Pagina-afbeeldingen
PDF

Het zyn de wortelen van deze planten, uit vezelachtige deelen samengegroeid, die al de krachten bezitten, zy houden een styfselachtig voedsel in, en, droog in poeijers bereid, eenen welriekenden geur, maer eenen scherpen smaek. Deze wortels bezitten ook eene goede, vlugtige olie, die ligt is en op het water zwemt : de Gemberwortelen worden heden zeer weinig in de geneesmiddels gebruikt, toch dienen in sommige landen om konfytsel te maken, dat als een verkloekend, aenhitsend maegmiddel wordt geacht, om door de zeevaerders op hunne lange reizen te gebruiken en de scheepsgezellen van het schuerbuik te bevryden. De poeijers van de Gemberwortels worden in veel gewesten waer brakwater is en de schuerbuik-ziekte heerscht, zoo als in de Polders, Zeeland en elders, met mostaerdzaed gemalen, om in de huishoudens als behoedmiddel tegen het schuerbuik te gebruiken. Volgens het verhael van veel reizers, die de Indiën doorloopen hebben, worden de bladen van deze planten als toekruid met velerhande spyzen geëten, als aendryvend, heet middel, gelyk de peper geacht en ook droog, zoo als de wortels, gebruikt. De planten die zich alhier bevinden, moeten geheel het jaer in de warme serren verblyven; zy kunnen door het ryp zaed en door wortelscheiding aengekweekt worden.

GENEVERBOOM, in 't fransch Genévrier, in 't latyn Juniperus, door Tournefort Juniperus cedrus sabina genoemd, en onder zyne 18° klasse, 4e sectie gesteld, der boomen en heesters die bloembladloos bloeijen, welke geene bloemkransjes hebben; door Jussieu onder de familie van de planten die kegelvormige vruchten dragen, en onder de 22° klasse van Linnaeus, Dioecia monadelphia, tweehuizigen-eenbroederigen; de mannelyke en vrouwelyke bloemen zyn afzonderlyk op twee stengen aenwezig, zoodat de eene boom al mannelyke en de andere al vrouwelyke bloemen draegt.

De gemeene Geneverboom (Juniperus communis van Linnaeus) is een langlevend heester-houtgewas, dat in België, in sommige landstreken, in de gebergten, drooge bosschen en elders groeit, met eenen getakkelden steng en altoosblyvende, groene, drievoudige, uitgespreide, gespitste, puntstekende blaedjes, bloeit in mei en brengt violetkleurige beziën voort, die korter dan de bladen zyn. Dit houtgewas wordt alhier veel in scheerhagen rond de moeshoven en eigendommen geplant. De Berg-Geneverboom (Juniperus montana) is een langlevend heester-boomgewas van Europa, dat veel in België, in de gebergten van de Ardennen, in de provintie Luxemburg en elders, meer dan 2 meters hoog groeit, getakkeld, met altoosgroene, spitse bladen, bloeit meest in mei, met groenachtig-gele bloemen, die langwerpige vruchten voortbrengen. De zweedsche Geneverboom (Juniperus suecica van Donn, Hort. Cant.) is een langlevende boom van Noord-Europa, die in België meest in de lusthoven wordt gekweekt, en wel omtrent 4 of 5 meters hoog groeit, regt getakkeld, met drievoudige, uitgespreide, lange, scherpe blaedjes, die grooter dan die van de gemeene Geneverboom zyn; bloeit meest in mei, met groenachtige gele bloemen. De virginiaensche Geneverboom (Juniperus virginiana van Linnaeus) is een langlevend boomgewas van Noord-Amerika, dat in België veel in de lusthoven wordt geplant, en tamelyk hoog getakkeld groeit, met drievoudige bladen, die alle uitgespreid zyn en eenigzins aen den rooden Cederboom gelyken. Men vindt eenige medesoorten, die aen de Zavelboom-bladen en Cypresbladen gelyken en 's winters een roodachtig kleur verkrygen. De caroliensche Geneverboom (Juniperus caroliniana) groeit in Noord-Amerika wel 6 meters hoog, maer in België, waer hy in de lusthoven wordt geplant, blyft hy heesterachtig, hy heeft drievoudige bladen, de jongste op elkander liggende, de oudste uitgespreid, die aen de witte Cederboom-bladen gelyken. De Wierook-Geneverboom (Juniperus thunifera) is een laeg heester-houtgewas van Istriën, dat alhier in sommige lusthoven wordt geplant, en groeit met viervoudige, op elkander liggende,

