Pagina-afbeeldingen
PDF
ePub

cene langlevende kruidplant van Spaenje, die hier in juny zeer schoone rooskleurige bloempjes draegt.

De gebundelde Grasnechel (Statice fasciculata van Ventenat) is van Italië alhier overgezonden.

De éénbloembladige Grasnechel (Statice monopetala) komt van Sicilië; de Statice tataria is van Rusland hier overgezonden.

Men heeft albier, in 't jaer 1847, by onze bloemisten de Statice eximia, van Fisch en Meyer, te Sint-Petersburg, verkregen, die de doktor Schrenk, in Rusland, omtrent de grenzen van China, in de gebergten van Karatan ontdekt en het zaed te Sint-Petersburg had gezaeid, hetgeen allerschoonste bloemen heeft voortgebragt. Volgens de ligging van het land harer af komst, zou die plant de belgische luchtgesteldheid 's winters kunnen wederstaen.

Al deze Grasnechels kunnen door het zaed in de lente gezaeid en door struikscheiding aengekweekt worden; maer zy worden in den zomer somwylen door de witte wormen of meikevers aengerand, die de wortels afeten en de planten doen sterven.

GRAUWE ER WT, in 't fransch Pois-Chiche, Garðance, in het latyn Cicer, is onder de 10° klasse, 1° sectie van Tournefort gesteld, der vlindervormige of peulvrucht-dragende bloemen, met veelbladigen, onregelmatigen bloemkrans, uit vyf bloembladen bestaende; door Jussieu onder de familie van de peulvruchtdragende planten, en onder de 17e klasse van Linnaeus, Diadelphia decandria, tweebroederigen-tienhelmigen, die met hunne helmdraden tot twee afzonderlyke lichamen zyn samengegroeid.

De Grauwe Erwt (Cicer arietinum van Linnaeus) is eene éénjarige plant van Italië, die in België, Duitschland en Frankryk alle jaren in de moeshoven, velden, enz., wordt geplant, en groeit met zwakke,gerankte stengen, getande, gezaegde bladen en hechtrankjes; bloeit, volgens den tyd van planten, in den zomer, met vlindervormige bloemen, die langwerpige peulvruchten voortbrengen, welke gezwollen en dikwils maer tweezadig zyn.

De Grauwe Erwten worden veel in het Zuiden van Frankryk, Italië en Spaenje vroeg in de lente geplant en op de wyze van de Koffyboontjes in de huishoudens bereid. De geneesheeren der be

roemde faculteit van medecynen te Montpellier, bevelen die den menschen aen die eene flauwe maeg hebben en geenen koffy

mogen drinken.

In het jaer 1810, toen de Koffy zeer duer en zeldzaem was, werd de kundige geneesheer Bodard, van Pisan, door de fransche regering benoemd om eenige inlandsche vrucht te zoeken, die den Koffy kon vervangen, en aldus het stelsel van Napoleon te helpen uitwerken, om Engeland van alle gemeenschap met het vasteland van Europa uit te sluiten en overal den invoer van engelsche goederen en koopwaren te beletten. Na vele opzoekingen en navorschingen, heeft M. Bodard verklaerd dat er geene andere middelen waren dan de Grauwe Erwten en de Cichorei te branden, want dat dit de eenigste planten waren die met den Koffy best overeen kwamen en denzelven konden vervangen. Niettegenstaende dat sedert deze algemeen bekende middelen de Koffy weêr aen eenen zeer lagen prys wordt verkocht, vindt men nog heden veel huishoudens, die zich van die gebrande Cichoreiwortels en die gebrande Grauwe Erwten, in poeijers gemalen, bedienen, om een verheven kleur en eenen aengenamen bitteren smaek aen den koffy te geven.

De dagbladen maken zelfs nielding van eenen kruidenier, die te Parys nog heden die gebrande Grauwe Erwten, onder den naem van Cézé-koffy, verkoopt, en die voor de gezondheid der menschen sterk aenpryst.

