Pagina-afbeeldingen
PDF

gaderen. Het is wel de manna die uit de Esschenboomen in de warme landen van Azië en Afrika komt, die de Israëlieten in de woestyn vergaderden en als spyze gebruikten, welke in de heilige Schriftuer Hemelsbrood genoemd wordt. Plinius zegt dat de slang eenen zoo grooten afkeer van den Esschenboom heeft, dat wanneer dit dier in eenen kring besloten is, die half van vuer en half van esschenhout of de bladen daervan gemaekt is, hetzelve liever door het vuer dan door het esschenhout zal kruipen : op de plaetsen waer die boomen veel groeijen, zal men zelden slangen bemerken (Zie Plinius, boek 16). Men kweekt hier nog veel in de lusthoven den Esschenboom met hangende takken (Fraxinus pendulis); den Esschenboom met ronde bladen (Fraxinus rotundifolia), en dien met zeer groote bladen (Fraxinus macrophylla), van Amerika, die door hunne schoone gedaenten en lommerryke bladen de engelsche hoven wel versieren. De aenkweeking dezer boomen kan door het ryp zaed, dat men in de lente zaeit, geschieden, maer dit zaed ligt doorgaens een geheel jaer in den grond eer het opkomt. De vreemde Esschen worden derhalve meest door inleggers, ook door enting en okuleren op de gemeene Esschenboomen vermenigvuldigd. Het esschenhout is wit van kleur, geheel hard, taei en buigzaem, glad, effen om te bewerken; derhalve zeer dienstig tot allerhande wagenmakers-werk, handwerk, gereedschappen, enz. De jonge takken leveren zeer goede hoepels, om tonnen mede te binden, het is ook een goed brandhout, zelfs nog groen zynde. De Esschenboomen zyn zeer voordeelig om aen de kanten der slooten, grachten en waterstroomen te planten, dewyl de wortels zich verre verspreiden en de kanten vast tegen het uitstroomen bevryden, en bestendig tegen den wind zyn.

* ESSCHENKRUID, in 't fransch Fravinelle, Dictame blanc, in 't latyn Dictamnus, door Tournefort Fraxinella genoemd, en onder zyne 11° klasse gesteld, der onregelmatige bloemen, wier bloemkransjes onregelmatig, veelbloembladig en toch niet vlindervormig zyn; door Jussieu onder de familie van de Ruite, en

onder de 10e klasse van Linnaeus, Decandria monogynia, slach van planten die met tien meeldraden bloemen en maer een stampertje hebben. Het wit Esschenkruid (Dictamnus albus van Linnaeus) is eene langlevende kruidplant van Europa, die in België veel in de kruidhoven wordt geplant, en groeit met stengels die alle jaren uit de wortels spruiten, omtrent 35 of 40 centimeters hoog, met groene , eironde, gevleugelde bladen, die aen de gemeene Esschenboom-bladen eenigzins gelyken, bloeit meest van juny tot in augusty, met trosjes op de topjes der bloemstelen en roodachtige met purper gespikkelde bloemen, waeronder men eene medesoort vindt, die witte bloemen draegt.

Het Esschenkruid, onder den naem van Dictamnus fraxinella gekend, is ook eene medesoort, waeronder men er met roode, purpere en witgevlekte bloemen vindt. Men kan door het ryp zaed, dat in de lente meest op teilen in de oranjehuizen wordt gezaeid, schoone medesoorten verkrygen, die in de kruidhoven, op goede standplaetsen, door wortelscheiding aengekweekt worden. Deze lieflyke bloemplanten bezitten eene wonderbare eigenschap : er wasemt uit de welriekende bloemen, tegen den avond als de zon ondergaet, een damp, die, als men er eene brandende kaers bysteekt, weldra vuer vat en zich als vuerwerk verspreidt, zonder de plant eenigzins te hinderen. Men kan zulks

best bemerken als binnen den namiddag de zon geschenen heeft.

De Dictamnus die men hier by apothekers verkoopt, komt van Sicilië en andere warme landen. De wortels van het Esschenkruid worden in poeijers bereid, en als wormafdryvend middel voor de kleine kinderen en tegen de gebreken der moeder gebruikt. Lobel schryft zeer veel wonderbare uitwerksels aen den Dictamnus toe, en zegt dat hy de maendstonden verwekt, de nageboorte en doode vrucht afdryft, en den steen van de nieren doet scheiden. e De nieuwe Kruidbeschryvers zeggen dat de vrouwen, die ligtelyk van kind misvallen, zich moeten myden van aen dit kruid of bloemen te rieken, of over haer te dragen, want dat het haer zeer nadeelig kan wezen.

De wortels en kruid zyn zeer bitter van smaek en scherp van krachten; zy zyn zeer bytende op de tong, en een weinig te veel er van ingenomen, kan aen de menschen zeer hinderlyk zyn, daerom mag dit maer door eenen ervaren geneesheer met kennis voorgeschreven worden.