spitse bladen, bloeit in mei, met groenachtige bloempjes, die

groote, blauwachtige vruchten voortbrengen. In het land zyner afkomst wordt er uit dit heester-boomgewas goeden en welriekenden wierook getrokken.

De italiaensche Geneverboom (Juniperus phaenicea) is een langlevend, klein boomgewas, dat veel in Italië, Spaenje en Portugael groeit, met altoos groene, drievoudige, op elkander liggende, stompe bladen. De spaensche Geneverboom (Juniperus hispanica) is een tamelyk groot boomgewas; het groeit veel in de gebergten en steenachtige gronden van Spaenje en Zuid-Frankryk, met viervoudige, groene, scherpe, op elkander liggende blaedjes, brengt na het bloeijen zwarte beziën voort. De kleine Geneverboom (Juniperus nana van Willdenow) is een klein heestergewas van Siberiën, dat veel, om zyn aengenaem groen, in de lusthoven van België wordt geplant. De bermudsche Geneverboom (Juniperus bermudiana van Linnaeus) is van de Bermudas-eilanden, aen de Engelschen toebehoorende, van waer het zaed eerst naer Engeland werd gebragt en gezaeid, en de jonge planten vervolgens naer België gezonden zyn; deze boomen kunnen onze koude winters niet wederstaen. De allerschoonste Geneverboom (Juniperus evcelsa of Juniperus Hermani) is een langlevend boomgewas van Azië, dat veel in de gebergten en bosschen van Zuid-Europa groeit, en door zyne fraeije piramide-gedaente een aengenaem zicht verschaft. De beziën van al deze harsachtige boomgewassen worden in april, in potten of op teilen, in losse, zandachtige, drooge gronden gezaeid, en by zomerdagen op warme lommerige plaetsen gezet, drie jaren lang moeten zy 's winters in de oranjehuizen bevryd en met zorg gekoesterd worden, om verder zooveel mogelyk met dolkens te verplanten. De aenkweeking kan ook door inleggers der jonge takjes geschieden; men kan ook wel de beziën in mei op goede standplaetsen zaeijen, maer de jonge planten moeten dan 's winters met dorre bladen wel bedekt worden, en nog by natte, koude winters kan men mislukken. Men verplant die zonder er iets aen te snoeijen, behalve de peën van de jonge planten en andere noodelooze wortels. Uit de Geneverboomen trekt men in de warme gewesten eenen vernis of gom, die aen de fynschilders dient om hunne schilderyen te vernissen. Het hout van deze boomen is hard, duerzaem, velachtig, heeft een roozenkleur en is zeer welriekend; het wordt gebruikt van de kabinetmakers, draeijers, schrynwerkers, enz. Dit hout of de takjes, groen in de huizen gebrand, is zeer dienstig tegen de besmettelyke ziekten; het verjaegt door den rook de vliegen, muggen en andere venynige dieren en vernieuwt de lucht. De beziën bezitten veel bezondere eigenschappen : zy worden in de geneeskunde als een aendryvend middel, tot vermeerdering der krachten, versterking der maeg, afdryving der pis gebruikt, maer nieuwe ervarene geneesheeren hebben by hunne onderzoekingen bemerkt dat de menschen, die er te lang en te veel gebruik van maken, zich aen bloedpissing en rugpyn, met prikkeling aen de blaes, blootstellen; daerom moet men die met mate gebruiken, of eenen kundigen doktor, die er de krachten van kent, te rade gaen. Men maekt ook met die beziën in sommige landen eenen wynazyn, dien men in de besmettelyke tyden gebruikt om in de huizen, waer zieken heerschen, de kamers mede te besproeijen en te berooken. Deze beziën worden in België, Duitschland, Holland en elders van de geneverstokers veel gebruikt. Er wordt van de rype beziën eenen goeden geestryken drank of ratifia gemaekt, dien men met brandewyn, suiker en een weinig kaneel bereidt en langzaem laet trekken, en dan door eenen fynen doek giet om klaer te hebben: deze ratifia is het beste huismiddel voor de menschen die met winden, steen, graveel, koudpisse en waterzucht gekweld zyn; het versterkt de maeg, doet wel wateren en verdryft de onzuiverheid uit het lichaem. Men maekt in de warme gewesten van die beziën ook eene goede syroop, die als zweetverwekkend middel wordt gebruikt, zy worden ook veel van de suikerbakkers met suiker overtrokken, en dan gemeenlyk S. Rochus-suikerbeziën genoemd, waerop de jonge kinderen zeer verlekkerd zyn.

