Pagina-afbeeldingen
PDF

meel en azyn in pappen bereid, doet het de vurigheid van breuken en zeeren verdryven. Dit kruid wordt na het bloeijen vergaderd, zoowel droog als groen in het kokende water geweekt, als thee gedronken en ook in poeijers gebruikt. Het Glaskruid is ook zeer dienstig om glazen, kroezen en dergelyke vaten te doen blinken en glinsterig te maken; het wordt in veel landstreken vergaderd om salpeter mede te maken.

GLITKRUID, Jodenkruid, in 't fransch Crapaudine, in het latyn Sideritis, is onder de 4e klasse, 3° sectie van Tournefort gesteld, der gelipte bloemen, met éénbladigen, onregelmatigen bloemkrans, wier boord als in twee lippen is verdeeld; door Jussieu onder de familie van de lipvormige bloemplanten, en onder de 14e klasse van Linnaeus, Didynamia gymnospermia, tweemagtigen, welke vier meeldraden hebben, waervan twee langer zyn dan de anderen, en welke allen op eenen onregelmatigen bloemkrans zyn ingehecht en naekt zaed dragen. Het behaerd Glitkruid (Sideritis hirsuta van Linnaeus) is eene langlevende kruidplant van Europa, die in de zuidelyke deelen van België, Zwitserland, Italië, Spaenje en elders groeit, en alhier in de kruidhoven wordt gekweekt, zy wast in struiken, met geknoopte stengen, die regt van onder tot boven zyn, met lansvormige bladen, die aen elk knoopje twee over elkander staen, somtyds gekerfd en een weinig gekronkeld, en geheel met haertjes zyn bekleed. Op de toppen van de bloemstelen bloeijen van juny tot in oogste, blauwachtige of somwylen roodachtige bloemen, die de meeldraedjes tusschen de buisjes der bloemkransjes hebben. Geheel deze plant heeft eenen aengenamen geur, welken naer dien van het Bieën- of Melissekruid zeer wel aerdt. Het grieksch Glitkruid (Sideritis cretica) is een langlevend kruidachtig houtgewas van Griekenland, dat met getakkelde stengen wel 60 of 70 centimeters hoog wast, en langwerpige, hartvormige, groenblyvende bladen, van onder eenigzins gewold; bloeit van july tot in september, met trosvormige aren en ringvormige bloemen versierd. Het canarisch Glitkruid (Sideritis canariensis van Linnaeus) is eene schoone, houtachtige kruidplant van het eiland Madera,

die alhier des zomers in de bloemhoven wordt geplant, maer 's winters in de oranjehuizen moet bevryd zyn.

Het stinkend Glitkruid (Sideritis foetida van Desfontaines) groeit meest in Spaenje en in het Zuiden van Frankryk.

Het Berg-Glitkruid (Sideritis montana van Linnaeus) is maer eene éénjarige kruidplant van Italië, die alhier in sommige kruidhoven in de lente wordt gezaeid, alwaer zy op den grond ligt, maer als men die plant in de gebergten ontmoet, alwaer zy meest tusschen de steenrotsen groeit, staet zy met hare stengen regt, en bloeit met schoone, gele bloemkransjes en bloembladen die op de boorden zwartachtig zyn.

Het Glitkruid met Hyssopebladen (Sideritis hyssopifolia) groeit in België in de Ardeensche gebergten, met lansvormige bladen, die glad zyn en van gedaente aen de Hyssope gelyken. . Al deze planten kunnen door het zaed, op lauwe broeibakken, in de lente gezaeid en met dolkens in de bloemtuinen verplant worden. Het eerstgemelde Glitkruid (Sideritus hirsuta), dat heden door geheel Europa is verspreid, wordt van veel kwakzalvers onder den naem van Jodenkruid, als geneesmiddel gebruikt; zy

