Pagina-afbeeldingen
PDF

Deze planten kunnen onze koude winters in de vrye lucht zeer wel doorbrengen, en door inleggers, die het eerste jaer wortel vatten, aengekweekt worden, men verplant die het volgende jaer in maert of april, zy begeren van natuer eenen goeden, vochtigen grond en eene lommerachtige plaets. Men kan die ook, op de wyze van de Kalmias, door het zaed voortzetten, maer by drooge saizoenen moeten zy veel water hebben, of zy eindigen met te vergaen.

FRAMBOOS, Hinnebezie, Fraemboos-bezie, in 't fransch Framboisier, in 't latyn Rubus idaeus, is onder de 21e klasse, 2 sectie der heestergewassen van Tournefort, die met veelbladige, roosvormige bloemkransen bloeijen, gesteld; door Jussieu onder de familie van de Roozelaers, en onder de 12e klasse van Linnaeus, Icosandria polygynia, twintighelmigen, die meer dan twintig meeldraden, op den kelk vastgehecht, en veel stampertjes hebben. De Framboos-plant (Rubus idaeus van Linnaeus) is een langlevend, klein, houtachtig heestergewas van Europa, dat op de wyze van de Bramen, maer zonder doorntjes, in België groeit, en veel in de lusthoven wordt geplant, bloeit meest in juny, met witte bloemen, die roodachtige vruchten voortbrengen, welke, ryp geplukt, eenen aengenamen geur verspreiden en eenen zoeten, sappigen smaek inhouden; zy verkoelen zeer de maeg, en worden derhalve veel geacht om door zieke en gezonde menschen geëten te worden. Het konfyt, siroop of gelei van Framboozen gemaekt, is zeer goed tegen de heete koortsen en andere krankheden; het versterkt de maeg en doet den dorst der zieken verdwynen; men kan met de rype Framboozen eenen zeer aengenamen drank maken, met enkelyk die beziën op brandewyn en suiker in eene flesch eenigen tyd te laten trekken, en dan door eenen fynen doek over te gieten. De rype beziën, op wyn gezet, geven daeraen eenen welriekenden en allerbesten smaek, hetgeen meest in de wynlanden, alwaer de Framboozen veel wassen, wordt verrigt, om aen de wynen eenen aengenamen geur te geven. Men heeft sedert II. 12 eenige jaren gevonden dat de jonge bladen van de Framboozen een zweetverwekkend en koortsverdryvend middel inhouden, en die bladen gedroogd en als thee gedronken, zeer smakelyk en aengenaem zyn. Volgens het verhael van verscheidene doctors, - worden die bladen in Rusland groen geplukt en als chineeschen thee op papieren in ovens gedroogd, en alzoo droog in doozen bewaerd, om binnen het jaer in de huishoudens te gebruiken : een weinig van die bladen in het kokende water geweekt, verschaffen eenen goeden, welriekenden drank, dien men hier ook in stede van chineeschen thee zou kunnen gebruiken. Zy worden ook geacht voor het fierecyn en voor de menschen die met de heupjicht zyn gekweld.

De Framboozen-struiken kunnen zeer gemakkelyk onze koude winters wederstaen. Men vindt in België eenige medesoorten, voor eerst, de gemeene Framboos, met vyf- en drievinnige bladen, stengen die een weinig fyn gedoornd zyn, en roode beziën, die met geelachtige witte beziën, andere met bonte bladen, sommigen die tweemael 'sjaers vruchten geven, en ook die purperachtig hout en schors hebben. De aenkweeking kan door uitloopers en inleggers geschieden; men plant die meest op afgelegene hoeken in de tuinen of lusthoven, alwaer zy andere planten niet kunnen benadeelen, want zy geven alle jaren veel uitloopers.

FUCHSBET, Fuchsia, in 't fransch Fuchsie, in 't latyn Fuchsia, is door Jussieu onder de familie van de Nachtbloem of Ezelskruid gesteld, en onder de 8° klasse van Linnaeus, Octandria monogynia, planten die met acht meeldraedjes bloemen en maer een stampertje hebben.

