen in dubbele ryen groeit. Men vindt nog den Cupressus thuyoides, met bladen welke aen die van den Levensboom gelyken ; deze twee laets gemelde kunnen onze koude winters wel wederstaen. Men heeft alhier ook den Cupressus pendula, van Japan verkregen, die in de lusthoven wordt geplant, en groeit met eenen stam en nederwaerts gebogene takken, waeraen kegelvormige vruchten hangen, die aen die van den Lorkenboom gelyken, en ryp zynde zich openen, de zaden ter aerde liggende, worden van de mieren gretig opgezocht. De Cipresseboomen kunnen door het zaed op teilen in de zandachtige aerde worden gezaeid, nadat de zaeijelingen drie of vier blaedjes hebben, worden zy in potten verplant, die men de eerste jaren in de oranjehuizen bevryd. Zy kunnen ook door inleggers vermenigvuldigd worden. Het hout van den Cipresseboom is zeer hard, digt en vast gesloten, en heeft een geelachtig kleur, het behoudt altyd eenen welriekenden geur, en wordt derhalve zeer gezocht om schoone sieraedmeubelen, doozen, lysten, enz., mede te maken. Het zaed wordt in Italië twee mael 'sjaers vergaderd en aldaer in de lente gezaeid. Die boomen worden in Italië Cipresso genoemd, en de vruchten by de apothekers Wuces cypressi geheelen, hetgeen Cipresnootjes bediedt, van de Ouden werd hy Arbor feralis genoemd, als een boom die aen de dooden toekomt om de praelgraven mede te versieren. De versche vruchten en jonge scheuten van den altoos groenblyvenden Cipresseboom (C. sempervirens) hebben eene verdroogende en samentrekkende kracht, zonder merkelyke scherpigheid; de jonge scheuten en versche vruchten gestooten, en plaesterwyze bereid, genezen den haerworm, de kwade zeeren en harde groeven des lichaems, zy doen al de overvloedige kwade vochtigheden, die diep in het lyf schuilen, verteren, en zyn zeer dienstig om op de gescheurdheid te leggen, inzonderlyk als de darmen door de gescheurdheid gezonken zyn. Met meel van geerstenmout papswyze bereid en opgelegd, zyn zy zeer goed om het wild vuer en andere heete voortetende bloedzweren en springende zeerigheden te genezen. De Cipresnoten droog in poeijer gestampt en met rooden wyn ingenomen, stelpen den onmatigen buik- en rooden loop, en zyn als stoppend geneesmiddel zeer geacht. -

Men vindt al de krachten van dezen boom in de werken van de doctors Tissot en Buchan beschreven, die nog veel andere deugden aen dien boom hebben toegekend. De schavelingen van het Cipressenhout tusschen de kleederen gelegd, bewaren die tegen de motten, schietworms en andere ongedierten, en de Cipresseboomen door hunnen goeden reuk verbeteren de besmette lucht.

CISTUS, Cistenroos, Heiden-hyssope, Hondsroos, Steenroos, Cistus Ledon, in 't fransch Ciste, in 't latyn Cistus, is onder de 6° klasse, 2° sectie van Tournefort gesteld, der eenbladige bloemplanten, die roosachtige bloemen hebben; door Jussieu onder de familie van de Cistenroozen, en onder de 13e klasse van Linnaeus, Polyandria monogynia, veelhelmigen, met twintig tot honderd meeldraden, op het vruchtbeginsel vastgehecht, en maer een stamperije, zy bloeijen gemeenlyk met vyf bloembladen in de kelken, en sommigen ook met vyf bloemblaedjes in de kransjes, die kleiner zyn. w Men vindt heden zeer veel verschillige soorten van die Cistenroozen, die in België groeijen en ook velen van vreemde landen, die hier in de oranjehuizen worden gekweekt. De Cistenroos die aen de Heiden-hyssoop gelykt, ook Heidenhyssoop of wilde Roosmaryn genoemd (C. helianthemum), is een langlevend houtachtig kruidgewas van België, dat met liggende stengels groeit, lansvormige steelschubbetjes en langwerpige bladen, welke met haertjes zyn bedekt, bloeit meest in july, met gele bloemen die vyf bloembladen in de kelken hebben. Deze wonderbare plant, die alhier in de drooge velden op onbebouwde plaetsen wast, is voor een Kruidleeraer zeer merkwaerdig, want als men aen de bloem, inzonderlyk 's morgens roert, ziet men eene beweging van de meeldraedjes en stampertjes, die elkander schynen te omhelzen, men kan ook deze beweging der natuerdeelen omtrent zonnenondergang bemerken. De takjes en bloemen, by de kleederen gelegd, bewaren die voor motten en verdryven ook de wandluizen. "A De Heiden-Cistenroos (C. fumana) is een langlevend houtachtig kruidgewas van Europa, dat in België op drooge plaetsen groeit, met regten stengel zonder steelschubbetjes, lynvormige, regt over een staende bladen, die op de boorden ruw zyn; en bloeit met éénbladige bloemen, die zestien meeldraedjes met de helmknopjes vereenigd hebben. - De Cistus laevipes is een langlevend houtachtig kruidgewas van Zuid-Frankryk; de Cistus mutabilis is ook van Zuid-Frankryk, de Cistus appeninus is van de Italiaensche gebergten; de Cistus polifolius groeit meest in Engeland, de Cistus pilosus groeit veel in Fransch-Vlaenderen; de Cistus serpyllifolius is van de Alpische gebergten. Al deze Cistenroozen kunnen aen onze koude winters wederstaen, en worden alhier by sommige liefhebbers in de bloemhoven geplant, maer de volgende soorten moeten in de oranjehuizen 's winters bevryd worden: de Cistus populifolius, van Spaenje; de Cistus laurifolius, van Zuid-Frankryk; de Cistus ladaniferus, van Algiers, de Cistus maculatus, van Italië, de Cistus vaginatus, van Tereniffe, de Cistus salvifolius, van Italië, de Cistus formosa, van Portugael; de Cistus creticus, van Griekenland, alle houtgewassen, die omtrent 1 meter hoog wassen en van juny tot in july schoone witte bloemen dragen, die zeer aengenaem en versierende zyn. De purpere Cistenroos (Cistus purpureus) is van de Oost-Indiën, en de Cistus met smeerwortel-bladen (Cistus symphitifolius) van de Canarische eilanden, zy bloeijen met purperachtige groote roozebloemen. Al deze Cistenroozen kunnen door het ryp zaed in den vermengden heigrond, op teilen in de oranjehuizen gezaeid of door afzetsels vermenigvuldigd, en op de wyze van de Oranjeboomen gekweekt worden. Uit die Cistenroozen wordt er in vele landen een water gedistilleerd, welk eene samentrekkende kracht heeft, en veel wordt gebruikt om het hoofd mede te wasschen en het haer vast te doen groeijen. De ladanum, Gummi laddanum genoemd, die by de apothekers wordt verkocht, wordt ook uit den Cistus ledon getrokken, en met olie van roozen vermengd of met olie van zoete amandelen bereid, om de gebreken der moeder te genezen en den weedom der ooren te verhelpen.

« VorigeDoorgaan »