Pagina-afbeeldingen
PDF

Linnaeus) is eene langlevende kruidplant van Noord-Amerika, die in België in de bloemhoven 's zomers wordt geplant, maer 's winters in de oranjehuizen wordt bevryd, groeit met geribde, bultige, verhevene bladen aen de wortels, die roode boorden hebben, waertusschen in de lente getakkelde stengen van omtrent 25 centimeters hoog wassen, bloeit meest in juny, met schoone bloemen, die in de kransen purper zyn, langs buiten een groenachtig kleur hebben en helmvormige zaedhuisjes voortbrengen. Deze vreemde plant kan door het zaed, op lauwe broeibakken in de oranjery gezaeid, vermenigvuldigd worden, maer de jonge planten moeten dikwils besproeid zyn.

Het gulden Heidensch Wondkruid (Sarracenia solidago) is eene langlevende kruidplant van de Alpische gebergten; zy groeit in België, in de Ardennen, in Duitschland en elders, op vochtige plaetsen, aen de poelen, grachten en rivieren, met hollige, gepypte stengen, omtrent 1 meter hoog, met groene, spitse, langgetande bladen, die aen de gele Wederikbladen gelyken, maer een weinig grooter zyn; bloeit meest van het einde van mei tot in july, op de bloemstelen, met gele bloemen. Men vindt ook deze plant in den Kruidhof der Hoogeschool te Gent, zy was by de oude Kruidbeschryvers zeer vermaerd, omdat zy een bloedstelpend middel bezit, en de oude wonden zuivert en geneest. De bladen en bloemen, gedurende het bloeijen geplukt en gedroogd, en in poeijer gestampt, worden gemeenlyk in de bloedende wonden gestort, en ook in plaesters op die wonden gelegd. De versche bladen van dit kruid zyn zeer dienstig om alle fistelen, loopende gaten en vuile zweringen te genezen.

De heelmeesters van Hongariën gebruiken veel de poeijers van dit kruid om de verstoptheid van de lever, milt en galblaes te openen, zy zeggen dat het de geelzucht genezen kan, met enkelyk de bloemen gedroogd en als thee in het kokende water geweekt, eenige dagen te drinken. Het wordt in Duitschland meest Guldenkruid (Herba doria) genoemd, naer zyne gele bloemen.

HELENIUM, Gekroonde Zonnebloem, Herfstbloem, in't fransch Hélénie, in 't latyn Helenium, door Tournefort Corona solis genoemd, en onder zyne 14e klasse, 2° sectie gesteld, der Straelbloemen, samengestelde bloemen met pypbloempjes in het midden en tongbloempjes aen den omtrek, door Jussieu onder de familie van de trosbloemdragende planten, en onder de 19° klasse van Linnaeus, Syngenesia polygamia superslua, samenhelmigen, 2 orde, overbodige veelwyvery of overbodige samenhelmigen; de bloempjes van de schyf zyn tweeslachtig, die van den omtrek vrouwelyk, maer beiden geven vruchtbare zaedkorrels. De Herfst-Helenium (Helenium autumnale van Linnaeus) is eene groote, langlevende kruidplant van Noord-Amerika, die in België in de kruidhoven wordt geplant en meer dan 1 1/2 meter hoog groeit, met getakkelde stengen en getande, gezaegde bladen, bloeit hier van september tot in november, met schoone geelblinkende straelbloemen, die eenen welriekenden geur inhouden. De kelkvormige Helenium (Helenium californicum) is eene langlevende kruidplant, die in België veel in de bloemhoven wordt geplant, en groeit met stengen van omtrent 1 meter hoog, bloeit meest in augusty, met hooggele, schoone bloemen, die eenen aengenamen reuk verspreiden. De viertandige Helenium (Helenium quadridentatum van Willdenow) is eene tweejarige plant van Louisiana, die hier 's winters in de oranjehuizen bevryd , maer toch weinig gekweekt wordt. Deze planten kunnen in de lente in de opene lucht door het zaed en ook door struikscheiding aengekweekt worden. Volgens de nieuwe Kruidbeschryvers zouden de wortels van deze planten dezelfde krachten in de medecynen hebben als de Galantwortels.

HELICONIA, in 't fransch Heliconia, Bihai, in 't latyn Heliconia, is door Jussieu onder de familie van den Banaenboom gesteld, en onder de 5e klasse van Linnaeus, Pentandria monogynia, vyfhelmigen, die met vyf meeldraden bloemen en maer één stampertje hebben.

De Heliconia van Jacquin (Heliconia humilis), is een langlevend, kruidachtig boomgewas van Caraccas, dat in België in de warme serren wordt gekweekt, en groeit met eenen steng die van onder tot boven met toegespitste bladen is bekleed, welke omtrent 50 centimeters lengte en 20 centimeters breedte hebben; bloeit meest in de maend mei, met éénbladige, steellooze bloemen, door bloeischeeden omwonden, die van onder witachtig en rood zyn, maer van boven een groenachtig kleur hebben, de bloemen zyn gemeenlyk in twee verdeeld, en brengen zaedhuisjes voort die met witten, slymachtigen dons zyn bedekt.

De Heliconia psittacorum van Linnaeus, is een kruidachtig boomgewas van het eiland Surinam, dat maer omtrent 1 1/2 meter hoog groeit, met langwerpige, lansvormige bladen versierd, bloeit in de warme serren, meest in de lente, met groote bloemtrossen en hooggele oranje bloemen, die zwartachtig zyn gevlekt.