Deze Grauwe Erwten zouden in België ook meer moeten worden geplant, daer zy onze zomersche luchtgesteldgeid zeer wel kunnen verdragen, en versch en droog zeer voedzaem zyn en van eenieder mogen geëten worden; zelfs in Italië worden zy veel in meel gemalen, met het brood gebakken en voor gezond geacht; maer alhier moeten die met het beginne van mei in goeden grond geplant worden.

GREVILLEA, in 't fransch Grevillea, in 't latyn Grevillea, is onder de familie van den Zilverboom gesteld, en onder de 4° klasse van Linnaeus, Tetrandria monogynia, vierhelmigen, planten die met vier meeldraden bloemen en maer een stampertje hebben.

Men heeft van deze schoone planten, by de bezonderste bloemisten in België, wel vyftig verscheidene soorten van de beide Indien verkregen, die allen zeer merkwaerdige bloemen dragen en verschillige kleuren hebben, maer die ik niet al heb zien bloemen; daerom zal ik maer enkelyk de namen opgeven van degenen die by onze bloemkweekers te Gent te vinden zyn.

. De Grevillea met Alsembladen (Grevillea absynthifolia van Thelemanni), de Grevillea met Beerenklauw-bladen (G. acanthifolia), de Grevillea met zilveren bladen (G. argentea), de Grevillea met langwerpige zilveren bladen, de Grevillea met Granaetboombladen (G. punicea), de Grevillea met langwerpige bladen (G.longifolia), de Grevillea met lynvormige bladen (G. linearis), de Grevillea met Rosmarynbladen (G. rosmarinifolia), de Grevillea met driemael drievoudige bladen (G. triternata), de Grevillea met Busboom-bladen (G. buxifolia), de Grevillea met groote getande bladen (G. dentatum), de Grevillea met yzerachtig gekleurde bladen (G. ferruginea), en ook de Grevillea Bauery, G. Drunmondii, G. Lambertiana, G. manglesii, manglesia cuneata, G. planifolia, G. robusta, G. Sternbergiana, G. sulphurea, G. speciosissima, G. telopea, en meer andere schoone soorten van deze levende heester-houtgewassen, die in de matige serren gekweekt, door afzetsels en inleggers op lauwe broeibakken, in den beigrond, aengekweekt worden, en gemakkelyk wortel vatten als zy op belommerde bakken met zorg gekoesterd zyn.

GREWIA, in 't fransch Grewia, in 't lalyn Grewia, is' door Jussieu onder de familie van de Lindeboomen gesteld, en onder de 20° klasse van Linnaeus, Gynandria polyandria, helistyligen met veel meeldraedjes, welke met de slampertjes zyn samengegroeid. Sommigen stellen deze plant onder de 130 klasse, Polyandria monogynia, veelhelmigen met een stampertje; maer in Linnaeus Rangschikking, bl. 652, staet zy onder de 20° klasse.

De westersche Grewia (Grewia occidentalis van Linnaeus) is een langlevend, klein heester-houtgewas van de Kaep, dat sedert veel jaren door de nederlandsche Koophandel-maetschappy in België is overgebragt; het groeit heeslergewys, met wyd uitge

breide takken en groene, eironde, doorzigtige bladen; bloeit alhier van juny tot in augusty, met schoone blauwachtige, fyn gevlamde bloemen, die vyf bloembladen in de kelken hebben en geschulpte beziën in de honigkelkjes voortbrengen.

De oost-indische Grewia (Grewia orientalis) is een zeer lieflyk heester-houtgewas van de Oost-Indiën, dat in België meest in de warme serren wordt gekweekt en met den zomer schoone blauwachtige bloemen draegt.

De Grewia met Saliebladen (Grewia salvifolia), van Ceylan, inet effene, langwerpige bladen, en de aziatische Grewia (Grewia asiatica), met hartvormige bladen, worden hier om hare schoone bloemen in de matige serren gekweekt..