schryven aen hetzelve vele heilzame hoedanigheden toe, welke dit

kruid in 't geheel niet heeft. Volgens ervarene Kruidbeschryvers is het echter zeer dienstig om gestoofd op de gescheurdheid der menschen te leggen, voetbaden genomen met het water waerin dit kruid gezoden is, doen de losse hoofdpyn der vrouwen verdwynen. Men zegt dat dit kruid ook de rooze genezen kan, maer inwendig gebruikt, heeft het eene droogmakende en samentrekkende kracht, en te veel er van ingenomen, kan den mensch doodelyke voorvallen veroorzaken; daerom moet dit door eenen ervaren geneesheer voorgeschreven worden.

GLOBBA, Bolplant, in 't fransch Globbée, in 't latyn Globba, is door Jussieu onder de familie van het indiaensch Bloemriet gesteld, en onder de 2e klasse van Linnaeus, Diandria digynia, tweehelmigen, planten die met twee meeldraden bloemen en twee stampertjes hebben.

De hellende Globba (Globba mutans van Willdenow) is eene langlevende kruidplant van de Oost-Indiën, die sedert eenige jaren in België is overgevoerd, en groeit met enkele steng, wel omtrent 2 of 3 meters hoog, met langwerpige bladen, bloeit meest in july, met trosvormige aren, die eerst met de bloemscheeden zyn omwonden, en op denzelfden stengel tweevoudige, dubbele bloemen dragen, die een wit kleur hebben, en uit welker midden zich een zeer schoon geel en roodachtig gestreept hoorntje verheft. De Globba marantina van Linnaeus is eene langlevende kruidplant van Amerika, die wel omtrent 2 meters hoog wast, en bloeit met regtstaende aren op de toppen der stengen. De japaensche Globba (Globba japonica) groeit met zweerdvormige bladen aen de wortels, en stengen waerop trosvormige bloemen hangen, die een zeer lieflyk wit en geel kleur hebben. Deze schoone planten kunnen onze luchtgesteldheid niet wederstaen, en moeten in de warme serren gekweekt worden; zy kunmen door het aengroeijen van jonge scheuten, die zydelings uit de wortels spruiten, vermenigvuldigd worden, maer die jonge planten moeten wel gekoesterd en dikwils besproeid worden, tot dat zy wel wortel gevat hebben. De krachten van deze vreemde, schoone planten zyn my niet bekend.

GLOBULARIA, in 't fransch Globulaire, in 't latyn Globularia, is onder de 12e klasse, 4e sectie van Tournefort gesteld, der pypbloemige planten, samengesteld uit kleine, éénbladige, regelmatige, trechtervormige bloemkransen, door Jussieu onder de familie van de Wederik-planten, en onder de 4e klasse van Linnaeus, Tetrandria monogynia, vierhelmigen, planten die met vier meeldraden bloemen en maer een stampertje hebben.

De gemeene Globularia (Globularia vulgaris van Linnaeus) is eene langlevende kruidplant van Europa, die in België meest op woeste, drooge plaetsen en onbebouwde landen groeit, met drie getande bladen aen de wortels, waertusschen in de lente stengen uitspruiten, die omtrent 25 of 30 centimeters hoog wassen, met lansvormige bladen, bloeit alhier meest op het einde van mei, met schoone blauwe bloempjes, onregelmatige bloemkelken en kransjes, welker bovenste lipjes in twee en de onderste in drie verdeeld zyn. De alpische Globularia (Globularia alpinum) is een langlevend, kruidachtig houtgewas van de Alpische gebergten; het groeit in België, in de gebergten der provintie Luxemburg en elders, wel 70 of 80 centimeters hoog, met drie getande, lansvormige, groene bladen, bloeit somtyds in mei en ook in den herfst, met kleine blauwe bloempjes, op de toppen der bloemstengen vereenigd, die zeer lieflyk zyn. Deze twee planten worden om hare schoone blauwe bloemen door veel bloemisten in de kruidhoven geplant, en door het zaed en wortelscheiding in de lente aengekweekt. De langbladige Globularia (Globularia longifolia van den Hortus Kew.) is een heesterachtig houtgewas van het eiland Madera, dat zeer getakkeld, meer dan 1 meter hoog wast, met langwerpige, smalle, blinkende bladen, bloeit meest van augusty tot in september, met schoone hemelsblauwe bloemen. Dit gewas kan aen de luchtgesteldheid van België 's winters niet wederstaen; het wordt alhier in de oranjehuizen bevryd en door inleggers in den heigrond vermenigvuldigd. De Globularia nudicaulis, met bloote stengen en lansvormige bladen, groeit veel in de Pyreneesche gebergten, de Globularia cordifolia groeit meest in Zwitserland, met wigvormige, driepuntige bladen, waervan de middenste klein zyn, en bloote stengen, waerop in juny zeer lieflyke blauwe bloempjes bloeijen. De krachten welke deze planten inhouden, zyn my niet bekend.