EUCALYPTUS, in 't fransch Eucalyptus, in 't latyn Eucalyptus, is onder de familie van den Myrtusboom gesteld, en onder de 12e klasse van Linnaeus, Icosandria monogynia, twintighelmigen, wier meeldraden, meer dan twintig in getal, op den kelk zyn vastgehecht en die maer een stampertje hebben. De hooge of reusachtige Eucalyptus (Eucalyptus robusta) is een hooge, langlevende boom van Nieuw-Holland, die in het land zyner afkomst wel omtrent 38 of 40 meters hoog wast, met uitgestrekte, wyde takken en zeer schoone, lomerryke bladen; hy is slechts sedert eenige jaren in België overgebragt, en wordt by onze liefhebbers nog onder de verzameling van vreemde gewassen, 's zomers in de vrye lucht geplant, en 's winters in de oranjery bevryd. Men hoopt echter deze boomen aen ons klimaet te gewennen, dewyl zy reeds in den koninglyken Kruidhof te Parys geplant zyn en aen de wintersche koude wel wederstaen. Men heeft sedert eenige jaren de volgende merkwaerdige soorten van de Indiën verkregen, die zoo hoog niet groeijen, maer toch van hetzelfde geslacht zyn : den Eucalyptus obliqua, met scheefhoekige bladen; den Eucalyptus amygdalia, met Amandelbladen; den Eucalyptus piperata, met Peperboom-bladen; den Eucalyptus discolor, met tweekleurige bladen, den Eucalyptus pulverulente, met door witten dons bedekte bladen; den Eucalyptus perfoliata, met stam-omvattende bladen. Deze schoone nieuwe boomgewassen worden alreeds in Italië, Zuid-Frankryk, en elders in de warme landen, in de lusthoven geplant, alwaer zy in de vrye, opene lucht veel meer dan hier in de oranjehuizen bloemen. Deze boomen kunnen door het ryp zaed, dat men van het Zuiden van Frankryk of van Italië doet komen, in de matige serren, op lauwe, belommerde broeibakken gezaeid en door inleggers aengekweekt worden. Het hout van deze boomen is zeer

taei en kan op alle wyzen gebogen worden; het is derhalve zeer geacht om alle soorten van meubels, sieraedwerken, lysten, lepels, doozen, enz , mede te maken. De eerstgemelde wordt veel, in het land zyner afkomst, gebruikt tot masten van schepen en om booten, huizen, enz., mede te maken.

EZELSKRUID, Nachtbloem, in 't fransch Onagre, Knothere, in 't latyn Oenothera, door Tournefort Onagra genoemd, en onder zyne 6e klasse, 9e sectie gesteld, der roosachtige bloemen, met veelbladige, regelmatige bloemkransjes, samengesteld uit drie tot vier bloembladen; door Jussieu onder de familie van het Ezelskruid, en onder de 8° klasse van Linnaeus, Octandria monogynia, planten die met acht meeldraedjes bloemen en maer een stampertje hebben, en ronde zaedhuisjes met veel zaedjes voortbrengen.

Men heeft sedert vyftig jaren verscheidene soorten van deze Nachtbloemen uit Amerika in België verkregen, waeronder zich de volgende bevinden.

De heesterachtige Nachtbloem (Oenothera fruticosa van Willdenow), een langlevend, kruidachtig houtgewas van Noord-Amerika, dat met getakkelde stengels van omtrent 40 of 50 centimeters hoog en lansvormige bladen groeit, bloeit van juny tot in augusty, met drie groote, gele bloembladen en hooggele meeldraden, die zich meest 's avonds openen.

Het rooskleurig Ezelskruid (Oenothera rosea van Willdenow), eene langlevende plant van Peru, groeit met stengen die alle jaren uit de wortels spruiten en maer 30 of 35 centimeters hoog wassen, en puntige, eivormige bladen, bloeit alhier van july tot in september, met zeer lieflyke, rooskleurige, driebladige bloemen, die geelachtige meeldraden hebben.

De groote Nachtbloem (Oenothera grandiflora van den Hortus Kew.), eene schoone, langlevende kruidplant van Noord-Amerika, met langwerpige bladen en stengen van omtrent 80 centimeters hoog, waerop van july tot in october groote, enkele, gele, driebladige bloemen bloeijen, die eenen aengenamen saffraenreuk hebben,

De purpere Nachtbloem (Oenothera purpurea van Willdenow), eene éénjarige plant, die alle jaren vroeg in de lente in de bloemhoven wordt gezaeid, en byna den geheelen zomer met purpere bloemen bloeit.

De Nachtbloem met vier vleugelen (Oenothera tetraptera van Willdenow), eene langlevende kruidplant van Noord-Amerika,

die in de bloemtuinen veel wordt geplant, en van juny tot in

augusty bloeit, met witte en purpere gevlekte bloemen.

Wy hebben nog onlangs uit Amerika de volgende nieuwe soorten bekomen : de Oenothera molissima, Oenothera sinuata van Virginië, die maer éénjarige zaedplanten zyn; de Oenothera parviflora, Oenothera fraseri en Oenothera serotina, langlevende kruidplanten met schoone bloemen; de Oenothera glauca, O. gracilis, O. alba, O. missourensis, O. tarawacifolia, zyn allen by onze bloemisten te vinden.

Deze planten worden Nachtbloemen geheeten, omdat zy meest 's namiddags, als er geen zon schynt, en tegen den avond zich openen. Zy kunnen allen aen de belgische luchtgesteldheid en koude winters wederstaen, en zeer gemakkelyk door het zaed in de lente en door wortelscheiding vermenigvuldigd worden. De zaeijelingen dragen somtyds het eerste jaer al bloemen.

Het tweejarig Ezelskruid (Oenothera biennis van Linnaeus) is eene tweejarige kruidplant van België, die ten alle kanten in de velden, bosschen, meerschen en wegen groeit, met ovale, lansvormige bladen en gepypte stengels, wel 60 of 70 centimeters hoog, met fyne haertjes gewold; bloeit byna van july tot in october, met gele, driebladige bloemen. Dit wild Ezelskruid heeft deze bezondere kracht dat het, terwyl het bloeit, in de huizen of kamers gehangen, de muggen, vliegen en alle andere vergiftige ongedierten verdryft.

« VorigeDoorgaan »