De welriekende Grewia (Grewia odorata) is een langlevend heester-houtgewas van Java, dat voor de eerste mael, in het jaer 1844, onder de verzameling van uitheemsche gewassen door M. Von Siebold, in den Casino te Gent werd ten toon gesteld, en alsdan met geene bloemen was versierd; maer volgens het verhael van dien natuerkundigen, die deze plant in Java had zien bloeijen, draegt zy eene zeer schoone blauwachtige bloem, die echter door verandering van klimaet wel eenigzins van kleur zou kunnen verschillen.

Al deze Grewias kunnen door het ryp zaed, op de wyze van de Camellias, in de matige serren gezaeid en door afzetsels op lauwe broeibakken, in de runne, onder het belommerd glas, aengekweekt worden.

GUAVENBOOM, in 't fransch Goyavier, Poirier des Indes, in 't latyn Psidium, door Tournefort Guacayava bygevoegd; door Jussieu onder de familie van den Myrtusboom gesteld, en onder de 12° klasse van Linnaeus, Icosandria monogynia, twintighelmigen, met een stampertje; bloemen wier meeldraden, meer dan twintig in getal, op den kelk vastgehecht zyn.

De peervormige Guavenboom (Psidium pyriferum van Linnaeus) is een langlevend, groot boomgewas van de Indiën, dat in het land zyner af komst zeer hoog en dik wordt en alhier de hoogte van 3 meters in de warme serren verkrygt; groeit zeer

gelakkeld, met eivormige, toegespitste, gestreepte bladen, en bloeit meest in mei, met groote, vyfbladige, witte bloemen op de stelen der takjes verspreid, die peervormige vruchten voortbrengen, welke eerst geel zyn en dan een roodachtig kleur verkrygen en eenen zeer welriekenden geur inhouden.

De appelvormige Guavenboom (Psidium poniferum van Linnaeus) is een tamelyk groote boom van de Oost-Indiën, die zeer getakkeld groeit, met scherppuntige bladen; bloeit met witte bloemen op de stelen, die appelvormige vruchten voortbrengen, welke eenen aengenamen geur verspreiden.

De vruchten van deze boomen worden in de warme landen gekonfyt, en als samentrekkende en stoppende geneesmiddelen gebruikt. Deze boomen, die in België nog in de warme serren door afletsels, op warme broeibakken aengekweekt worden, plant men in Italië, Napels, Griekenland, Spaenje en aen de Middellandsche Zee in de opene lucht, alwaer zy goede rype vruchten geven en meest door het korrelzaed vermenigvuldigd en ook wel op Pruim- en Amandelboomen geënt worden.

in

GUICHELAERSBLOEM, Apenbloem, in 't fransch Minule, 't latyn Mimulus, is onder de familie van het Klierkruid gesteld, en onder de 14° klasse van Linnaeus, Didynamia angiospermia, tweemagtigen, welke vier meeldraden hebben, waervan er twee langer zyn dan de anderen, die allen op eenen onregelmatigen bloemkrans zyn ingehecht, en zaed dragen dat in een zaedhuisje besloten is.

De lymerige Guichelaersbloem (Mimulus glutinosus van Willdenow) is een heester-houtgewas van Peru, dat in België in de matige serren wordt gekweekt, en met getakkelde stengen omtrent 70 of 80 centimeters hoog wast, met altoosblyvende groene bladen lommerryk versierd; bloeit meest van july tot in october, met zeer lieflyke alleenstaende, gele, groote bloemen, die eenigzins aen de dubbele Goudbloemen gelyken.

De Oranje - Guichelaersbloem (Mimulus aurantiacus) is een nieuw heestergewas van Peru, dat hier in de matige serren, van juny tot in september, hooge oranjekleurige bloemen draegt.

« VorigeDoorgaan »