Het blykt dat de Geneverboomen ook in Indiën en in de omliggende landen van Klein-Azië, van over zeer oude tyden bekend geweest zyn, want men leest in de H. Schriftuer, in het 1° boek der Koningen, dat de propheet Elias, voor de koningin Jesabel naer de woestyn vlugtende, zich onder eenen Geneverboom nederzette.

Sommige kunstscheiders verzekeren dat de gloeijende kolen van dit hout, met hare eigene assche bedekt wordende, wel eenige maenden kunnen gloeijende blyven : hierop schynen te zinspelen de woorden van den 120" Psalm, vers 3 en 4, waer men het volgende leest : « Wat zal u de bedriegelyke tong geven? of wat zal ze u toevoegen? Scherpe pylen eens magtigen, mitsgaders, gloeijende Geneverboom-kolen. » Het is van den gemeenen Geneverboom (Juniperus communis) dat de beste beziën voortkomen om genever mede te stoken en liqueur te bereiden.

GENTIAENKRUID, in 't fransch Gentiane, in 't latyn Gentiana, is onder de 1e klasse, 3° sectie van Tournefort gesteld, der klokvormige bloemkruiden, met eenen éénbladigen, regelmatigen bloemkrans, welke de gedaente van eene klok heeft, door Jussieu onder de familie van de Hondendood-planten, en onder de 5e klasse van Linnaeus, Pentandria digynia, vyfhelmigen, planten die met vyf meeldraedjes bloemen en twee stampertjes hebben. * De Gentiaen zonder stengen (Gentiana acaulis van Linnaeus) is eene langlevende kruidplant van de Alpische gebergten; zy groeit in België, Luxemburg, Duitschland, enz., in 't wilde, en wordt alhier meest in de kruidhoven gekweekt, wast met eironde, groene blaedjes aen de wortels, waeruit van in april een vierhoekige bloemsteng spruit, waerop in mei zich eene zeer lieflyke, groote, klokvormige bloem vertoont, die een schoon hemels-blauw kleur heeft, en grooter dan de plant zelve is. De Herft-Gentiaen (Gentiana pneumonanthe) is eene langlevende kruidplant van Europa; zy groeit in België, veel in Henegouwen, Braband, enz., in de vochtige heiden en elders, met stengen en breede, lynvormige bladen, en bloeit van oogst tot in september, met okselvormige, donker-blauwe bloemen, en bloemkransjes in vyf verdeeld, die toegespitst zyn. De kruisvormige Gentiaen (Gentiana cruciata van Linnaeus) is eene langlevende plant van Oostenryk, die in België veel in de kruidhoven wordt geplant, en ook in de provincie Henegouwen, omtrent Chimai, in 't wilde wordt gevonden, groeit met steng

« VorigeDoorgaan »