GLORIOSA, Glansryke, in 't fransch Méthonique, in 't latyn Gloriosa, is onder de familie van de Lelieplanten gesteld, en onder de 6° klasse van Linnaeus, Hexandria monogynia, planten die met zes meeldraden bloemen en maer een stampertje hebben.

De hooge Glansryke (Gloriosa superba) is eene groote, langlevende bloemplant van Malabar ; zy groeit met geknobbelde wortels en dunne, lange stengen, met hechtrankjes en bladen versierd, die zich aen stokken vastwinden en hechten. Deze plant,

die in België meest by de bloemisten in de warme serren wordt gekoesterd, bloeit van augusty tot in september, met zes bloembladen in de bloemkransen, die met een roodachtig geelverwig kleur fyn gevlamd zyn. De bloemen hebben drielobbige zaedhuisjes, die als beziën zyn. Men heeft by verscheidene onzer bezonderste bloemisten de Gloriosa superba of Mathonica superba, onlangs van Malabar verkregen. Deze kostelyke, schoone, bevallige plant, die nog zelden in den handel is verspreid, moet in potten, met goeden gemengden heigrond gevuld, in de run op warme broeibakken gekweekt worden. Nadat de stengen in den herfst gedroogd zyn, kan men die plant door de geknobbelde wortels vermenigvuldigen en ook in potten planten. Dit zoo schoon gewas, dat verdient aengekweekt te worden, vereischt vele

zorgen.

GLYCINE, Klimboon-boom, in 't fransch Glycine, in 't latyn Glycine, door Tournefort Phaseolus astragalus genoemd, en onder zyne 10° klasse gesteld, der vlindervormige bloemen, die veelbladige, onregelmatige bloemkransjes hebben, door Jussieu onder de familie van de peulvrucht-dragende planten, en onder de 17e klasse van Linnaeus, Diadelphia decandria, tweebroederigen, met tien helmstyltjes tot twee afzonderlyke lichamen samengegroeid.

De chinesche Klimboon-boom (Glycine sinensis) is een langlevend heester-houtgewas van China, dat in België aen de muren of huizen geplant, wel 4 of 5 meters hoog klimt, met zwakke, zeer getakkelde stengen en bladstelen, door zeer lommerryke bleekgroene, eivormige bladen versierd, die aen elken bladsteel tot vyftien in getal zyn; bloeit alhier van het einde van april en dikwils nog in augusty, met zeer groote, trosvormige standaerds, en zeer veel bloemen, die een lieflyk blauwachtig wit- en violetten kleur hebben, en na het bloeijen in ons klimaet geene vruchten geven, zoo als in het land harer afkomst : daerom wordt die boom door inleggers aengekweekt, die in den heigrond binnen den zomer wel wortel vatten.

De houtachtige Klimboon-boom (Glycine frutescens) is een langlevend gewas van Noord-Amerika, het groeit met zwakke,

« VorigeDoorgaan »