De scharlaken Fuschbet (Fuchsia coccinea van Willdenow) is een langlevend, klein, heesterachtig, broos houtgewas van Chili, in Amerika, dat in België sedert 40 jaren is overgevoerd, en groeit met getakkelde stengen, omtrent 30 of 40 centimeters hoog, en bleekgroene, ovale, getande bladen, in de oranjehuizen bloeit deze plant van in de lente tot het einde des zomers, met bloemkransjes zonder kelken, die als bellekens aen de bloemstelen hangen, en een schoon blauw en rood scharlaken kleur hebben. e De boksdoornige Fuschsbet (Fuchsia lycioides van Curtis's Botanical Magazine) is ook een langlevend, broos houtgewas van Chili, dat weinig, dan door de bloemen, met den eerstgemelden verschilt. De veelbloemige Fuschsbet (Fuschia multiflora van Linnaeus) is een langlevend, broos heester-houtgewas van Amerika, de Fuchsia globosa is door onze bloemisten uit het zaed gewonnen, die sedert 25 jaren van deze vier planten meer dan twee honderd medesoorten hebben verkregen, die allen van bloemen eenigzins verschillen en verscheidene namen van onze aenkweekers hebben bekomen : zoo als de Fuchsia Alexandria, Fuchsia grandiflora, F. arborea, F. acuminata, F. B. Apollo, F. Britannia, F. Brouchmannii, F. Chandlerii, F. corymbiflora, F. Clio, F. Champion, F. Cormackii, F. conspiena, F. défiance, F. eclipse, F. Eppsii, F. elegans, F. Dalstonii, F. delicata, F. Devonia, F. discolor, F. erecta tricolor, F. evcorticata, F. evcelsa. F. Fetscheri, F. floribunda, F. Flyneana, F. formosa, F, fulgens, F. fulgida superba, F. glabrata, F. grandiflora, F. grandis, F. Hartwigiana, F. ilicifolia, Smiths, F. inflata, F. invincible, F. longifl, F. Londonii, F. Magestiea, F. magnifica, F. marquis Middletonii, F. macrostema, F. mirabilis, F. Moneypenii, F. nobilissima, F. paragon, F. parviflora, F. pendula, F. prince of Whales, F. pulchella, F. racemiflora, F. racemosa, F. refleva, F. refulgens, F. Richardsonii, F. Robertsii, F. rosea elegans, F. sanguinea, F. splendens, F. Standishii, F. stylosa conspicua, F. tenella, F. Thompsonii, F, Thynii, F. Tilleryana, F. Towardii, F. tricolor, F. Ponteys, F. Usherii magis, F. Venus victrix alba, F. venusta, F. vernales, F. virgata, F. Woodsii, F. Youellii, en meer andere met lieflyke bloemen en verschillige kleuren, die men allen by de bloemisten te Gent kan bekomen. De Fuchsias worden door het ryp zaed op teilen in den fynen heigrond gezaeid, op belommerde plaetsen, in de matige serren gezet, en nadat zy twee of vier blaedjes hebben geschoten in potjes verplant. Zy kunnen ook door afzetsels en inleggers, op lauwe broeibakken in potjes, onder het belommerd glas aengekweekt worden, daer zy gemakkelyk wortel vatten en somwylen hetzelfde jaer nog bladen en bloemen dragen, zy begeren in den heigrond geplant, op tyd besproeid te zyn en met zorg gekoesterd te worden.

[graphic]

ZEVENDE HOOFDSTUK.
G.

Gagel. – Gaillardine. – Galle boven d'aerde. – Gamander. – Ganzebloem. – Ganzedistel. – Ganzekruid. - Ganzepoot. - Ganzerik. - Gardenia. – Garste. - Gaultheria. - Geelhoutboom. - Geitenblad. – Geitenklaverboom. – Geitenruite. – Gember. – Genever

boom. – Gentiaen. – Gezegendkruid. – Ginkgo. – Ginst. – Glansgras. – Glaskruid. – Glitkruid. - Globba. - Globularia. – Gloriosa. – Glycine. - Gnidiana. - Godsgenade-kruid. – Gomboom. – Goodia. - Gordonia. – Gorteria. – Goudblad. - Goudbloem. – Goudenhair-kruid. – Goudwortel. - Granaetboom. Grasnechel. – Grauwe erwt. - Grevillea. – Grewia. - Guavenboom. – Guichelaersbloem. – Guichelheil. – Gulden roede.

Gustaefboom. - Gypsophila.

GAGEL, Dronkaerd, Brabandsche Myrte, Wasboom, in het fransch Cirier, Galé, in het latyn Myrica, door Tournefort Gale genoemd, door Jussieu onder de familie der boomen die katjes dragen gesteld, en onder de 22e klasse van Linnaeus, Dioecia tetrandria, tweehuizigen, vierhelmigen. De mannelyke en vrouwelyke bloemen zyn afzonderlyk op twee stengen aenwezig, of bloemen met helmstyltjes en bloemen met stampertjes op verschillige planten van eene zelfde soort.

De Gagel of brabandsche Myrte (Myrica gale van Linnaeus) is een langlevend kreupel-houtgewas van Europa, dat veel in België in de vochtige bosschen, die 's winters door het water bespoeld worden, omtreeks Eecloo, Waerschoot, in Westvlaenderen, Braband, de Kempen enz., groeit, in struiken met getakkelde stengen, omtrent 1/2 meter hoog, met lansvormige, eenigzins getande bladen, die eenen sterkriekenden geur inhouden, bloeit meest in july, met groenachtige katjes. De toppen en bladen van dezen Gagel werden voordezen somtyds door de brouwers gebruikt, om de hoppe in het bier te sparen, maer men heeft ondervonden dat het bier daermede gebrouwen, ras dronke maekte en hoofdpyn verwekte, waerom dit gewas nog in sommige landstreken Dronkaerd genoemd wordt.

De hoogleeraer Linnaeus schryft in zyne Flora Lapponica, dat

« VorigeDoorgaan »