De Heliconia Bihai van Linnaeus, is ook een kruidachtig boomgewas van het eiland Surinam, dat omtrent 3 meters hoog groeit, met geribde bladen, die meer dan 1 meter lang en 50 centimeters breed zyn; bloeit meest in juny, met lange bloemtrossen en gele bloemen, die met purperachtige bloeischeeden omwonden zyn.

De witte Heliconia (Heliconia alba) van de Kaep de Goede Hoop, en de bewolde Heliconia (Heliconia hirsuta) van ZuidAmerika, worden alhier ook in de warme serren gekweekt, en kunnen door uitloopers eu jonge scheuten, die zy aen den voet van de wortels genoeg geven, op de wyze van den Banaenboom aengekweekt worden. De bladen van deze gewassen hebben eenen zoeten, aengenamen smaek; zy worden groen gebruikt om de olifanten, kemels en andere kruidetende dieren te voeden, die er zeer op verlekkerd zyn.

HELMKRUID, Stormhoed-kruid, Helmmuts, Wilde Brem, in 't fransch Casque, Toque, in 't latyn Scutellaria, door Tournefort Cassida genoemd, en onder zyne 4e klasse, 1° sectie gesteld, der gelipte bloemen, met eenen éénbladigen, onregelmatigen bloemkrans, wier boord als in twee lippen verdeeld is, door Jussieu onder de familie van de lipvormige bloemplanten, en onder de 14° klasse van Linnaeus, Didynamia gymnospermia, tweemagtigen, welke vier meeldraden hebben, waervan er twee langer zyn dan de andere, en maekt zaed dragen. Men vindt verscheidene soorten van deze langlevende kruidplanten, waervan de twee volgende aen België eigen zyn : Het gemeen Helmkruid (Scutellaria galericulata van Linnaeus) groeit ten alle kanten in België, aen de boorden der grachten, hagen en meerschen, met hartvormige, boogwyze uitgesnedene bladen aen de wortels, en stengen waerop meest in july blauwe purperachtige bloemen bloeijen, die mondvormige bloemkransen hebben. Het klein Helmkruid (Scutellaria minor van Linnaeus) is eene langlevende, kleine kruidplant, die in België, in de vochtige bosschen en meerschen groeit, met hartvormige, ovale, uitgesnedene bladen, bloeit meest in july, met okselvormige bloemen, die een rood kleur hebben. Het vreemd of wit Helmkruid (Scutellaria albida) is eene langlevende kruidplant van het Zuiden van Europa en Afrika, die in België in de kruidhoven wordt gekweekt, en groeit met hartvormige, getande, gezaegde, gerimpelde en doorschynende bladen, bloeit meest in juny, met aren op de toppen der stengen en eironde bloemblaedjes, die witte, mondvormige bloemkransen hebben. Het alpisch Helmkruid (Scutellaria alpina) wordt in België in de kruidhoven geplant, en groeit met ingesnedene, hartvormige bladen, die doorschynend, getand en gezaegd zyn; bloeit met ronde, over elkander liggende, vierhoekige aren en violette bloempjes. Het oostersch Helmkruid (Scutellaria orientalis), van Mauritania, bloeit met purpere bloemkransen, die wit gelipt zyn. Men vindt alhier hy onze bloemisten den Scutellaria japonica, van Japan; den Scutellaria cretica, van Griekenland; den Scutellaria macrantha, den Scutellaria polybotrya, den Scutellaria altissima en nog andere soorten, die by veel liefhebbers worden gekweekt. Deze kruidplanten kunnen allen in de opene lucht onze koude winters wederstaen, in de lente gezaeid en ook door struikschei

ding aengekweekt worden. Volgens de oude en nieuwe Kruidbeschryvers zouden die kruiden de krachten van het Gamanderkruid bezitten. Lobel zegt dat zy de Euphrasia of Oogentroost, en de Chamaedrys vervangen kunnen. In Frankryk worden zy in stede van Casque, meest Toque genoemd.

HELONIAS, in 't fransch Helonias, in 't latyn Helonias, is door Jussieu onder de familie van de Rietplanten gesteld, en onder de 6° klasse van Linnaeus, Hexandria trigynia, zeshelmigen, die met zes meeldraden bloemen en drie stampertjes hebben. De bobbelige Helonias (Helonias bullata van Linnaeus) is eene langlevende plant van Pensylvaniën, in Noord-Amerika, die in België in de bloemhoven wordt geplant, en groeit met altoosblyvende, scherpe, lansvormige, groene en rooskleurige bladen aen de wortels, waertusschen in de lente rooskleurige stengen uitspruiten, die omtrent 30 centimeters hoog wassen, bloeit meest in mei, met geslotene aren en zeer schoone rooskleurige, gesternde bloemen zonder kelken, maer die zes bloembladen in de bloemkransen hebben en zaedhuisjes dragen. De Helonias die aen de Asphodille wel gelykt (Helonias Asphodeloides), van Noord-Amerika, groeit met borstelige, styf harige, stengomvattende bladen, en bloeit van juny, met lieflyke rooze bloemen. * By onze bloemisten vindt men van die schoone levende kruidplanten: den Helonias dioica, waervan de bloemen tweehuizig zyn; den Helonias erythrosperma, den H. glaberrima, zygadenus, H. laeta, den H. muscactovicum, den H. virginica en meer andere soorten, die om hunne schoone bloemen in de kruidhoven worden geplant, zeer wel onze koude winters kunmen wederstaen, en door het zaed in de lente, in den heigrond met ligte aerde vermengd, kunnen gezaeid en door afzetsels en struikscheiding aengekweekt worden , echter zyn die planten nog zeldzaem in België verspreid, en worden by onze bloemisten van 5 tot 7 francs iedere verkocht.

« VorigeDoorgaan »